41

Een schrijver uit die tijd tekende op dat je in Athene zelfs meer afgodsbeelden zag dan mensen. Handelingen 17:15-34 Paulus predikte in Athene de voor hen nog onbekende God en gaf een opsomming van twaalf aspecten, waarom dit zo was. 1 Zijn God heeft de wereld gemaakt en alles wat er in is. 2 Hij is Heer van hemel en aarde. 3 Hij woont niet in tempels met handen gemaakt. 4 Hij wordt niet door mensenhanden bediend, alsof Hij nog iets nodig heeft. 5 Hij geeft aan allen leven en adem en al het overige. 6 Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen. 7 Hij heeft de voor hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald. 8 Hij is niet ver van een ieder van ons. 9 In Hem leven wij. 10 In Hem bewegen wij ons. 11 In Hem zijn wij. 12 Wij zijn van Gods geslacht. Voor Paulus was zijn God de enige God, 1 Corinthiërs 8:6, en zoals hij omschreef, degene die alles Zijn plaats geeft en de levensduur alsook de woongrenzen van de mens bepaalt. Dit is nu precies wat het Griekse woord theos tot uitdrukking brengt. God, Grieks theos is Plaatser Heel duidelijk blijkt uit de genoemde twaalf aspecten, dat God de Plaatser is, omdat Hij de Schepper van al het leven is in het gehele universum, en niet alleen de Plaatser maar ook de Instandhouder, de Bewaarder en Bestuurder van het ganse heelal. Er bestaat geen enkel mens noch overheid of macht, die niet de door God gestelde plaats inneemt, Romeinen 13:1-7; Colossenzen 1:15-20. God had zich tot doel gesteld om Alles in Allen te worden en bedacht daarna hoe dit alles in zijn werk zou gaan, met andere woorden, voor Hem was het einde het begin, het uiteindelijke resultaat bepaalde de aanvang en de wijze waarop zich alles zou ontrollen. Het kwaad, dat door Hem in het leven werd geroepen, zal bij het bereiken van het einddoel zijn functie verloren hebben. 40

42 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication