42

Over elk van de twaalf aspecten zou nog wel iets interessants gezegd kunnen worden maar dan komen we misschien iets te ver van het onderwerp vandaan. Het woord Vader, dat in 1 Corinthiërs 15:24 gebruikt wordt, is heel bijzonder. Op het moment, dat de Zoon van God alles aan Zijn Vader overdraagt, zal de mensheid, maar ook alle heerschappij, volmacht en kracht tot de ontdekking komen, dat de door Paulus geproclameerde God, ook Vader is van al Zijn schepselen. Dan zal blijken, dat de aan hen verkondigde God toch niet zo afstandelijk was als ze dachten, maar dat Hij alle schepselen liefhad als Vader. Dat Hij bij een ieder betrokken was, met hen heeft meegeleden, om uiteindelijk allen aan Zijn Vaderhart te drukken; om Alles in allen te kunnen worden. Het geweldige voor een mens is dat, als je weet door God in genade geroepen te zijn tot dienstbetoon, je je nu al bewust bent dat God je persoonlijke Vader is op wie je honderd procent kunt vertrouwen in elke omstandigheid van je leven. Hij weet wat het beste voor mij is, maar niet alleen voor mij, maar ook voor de mensen in mijn naaste omgeving en voor alle mensen daarbuiten. Hoe mensen ook tekeer gaan tegen God, altijd mag je je ervan bewust zijn, dat Hij ook eens alles in hen zal worden, Hij heeft ook die mensen lief. Derhalve vraagt God, de Vader, niets anders van ons dan de ander lief te hebben, ook al is het onze ergste vijand. Een kenmerk van iemand die God gelooft is dus dat hij kan liefhebben, ongeacht wat hem ook aangedaan wordt. Dat kan je niet uit jezelf opbrengen, zelfs niet verkrijgen door allerlei goede werken te doen, het is een speciale genadegave van God. Paulus is weer de enige, die wijst op een wel heel bijzondere relatie met God, de Plaatser, door aan te geven dat wij tegen deze God Vader mogen zeggen en wel met het woord Abba, Romeinen 8:15 en Galaten 4:6. Abba is gelijk aan ons woord pappa, waarmee hij wil aangeven, hoe vertrouwelijk en intiem wij met God mogen omgaan. Het is eigenlijk de manier waarop kinderen met hun vader omgaan. Zij vertrouwen hem volledig en als hij tegen ze zegt ‘spring’, dan doen ze dat ook omdat ze er zeker van zijn dat ze opgevangen zullen worden. Zo mag ook onze relatie met God, de Vader, zijn ondanks het feit, dat wij nu zelf volwassen zijn en misschien tegen onze aardse vader geen pappa meer zeggen. 41

43 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication