52

Het wordt een vanzelfsprekendheid of, zoals Paulus het in Filippenzen 2:5 noemt, een gezindheid, een innerlijke houding recht uit het hart en een daad uit Liefde tot God van wie je weet dat Hij jouw Vader is. In 1 Corinthiërs 15:21-28 eindigt God, de Plaatser en Onderschikker, op exact dezelfde manier als waarop Hij is gestart. Vanaf Genesis 1:1 is Hij, Al, de Onderschikker, waarbij Hij Zijn Zoon heeft aangesteld als Alue, aan-Onderschikker, en hemelingen en mensen als Alueim, aan-Onderschikkers, om Zijn plannen uit te voeren. Dit komt in deze verzen duidelijk tot uitdrukking. vers 24 De Zoon van God draagt het koningschap over aan God, de Vader, ofwel Alue draagt het koningschap over aan Al. Alle heerschappij, volmacht en kracht worden door de Zoon van God, onttroond, met medewerking van mensen, die zonen genoemd worden, Galaten 4:6-7 en Efeziërs 1:5-6, met andere woorden: Alueim worden door Alue ingeschakeld om alle heerschappij, volmachten en krachten te onttronen. vers 27 Uiteindelijk is het al (NBG zijn alle dingen) aan de voeten van Alue onderschikt. vers 28 Als het al aan de Zoon onderschikt is, zal de Zoon zelf Zich aan Hem onderschikken, die Hem het al onderschikt heeft, met andere woorden: Als het al (NBG alle dingen) aan Alue onderschikt is, zal Hij Zichzelf aan Al onderschikken, die Hem het al (NBG alle dingen) onderschikt heeft. Hetgeen uitmondt in: God, de Vader, alles in allen! Om tot Zijn einddoel te kunnen komen heeft God, Al, Onderschikker, medewerkers aangesteld, die alles voor Hem tot uitvoering brengen. Allereerst de Zoon als Alue, aan-Onderschikker. Hem heeft God alle volmacht gegeven om alles wat in de hemel is, alsook op de aarde, geheel in overeenstemming met Zijn plan tot uitvoering te brengen. 51

53 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication