56

Mogelijk hebben deze door hun doel te missen (zondigen) ertoe bijgedragen, dat er over de aarde een gericht kwam; in ieder geval wordt hierover geschreven in het boek Job. Job 38:1 t/m 42:6 Job was behoorlijk aan het twijfelen geslagen, zodat God hem ter verantwoording roept en uit de doeken doet, dat hij niet zomaar iets tegen God kan inbrengen. Het is een schitterende weergave van wat God geschapen heeft en waar Job uiteindelijk toch geen antwoord op heeft. Waar het ons om gaat is, dat er al zonen Gods jubelden voor er ooit een mens geschapen was. Bovendien zou het heel goed mogelijk kunnen zijn, dat deze zonen Gods niet alleen gejubeld hebben, doch ook daadwerkelijk hebben meegewerkt aan het tot stand komen van de herschepping. In ieder geval sluit het Hebreeuwse woord Alueim, aan-onderschikkers, dit niet uit. Voor ons staat er ook zoiets dergelijks geschreven in Romeinen 11:33-36. Adam was de eerste mens die God aanstelde als aan-onderschikker. Hij werd geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis en kreeg volmacht van God om te heersen over de vissen, het gevogelte, het vee en al het kruipend gedierte. Het heersen moet je meer zien als besturen of zorgdragen. Adam kreeg niet de opdracht de dieren te eten, hij mocht slechts eten van zaaddragend gewas en zaaddragende vruchten van bomen, Genesis 1:29. Verder mocht Adam al het gedierte een naam geven, hij werd vanaf het allerprilste begin van de herschepping ingezet als medewerker, aanonderschikker, Alueim, Genesis 1:26-28 en 2:19-20. Adam was voor de dieren als het ware de belichaming van God, althans voor de tijd, dat de mens nog niet stervende stervend was. De tweede aan-onderschikker op aarde werd Eva, zij werd uit Adam genomen, omdat de eerste mens Adam manlijk/vrouwlijk werd geschapen, Genesis 1:27. Toen God de eerste mens schiep had Hij in Adam al zijn vrouw voorzien en kon Hij over haar praten, alsook over vruchtbaar en talrijk worden. In Genesis 2:18 zegt God, dat Hij voor de mens een hulp zou maken als zijn aanvulling. Dit geschiedde pas, nadat Adam had gezien, dat de dieren wèl een hulp als hun aanvulling hadden en hij niet. 55

57 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication