60

Hoewel in Efeziërs 5:22-33 de vrouw als eerste genoemd wordt, ligt toch de grootste aansporing bij de man, namelijk om zijn vrouw lief te hebben evenals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, vers 25 en 26. Van de man wordt gevraagd zich op vrijwillige basis te laten kruisigen of bereid te zijn te sterven, maar dan in figuurlijke zin wat de Zoon letterlijk deed. Wij kunnen ook, net als Adam, zonder ook maar een woord van tegenwerping of verwijt aan onze vrouw onder de gegeven omstandigheden blijven staan. De vrouw, noch de man, zal dit uit zichzelf kunnen opbrengen, doch God bewerkt de bereidheid om dit te willen doen. In de praktijk zal wel blijken, dat wij nog maar in de kinderschoenen staan, omdat wij steeds weer de dingen naar onze eigen hand willen zetten, maar ook dit is broodnodig, anders zouden wij denken al heel wat mans te zijn. Dat de Zoon van God een vernederd lichaam kreeg vind je in Filippenzen 2:6-8. Dat wij een vernederd lichaam hebben staat in Filippenzen 3:20 en 21. Onmiddellijk nadat ze van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten en uit de hof van Eden, wat weelde betekent, werden gezet, stelde de Here God een cherubs met een flikkerend zwaard voor de hof, zodat Adam en Eva niet zouden kunnen eten van de boom des levens. Dan zouden ze immers voor altijd in hun sterfelijke lichamen zijn blijven rondlopen, Genesis 3:22-24, en zouden zij bij wijze van spreken nu nog leven. Zij waren nu wel verstandig en als God geworden, kennende goed en kwaad, maar het kwaad voerde gelijk de boventoon. Hun beider ogen werden geopend en zij bemerkten dat zij naakt waren. Zij verloren de heerlijkheid waarmee zij waren omkleed, wat veroorzaakt werd door het stervende stervend worden. Dit moet voor Adam en Eva een verschrikkelijke ontdekking zijn geweest. Zij wisten met deze naaktheid helemaal niet om te gaan en begonnen direkt bladeren van de bomen te rukken om hun vernederde lichamen hiermee te bedekken, Genesis 3:7. Ook de relatie met hun Onderschikker was gelijk verbroken. Zij durfden niet tevoorschijn te komen en het kwaad werd alsmaar erger. Zij gingen een ander de schuld geven, Adam de vrouw die God hem gegeven had als aanvulling en Eva de slang, Genesis 3:12,13. 59

61 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication