66

Exodus 4:16 Mozes wordt als God, Alueim, voor Aäron Exodus 7:1 De Here zeide tot Mozes: Zie, Ik stel u als God, Alueim, voor Farao Exodus 21:6 dan zal zijn heer hem bij de goden, Alueim, brengen. Dit waren een soort rechters, die meestal in de poort van een stad zaten om recht te spreken. Exodus 22:8,9 goden, Alueim, die recht spraken en naar wie men moest luisteren. Zij bepaalden de strafmaat. Exodus 22:28 de goden mochten niet vervloekt worden, ook vorsten niet, omdat God ze deze machtspositie had gegeven. Zij waren als Alueim, aan-onderschikkers, aangesteld, zie ook Prediker 10:20 en Handelingen 23:5 Psalm 58:2 Spreekt gij, goden, Alueim, inderdaad recht? Psalm 82:1 goden, Alueim, staan in de vergadering van God, Al. Hij houdt gericht te midden der goden, Alueim. Psalm 82:6 Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, Alueim, ja zonen des Allerhoogsten; nochtans zult gij sterven als mensen. Psalm 82:8 Sta op, o goden, Alueim, richt de aarde, want gij verloot het land onder alle volken. Het is altijd al zo geweest, dat God mensen aanstelde aan wie anderen zich moesten onderschikken. Denk bijvoorbeeld aan koningen of priesters en profeten, die door God geroepen werden om Israël te leiden. Dit waren mensen, die zich aan God wilden onderschikken. Trouwens, heel het volk Israël heeft van God een plaats gekregen om tot zegen te zijn voor andere volken. Het is echter van God afgeweken, maar dit neemt niet weg, dat dit volk in het duizendjarig vrederijk van God een machtspositie zal krijgen over de hele wereld. Alle overige volken zullen dan geregeerd worden door het nu zo geminachte Joodse volk. Bijna alle door Al aangestelde Alueim, aan-onderschikkers, hebben in het verleden gefaald en maakten misbruik van hun positie, macht en gezag. Dit is nog steeds zo en als je kijkt naar de hooggeplaatsten in de wereld is het voor de gelovige van nu maar moeilijk te bevatten, dat alle overheden, volmachten en krachten door God zijn aangesteld als degenen, aan wie wij ons zouden moeten onderschikken. Paulus doet dan ook geen beroep op ons dat wij ons moeten onderschikken, maar of wij ons willen onderschikken op vrijwillige basis, omdat wij als zonen Gods zijn uitgeroepen tot Alueim, aan-onderschikkers. 65

67 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication