67

Na 2000 jaar bleek, dat de door God gestelde Alueim, aan-onderschikkers, zich net als Adam en Eva niet langer aan Al, de Onderschikker, wilden onderschikken, zodat God zei dat Zijn geest niet altoos in de mens zou blijven. Genesis 5:1-31 Adam - Seth - Enos - Kenan - Mahalaleël - Jered - Henoch - Methusalah - Lamech - Noach. Deze 10 mannen waren zonen Gods, de machtigen, mannen van naam, waarin de geest van God was, Genesis 6:1-4. Zij hadden gedurende de eerste 2000 jaar van God volmacht gekregen om als een soort vorst het volk te regeren, recht te spreken enz. Lamech heeft er kennelijk al een vermoeden van gehad dat het van lieverlee bergafwaarts zou gaan, omdat Methusalah, zijn vader, hem letterlijk minder worden heeft genoemd. Zijn opa Henoch wandelde nog wel met God en zal beslist gesproken hebben over de belofte, die aan Eva gegeven werd. Zij hebben uitgekeken naar de vervulling van de belofte van de man, die het herstel zou zijn en dat is de reden, dat Lamech zijn zoon Noach noemde en zei: deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt heeft. Genesis 6:3 En de Here zeide: Mijn geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben. Letterlijk staat er: En Ieue, Alueim zeide: Mijn geest blijft niet in de mens voor de eon, omdat hij ook vlees is. De terugtrekking van Gods geest betekende tevens de aanzet tot het einde van dit tweede tijdperk. In het daarop volgende tijdperk was Gods geest niet meer op die manier in de mens aanwezig, maar kwam op de mens, zoals bij koning Saul. Deze geest kon God echter zo weer wegnemen, 1 Samuël 16:13-14. Er zijn twee belangrijke elementen door God weggenomen, namelijk Zijn wandel met de mens in de hof van Eden en Zijn geest. Daarna volgde de zondvloed. 66

68 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication