80

Altijd kwam de Jood op de eerste plaats, Romeinen 2:9,10 vers 14 Want Hij is onze vrede, die de twee, Jood en heiden, één heeft gemaakt en de middelmuur, de stenen wal, die scheiding maakte, de vijandschap, heeft losgemaakt. De middelmuur was een stenen wal, die om de tempelgebouwen lag. Deze mocht door een heiden niet betreden worden, er stond de doodstraf op. Het betekende, dat een heiden nooit tot God zou mogen naderen, omdat de toegang versperd was. vers 15-16 De Zoon van God heeft in Zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld. De Jood, maar ook de tot Jood geworden heiden, door besnijdenis/doop, staan dus niet langer onder de wet. Voor de heidenen is deze wet van Mozes echter nooit van kracht geweest, Romeinen 2:14, waar letterlijk staat: Wanneer de heidenen/naties, die de wet niet hebben, enz. De Zoon van God heeft in Zichzelf, vrede makende, de twee, Jood en heiden, tot één nieuwe mensheid geschapen door beiden in één lichaam verbonden, wederzijds met God te verzoenen door het kruis en zo in Hem de vijandschap te doden. Paulus maakt hier melding van iets ongelooflijks, namelijk dat de Zoon van God in Zichzelf, na de schepping van Adam ongeveer 4000 jaar daarvoor, een nieuwe mensheid schept, die twee groepen mensen betreft, namelijk de Jood en de heiden, die de verzoening die Paulus leert heeft aangenomen en zich geroepen weet tot de gemeente, die Zijn lichaam is en waarvan Christus het Hoofd is. De Jood en de heiden, elk met een verschillende achtergrond, werden in één lichaam verbonden. Daarom kun je ook niet spreken van een nieuwe mens, Grieks anthrõpos, maar van een nieuwe mensheid, omdat de twee groepen op zichzelf blijven bestaan. Er zijn echter ook nu nog steeds Joden en heidenen, die gezamenlijk deze nieuwe mensheid vormen en tezamen zijn levendgemaakt in Christus, tezamen met Hem zijn opgewekt en tezamen gezet zijn temidden der hemelingen, Efeziërs 2:5-6. 79

81 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication