85

Zij zullen straks leven mogen brengen aan heerschappijen, volmacht en kracht, zodat zij tot vrijwillige onderschikking zullen komen aan de Zoon van God en belijden dat Hij de Kurios is, tot eer van God, de Vader. Efeziërs 2:17-19 vers 17 Komende verkondigde Hij het evangelie, vrede voor jullie die veraf waren en vrede voor hen die nabij waren. vers 18 Want door Hem hebben beiden, Jood en heiden, in één geest toegang tot de Vader. vers 19 Wij zijn dus niet langer gasten en tijdelijk verblijvenden, maar medeburgers van de heiligen en gezinsleden van God. Gezinsleden van God De nieuwe mensheid hoeft niet allerlei offers te brengen of andere rituelen na te leven, wetten te houden of wat mensen al niet kunnen verzinnen om tot God, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, te mogen naderen. Zij heeft, zoals uit vers 18 blijkt, in één geest toegang tot de Vader. God is voor de nieuwe mensheid niet langer een afstandelijke, niet te bereiken of te benaderen God. Wij zijn gezinsleden geworden die elk moment van de dag zonder kloppen binnen kunnen lopen om met Vader te spreken. Er is niets waardoor wij Hem niet zouden kunnen naderen of wat ons op afstand kan houden. Wij kunnen zelfs, zoals tegen onze aardse vader, Abba, zeggen, het Arameese woord voor Pappa. Het is een verhouding als van een aardse vader en zoon waarbij de zoon, als het goed is, toch altijd bij zijn vader kan aankomen zonder dat hij eerst zijn best moet gaan doen, in hem moet gaan geloven of aan allerlei wetten moet voldoen en dan nog bang is ook om een pak rammel te krijgen. Als er één in de bijbel een pak rammel verdiende was het Paulus wel en hoewel hij zichzelf in Efeziërs 3:8 geringer dan de geringste noemt, heeft God, de Vader, hem nooit hierover aangesproken. Er bestaat géén hogere roeping voor een mens dan tot de gezinsleden van God te mogen behoren. 84

86 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication