88

Moeten hoort echter niet bij de nieuw geschapen mensheid, sterker nog, het brengt deze nieuwe mensheid in verwarring, omdat zij geschapen is om leven voort te brengen, bovenal temidden der hemelingen. Ook bij overheden, volmacht en kracht, die wij tot vrijwillige onderschikking aan de Zoon van God zullen mogen brengen, kunnen wij niet met al de door de NBG gebruikte woorden aankomen of met ons zozeer ingeburgerde woord moeten. Wat God, onze Vader, zelf in ons bewerkt is, dat wij niets liever willen dan ons vrijwillig onderschikken aan wat wij uit Gods geademde woord te weten zijn gekomen. Het wordt een vanzelfsprekendheid, wij gaan vrijwillige onderschikking gewoon leven en het mooiste is nog dat het ons geen enkele moeite kost! Het is als met ademhalen, daar hoef je echt niet over na te denken of je dat moet doen of niet, stel je voor dat iemand steeds maar weer tegen je zegt: Joh, je moet wel ademhalen hoor, anders stik je. God, onze Vader, laat ons niet stikken en Hij dreigt ook niet met moeten, daar zouden wij alleen maar ontzettend zenuwachtig van worden en onszelf een schuldgevoel aanpraten. Wij zullen echter, net als de Joden, nooit kunnen voldoen aan allerlei wetten die met de oude mensheid van doen hebben. Wij zijn een nieuwe mensheid en niets of niemand kan dit ongedaan maken, ook wij zelf niet. De door de NBG vertaalde woorden: behoren, moeten, binden en gebonden maar ook: gevangen zitten, boeien dragen, verbinden, voegen, welverdiend en behoorlijk, komen allemaal van het ene Griekse woord deo, wat binden betekent. Binden of gebonden zijn betekent letterlijk met boeien, kettingen enz., er is sprake van beeldspraak als het gaat over wetten, en in de geest. Colossenzen 4:3-6 is hiervan een mooi voorbeeld, Paulus zegt aan te houden in gebed, opdat God een deur opene voor het woord, niet ons woord zoals de NBG vertaalt, om te spreken van het geheimenis van Christus, ter wille waarvan ik ook gebonden ben (NBG gevangen zit). Dan zal ik het zó openbaren (NBG in het licht stellen), als ik gebonden ben (NBG het behoor) te spreken. Paulus zat inderdaad in de gevangenis toen hij deze brief schreef, dus was hij letterlijk een gebondene, hij was echter zo aan de Christus gebonden in 87

89 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication