89

geestelijke zin, dat hij graag het woord als een aan Christus gebondene wilde openbaren. vers 5 Wandelt in wijsheid naar degenen die buiten zijn toe, ten opzichte van ongelovigen, koopt het juiste tijdstip uit. Je gedragen, wat de NBG hier in plaats van wandelen gebruikt, straalt weer een moeten uit, terwijl het woord wandelen juist niets met moeten te maken heeft, maar een vanzelfsprekendheid is. vers 6 Laat jullie woord altijd in genade zijn, met zout gekruid, en neemt waar hoe jullie, gebondenen (aan Christus), een ieder antwoorden. Als een gebondene neem je waar en luister je en zodra je merkt, dat God mogelijk een deur gaat openen mag je in genade, die je zelf ook onverdiend ontvangen hebt, met zout gekruid die ander antwoorden. De NBG vertaalt vers 6b met: Gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven. Hierbij wil ik opmerken dat het woordje moeten alleen niet in het Grieks voorkomt. Verder gebruikt de NBG nog: behoren, verplicht zijn en was het maar zo, voor het Griekse woord opheilõ, wat verschuldigd zijn betekent. Iemand iets verschuldigd zijn komt bij Paulus voor als het heeft te maken met twee partijen of mensen, die met elkaar verbonden of gebondenen zijn. 2 Corinthiërs 12:14 Kinderen zijn niet verschuldigd voor hun ouders te sparen, maar ouders voor hun kinderen. 2 Thessalonicenzen 1:3 en 2:13 Wij zijn God, de Vader, verschuldigd voor allen te danken, opdat hun geloof toeneme en de liefde tussen hen sterker worde. Romeinen 15:1 Wij zijn verschuldigd de zwakken (in het geloof) op te beuren. Romeinen 13:8 Blijft (NBG zijt) niemand iets verschuldigd dan elkaar lief te hebben. Efeziërs 5:28 Zo zijn ook de mannen verschuldigd hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Bij deze laatste tekst staat in de NBG voor verschuldigd zijn: verplicht zijn. 88

90 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication