91

Verder komen ook de woorden bevelen, eisen en gebieden bij Paulus niet voor. Als je nu nog eens 1 Corinthiërs 15:21-28 leest, dan is het inmiddels wel duidelijk, dat het in dit gedeelte voorkomende woord onderwerpen (6x) wel heel ver af is van de betekenis van het Griekse woord hupo tassõ wat onderschikken betekent. Bovendien geeft dit woord ook nog eens aan dat dit op een vrijwillige basis geschiedt. God, die uiteindelijk Vader zal zijn voor al Zijn schepselen, heeft niets van doen met het begrip onderwerpen wat wij hieronder verstaan, namelijk door middel van dwang. Van ons, die God nu al als Vader hebben leren kennen, verwacht Hij dan ook op geen enkele manier een door Hem afgedwongen onderworpenheid, maar ziet uit naar onze vrijwillige onderschikking, zowel aan Hem, als aan degene, die God in Zijn rangorde boven ons heeft gesteld. God is geen God van wanorde. Daarom schrijft Paulus in Romeinen 13:1-7, dat er geen overheid, Grieks volmacht, is, dan door God gesteld. Hij is dus degene, die allerlei mensen roept tot bepaalde taken in de wereld, bijvoorbeeld een president, daaronder een vice-president, daaronder een secretaris-generaal, een secretaris, chef de bureau, ambtenaar enz. Deze staan allen in dienst van God en zijn ons ten goede! In 1 Corinthiërs 15:20-28 is ook sprake van een bepaalde rangorde, die God heeft gesteld bij de levendmaking, namelijk eerst Zijn Zoon, daarna die van Christus zijn bij Zijn komst, zonen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus, om de Zoon te assisteren temidden der hemelingen om alle heerschappij, volmacht en kracht tot vrijwillige onderschikking te brengen. Ook het volk Israël, dat tot zegenkanaal voor deze aarde is geroepen, wordt in de nabije toekomst boven alle andere volken gesteld. Zo is ook de Satan, tegenstander ook wel duivel, door elkaar werper genoemd, een instrument in Gods hand en door Hem gesteld als de vorst (NBG overste) van de volmacht (NBG macht) van de lucht. De tegenstander is geen zelfstandige macht die van alles zomaar kan doen en laten, doch hij is gebonden aan wat God van hem verlangt, Efeziërs 2:2. Zolang wij hier op aarde zijn, vallen wij ook onder een bepaalde rangorde die door God is ingesteld, zodat alles in ons persoonlijke leven en in de gemeente ordelijk kan verlopen. 90

92 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication