92

Wij zijn in dit verband niet allemaal gelijk, God heeft iedere gelovige een bepaalde mate van geloof gegeven en al naar gelang daarvan geeft God aan een ieder een door Hem bepaalde taak, Romeinen 12:3-8. Wij vormen wel één lichaam, maar ieder lid heeft zoals in het menselijk lichaam een andere functie, een ieder heeft zijn eigen plaats in het geheel. Ondanks het feit dat wij geroepen zijn tot de nieuwe mensheid is het zo, dat er een bepaalde rangorde blijft bestaan, waarvan God, onze Vader, niet vraagt om onszelf daaraan te onderwerpen of dat wij moeten doen wat degene zegt die Hij boven ons heeft gesteld, maar of wij met het oog op onze taak in de toekomst ons vrijwillig willen onderschikken, wat vrede met Hem en met elkaar teweegbrengt. Aan de ene kant behoren wij tot de nieuwe mensheid, waarin geen onderscheid is tussen man of vrouw, slaaf of vrije, Jood of heiden en waarop de wet niet langer van toepassing is zodat niemand, wie dan ook, ons opnieuw wetten kan opleggen die uitgevoerd moeten worden. Aan de andere kant roept God, de Vader, ons via de brieven van Paulus op ons vrijwillig aan de door Hem gestelde rangorde te onderschikken. Bewust geworden van onze roeping is dit een automatisch gevolg, wat door God, de Vader, procesmatig in ons wordt bewerkt. Om duidelijk te maken wat God bedoelt, eerst het volgende: God, de Vader, is het Hoofd van de Christus, Zijn Zoon, 1 Corinthiërs 11:3. De Zoon is het Hoofd van Zijn gemeente, die Zijn lichaam is, Efeziërs 1:22. Wat de Zoon van God gedaan heeft is niet omdat Hij dit moest doen, doch Hij heeft zich in alles op vrijwillige basis onderschikt aan wat Zijn Vader van Hem vroeg. Zodra er maar enige sprake van geweest zou zijn, dat de Zoon zich had moeten onderwerpen, zou dit totaal geen waarde hebben gehad en zou er van verzoening voor de gehele kosmos geen sprake hebben kunnen zijn. Zijn hele wezen straalt een vrijwillige onderschikking aan Zijn Vader uit, die zijn weerga niet kent. Filippenzen 2:5-11. Hij was in de gestalte Gods en Hij ontledigde zichzelf tot de gestalte van een slaaf (NBG dienstknecht). In Zijn uiterlijk als mens vernederde Hij zichzelf. Hij gehoorzaamde, Grieks hup êkoon, onderhoren, wat op vrijwillige basis gebeurde, zelfs tot aan de dood des kruises. 91

93 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication