94

complement, Efeziërs 1:23. Wij, als lichaam van Christus, maken Hem compleet. Wij zijn de nieuwe mensheid die Hij in Zichzelf geschapen heeft en Hij is ons Hoofd, Colossenzen 1:18. De Zoon van God is altijd al Hoofd over alles geweest, omdat door Hem ook alles geschapen is, Colossenzen 1:15-20. Alleen de wereld erkent Hem niet als Hoofd, hoewel dit in de toekomst wel gaat gebeuren, Efeziërs 1:7:10. Indien nu de Zoon van God zichzelf in alles aan de Vader op vrijwillige basis wilde onderschikken en bereid was zichzelf te ontledigen, te vernederen en te gehoorzamen, onderhoren, omdat God niet alleen Zijn Vader was maar ook Zijn Hoofd, hoe zit het dan bij ons afgezien of wij een man of een vrouw zijn? Is er bij ons ook die bereidheid de Zoon van God daadwerkelijk als ons Hoofd te erkennen en ons op vrijwillige basis aan Hem te onderschikken? Zo ja, dan zou dit een enorme omwenteling van onze denkzin betekenen en gaan wij ernaar verlangen om net als de Zoon de wil van de Vader te doen en de gezindheid van de Zoon ook in ons leven tot uitdrukking te brengen. Slechts op deze manier kun je verder met de vrijwillige onderschikking zoals Paulus deze omschrijft. Voor je met de verzen 22-33 gaat starten is het beter eerst te beginnen bij vers 21, waar staat aan elkaar onderschikkend (NBG elkander onderdanig) in de vreze, eerbied, van Christus. Dit verwijst gelijk al naar de bereidheid van zowel de vrouw als de man om zich vrijwillig te onderschikken aan het gezamenlijke Hoofd, de Christus. Dan spitst het zich toe tot wat deze vrijwillige onderschikking inhoudt ten opzichte van de verhouding tussen man en vrouw, ouder en kind, werkgever en werknemer en op andere plaatsen gemeente en gemeenteleden, overheid en zonen, geroepen tot het lichaam van Christus. Als we nu eens bij de man als hoofd van de vrouw beginnen, dan is het zo, dat hij schuldig is, niet verplicht, zijn eigen vrouw lief te hebben als zijn eigen lichaam. Dit begint al goed, hij wordt er gelijk met zijn neus opgedrukt, dat het niet de bedoeling is een andere vrouw lief te hebben dan degene die God hem gegeven heeft. Hiervoor is ook een heel duidelijke reden. De vrouw is een door God aan de man gegeven hulp die zijn aanvulling, complement is, zoals dat ook bij Adam was. Eva was been van Adams beenderen en vlees van Adams vlees en 93

95 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication