96

Een eenheid, die door niets of niemand teniet gedaan kan worden, ook niet door onszelf. Zelfs de Zoon van God kan deze eenheid niet verbreken, hoewel wij als mensen soms het bijltje erbij neergooien en ons niet vrijwillig willen onderschikken aan dat wat Hij van ons vraagt. Ook de man, die zich geroepen weet tot het lichaam van Christus, heeft soms de neiging zijn eigen weg te gaan, verbreekt zijn huwelijk en trouwt een ander. De door God gestelde eenheid die er tussen man en vrouw bestond is verbroken, zie ook wat Jezus hierover zegt in: Matthéüs 19:1-11 vers 3 willekeurige beschuldigingen (NBG allerlei redenen). Allerlei willekeurige beschuldigingen zijn dus geen reden voor een scheiding. vers 4 manlijk, vrouwlijk (NBG man en vrouw) schiep Hij hen. Er wordt door Jezus verwezen naar de eenheid, die Adam in zichzelf was en later, nadat Eva uit hem genomen was als aanvulling/complement en er twee mensen waren, vormden zij samen vanaf het begin dezelfde eenheid als door God bedoeld. vers 5 hechten (NBG aanhangen). Aanhangen is toch wel een slap aftreksel van wat Jezus hier bedoelt, omdat hechten een veel betere verbinding is. Wij weten allemaal wel, dat als de doktoren ons in het ziekenhuis hechten, wij ervan uitgaan, dat het ook gehecht blijft en niet opnieuw losgaat, uiteindelijk wordt het weer één geheel. God hecht mensen aan elkaar om het ook zo te houden. vers 5 en 6 zo zijn ze niet meer twee, maar één vlees. Hiermee geeft Jezus aan dat de eenheid, die Adam en Eva, en in het begin Adam in zichzelf, vormden, weer tot stand is gebracht en nog steeds op ons van toepassing is. vers 6 samen gejukt heeft (NBG samengevoegd heeft). Wij hebben altijd bij het woordje juk een vervelende gedachte, iets wat je onder dwang moet doen. 95

97 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication