noemen of koste wat kost willen verhelpen. In geval van officiële monumenten worden erfgoedwaarden overigens expliciet benoemd en strikt bewaakt door gespecialiseerde instanties, en dienen ingrepen altijd daaraan ondergeschikt te zijn, ongeacht wat de gebruiker zelf wel of niet karakteristiek vindt. Omgekeerd blijkt, wanneer oude gebouwen aan een energielabelaudit worden onderworpen, dat zij in werkelijkheid veel minder energie verbruiken dan ze in theorie volgens de audit zouden moeten doen. Dit kan verklaard worden door het feit dat gebruikers zich vaak al zeer bewust zijn van de energetische mankementen van hun gebouw en daarop hun stookgedrag warmtevraag)? Kan er toevallig geslapen worden aan de natuurlijke koude kant van het gebouw en gewoond aan de warme kant? Hoeven alle ruimtes wel actief verwarmd te kunnen worden, of is alleen comfort-verhoging door isolatie afdoende? Hoeft het dak wel geïsoleerd worden als de zolder eronder verder geen kwaliteitsruimte wordt, is het isoleren van zoldervloer en -luik dan niet al voldoende? Is complex isoleren van de constructie noodzakelijk of vormt het gebouw de juiste context voor luiken, zware gordijnen, tapijten en dergelijke oplossingen van vroeger? “Een initiatief aan mensen opdringen is vaak de beste manier om het vrijwel direct te laten falen.” aanpassen - hetzij vanuit duurzaamheidsprincipes, ofwel vanuit kostenoverwegingen, of allebei. Aangezien oude gebouwen tegenwoordig vaak voor een andere functie worden ingezet dan waarvoor ze oorspronkelijk waren neergezet, of omdat we aan eenzelfde hoofdfunctie wel een andere invulling geven dan voorheen, is ook hierop de gebruikskwestie van toepassing. Verblijven mensen langere tijd in de ruimte (hogere warmtevraag) of bewegen ze erdoorheen (lagere Gebruikers kunnen niet altijd kiezen Beide hiervoor geschetste situaties gaan uit van gebruikers die min of meer bewust voor nieuwbouw of oudbouw hebben gekozen, veelal eigenaargebruikers. In vele gevallen hebben gebruikers echter weinig te kiezen, bijvoorbeeld als medewerker van een bedrijf of, in extremis, als bewoner van sociale woningbouw. Deze gebruikers zijn in aanzienlijke mate afhankelijk van wat de gebouw-eigenaar en/of - beheerder faciliteert en dicteert, en verlangen ‘ter compensatie’ voor dit gebrek aan controle over het algemeen een hogere comfort-standaard van het gebouw - en dus van de eigenaar. Door hun gebruiksgedrag hebben zij echter alsnog flinke invloed op hoe het betreffende gebouw(deel) presteert, alsook op hun eigen en onderlinge welbevinden en prestaties. En ook hier kan een positieve persoonlijke band met het gebouw het verschil maken; eigenaren zijn er dan ook bij gebaat om het opbouwen daarvan door gebruikers met hun gebouw te stimuleren. Hierbij is het essentieel te onthouden dat wat voor de ene gebruiker goed werkt niet hetzelfde hoeft te zijn voor een andere gebruiker, en dat oprechte en geduldige interesse in hun persoonlijke wensen en ervaringen de beste inzichten en kansen biedt. Want ieder mens heeft graag het gevoel de controle over zijn leven, doen en laten te hebben, de vrije wil om daarover te beslissen - hoe klein ook. Een initiatief aan mensen opdringen is vaak de beste manier om het vrijwel direct te laten falen, terwijl proberen het verband te vinden tussen ieders belangen juist tot een natuurlijke voortgang en zelfs versnelling kan leiden. Daarbij zijn wij mensen van nature ook conservatief: vaak verkiezen we de zekerheid van wat we nu hebben en kennen, boven de onzekerheid van wat we later krijgen, zelfs als we alle reden hebben om te denken dat de toekomst een verbetering gaat zijn ten opzichte van het heden. Maak zaken daarom tastbaar, behapbaar, makkelijk en relevant voor de gebruikers. Leg ook de ogenschijnlijk kleine praktische problemen van tijdelijke aard niet zomaar bij hen neer en laat zien hoe hun dagelijkse leven vooral niet moeilijker wordt door de te plegen ingreep. Dit kan een erg belangrijke rol spelen bij het creëren van draagvlak voor 58 Bouwen in het Oosten
59 Online Touch Home