Hoofdstuk 16. Nut of Geluk ? Gnosis verzadigd meer dan vlug plezier. Gnosis gaat veel verder dan geluk. Soms voel je je misschien ongelukkig, maar dat kan weer onderdeel zijn van de gnosis die veel dieper leidt, tot iets groters dan geluk, iets wat dieper verzadigd. Je kan je zelfs op sommige momenten diep ongelukkig voelen en wanhopig, maar tegelijkertijd in de extase van de gnosis zijn, omdat je voelt dat het een onderdeel is van iets veel groters, een onderdeel van jezelf. Geluk is veelal overschat, en de gnosis onderschat. Er is iets dat veel verder gaat dan zomaar geluk. Het kan soms het geluk aan diggelen slaan, en toch is er iets diepers wat je op de been houdt, een verhaal. Dat is wanneer je het nut van alles gaat inzien. Nut is iets veel groters dan geluk. Door nut kun je van alles gebruik maken. Nut is dan wel een Nederlands woord, maar het is oorspronkelijk Egyptisch. Ra maakte elke nacht een tocht door de onderwereld, zijn moeder Nut. Als er geen geluk is is er nog geen man overboord, maar als er geen nut is dan is alles verloren. De massa's hebben vals, tijdelijk geluk, maar de eenling heeft waar nut. De eenling wijkt niet af van het eenzame pad van nut, ook al ziet hij het soms niet en gaat hij door wat in de gnosis de naradox word genoemd, de schijnbare nutteloosheid. De eenling moet goed zijn meters in de gaten houden in de demonologie. Er moet genoeg stilte zijn in zijn stilte meter, en genoeg zelfreflectie in zijn zelfreflectie meter, anders zouden de massa's hem kunnen grijpen. Telkens weer moet hij deze meters opladen, en moet hij leren luisteren naar de alarmen en tijdsignalen van deze meters. En zo ging ook Kaïn tot Nut, oftewel het land Nod, Nud, Nuwd. In de grondtekst was hij verbonden aan Ra. Ook Kaïn was een eenling, en de westerse vertaling van dit verhaal was veel te eenzijdig, en ging totaal voorbij aan de diepere symboliek. In de grondtekst krijgt dit verhaal weer nut. De mens moet dus kiezen tussen nut en oppervlakkig geluk. Zij die voor nut gekozen hebben hebben een heilige vreze tegen oppervlakkig geluk. Het is voor hen helemaal geen geluk, maar een pijn die niet te dragen is en die ook niet meer nuttig is. Het is de pijn van de afvalligheid die leidt tot de totale vernietiging. Afvalligen voelen die pijn niet, omdat ze bedrogen worden. De nuttigen hebben dus een bepaalde gevoeligheid, een goed alarm. Voor hen is het niet zoet, maar een vergif wat ze moeten ontwijken. Hoofdstuk 17. Overeenkomsten en verschillen tussen de stoïcijn en de christen Moet de ander om je heen veranderen, of moet je zelf veranderen ? Je kunt geen ijzer met handen
992 Online Touch Home