167

Hoofdstuk 23. bespreking zondag 21-25 van de catechismus "Verwacht geen definitie van mij ... Niets zou onredelijker zijn. Om mezelf te definiëren zou zijn mezelf grenzen geven, en mijn kracht kent niemand." Zondag 21 : Door het zoonschap zijn wij uitverkorenen en ontvangen wij de geestelijke gaven om ten dienst gesteld te worden tot anderen. Dit zoonschap kenmerkt zich door afzondering. Deze zondag pleit dus ook voor de geestelijke gaven. Zondag 22 gaat over het kenmerkende van profetie : dat wat geen oog heeft gezien en wat in geen hart is opgekomen. D.w.z. als wij de boodschap verkondigen, dan moet deze boodschap uniek zijn, en niet een boodschap van kudde mentaliteit. Profetie is altijd creatief. Zondag 22 gaat over de uniekheid en diversiteit van de mens. We mogen ons afvragen : bezit onze boodschap zout of is het zouteloos ? Prediken wij om het vlees te behagen, mensen naar de mond te praten, om te bevestigen wat algemeen aanvaard wordt, of prediken we een hemels leven wat gekeerd is tegen het aardse leven om zo scheuring te brengen in de gemeente. Want die moet er volgens Jezus wel zijn. Jezus kwam niet om vrede te brengen, maar scheuring, het vleselijke moest namelijk van het geestelijke gescheiden worden. Per definitie zijn wij daarom pioniers. Wij gaan soms net als Jezus met de zweep door de kerk. Heilige huisjes moeten soms omver getrapt worden. Dankbaar volgen wij hierin de natuurschone Zondag 22. Wat een prachtige natuurvrouw is dit, die zich niet heeft bevuild met de gifgassen van de samenleving, maar bekleed is met het natuurvuil wat ontsmettend is. Kunnen wij deze natuur energie zien en met haar communiceren ? Zij is een energie van de natuur. Zondag 23 gaat over de innerlijke verdeeldheid van de mens, over hoe ingewikkeld de mens in elkaar zit, en over hoe er van diverse kanten aan de mens getrokken wordt. Kunnen wij even stil worden om naar die energie botsingen te kijken ? Het is de innerlijke chaos van de mens, waar uiteindelijk een nieuwe schepping uit voortkomt. Deze laat zich niet afdwingen, maar gebeurt op het juiste daarvoor aangestelde tijdstip. De mens verzint fabels om aan de restricties van de natuur te kunnen ontkomen. Dat zien we ook wel weer in Zondag 23. De mens heeft een grote worsteling te voeren met Zondag 23. Zij is dan ook de worsteling. Smijtegeld, gereformeerd predikant (1665-1739) stelt over deze zondag : 'Wij lezen Filipp. 2: 12. Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven. Het is een groot woord, een groot werk, en een grote last, die ons elk van God bevolen wordt, om dien, in de naam van God, uit te voeren.' Er moet dus wel degelijk gewerkt worden, ook al is dit werk alleen in en door God. De werken van het vlees moeten uitgeschakeld worden door de geestelijke werken. Smijtegeld stelt dat het geen vergeefs werk is. Hij stelt : 'De goedheid Gods lijdt het niet, dat iemand aan dat werk zijn hand zou slaan, of Hij zal 't hem duizendvoudig vergelden. Zo dan, mijn geliefde broeders! zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere, 1 Cor. 15: 58.' Daarna stelt hij : 'Daar is loon naar werk, Jer. 31: 16. Uw arbeid zal niet ijdel wezen. 1 Cor. 15: 58.' Dit werk is allereerst een werk van toetsen, het zogenaamde worstelen met God op Pniël, zoals Jakob deed. Dat is waar zondag 23 voor staat. Zij is een twistzoekende vrouw. Zij roept de mens op tot werk, een heel vies woord voor de gedeformeerde kerk. Geen vleselijk werk, maar geestelijk

168 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication