179

kruisologie en de demonologie, oftewel door de lijdsens opname en de strijdens opname. Ook deze twee diepere opnames zijn dus belangrijk voor de beveiliging van geestelijke studie en geestelijk werk. Inventariseer deze dingen, en krijg overzicht over deze dingen. Ga het vatten. Ook Ursinus (1534-1583) stelde dat het avondmaal verbonden was aan de engel des doods, de engel van het oordeel : 'Het woord Pascha is afkomstig van het Hebreeuwse woord Pesach, dat een doorgang betekent, welk woord weer ontstaan is uit „Pasach”, dat door- of voorbijgang of overspringen betekent. Dit slaat op de doortocht van de Engel, welke, ziende het bloed des Lams aan de deuren der Joden, is door- of voorbijgegaan en hun eerstgeborenen spaarde, toen hij alle anderen in Egypte ombracht.' Dit is dus niet het letterlijke bloed van een lam, of het letterlijke bloed van Jezus, maar het bloed van het vlees wat gekruisigd moet worden, figuurlijk gezien. Als je je vlees en haar begeertes en wil, en al haar valse kennis, niet hebt gekruisigd, en dat bloed is dus niet aan je voorhangsel, dan zal deze engel des doods dus de eerstelingen van al je vleselijke vruchten moeten slaan en afnemen. Lieve help, mensen, hebben wij in de gaten wat dat voor een bediening is ? Wie zijn die engelen des doods, en hoe gaat dat in zijn werk ? Daarover gaat de demonologie. Zonder deze bediening is er geen exodus, dus geen opname. Vermeer noemt het letterlijk eten van het vlees van Jezus zoals dat gebeurd in de paapse mis een duivelse baring van de meest gruwelijke monsters. We kunnen stellen dat het eten van letterlijk vlees nog steeds iets is van de paapse mis, als iets van de psychopathische, gedeformeerde kerk. Het is een duivelse cultus en secte. Men brengt niets anders dan duivelsoffers. Een mens die hier geen traan over kan laten vallen is nog steeds bezeten door deze geest. Zo'n mens moet eerst tot een diepe verbrokenheid komen. Zo'n mens moet eerst boetvaardig worden, want alle nederigheid is alreeds vertrokken en is slechts vals. Men buigt voor de afgod, telkens weer. Oh, wat zijn we allemaal weer nederig en vergevingsgezind en liefdevol en genadig. Ja, tot de duivel. Zondag 30, de wilde moeder, komt tegen dit soort praktijken met haar gesel. Oh ja, ze wilden haar een heks noemen met een bezemsteel, omdat ze zwaar aan de hormonale drugs zijn, wat letterlijk vlees is. Ze zijn dement geworden door de vele onzichtbare parasieten die in het vlees krioelen. Ze eten gewoon uit een kommetje met maden. Maar zondag 30 is de engel des doods. Het vlees moet sterven, en de ziel wordt opgenomen tot God. Het is de immunologie van de exodus, zij die de exodus op gang heeft gebracht. Zonder haar konden de Israelieten niet de zee overtrekken. Mozes had wat dat aangaat slechts een bijbaantje in vergelijking met het werk van deze engel. Deze engel deed het echte werk, en rekende af met de wortel, de eerstelingen, van de vijand, van het vlees. Vermeer stelt : 'Wij lezen (Jer. 17:5): 'Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, die vlees tot zijn arm stelt en wiens hart van de Heere afwijkt.' Vermeer hamerde daarom op het zelf-onderzoek, zoals Noach hamerde aan zijn ark omdat de zondvloed komende was. Horen wij het kloppen van deze hamer, mensen ? Deze strijd is allereerst in onszelf. Wij moeten eerst in onszelf deze dingen onderscheiden, in het onderwijs, en daarna kunnen we pas naar anderen kijken. Draaien wij dit om, dan gaan we met pensioen. Dan zijn we als oude opa's met de luie stok die op iedereen wel wat hebben aan te merken, maar zelf niet veranderen, en geen daadwerkelijk en substantieel onderwijs aandienen. Allerlei dingen uitkramen is heel eenvoudig, maar kun je het ook intellectueel onderbouwen, en kan het de toets doorstaan ? Zondag 30 toetst de harten. Is er wetenschappelijk bewijs voor je uitspraken, of zeg je maar wat ? Is het slechts je dogma ? Zondag 30 toetst. Zij laat met haar ogen niet los wat zij heeft gezien. Zij vergeet niet, en vergeeft ook niet zomaar. Het is geen moeder waarbij we met grote misdaden en grove leugens zomaar ermee wegkomen door één of ander dom versje op te zeggen wat we ergens hebben geleerd. 'Ja, dank u voor uw vergeving.' 'Welke vergeving ?' zou zij vragen. Wat heb je er zelf aan gedaan ?

180 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication