254

Dat is weer het hele balk en splinter verhaal. Als de woede buiten jezelf omgaat dan is dat een illegale woede. Het oordeel begint namelijk altijd bij God's huis, oftewel bij God zelf. Eerst verscheurt God zichzelf, en dan trekt die verscheuring als een aardbeving door al het andere heen. 6 Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg. Koning gaat over de prioriteiten, de fundamenten, de voorwaarden. Hier moet je aan voldoen, anders kom je niet verder en zou alles instorten. Maar de aardse mens vereert letterlijke koningen. Samuel sprak altijd al tot het volk : Kies je voor koningen of voor profeten ? Dat waren hele diepe uitspraken. Hij bedoelde hiermee te vragen : Kies je voor het geestelijke, het genuanceerde, of voor het vleselijke, het kortzichtige ? 7 Ik wil gewagen van het besluit des Heren: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt. Dit gaat over de weelderige natuur van Israel, niet het klinische, steriele christendom wat ze er later van maakten in de gedeformeerde kerk en de psychiatrie, want dat waren juist vervolgings-organen, inquisitie bureau's, tegen de wijsheden van Israel. Aan welke kant staan wij eigenlijk ? Zijn wij van het verzet, of volgen wij nog steeds mensenvlees. De mens heeft zich als een god opgesteld in God's tempel. Zijn wij nog wel kinderen van God in deze dingen, of zijn wij kinderen geworden van de duivel die hiervoor hun ogen hebben gesloten ? 8 Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit. Een ware zoon is een student, en die zal door blijven vragen om zijn studie tot voltooiing te brengen en niet voortijdig met pensioen gaan of verlof. Volkeren innemen betekent studeren, verdiepen. 9 Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk. Jozef de dromer in de put is een beeld van de verdieping. Uiteindelijk werd hij zo onderkoning van Egypte, van een vreemd volk, en begonnen zijn dromen uit te komen, hem nieuw leven te geven. Hij had in zijn grote honger een groot gat gevonden met verborgen rijkdommen die eertijds altijd van hem werden afgehouden. 10 Nu dan, gij koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde. Wij kunnen alleen een staatsgreep doen door studie. De strijd is niet vleselijk, maar geestelijk. Wij moeten zelf tot de prioriteiten komen, zelf de voorwaarden onder ogen komen, de prijs die betaald moet worden. Deze staatsgreep vindt plaats in onszelf wanneer het vleselijke niet meer op de troon zit in ons leven, maar het geestelijke. De koning, de richter, is de nuance, en zij is kostbaarder dan het zuiverste goud. 11 Dient de Here met vreze en verheugt u met beving. De heilige vreze is het begin en ook het hoofd van de kennis, in de oude talen. Tegelijkertijd is dit dus ook een verheuging, want de mens komt zo los van het vleselijke. De vreze scheidt namelijk het

255 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication