260

systemen zoals de gedeformeerden en de psychiatrie, en hun slachtoffers te helpen. Nog steeds worden kinderzielen dag en nacht door deze systemen gemarteld, en hen wacht zelfs de eeuwige marteling waarmee ze bedreigd worden, en wat een grote leugen is waar het volgende vers over gaat. 7 Gij richt te gronde de leugensprekers, de Here verafschuwt de man van bloed en bedrog. Weer heeft dit niks te maken met letterlijke, orthodoxe, extremistische verwoesting. Het kwaad zal niet vergolden worden door kwaad, maar het zal gaan door de exegese, de verdieping, wat zal gebeuren door eenvoudige studenten. 8 Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij nederbuigen naar uw heilige tempel in vreze voor U. Dit betekent gaande tot het internaat, het wonen, oftewel voor altijd verblijven, in je studie. 9 Here, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht. Het kan niet zo zijn dat een mens altijd maar moet lijden, maar de mens mag hierdoor ook geleid worden : lijden en geleid worden. Ook Jezus leerde de gehoorzaamheid, het pad, door het lijden, want het lijden is ervoor om de grenzen te laten zien, waarbinnen zich een visioen ontvouwd. Door het kruis wordt dus het oog verscherpt, oftewel het profetische zicht. 10 Want in hun mond is niets betrouwbaar, hun binnenste is enkel verderf, hun keel is een open graf, zij maken hun tong glad. Waarom kan een mens niet gewoon zien, zomaar per direct ? Eerst moet het valse oog sterven, het oog van het vlees. Eerst moet de mens een confrontatie aangaan met de leugen alvorens de waarheid te zien. 11 Doe hen boeten, o God, laat hen vallen door hun eigen overleggingen, verstoot hen om hun vele overtredingen; want zij zijn wederspannig tegen U. Dit is een gebed om inzicht. Zij bewaken de schat. Zij hebben iets geroofd, en het is een gebed om de geestelijke kaart. Pas dan zullen zij vallen. Je kunt niet zomaar door muren heenbreken, maar je moet het pad zien te vinden. Ware strijders zijn padvinders. 12 Maar verheugen zullen zich allen die bij U schuilen, altoos zullen zij jubelen, daar Gij hen beschermt, en in U zullen juichen wie uw naam liefhebben. Alleen in inzicht kan de mens schuilen, in school, in het zoeken van het pad. Al het andere is slechts tijdelijk, en zal instorten uiteindelijk.

261 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication