30

Hoofdstuk 13. het machiavelli enigma De koude oorlog liep van 1945 tot 1991 als de gewapende vrede tussen het kapitalisme en communisme. De schrijver George Orwell gebruikte de term al in 1945 en hij waarschuwde tegen de komst van twee of drie grote superstaten (In het tijdschrift 'de tribune', in zijn artikels 'as I please'), en dat deze staten gevormd zouden worden op het al aanwezige massale platform van algehele berusting, het zonder protest accepteren ervan. Hij wijst terug op het boek 'de bestuurlijke revolutie' van James Burnham (the managerial revolution, 1941) over de komst van deze superstaten. Orwell beschrijft dit boek in het kort, dat zowel het kapitalisme als het communisme niet zal heersen, maar dat er grote superstaten zullen komen die bestuurd worden door managers. Er zal dus geen ware democratie zijn. Dat is slechts schijn, want de managers zijn de poppenspelers die de touwtjes in de handen hebben. Maar deze superstaten zullen elkaar niet overwinnen, en zullen vechten om gebieden, territorium, terwijl de samenlevingen hierarchisch zullen zijn. Piramide schema's dus. Hij beschrijft daarmee direct het volgende boek van Burnham genaamd : de machiavellianen : verdedigers van de vrijheid. Het machiavellisme stelt dat alles is toegestaan om macht te krijgen en te behouden. De piramide zou dus machiavelliaans zijn, oligarchisch, oftewel in de handen van weinigen, op basis van erfelijkheid, status, of vermogen. De macht van de oligarchie berust dus op dwang en fraude. Het boek stelt dat het allemaal slechts een machtstrijd is, maar dat men hiervoor maskers gebruikt. Het zijn allemaal ambities van een bepaalde klasse, ook al kunnen er soms 'goede' motieven zijn, en ook al is men zich soms niet van bewust wat er daadwerkelijk gaande is. Ook dit boek beschrijft Orwell dus in het kort. Het komt er op neer dat partijen worden besproken die machtszoekers zijn en daarvoor de hoop van de massa's gebruiken om een bevoorrechte positie te winnen voor zichzelf. Orwell waarschuwt als intellectueel tegen het aanbidden van macht, van power, want het verstoort politieke beoordeling, omdat het leidt naar een geloof dat tijdelijke trends voor altijd zullen bestaan. Orwell wil van de politiek een kunst maken, door schrijversschap. Hij waarschuwt dat er vele gevaren op de loer liggen in de politiek, waarover hij ook zijn boek '1984' heeft geschreven (1949). Het boek gaat over gedachten-politie, totalitarisme, waar ook de stelling 'big brother is watching you' vandaan komt, want big brother was de leider van de dystopische superstaat Oceanië in het boek. Het is in het boek een superstaat van voornamelijk Amerika, Engeland, Australië en het zuidelijke Afrika onder de Congo rivier tezamen. De rest van de wereld is dus omsingeld door deze superstaat. Daarnaast zijn er nog de superstaten Eurasia en Eastasia. Eurasia is Europa en Rusland, en Eastasia is China en Japan. Grote broer is de topmacht van Oceanië, het masker van de Partij. Er mag niet zelf gedacht worden, want dat is ketterij. Iedereen moet zoals de partij denken, en er mag geen verzet daartegen zijn, want dan ben je krankzinnig. Totale gelijkvormigheid, eenvormigheid en goedgelovigheid wordt gepredikt. Alles wat de Partij zegt moet geslikt worden. Daar is de denkpolitie voor. De denk politie bestrijdt de denk misdaad. James Burnham stelt dat Machiavelli (1469-1527) van de politiek een wetenschap maakte, en daarom was hij ook een grondlegger van de politieke wetenschap. Er moest een bepaald mechanisme voor komen. De vos moest er zijn om valstrikken te herkennen, en de leeuw moest er zijn om de wolven te verjagen. Machiavelli stelde dat als er vrede was, dan was dat een gelegenheid om over de oorlog te leren, en alles draaide om oorlog. De mens moest het goede kennen om het goede te doen, en de mens moest het kwaad kennen om het kwaad niet te doen, te vermijden. Hiervoor had de mens dus de vos en de leeuw nodig, wat later ook door Napoleon werd gepredikt. De mens kon niet alleen maar vos zijn of alleen maar leeuw. Volgens Machiavelli moest een mens niet alles van God verwachten, maar zelf deze principes leren, want God had de mens een vrije wil

31 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication