342

"Houdt stevig vast, hetgeen Wij u gegeven hebben en luistert," zeiden zij: "Wij horen, maar wij gehoorzamen niet"; hun hart was vervuld van het kalf. 99. En Wij hebben u voorzeker duidelijke tekenen gegeven en niemand, dan de overtreders, verwerpt ze. 101. En nu er een boodschapper van Allah tot hen is gekomen, vervullend wat zij reeds bezaten, heeft een gedeelte der mensen van het Boek, Allah's Boek achter zich geworpen, alsof zij het niet kenden. 105. Zij die niet geloven onder de mensen van het Boek, en de afgodendienaren, gunnen niet, dat iets goeds tot u nedergezonden wordt van uw Heer; maar Allah kiest voor Zijn barmhartigheid, wie Hij wil en Allah is de Heer van grote genade. 208. O komt in volledige overgave en volgt de voetstappen van de duivel niet; hij is voorzeker uw verklaarde vijand. Het is absolute noodzaak dat de mens tot volkomenheid komt, tot het mysterie van de slang. 212. Het leven dezer wereld is voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt en zij bespotten de gelovigen. Maar de godvrezenden zullen boven hen verheven zijn op de dag der opstanding: Allah schenkt Zijn gaven overvloedig aan wie Hij wil. 213. Allah leidt naar het rechte pad, wie Hij wil. 214. Denkt gij dat gij de Hemel zult binnengaan, terwijl cle toestand dergenen, die vóór u gingen, nog niet over u is gekomen? Armoede en tegenslagen kwamen over hen en zij werden hevig geschokt, totdat de boodschapper en de gelovigen met hem zeiden: "Wanneer komt Allah's hulp?" Ja, voorzeker, de hulp van Allah is nabij. 216. Vechten (geestelijke oorlogsvoering, demonologie, exegese) is u geboden ofschoon gij er afkerig van zijt; maar het kan zijn, dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is en het kan zijn, dat u iets behaagt terwijl het slecht voor u is. Allah weet het en gij weet het niet. 223. Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah en weet, dat gij Hem zult ontmoeten en geef goede tijdingen aan de gelovigen. 256. Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend. In dit opzicht is de tweede psalm van de Vur interessant, wat gaat over een indianenvolk die een paal met een varkenskop of runderkop erop aanbaden. Zij aanbaden dus geen gouden kalf, maar het kruis, of de paal, waaraan het vlees was afgestorven. De mens is vol met de vleselijke werken, en daarom stelt de tweede psalm van de bakroe van de bilha dat de mens moet terugkeren tot de heilige slaap van het paradijs, voorgesteld als een moederborst. Van deze melk moet de mens drinken om los te komen van het gouden kalf syndroom. Dit is een oorlog tegen een wilde stier. Deze barkroe psalm stelt dat de vrouw het wapen is. Vers 13 stelt :

343 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication