499

de stam aan de rivier van het verdrinkingsoffer, waar ook het Mozes verhaal op gebaseerd is. De Amduat is ook wel genoemd het boek van de verborgen kamer. Er zijn verschillende boeken in de Koran die hierop doorweven (boek 11, 22, 57, Hd, Ht). Boek 27 is de Name-L of in het voortijds de Name-Halal, wat de kennis (name) van de honger (halal) betekent, en waarvoor in het Arabisch het beeld van de mieren wordt gebruikt. Mieren zijn matriarchische wezens. Zij volgen allemaal de koningin, en zij zijn ijverig, industrieel. Als het boek vermeld dat het om het onderhouden van het gebed gaat en de armenbelasting, en het gericht zijn op het hiernamaals, dan is het hiernamaals een beeld van voortgaande openbaring, oftewel een doorsprekende God, wat dus niet het geval is in de oude westerse orthodoxe kerk. Daarom moeten wij ook afscheid van hen nemen, want zij hebben geen hiernamaals. Dat willen ze niet. Ze leven in het vlees. Natuurlijk hebben ze hun eigen hemel, maar dat is gewoon hun vlees. Het geeft hen een vals eeuwigheids-gevoel. Deze mensen gaan echt niet eeuwig branden in de hel, maar zullen op een bepaald moment gewoon ophouden te bestaan, want dan is de koek op, is de kaars uitgebrand. Alleen het geestelijke is het hiernamaals, en het geestelijke is het progressieve. Van degenen die niet gericht zijn op het hiernamaals wordt gezegd in vers 4 : Wij doen hun daden hen fraai voorkomen, maar zij dwalen blindelings verder. Zij hebben dus een sluier voor hun ogen, opdat zij niet zullen zien, opdat zij niet verder God's werk kapot kunnen maken. God verdwaasd hen. Ze worden dus afgeleid, en dat is maar goed ook. Ik werd opgenomen in de islamitische hemel, en ik ging door allerlei lagen van mijn kinderjaren heen, wat ze in de loop van de tijd allemaal van mij gestolen hadden. Dan wordt er gezegd in vers 6 dat de mens gericht moet zijn op de wijsheid. Dat is ook wat islamiet betekent, van de slm wortel van Salomo : 'niet voor rijkdom kiezen, maar voor de wijsheid.' Dit loopt helemaal terug tot het jongetje Islam in de voortijd, waar het verhaal van Salomo op gebaseerd is. De islam is dus ook weer veel oudere kennis van de voortijd die toen weer terugkwam, en de christenen hebben het niet herkend, maar wel de christosofen. Ook Koran was een jongetje in de voortijd. Het hiernamaals is dus niet voor later, maar voor nu. Het is het geestelijk leven, het profetisch leven, demonosofisch, als een opgenomene. Het leven om ons heen is horror, maar je moet er naar leren kijken als naar een bloed orakel. Het geeft verborgen boodschappen door dus. Dit is het Hat, Hati of Hiti orakel van Babylon. Dit was ook de reden waarom Irak in de Bilha naar Babylon werd ontvoerd. Het gaat niet om wel of niet aanvaard te worden in de hemel later, want het gaat om het nu hemels leven, niet dat je het gaat uitstellen naar later als een soort van loterij. Nu gaat de roep uit. Nu moet de mens kiezen. Het westerse christendom bedriegt mensen dat er later bepaalt wordt of ze de hemel wel of niet inkunnen, zodat ze vandaag de dag lekker kunnen aanrotzooien, omdat ze immers in Jezus geloven. Je kunt niet je hele leven in het vlees leven en dan verwachten dat je als bij toverslag later wel in de hemel komt. Dan is je kaars al opgebrand. Je moet nu aan jezelf werken, je behoudenis bewerken met vreze en beven, want de mensheid is ingenomen door de vijand. En dit is een heel arm en zielig christendom wat ze in het westen prediken, terwijl ze vleselijk gezien zo rijk zijn. We moeten terugkeren tot het oorspronkelijke geestelijk rijke christendom van het middenoosten. Een klasgenootje had eens een gedicht voor mij gemaakt met sinterklaas op de lagere school, want hij had mijn lootje getrokken, en er stond zoiets als : 'Sinterklaas zijn naam is fijn, hier is voor jou wat marsepein, maar het is niet voor kinderen die arm zijn.' Het eindigde met : 'maar kinderen die arm zijn, krijgen geen marsepein.' Ik was er als kind niet overstuur van, maar het kwam bij mij wel heel zuur over, en ik had medelijden met de arme kinderen. Het jongetje was een echte belhamel vaak, maar toch ook met een heel goed hart. We hadden een soort van haat-liefde vriendschap, soms vochten we ook, en we nodigden elkaar niet uit op feestjes. En na ruzies waren we weer in een soort van koude oorlog waarin we toch toenadering naar elkaar probeerden te zoeken op een hele zakelijke manier, zoals samen langs de winkels gaan om een baantje te zoeken. Maar ik heb altijd over dat zinnetje lopen denken : 'maar kinderen die arm zijn krijgen geen

500 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication