555

ontkomen. Dit offer moet er wel zijn. Calvijn zegt dat God het neerslaan van de goddelozen vergelijkt met een offer. Deze slachting is een welriekend offer, omdat het de heerlijkheid van God laat zien. Dit is dus duidelijk de slachting van het vlees, van de zonde. Maar hiertoe is voorbereiding geweest, oftewel barmhartigheid. Calvijn zegt dat de profeet dit op onaangename wijze moest brengen, opdat het de harten van de volken zwaarder zou treffen. Het oordeel van God moest erkend worden, en dit kon alleen maar als ze in zouden zien dat de wreedheid in deze dingen het priesterschap tot God was, oftewel de ware tentendienst, want alleen door wreedheid zou het vlees onderworpen kunnen worden, zowel door barmhartigheid als wreedheid. Barmhartigheid wordt in balans gehouden door de noodzaak van het hemelse wrede oordeel die uiteindelijk het vlees uitroeid. Er is geen barmhartigheid zonder roede en er is geen barmhartigheid zonder het uiteindelijke slachtmes. De zonde mag niet blijven bestaan. Het kaf zal van het koren gescheiden worden. Vandaar dat er een hemelse wreedheid is, maar die moet dus getemperd worden door hemelse barmhartigheid, anders is het slechts vleselijke wreedheid, waarover trouwens ook het oordeel van God komt. Calvijn zegt dat het oordeel niet voor niets werd aangekondigd, maar dat er rechtmatige oorzaken voor waren. Calvijn noemt het einde van het vlees de slachtbank. De goddelozen, oftewel het goddeloze vlees, zoekt uitvluchten, zegt Calvijn. De bijgelovige, of het bijgelovige vlees, plegen zichzelf te verbergen onder een bedekking van onwetendheid. Calvijn zegt dat het altijd hetzelfde liedje is. De mens wil niet tot de hemelse onderrichting komen, wil dus God niet dienen, en maakt zichzelf daarom een schijn van godsdienst, ook omdat de mens zich voor andere mensen anders zou schamen. Daarom denkt de mens vele ceremoniën uit, en vele vrome feesten, om andere mensen maar te laten denken dat ze zo normaal zijn, alsof het daarom te doen is in het leven. Maar hiermee bevredigen ze hun vlees bigtime. Maar al deze vleselijke, menselijke ceremoniën staan tussen God en mens in, oftewel tussen de mens en de hemelse onderrichting. Calvijn zegt dat de mens al zo diep afgedaald is dat ze de leugen bedekken met God's naam. Ze zweren vals met de naam van God en kunnen zo God veranderen in wat ze willen. De ware eigenschap van God is echter het verborgene te kennen en bloot te leggen en de waarheid te openbaren, zegt Calvijn. Er wordt dus gestreden om de definitie van God tussen het vleselijke en het geestelijke. Het vleselijke wat niks met God te maken wil hebben, heeft de naam van God echter wel nodig om zichzelf achter te verschuilen en om zo alles te kunnen verdraaien wat het geestelijke zegt. 'De gehele wereld moet erkennen dat Ik de ware God ben, en zoals elke knie voor Mij moet buigen, zo moet men zich ook onderwerpen aan mijn oordeel, over het vlees.' Dan gaan de afvalligen nog zo ver om een vals oordeel op te zetten totaal zonder barmhartigheid wat een kenmerk is van elk waar oordeel, en totaal zonder enig geduld. Nooit hebben ze geleerd stil te zijn voor God en Calvijn vertaald het stil zijn als het jezelf onderwerpen aan God. Laten we onthouden dat God voor Calvijn de hemelse wetenschap en de hemelse kennis is, een hemelse scholing, en niet zomaar een persoon op zichzelf. Calvijn verafschuwt het dat de mens zomaar te pas en te onpas het woord God in de mond neemt, dus weet goed waar je het over hebt als je het over God hebt, en bedrieg geen anderen ermee. Verschuil jezelf er niet achter met je vlees. God is geen stel regels, maar een diepgaande leer die het verborgene blootlegt en de dieptes van de dingen openbaart. Het vlees zal dit nooit kunnen zien en nooit willen zien, want dat zou de ondergang van het vlees betekenen. We kunnen dus afwachten wat de natuur gaat doen. De natuur is barmhartig tot het vlees, maar leidt het vlees ook tot de ontbloting. Het vlees heeft bij het noemen van de naam God een excuus, denkt het vlees, en laat hierbij het onderwijs achterwege. Was het maar zo simpel, want het vlees heeft ook om zich in te dekken een eigen onderwijs systeem opgericht, wars van alle demonologie. Calvijn zegt dat het vlees enorm bijgelovig is. Dit bijgeloof is in hun eigen systemen en verzinsels waarmee ze anderen onderdrukken. Kijk hoe de woeste varkens van het vlees anderen aanvallen. Calvijn zegt : De mens moet bescheiden en nuchter zijn in zijn oordeel, en belijden dat de oordelen van God een diepe afgrond zijn. Het oordeel van het vlees zal altijd onbestendig en oppervlakkig

556 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication