845

7. En ik droom, het is alles wat ik heb, En iedereen draait maar in cirkels, Slechts ijdelheid in de wind. 8. Ze zijn aangestoken door een vreemd vuur, Waarmee ze hun ijskoude, onverschillige harten bedekken, Ik heb liever een koud lichaam dan een koud hart, En het vreemde vuur liegt tot hen, Slechts ijdelheid in de wind. 9. Nu ben ik in het woud, Mijn lichaam bedekt met mos en aarde, En dieren verwarmen en verzoeten mijn lichaam. Ook al is alles weg als ik ontwaak. 10. Waar de rover loert, Zij verscheurden mij, Opdat ik niet meer terugkon naar het vreemde vuur, Deze roofdieren ben ik beter gaan kennen. 11. Waarom sterft het geluid in de nacht, Waarom leidt kou mij altijd weg, De rijkdom is maar tijdelijk, Het ebt altijd weg na de slag. 12. Armoe is een eeuwige vriend, Het liegt niet, bedriegt niet, Verdeelt alles eerlijk, Brengt een boodschap sterk genoeg, om tot de overkant te komen. 13. Honger is eerlijk, Een honing zo rijk, om nog waarlijk te kunnen dromen. 14. Ik heb geleerd dat de honger voedt, als een ware moeder, het voedsel van het hart 15. De rijken hebben stenen harten, als tijdbommen, wachtende … 16. De rijken zijn hun eigen prooi … Beesten … die zichzelf verslinden …

846 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication