863

Neem me mee op het schip, maar als het schip erger is dan het water, laat me dan maar in de golven zinken, de hemelse zondvloed mij opnemen … Neem mij mee naar een eiland, maar als het eiland erger is dan de zee, laat mij dan maar wegzinken in de golven … of ben ik hier voor een reden ? De nachten zijn meestal het ergst, en dan komt de morgen als een hemelse zondvloed … Maar wat als de morgen erger is dan de nacht ? Laat mij dan maar in de nacht zijn, of ben ik hier voor een reden … hoofdstuk 38 vluchten kan niet meer Het is aan te raden je niet altijd met de mensen bezig te houden, maar met de surreële realiteit. De mensen om je heen zijn reflecties van de kennis van zwak tot sterk, van slecht tot goed tot best. Het zijn verschillende gradaties die het hele palet laten zien, als een trappenstelsel, maar je moet het binnenin je vinden. Sommige mensen laten zien hoe je niet moet zijn, en weer anderen laten je zien hoe je moet zijn, maar als dat niet in jezelf gebeurt dan is het niks waard. Zo is dat ook met God. Je kunt het wel telkens over God hebben en in God geloven, maar als je niet aan je eigen goddelijke karakter werkt dan is het niets waard, want dan heb je God slechts voor je karretje gespannen. De mens vertoont vaak vluchtgedrag, zoals Jona, maar de mens kan van God niet vluchten. God is ook geen sadist, maar er zijn zekere symbolen om ons heen die op diepere dingen wijzen. Het is de surreële realiteit. God, oftewel kennis, is overal, dus daar kun je ook niet van vluchten. Als de mens ontrouw is, dan is God nog steeds getrouw. Altijd zijn er weer voorzieningen voor de mens. Dat houdt nooit op. God is er tot op het laatste moment van iemand's leven. Ook dat is slechts surreeel. Alles is surreeel. Er is een veel grotere realiteit. Het is dan tijd om de touwtjes te laten vieren. Dan is het tijd voor verhalen. Je kunt helemaal opgaan in een verhaal, helemaal jezelf verliezen in een verhaal. Dat is de uitdaging van het leven : Boven alles uitstijgen als je onder alles bent gegaan, als je het gevoel hebt dat je ten onder bent gegaan. Corona stond naast me in een wit astronauten pak, met een witte helm op, bewapend, als een storm trooper. Dit was de hemelse corona. Er zijn twee corona's, een goede corona en een slechte corona. Ik had er dromen over in de negentiger jaren van zondvloeden die over de aarde kwamen en dat waren zowel goede als slechte zondvloeden. Er was een groot beest in het water, als een witte octopus-schorpioen met vele tentakels die de mensen aanviel in de longen vanuit de lever. In de stad was er een ondergrondse trein die door alles heenbrak, door kerken ook, en er was een blauwe reus

864 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication