117

me al met mijn kinderjaren mee bezig hield. Ik wilde altijd contact hebben met de diverse groepen in mijn klas en omgeving, voornamelijk ook de vreemdelingen, voornamelijk ook de natuurmensen. Ik hoorde bij geen enkele groep. Ik was een regenboog kind. Ik had contacten met iedereen. Niet letterlijk iedereen, maar van elke groep wel iemand of een paar. Ik legde altijd een witte boterham op een bruine boterham, en als mensen me dan vroegen waarom ik dat deed, dan zei ik dat dat de multi-cultuur is, de brug tussen de culturen. Daar was ik als kind mee bezig, niet om mezelf te onderscheiden en af te scheiden in exclusiviteit. Ik stelde vragen aan de verschillende groepen mensen om me heen. Ik had geen vooroordelen. Ik wilde ze beter leren kennen, wat hen dreef. Ik plakte geen etiketten op. Wel vocht ik dus tegen extremisme, racisme en exclusiviteit. Ik groeide op in een extreem christelijk gezin, maar dit waren de christelijke principes die ik in ere hield en waar ik een ieder toe wilde bekeren, tot het regenboog principe. Ik bedreef hierin logistiek. Zoals ook Lenin stelde : 'het gaat om de juiste schakel te nemen op het juiste tijdstip.' Ik zag dat beauty-nazi's elkaar altijd tegenspraken. Ze streden voor hun eigen familie vaandel of clan vaandel. Ik liep zelf wel rond met merken die ik heel selectief had uitgekozen, maar ik oordeelde de ander er niet om. Want ja, wat als het merk een krokodil is, of een haan ? Voor mij had dit diepte. Ik liep veel met haantjes kleding en krokodillen kleding. Ik had eens als kind een t-shirt met een krokodilletje erop gekregen van een neef voor wie het te klein was geworden. En dat brak mijn verbeeldingswereld open. Dus ok, het was een merk, maar voor mij had het diepte. Het was iets magisch, als de sebek krokodil, de militaire leider van Egypte. Ik zag er wel wat in. En de haan was ook een vechter en symbool van de vruchtbaarheid, oftewel de demonologische vruchtbaarheid. Dus ik had haantjes schoenen en haantjes bovenkleding. Maar dat was profetisch, dat hoorde uniek bij mij. Daar ging ik een ander niet mee belasten. Iedereen was uniek, en iedereen moest de logistiek leren. Allemaal op dezelfde plaats zou niet strategisch zijn. Maar wat zijn die beauty-nazi's dan ? Waar gaat het over ? Ik had op school op mijn tassen altijd een boodschap uit te dragen. Ik kon goed tekenen, dus ik maakte er altijd wat van, dus een cool cat op mijn eigen tas, en op de tas van mijn broertje tekende ik een neefje van Donald Duck, Kwak ofzo, van Kwik, Kwek en Kwak. Maar toen begon de boodschap ook duidelijker te worden, want toen kwam er op te staan : God heeft je lief en God wil je redden enzovoorts. En ik had stickers met regenbogen op mijn fiets als kind, waarop stond dat er hoop was, want dat wilde je toch uitdragen aan de vervallen samenleving om je heen, als teken ook naar de buitenaardse wereld en de onderwereld dat je niet bij de beauty-nazi's hoorde, want die houden stijf hun mond dicht als het om naastenliefde en bemoediging gaat. Die leven door kleinering en exclusiviteit. Ja, ik wees het evangelie aan als de weg, maar wat weet je als kind van het evangelie af ? Het is de enige vocabulaire die je kent. Het was voor mij gewoon heel simpel : het goede, de regenboog, de liefde en de zorg, is de weg. Dat zag ik nauwelijks om me heen, en daar was ik verontwaardigd over. Als het zogenaamde 'vadertje' mijn fiets nodig had en erop wilde rijden voor wat voor reden dan ook, dan moesten die regenboog stickers eraf. Met God op weg naar 2000. Dat kon echt niet, en dat terwijl hij zwaar christelijk was, maar daar mocht gewoon niet over gesproken worden. Ik begrijp dat wel. Je wilt het niet in het gezicht van de mensen smeren. Hij voelde misschien toch wel aan dat het christendom niet iets is om over op te scheppen. Het is niet iets om over naar huis te schrijven, maar het was alles wat we als kind hadden, en sommige dingen waren goed. De naastenliefde is goed. Hoop en bemoediging geven aan de naaste, vooral als kind, is goed. Als kind moet je vaak het voorbeeld aan je ouders geven. Als het aan ons lag kwamen er 'verboden te roken' stickers bij ons thuis, want er kwamen veel bezoekers die constant rookten, maar de 'oudertjes' waren het daar niet mee eens. Ik denk dat je het als kind wel aanvoelt hoe gevaarlijk het is. En dan ook die roddelblaadjes, die bleef het zogenaamde 'moedertje' ook maar in huis halen, dikke stapels op het zolder en om ons heen, en ja, dan vang je als kind weleens wat op, en dan waarschuw je ertegen, maar er wordt niet geluisterd, want je bent maar kind. En maar roddelen over anderen, en maar de hele dag door mensen kleineren, allemaal om oppervlakkige redenen. Demonologie mocht niet. Dan schreeuwden ze moord en brand, ook al was het je professie, maar ik had beter leraar kunnen

118 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication