62

we dus niet alleen wijs met water zijn, maar ook wijs met zon. Alles draait in het stadse mensenleven om de zon, om het licht. De stadse mens is voortdurend bezig met uiterlijkheden, het licht wat de zon tot de mens brengt, en de mens geloofd het. Het is geen openbaring van God, van de natuur, maar van de duivel. Het is een vals visioen. De mens ijlt in zijn doodsstrijd. De stad is gevallen en verblind door dit zonne-monotheïsme. Ze zien niets anders. Ze leven in wanen die hen tot de dood slepen. Ze kunnen en willen niet ontwaken. Het is hun drugs. Zo kunnen ze overleven, maar ze doen dit ten koste van anderen en van andere belangrijke en zelfs noodzakelijke dingen, dus wat is die overleving dan daadwerkelijk ? Het is geen overleven maar zelfvernietiging. Het is overdoden. Toen Orpheus zijn Eurydice vond, oftewel zijn Areta-sa, de kennis (sa, Egyptisch) van de geoefendheid (areta), was hij er nog niet. Ze vaagde gewoon weer weg, en op zijn zoektocht naar haar werd hij verscheurd door de bacchanten, de volgelingen van Bacchus, oftewel de hedonisten. Hij werd tot pulp geslagen, tot poeder. Zo daalde hij af in de onderwereld en ontmoette haar weer. Daarvoor was hij ook al eens in de onderwereld om Eurydice eruit te halen, maar Hades, de koning van de onderwereld, zei dat hij dat mocht doen op voorwaarde dat hij niet naar haar achterom zou kijken. Maar toen hij bijna uit de onderwereld was keek hij toch achterom of zij met hem mee was gekomen, en zo verloor hij haar weer. Metaforisch gaat het hier erom dat we ons niet mogen blindstaren op maar één schakel, wat al snel gebeurd in het monotheïsme. Ook Areta is maar een schakel in het geheel. Orpheus moest ook tot de andere schakels komen, en daarom werd hij verscheurd. De verscheuring, de verstrooiing, is skorpizo, om te voorkomen dat de mens een te hoge dichtheid bereikt en daardoor versteent in de materie. Dit is dus een belangrijke dynamiek, een belangrijke schakel, om tot de andere schakels te komen. Hiervan is ook de Hydra een beeld, de negenhoofdige waterslang, in het tweede werk van Heracles. Telkens als hij een kop van de Hydra afhakte, dan kwamen er twee voor in de plaats. Zo worden de schakels zichtbaar, de tussenstappen, het poeder. Wij moeten allemaal tot poeder worden. Dit is dus ook de brug tot het hogere collectief, tot pneuma, tot de meerkoppige Cerberus, de wachter van de onderwereld, die bevriend was met de Hydra. Het is een beeld van de analyse. Wij moeten onszelf en al het andere blijven delen, blijven analyseren. Orpheus, of ra-phusis, betekent het komen tot de natuur van de onderwereld. Zonder skorpizo, de verstrooiing, de versplintering, komen wij niet tot deze natuur, want het is een poeder natuur, verfijnd stuifzand van de wildernis, als een beeld van de logos hormonen waardoor we leven. Dit is dus een belangrijke dynamiek, een belangrijke schakel, een belangrijke bol, als onderdeel van de logos. De logos strekt haar hand naar ons uit, de skorpizo, allereerst om ons te verbreken, om ons los te breken uit het gesteente van het parasitaire monotheïsme, de tunnelvisie, wat aan ons vreet. Het verpoedert ons weer totdat we alle valse dichtheid hebben verloren. De skorpizo is er dus om ons leven te beveiligen. Als we dan naar het woord paradeisos kijken, paradijs, para-eurydice, para-areta-sa, dan betekent dat 'bij (para) eurydice', oftewel 'bij de kennis van areta, de geoefendheid', waardoor het paradijs dus een heel orphisch begrip is. Uiteindelijk kwam Orpheus tot Eurydice in de onderwereld en bleef daar met haar. Het paradijs was oorspronkelijk de jachtvelden, maar de jacht is dus een beeld van de analyse, de skorpizo, waartoe de verpoedering nodig is. De skorpizo treed ook op daar waar Israel verstrooid wordt. De vijand denkt dit dan wel ten kwade, maar de rede denkt dit ten goede. De vijand heeft het letterlijk uitgevoerd, terwijl het metaforisch was. De vijand is dan ook het letterlijke, maar de mens had dit nodig als een sluier om zo heel langzaam tot de gnosis te komen, van schakel tot schakel. Als de mens er in een keer zou zijn ingegooid, dan zou de mens niet hebben kunnen bestaan. Het was dus absolute noodzaak. Wij kunnen nu alleen nog verdiepen en vertalen. Het kwaad is geschied, nu op naar het goede.

63 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication