tezamen komen, als een mengsel. Hoe dieper je gaat, hoe meer je de eenheid gaat zien van alle dingen. 47. Ik kwam tot de brug, waar vele moeders waren met hun kinderen, En mensen, veel mensen, De brug was wijd en wit, En ze spraken dat ergens in het midden van de brug, Daar is geen tijd meer, Daar is een mist waar iedereen elkaar verliest 48. Ik vroeg me af waarom zoveel tot deze brug gekomen waren, Maar ik zag in dat er geen andere keus was, Er was een oorlog in hun land, En hun land zou in vuur vergaan 49. En men schiep religies, om aan de macht van de brug proberen te ontkomen, En men begon te twijfelen aan het verhaal van de brug 50. Ik ging de brug op, en liep door totdat ik in witte bloemenvelden kwam, Ik zag niemand meer, ik was helemaal alleen, Plotseling voelde ik een hand, En ik ontwaakte 51. Aan de andere kant van de brug was 560 ook een oorlog, Ook dat land zou in vuur vergaan, Er was alleen leven op de brug 52. Op het pad van de zelfverloochening en overgave, dieper de wildernis in, komen we uiteindelijk tot het wonder van het mengsel in de diepte. Zij is degene die leidt tot het principe van worden en zijn, oftewel het oneindige Zelf. Het is dus gewoon een personificatie, een archetype, van een collectie van principes. 53. Zodra een god of godin je niet terugleidt naar je eigen bron is het slechts een illusie. De hemelse moeder als archetype van de brug, van relaties, leert de mens dus te worden en zijn zoals Haar, en juist daarin vindt Zij haar goddelijkheid. 54. Zij leidt tot de kano op de bosrivier, dieper de wildernis in. Zo komt de mens tot een hele dualistische ervaring. Zij blaast op Haar hoorn. Zij roept de mens, als een roepende in de woestijn. 55. De verzoening is er alleen door verwonding. 56. Er worden pijlen van verzoening afgeschoten, van diep contact en dat verliefde gevoel, en dit laat verwondingen achter. Dat moet wel, want
561 Online Touch Home