17

Hotze de Jager (101) met COM-eer bijgezet Tekst: Cees Mudde Hotze overleed op 17 november op de zeer hoge leeftijd van 101 jaar. Hij was de oudste oud-marinier van het COM. In 1935 kwam Hotze in dienst bij het Korps op het Oostplein te Rotterdam. Na de opleiding ging hij in 1936 naar Nederlands Oost-Indië. Op dat moment kon hij niet vermoeden dat hij met enkele andere mariniers in april 1940 één van de laatste mariniers zou zijn die met het motorschip de Indrapoera naar Nederland zou terug keren. De boot stopte in Genua en per trein kwam Hotze in Den Helder. Op 10 mei 1940 mocht hij naar Oegstgeest voor tropenverlof. De uitbraak van de oorlog gaf ook zijn leven een drastische wending. Bij de strijd tegen de Duitsers liep Hotze ernstig lichamelijk letsel op. Als krijgsgevangene van de Duitse weermacht werd hij in het militair hospitaal Utrecht opgenomen. Na zijn herstelperiode en de weigering om in 1943 opnieuw in krijgsgevangenschap te gaan, kwam een periode van onderduiken en deelname aan het verzet onder andere bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Dit duurde tot mei 1945. Helaas was na de bevrijding van Nederland de lichamelijke toestand van Hotze dermate dat van voortzetting van zijn dienst bij het Korps Mariniers geen sprake meer kon zijn. Via een functie bij het Militair Gezag kon hij zijn verbintenis bij het ministerie van defensie voortzetten. In 1945 ging Hotze over naar de Koninklijke Landmacht en bekleedde daar een technische functie. In 1961 werd hij overgeplaatst naar het ‘Opleidingscentrum Infanterie’ te Harderwijk, alwaar hij tot eind mei 1979 werkzaam bleef en op 62-jarige leeftijd met pensioen ging na een dienstverband van ruim 49 jaar. In die periode was Hotze een gewaardeerd lid van het COM-bestuur van de afdeling Gelderland en secretaris van dit bestuur tot eind 1988. In verband met zijn organisatorische kwaliteiten werd Hotze in 1987 door het Landelijk Bestuur van het COM verzocht de samenstelling van een detachement oud-mariniers op zich te nemen in verband met deelname aan het defilé voor de ‘Herdenking Capitulatie Duitsland en Japan 1945’ te Wageningen. Hij aarzelde hij geen moment en gaf in de loop der jaren met een steeds groter wordend detachement oud-mariniers kleur en inhoud aan deze herdenking. Het detachement heeft inmiddels een vaste plaats in het defilé. Helaas moest Htrze in mei 1998 besluiten deze voor hem zo belangrijke werkzaamheden, in verband met zijn verwondingen opgelopen tijdens de oorlog van 1940 tot 1945, over te dragen aan een jonger lid van het COM. Daarnaast wat Hotze van 1988 tot 1998 lid van de Raad van Afgevaardigden van het COM. Voor zijn inzet in het algemeen werd hij in 1988 benoemd tot ‘Lid van Verdienste’. Op 27 november is op waardige wijze afscheid van Hotze de Jager genomen. Daarbij waren vertegenwoordigers van o.a. COM afd. Gelderland, Utrecht, DMRC, Keep Them Landing en het Saamhorigheidsdiner present. De afscheidsdienst was in de Maartenskerk in Doorn. Gesproken werd er door kleindochter Kim de Jager, Cees Mudde en landelijk voorzitter Sjaak Severs. De Erewacht bestond uit negen leden van afd. Utrecht. Aansluitend vond de bijzetting plaats op de Gemeentelijke begraafplaats Oostergaarde te Harderwijk. Bij Hotze was het zeker tot het einde toe: ‘Eens marinier altijd marinier’. Hotze de Jager was een geliefd clublid. Inzet: de Erewacht naast het graf. 17

18 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication