4

op één lijn 38 3e uitgave 2010 Van de voorzitter Panta Rei – alles stroomt en vernieuwt zich DOOR JOB METSEMAKERS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM & HUISARTS IN GEULLE Het is absoluut niet saai in het zorgveld. Leek een aantal jaren geleden de huisartsgeneeskunde nog ten dode opgeschreven, nu is er een nieuw elan zichtbaar. Huisartsenposten lijken al decennia te bestaan en zorg groepen sturen het regionale zorgbeleid via ketenzorgprogramma’s of eerstelijns DBC’s. Vier andere onderwerpen zitten in mijn gedachten: – LHV/NHG Toekomstvisie Huisartsenzorg 2020 – Huisartsgeneeskundige zorg voor patiënten met kanker – Chronisch zieken hebben de toekomst – Het (ondersteunend) team in de huisartsenvoorziening Hebben deze onderwerpen met elkaar te maken? Jazeker! De diagnostiek en behandeling van patiënten met kanker is tot nu vooral in de tweede lijn gepositioneerd. Hierbij heeft de huisarts een begeleidende rol tijdens de behandeling en een zeer actieve rol in de palliatieve fase. Er wordt een toename van het aantal kankerpatiënten verwacht, zeker als de diagnostiek verfijnd wordt. Verder zullen de toegenomen mogelijkheden tot succesvolle behandeling ertoe leiden, dat er meer overlevende patiënten met kanker zullen zijn die daarnaast ook de "normale" chronische ziektes zullen krijgen. Gaat bij deze groep patiënten ook de verschuiving van tweede naar eerste lijn optreden, en hoe wordt die keten dan vorm gegeven? Wat weten we over late effecten van kanker(behandeling)? De zorg voor patiënten met kanker zal nadrukkelijker op onze agenda komen naast zorg voor patiënten met DM, COPD, CVRM, Depressie, Hartfalen. Bert Vrijhoef, onderzoeker bij de School of Public Health and Primary Care (CAPHRI) van de Universiteit Maastricht, is in Tilburg voor een dag per week benoemd als bijzonder hoogleraar Chronische Zorg. Hij hield recent zijn oratie: “Chronisch zieken hebben de toekomst.” Hij besteedde veel aandacht aan de wijze waarop zorg aan chronisch zieken geleverd zou moeten worden, wil deze aansluiten bij de behoeften van de zorgvrager en ook nog kwalitatief aan de maat zijn. Het zal duidelijk zijn dat huisartsen bij een aantal chronische ziektebeelden al de stap gezet hebben van “zorg als de patiënt iets heeft of erom vraagt” naar “zorgprogramma’s” waarin beschreven staat wie wat en wanneer moet doen. Deze disease management programma’s zijn in de Verenigde Staten sterk ontwikkeld. Maar uit allerlei evaluaties blijkt dat niet vol te houden is dat dergelijke programma’s de kwaliteit van zorg verbeteren en kostenbesparend zijn, veelal omdat ze toch maar een deel van de zorg bestrijken. In Nederland ligt dat anders: onze programma’s hebben meer kenmerken van integrale zorg, maar ook hier ontbreken bij veel programma’s belangrijke onderdelen. Om het kort te houden: het Chronic Care Model, dat Vrijhoef leent van Wagner, omvat een samenhangend geheel van verschillende elementen waarvan ik er nu één specifiek eruit licht: “de geïnformeerde en geactiveerde patiënt”. Patiënteducatie en zelfmanagement zijn elementen die absoluut onze aandacht gaan verdienen, want we hebben genoeg chronische patiënten in de toekomst, en hoe meer die zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun handelen, hoe beter. De huisarts doet zijn werk al lang niet meer met alleen de praktijkassistente aan zijn/haar zijde. Praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, physician assistents, nurse practitioners zijn allemaal namen voor bestaand ondersteunend personeel in de huisartsvoorziening. Hierover dient een NHG/LHV standpunt geformuleerd te worden, of beter gezegd: bijgesteld te worden. Moeten we generalistische ondersteuners hebben net zoals de huisarts, of moeten ze juist heel specifiek deskundig zijn en op die manier ingezet worden in zorgprogramma’s? Het Capaciteitsorgaan neemt aan dat in de toekomst 50% (!) van de activiteiten in de huisartsenvoorziening niet door de huisarts zelf uitgevoerd zullen worden. Het concept standpunt van NHG/LHV dat voor ligt is naar mijn mening erg geschreven vanuit de huidige situatie en niet echt vernieuwend, terwijl de zorgontwikkeling meer durf vereist. En dat alles is een opmaat naar de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2020. Nu lijkt 2020 nog heel ver weg. Het is de vraag of we al weer toe zijn aan een nieuwe visie, terwijl we nog niet alle doelen van de vorige Toekomstvisie behaald hebben. Maar het is wel nuttig om in deze snel veranderende maatschappij steeds te blijven sturen op de grote lijnen. Ik verwacht niet dat de kenmerken van de 4

5 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication