41

D Data Het eerste wat opvalt is het type data waarmee bij smart citytoepassingen gewerkt wordt. In (overheid)processen gebruikt men over het algemeen data die in hoge mate gestructureerd is en waarvan de inhoud redelijk goed is te voorspellen. De data waar smart cities mee werken is vaak ongestructureerd, de inhoud is onvoorspelbaar, maar het volume van de data en de frequentie zijn hoog. Deze data is afkomstig uit koelkasten, smartphones, auto’s en infrastructuur (internet of things); uit sensoren (lucht-, waterkwaliteit, etc.), social media en open-databestanden. Dat betekent dat de hele keten die nodig is om tot een toepassing zoals een app te komen er totaal anders uitziet dan bij een standaard overheidsproces. Vaak wordt er binnen smart city-toepassingen gewerkt met niet relationele databases zoals No(t)SQL(only) in tegenstelling tot de relationele SQL databases. Verder wordt er gebruikgemaakt van (semi) geautomatiseerde data-analyse technologieën zoals Machine Learning en Deep Learning om verbanden en relaties te herkennen. In het geval van big data-bestanden is meestal op voorhand al niet eens duidelijk welke type vragen door de data beantwoord zouden kunnen worden. Terwijl overheden nu vaak eenvoudigweg query’s draaien (vragen stellen) op de gestructureerde data die ze door en door kennen. Verder wordt in smart citytoepassingen veel meer aandacht besteed aan de wijze waarop informatie onderling wordt uitgewisseld (protocollen) dan aan het standaardiseren van de berichtinhoud. Schaalbaarheidsproblemen De verschillende smart city-toepassingen worden vaak op een beperkte (geo)grafi sche schaal toegepast. In de praktijk draaien veel dan ook op geïmproviseerde servers en is de technische keten gebaseerd op het happy-day-scenario. Concreet houdt dit in dat de applicatie niet kan omgaan met uitzonderingen. Zodra er wordt opgeschaald, worden organisaties echter vaak geconfronteerd met afwijkingen in de omgevingsfactoren ten opzichte van de initiële context waarin de applicatie werd ontwikkeld. Omdat veel prototypes gebaseerd zijn op het happy-day-scenario komt het voor dat de applicaties vanuit de basis opnieuw e pioniers op het gebied van smart city-toepassingen stonden voor de uitdaging dat er geen voorbeeld was om van af te kijken. De prototypes uit deze tijd zijn dan ook precies dat: een proof-of-concept dat bewijst dat het mogelijk is om met behulp van ICT oplossingen te realiseren voor stedelijke problematiek. Juist omdat er nog geen voorbeelden waren, was de barrière om zelf een smart city-app op de markt te brengen laag. De talloze voorbeelden uit de eerste jaren van smart cities in Nederland hebben ons twee belangrijke dingen geleerd. Enerzijds welke componenten je in iedere smart city toepassing ziet terugkomen en anderzijds de schaalbaarheidsproblemen die door de gesegregeerde aanpak ontstaan. moeten worden gebouwd om met deze uitzonderingen te kunnen omgaan. Daarnaast ontstaan soortgelijke problemen wanneer twee aparte smart city-toepassingen moeten worden gecombineerd. Omdat beide toepassingen niet gewend zijn aan wederzijdse afhankelijkheden leiden deze initiatieven in de praktijk tot een derde, nieuwe, toepassing die de twee separate applicaties combineert. Deze manier van werken leidt tot veel verspilling. Bovendien zijn de problemen en kosten waar tegenaan wordt gelopen bij het opschalen van de initiatieven erg schadelijk voor het politieke commitment om met de smart city-initiatieven door te gaan. Regie Overheden die aan de slag gaan met smart city-toepassingen zijn bereid om te investeren in innovatie. Maar ze zijn uiteindelijk wel gebonden aan het bieden van continuïteit op de oplossingen die zij aanbieden. De bedrijven die deze toepassingen ontwerpen zijn bovendien gebaat bij een set van standaardcomponenten (lees: werkafspraken), zodat zij de onderIEDERE OVERHEIDSORGANISATIE ZOU EEN SMART CITY-PLATFORM MOETEN AANBIEDEN linge compatibiliteit met andere leveranciers van smart citytoepassingen kunnen borgen. Een soortgelijke ontwikkeling die heeft plaatsgevonden om grip te krijgen op allerlei losse IT-initiatieven is het tot stand komen van de referentiearchitecturen binnen de overheden. Een van de voornaamste daarvan is GEMMA (Gemeentelijke Model Architectuur), die de mogelijkheid heeft geboden om te identifi ceren welke onderdelen in het applicatielandschap welke functies moeten vervullen. Het gebruik van GEMMA is voor smart city-toepassingen helaas niet mogelijk. Zoals hierboven beschreven, verschilt de gewenste functionaliteit daarvoor te veel door het type data waarmee gewerkt wordt. Zo worden er in heel Nederland op één dag in totaal ongeveer 465 geboortes aangemeld bij de landelijke voorziening terwijl één sensor op één dag 86.400 berichtjes verstuurd. Wat GEMMA wel biedt, is een slim perspectief hoe met de individuele smart city-toepassingen moet worden omgegaan en welke rol ze spelen. In de basis zou iedere overheidsorganisatie een smart city-platform moeten bieden waarop alle toepassingen kunnen aanhaken. Zo wordt niet alleen hergebruik bevorderd maar wordt bovendien rapid-prototyping mogelijk. Meer weten? www.vicrea.nl

42 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication