Van burcht naar open buurt Aanvankelijk was het helemaal niet de bedoeling om het voormalige ministerie te slopen. VORM kocht het gebouw eind 2016 en onderzocht samen met een architect of het kon worden hergebruikt. Dat bleek lastig. “Het gebouw is eigenlijk een burcht”, zegt Van Sabben. “Dat komt voort uit de oorspronkelijke functie als ministerie: er was één ingang en het moest goed beveiligd zijn. Bovendien is het gebouw opgebouwd uit verschillende geschakelde delen, zijn de gevels slecht geïsoleerd en ligt er een halfverdiepte parkeergarage onder.” Het gesloten karakter van het gebouw paste bovendien niet bij de plannen van de gemeente Den Haag voor een open, levendige stadsbuurt. “Wie nu vanaf het station komt, loopt tegen een stenen muur aan en moet links- of rechtsom”, legt Van Sabben uit. “Dat gaat compleet veranderen.” Het gebied wordt opgedeeld in verschillende gebouwen, er komt een stationsplein en een voetgangersstraat dwars door SOZA. Op straatniveau komen onder meer horeca, woningentrees en een huisartsenpraktijk, waardoor er meer levendigheid ontstaat. “Als je straks om de gebouwen heenloopt, zie je niet alleen gevels maar gebeurt er aan alle kanten iets”, zegt Minnaar. De auto is niet vanzelfsprekend Juist de ligging naast het station maakt het aantrekkelijk om hier bijna 1.200 woningen toe te voegen. Laan van NOI is een intercitystation met snelle verbindingen naar onder meer Amsterdam, Rotterdam en Schiphol. Ook tram, metro en bus 18 - Stationslocaties 2026/2027 stoppen er en het centrum van Den Haag ligt op fietsafstand. Aan de andere kant grenst SOZA aan de Schenk, een brede groene zone met water. Zo ligt de nieuwe wijk straks tussen het station en het groen. “Den Haag heeft veel woningen nodig, maar de stad zit qua verkeer al behoorlijk dicht”, zegt Van Sabben. “Als je zoveel woningen wilt toevoegen, moet je nadenken over hoe mensen zich verplaatsen. Dan is dit een logische plek.” Dat betekent ook dat de auto hier minder ruimte krijgt. Er komen 302 parkeerplaatsen in openbare parkeergarages, die zowel bewoners en bezoekers als werknemers kunnen gebruiken. Daarnaast komen er deelauto’s. VORM werkt aan een coöperatie voor deelmobiliteit waarvan bewoners zelf mede-eigenaar worden. “Bewoners krijgen daarmee zeggenschap over hun eigen mobiliteit”, vertelt Minnaar. Tegelijkertijd wordt het bewoners zo makkelijk mogelijk gemaakt om de fiets te pakken. De fietsenstallingen komen op de begane grond, met ruimte voor bakfietsen en scooters. “Vaak zit zo’n stalling in de kelder. Dat vinden mensen omslachtig en dan zetten ze hun fiets alsnog op straat”, zegt Van Sabben. Bij een wijk van deze omvang moet ook worden nagedacht over praktische vragen. Waar stopt de verhuiswagen? Hoe komt de vuilniswagen bij de gebouwen? En waar laat een bezorger zijn pakketjes? “Je moet eigenlijk in de schoenen van de bewoner stappen”, legt Minnaar uit. “Hoe komt hij thuis? Hoe gaat hij weg? Waar kan hij met zijn afval terecht?”
19 Online Touch Home