voert, heeft geen onderscheidend vermogen en roept de vraag op wat het DNA van de plek is, ook ten opzichte van de binnenstad of vergelijkbare gebieden. Zonder scherpte ontstaan ‘vlees-noch-vis’-plekken, met risico op kannibalisatie of afglijden naar gebieden waar niemand bewust voor kiest. Programma (software): van restpost naar masterplan Het voorzieningenprogramma wordt nu vooral afgeleid van het aantal woningen: een supermarkt, horeca, een gezondheidscentrum en o ja, een gym. Nodig, maar absoluut niet genoeg. Duizenden nieuwe bewoners, werkenden en reizigers hebben ook behoefte aan voorzieningen die uniek zijn voor de plek en bezoekers van buiten trekken: cultuur, sport, onderwijs, maakruimte en plekken om elkaar te ontmoeten. Tilburg liet met de LocHal zien wat er gebeurt als je bewust een publiekstrekker ‘programmeert’. Utrecht maakt in het Beurskwartier expliciet ruimte voor urban sports, cultuur en betaalbare werkplekken. Zwolle geeft in WärtZ ruimte aan creatieve makers. Waardevolle ‘uitzonderingen’ die wat ons betreft de standaard moeten worden. Platform (orgware): wie borgt denken en doen? Hoe goed de plannen ook zijn, ontwikkeling, realisatie én beheer van het voorzieningenprogramma sneuvelen als er parallel aan de masterplanning geen harde afspraken zijn over de plintenregie. Hoge grondprijzen, versnipperd eigendom, knellende RO-kaders, complexe regelgeving en tegenstrijdige belangen zijn het ideale recept voor gebrekkige samenwerking in de gouden driehoek. Visual Zwolle: Wartz. Bron: Nieuwbouw.nl Hoe beter gemeente, vastgoedpartijen en ondernemers aan de voorkant een gedragen visie uitwerken, inclusief regieafspraken (wie doet wat, waar, waarom, wanneer, waarmee en hoe), hoe groter de kans op een succesvol en toekomstbestendig proces tot en met exploitatie. Neem de ‘samen-risico-dragen’-aanpak van Tilburg. De gemeente kocht in 2010 het voormalige NS-terrein achter het station en ontwikkelt het in een 50/50 publiekprivate samenwerking met SDK Vastgoed (VolkerWessels). Door eerst zelf te investeren in de openbare ruimte en de LocHal, beslist de gemeente mee over programma, fasering en exploitatie. Of de ‘regie-door-eigendom’-strategie van Eindhoven. De gemeente vestigde een voorkeursrecht op Fellenoord en kocht sinds eind 2024 voor ruim € 100 miljoen stap voor stap kantoren in het stationsgebied om speculatieve beleggers te weren. Zo stuurt zij zelf actief op de transformatie naar een groene woon-werkwijk. Twee verschillende routes, met dezelfde les: wie regie wil, moet positie nemen. What’s next? In Stationslocaties 2025/2026 pleit APPM met Vereniging Deltametropool, Railforum en NS voor een nieuwe generatie Sleutelprojecten, waarin station en omgeving integraal worden ontwikkeld en het Rijk de regie neemt. De eerste generatie, met onder meer Rotterdam Centraal en Breda, liet volgens de auteurs zien dat die integrale benadering meerwaarde oplevert. Het voorstel voor een eigen planvormingsmethodiek, samenwerkingsmodel en financieel instrumentarium ondersteunen wij van harte. Wat nog ontbreekt, is de strategie voor ontwikkeling, realisatie en beheer van het voorzieningenprogramma dat van een knooppunt een plek maakt. Wij geven graag vijf aanvullende bouwstenen mee: 1. Positionering vóór programma. Elk Sleutelproject begint met een specifiek plekgebonden narratief. Een innovatielabel is geen positionering. 2. Voorzieningen als selectiecriterium. Naast woningen en werkplekken wordt het voorzieningenprogramma een harde voorwaarde voor het predicaat Sleutelproject, met vastgestelde ankervoorzieningen en maatwerkconcepten. 3. Openbare ruimte als ruggengraat. Zoetermeer en Alkmaar laten zien wat groen, water en een veilige, prettige verblijfsruimte opleveren: niet als sluitpost, maar als definiërend uitgangspunt. 4. Orgware in de businesscase. Betaalbare, vaste plekken voor nieuw ondernemerschap en maatschappelijke functies horen in de grondexploitatie en de huurafspraken, niet in de ambitietekst. 5. Klein is geen tweede keus. Hoorn, Alkmaar Noord en Zoetermeer laten zien dat kwaliteit geen kwestie van schaal is. Ook middelgrote knooppunten horen in de nieuwe generatie thuis. Tot slot: welke stationslocaties durven het aan? Stationsomgevingen transformeren steeds meer naar stadsdelen. De volgende stap is dat deze stadsdelen ook echt stad worden: van stationslocatie naar stationsplek. Dat vraagt van gemeenten, ontwikkelaars, beleggers en ondernemers dat ze het voorzieningenprogramma vanaf dag één op tafel leggen, met dezelfde focus als de woningbouw. Met als SMART resultaat een plekgebonden positionering, een onderscheidend voorzieningenprogramma, een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte met voldoende groen en blauw, en een gebiedsbrede regieorganisatie die betaalbare ruimte maakt voor nieuw ondernemerschap. De lessen liggen er, in Tilburg en bij de kleinere broers en zussen in Zoetermeer, Alkmaar en Hoorn. De nieuwe generatie Sleutelprojecten vormt dé basis om ze te verankeren. De vraag uit 2020 geldt nog steeds, alleen op grotere schaal: welke stations durven het aan? Durven ze het station terug te geven aan de reiziger en de omgeving aan de stad? Anders bouwen we woonwijken bij het station, in plaats van kraamkamers voor vernieuwing. Stationslocaties 2026/2027 - 49 <<
50 Online Touch Home