0

Tijdschrift voor progressief Joods Nederland jaargang 7 · #2 September 2021 / Tsjiri 5782 Ohad Topper: ‘Het is moeilijk om gezinnen te vinden die hun deuren openen voor andermans kinderen.’ THEMA Tikkoen Olam

FRED STEIN FOTOGRAAF IN BALLINGSCHAP 9 JULI - 7 NOVEMBER 2021 JCK.NL ‘EEN PRACHTIGE TENTOONSTELLING VAN EEN RELATIEF ONBEKENDE STRAAT- EN PORTRETFOTOGRAAF’ -NRC HANDELSBLAD DRESDEN PARIJS NEW YORK

HIGHLIGHTS CURSUSJAAR PROGRAMMA 2021/2022 Academie voor Joods leiderschap Ben je student of jongvolwassene tussen de 20 en 30 jaar? Crescas helpt je op weg van studie naar carriè re met een cursus leiderschap die je op je CV kunt vermelden. Grijp deze unieke kans om de leider in jezelf te ontwikkelen! What brought down Biblical Israel? A Critical view of Jewish Leadership OPENING EVENT For centuries Jews were taught that the ancient kingdoms of Israel were brought down by foreign invaders – from Assyria and Babylonia to Rome. Dankzij een subsidie kunnen wij deze speciaal voor Joodse studenten en jongvolwassenen ontworpen leiderschapstraining aanbieden voor een zeer aantrekkelijke prijs. Interesse? Stuur jouw motivatiebrief (of vlog) naar: info@crescas.nl Module 1: Identiteit Sessie 1.1 Leidende positie binnen Joods Nederland - juist nu! met Emile Schrijver Sessie 1.2 De kaart van Joods Nederland met David Brilleslijper Sessie 1.3 Waar ligt jouw eigen motivatie. Zelfkennis als sleutel voor succes met Ellis Vyth Module 2: Leiderschap & Ondernemerschap i.s.m. The School of Life Sessie 2.1 Wat voor leider ben jij? Sessie 2.2 Ondernemerschap - kun je dat leren? Sessie 2.3 Eff ectiviteit. Of: hoe krijg je dingen gedaan? Module 3: Projectmanagement Sessie 3.1 Projectmanagement: Wat houdt dat in? met Ellis Vyth Sessie 3.2 Fondsenwerving: want alles kost geld met Ralph Levie Sessie 3.3 Stakeholders management en networking met Ken Gould Module 4: Teamwerk met Robert Herbschleb Sessie 4.1 Teamwerk en helder communiceren naar binnen en buiten Sessie 4.2 Vergadertechnieken Sessie 4.3 Motiveren en versterken van collega’s, medewerkers en vrijwilligers Reality was actually more complex, according to Amotz Asa-El. Jerusalem Post’s senior commentator and author of the Hebrew bestseller The Jewish March of Folly, a revolutionary history of the Jewish people’s leadership from antiquity to modernity. Esther Voet, editor-in-chief of the NIW, will interview Amotz Asa-El and will explore what was ancient Israel’s political model, how was it ahead of its time and where did it fail? And did the Zionist enterprise brought an end to ancient Israel’s political mistakes, or resumed them? His answer will be the bottom line of the year-opening event at Crescas. The event is in English. The preface of The Jewish March of Folly will appear in a Dutch translation in four parts on the website of Crescas prior to the event. Register for the newsletter of Crescas and make sure you do not miss this unique discussion. Go to: www.crescas.nl Amsterdam 12 bijeenkomsten op dinsdagavond € 250,00 Dinsdag 12 oktober 2021 Online € 10,00 19:30-21:00 Van Boshuizenstraat 12, 1083 BA Amsterdam • telefoon: 020-6402380 • e-mail: info@crescas.nl • www.crescas.nl

Tikkoen Olam ‘W AAROM kom je met een thema als Tikkoen Olam nu we in een zorgelijke tijd zitten? Het Joodse volk heeft grotere zorgen en problemen dan de wereld te verbeteren’, zo schreef een bevriende lezer. Toen ik deze opmerking kreeg was het fel oplaaiende conflict met Gaza net achter de rug. Het antisemitisme duikt weer op als een veelkoppig monster, joden worden op verschillende plaatsen aangevallen. Waarom dan niet een aflevering over antisemitisme? Steken we onze kop in het zand? In deze editie richten we onze blik niet op het ‘monster’ dat altijd heeft bestaan en dat altijd zal doen. Maar de wereld draait door en alle ellende ontslaat ons niet van de opdracht om bij te dragen aan een betere wereld, Tikkoen Olam. In deze editie duiken we in de oorspronkelijke betekenis van Tikkoen Olam. Hoe deze term niet los kan worden gezien van het jodendom, maar in de loop der tijd een eigen leven is gaan leiden. En we bespreken dilemma’s, want hoe ver gaat onze verantwoordelijkheid om goed te doen? Ook vind je in deze editie een brief van Martijn Katan, die zijn kritiek over de nieuwe Machzor niet onder stoelen en banken steekt, met een reactie van rabbijn Kineret Sittig. Katan pleit voor een serieuze discussie met gemeenteleden over de nieuwe Machzor. Om terug te komen op de opmerking van de lezer. We blijven niet stilstaan bij antisemitisme an sich, maar onderzoeken in de volgende editie hoe om te gaan met dreiging. Net voor Chanoeka, niet toevallig, belichten we het thema weerbaarheid. Sjana Tova, tsom tov en gemar tov. Hester Stein Heeft u een onderwerp of een artikel voor Joods Nu? Mail ons voor 4 oktober 2021 op redactie.joodsnu@gmail.com 4 PERSOONLIJK In zijn werk houdt Ohad Topper zich bezig met de begeleiding van minderjarige asielzoekers. Een gesprek over gastvrijheid en hardnekkige vooroordelen. “Het meemaken van een traumatische gebeurtenis, maakt kinderen niet direct getraumatiseerd.” 10 Achtergrond De term Tikkoen agenda’s gebruikt. Het leidt tot uitholling. Olam wordt voor veel zaken en 12 Achtergrond Yoram Stein bespreekt vier filosofische antwoorden op de vraag hoe om te gaan met het leed in de wereld. 23 Aan het roer Hoe is het om te zijn? Een nieuwe rubriek. Deze keer met Naomi Adler van de LJG Tilburg. RUBRIEKEN Dubbelgesprek David Nicholson en Johan Conijn Uit de kehillot Favoriet Object Channa Kistemaker en Elco Aronstein Column Zippora Abram Boeken met Mia Diavidson Aan tafel JanFred ten Hove voorzitter van een gemeente 6 8 16 39 48 54 Jongeren over... Tikkoen Olam/Misha Tanner en Tali Kleerekoper 58

24 Generaties Een gesprek met de familie Mc Levi’s prominent aanwezig is in Barneveld. Levi, die met de Israëlische snackbar Colofon Jaargang 7, #2 September 2021 / Tsjiri 5782 28 Waar mijn familie vandaan komt herkomst van zijn familie: Polen. Gil Stamberger schrijft over de 30 Fondsenwerving Kitty Piller, net negentig Joods Nu is een uitgave van de stichting Levend Joods Geloof en het orgaan van het geworden, blikt terug op haar werk voor de LJG. 34 Ingezonden We wonen in de villawijk van de wereld. Hoe ver gaat onze verantwoordelijkheid voor de ander? De reacties stroomden binnen. Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom (NVPJ). Het verschijnt drie keer per jaar. Meer informatie verbond.eu Bestuur Stichting Levend Joods Geloof Yvonne Walvisch, Hans Weijel Marlien Groeneveld Tijne Berg-le Clerq Vertrouwenspersoon Verbond: Marion Alhadeff, e-mail: marion.alhadeff@gmail.com 40 Achtergrond Het is tijd voor een nieuwe relatie handvatten, stelt Marcus van Loopik in zijn nieuwste boek. met de natuur. Het jodendom biedt hiervoor goede Hoofdredacteur/ redactiecoördinator Hester Stein-Otter Eindredactie Rosa van der Wieken Redactie Zippora Abram, Sarah Bremer, Mia Davidson, Hans Schippers Correctie Dick Hage, Rolf en Kitty Kat Fotografie Carla van Thijn en Claudia Kamergorodski Beeldredactie Carla van Thijn Ontwerp en opmaak Roel Siebrand 43 Geschiedenis Hans Schippers belicht aan de hoe joden andere joden redden tijdens de Holocaust. hand van het boek All our Brothers and Sisters Verder werkten mee Enza Cohen, Judith Cohen, Gonnie Blok, David Douma, Wiet Gans, Shoshanna de Goede, Peter Hein, JanFred ten Hove, Maureen de Keyzer, Harry Knot, Lee en Lisa Ross-Marcus, Yoram Stein, Guido Winnink, Jelle Zijlstra 46 Zionisme Ron van der Wieken bespreekt zijn, maar wel veel met elkaar te maken hebben. hoe jodendom en zionisme niet identiek 50 Bouwen in Brabant Een papieren monumentje voor siasme, een no-nonsense aanpak en een grote verbindingskracht. Contact redactie.joodsnu@gmail.com Leden van de aangesloten gemeenten krijgen Joods Nu automatisch toegezonden. Een jaarabonnement kost 27,50 euro. Meer informatie: redactie.joodsnu@gmail.com. Felix de Goede, een pionier met een aanstekelijk enthouAdvertenties: Gideon Krebs, tel. 020 6720509 | krebs@ireta.nl Druk en distributie: MyConcern | Capelle aan den IJssel 52 Idealen Wat beteken je voor de ander, hoe maak je de wereld beter? Het is niet alleen een vraag voor ieder mens, maar ook voor bedrijven, vindt ondernemer Erik Friedeberg. 56 Machzor Martijn Katan vraagt om een over de nieuwe Machzor. Rabbijn Kineret Sittig geeft antwoord. 5 Omslagfoto Claudia Kamergorodski serieuze discussie met gemeenteleden

Ze zijn de schatbewaarders van de kille. Bewaken de reserves, maken de balans op. En zoeken naar slimme oplossingen om activiteiten te bekostigen. tekst Hester Stein foto’s Claudia Kamergorodski Voor mijn pensioen werkte ik als projectmanager bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Ik boog mij over offshore werkzaamheden en bewaakte budgetten van soms 200 miljoen euro. Zes jaar geleden ben ik gevraagd penningmeester te worden van de kille in Zuidlaren. Ik kan moeilijk nee zeggen (lacht), maar ik vind het ook leuk werk. Je weet heel duidelijk voor wie je het doet. Eens per maand kijk ik of we alles financieel nog goed op de rit hebben. Het gaat hier om relatief kleine bedragen. Toch is het soms makkelijker om een budget van miljoenen euro’s te beheren dan enkele tienduizenden euro’s. Veranderingen kunnen veel impact hebben op een klein budget. Door corona hebben we minder uitgegeven, omdat we als gemeenschap niet meer bij elkaar kwamen. Voorheen organiseerden we na een erev sjabbat en -ochtenddienst een gezamenlijke maaltijd, omdat iedereen toch behoorlijk lang in de auto moet zitten voordat ze in Zuidlaren arriveren. Mensen komen uit Friesland, uit Groningen en de rabbijn helemaal uit Amsterdam. Die maaltijden betalen we uit ons fonds. Ik zou nooit pleiten om te besparen op zo’n belangrijke maaltijd. Een andere bijzondere uitgave was het bekostigen van de opleiding voor de chazzan. Onze chazzan besloot een stapje terug te doen. We vroegen aan onze kille van zo’n 35 leden wie belangstelling had voor deze functie. Vijf mensen gaven zich op. Dat is best bijzonder. Zij hebben de opleiding voor chazzan gevolgd, die voor een belangrijk deel betaald werd vanuit de Marorgelden. De rest konden we zelf financieren. Nu zingt iedereen z’n eigen deel tijdens de online dienst via Zoom. Als penningmeester ben ik tevreden als we aan het einde van het jaar iets overhouden, maar zeker is het nooit. Er zijn overal mogelijke risico’s. Onze leden worden ouder en hebben niet altijd een riant pensioen. Kunnen ze de contributie wel betalen? We krijgen nauwelijks nieuwe leden, dus hoe blijf je als kille (financieel) gezond? Daar maak ik mij wel zorgen over. Het zou leuk zijn om nieuwe gezichten welkom te kunnen heten.” Met de hand op de knip David Nicholson Lid PJG Noord Nederland 6

Als penningmeester ben je de schatbewaarder. Aan mij de taak om regelmatig ‘nee’ te zeggen op verzoeken van anderen. Een ongemakkelijke rol, want het is veel prettiger om ‘ja’ te zeggen en iedereen daarmee gelukkig te maken. In Amsterdam zitten we niet op zwart zaad. De financiële reserves hebben een mooie omvang. Maar je ziet tegelijkertijd dat de kosten sneller stijgen dan de inkomsten. Als dat zo doorgaat heb je op termijn een probleem. Daarom kijk ik hoe we het gat tussen inkomsten en uitgaven kunnen verkleinen. Door het contributiebeleid wat aan te scherpen, te kijken hoe je verder kunt bezuinigen zonder afbreuk te doen aan de activiteiten. Het geeft mij voldoening dat ik draagvlak heb bij het bestuur en de financiële ledencommissie, om te werken aan een gezond evenwicht. Twee jaar geleden werd ik gevraagd om penningmeester te worden voor de LJG Amsterdam. Ik was al een aantal jaren penningmeester van Talmoed Tora, dus ik had wel wat zicht op de financiën van de LJG. Maar dit werk gaat verder: je hebt ook te maken met de werkgeversrol voor de mensen die in dienst zijn, met de inkomsten en uitgaven van de LJG en het beheer van de financiële reserves. Dit werk doe ik naast mijn fulltime banen: ik werk vier dagen per week voor een adviesbureau over de woningmarkt en ik heb twee commissariaten. Elke dag ben ik wel even met de financiën van de LJG bezig. Maar het meeste werk is het opstellen van de jaarrekening. Je moet allerlei vragen beantwoorden en de accountant moet tevreden zijn met het resultaat. Tijdens de Hoge Feestdagen en de Algemene Ledenvergadering roep ik de leden op om een gift te doen. Want alleen met contributie redden we het niet. Soms zijn er bijzondere projecten die bekostigd moeten worden, zoals de apparatuur voor het Dichibur-team. Of de maaltijden met Pesach. Gelukkig zijn er altijd mensen die een bijdrage willen leveren aan zulke initiatieven. Waarom ik zulke initiatieven liever niet betaal vanuit de reserves? Ik voel het als een belangrijke verantwoordelijkheid om de huidige reserves, die in het verleden zijn opgebouwd, door te geven aan de volgende generaties. Ik spreek die reserves alleen maar aan als het echt niet anders kan.” Johan Conijn LJG Amsterdam 7

Uit de kehillot Joods leven terug in Alkmaar Loes Citroen neemt afscheid als voorzitter van de stichting Alkmaarse Synagoge. Dat doet ze op een bijzonder moment: er zijn plannen voor een liberaal joodse gemeenschap in deze sjoel. T 8 oen Loes Citroen naar Alkmaar verhuisde, zag ze in de Hofstraat de synagoge, een rabbijnenhuisje en een voormalig cheider. De sjoel was van 1806 tot 1942 gebruikt. Nu was het een baptistenkerk. Tijdens een kerkdienst ging ze naar binnen, werd gegrepen door het feit dat ze zo overduidelijk kon zien dat het een synagoge was geweest. “Toen sprak ik met mezelf af: dit gebouw moet terug naar de joodse gemeenschap.” Synagoge kopen Dat was 25 jaar geleden. Citroen richtte met twee andere vrouwen de stichting Alkmaarse Synagoge op, sprak met de baptisten, de politiek en de provincie. De groeiende baptistengemeente was inmiddels op zoek tekst Hester Stein naar een grotere locatie. “Vanaf het begin vonden ze ook dat het gebouw z’n joodse wortels terug moest krijgen. Ze gingen er voor bidden, maar verder gebeurde er niks.” De stichting zou pas kans maken op de synagoge als zij voor de baptisten een pand inclusief vijftig parkeerplaatsen wisten te vinden. Dat lukte uiteindelijk. De stichting had het eerste recht op aankoop, maar het gebouw bleek verkocht te zijn aan de woningbouwvereniging. Weer volgden gesprekken, maar nu met de advocaten erbij. “Na ruim een half jaar overleg konden we alleen de synagoge kopen.” De synagoge werd betaald met het geld van Maror, met steun van sponsoren, de gemeente Alkmaar, de provincie en het Rijk. De restauratie, in samenwerking met de woningbouwvereniging heeft anderhalf miljoen euro gekost. Het architectenechtpaar Isaac en Cootje Salomons namen de inrichting voor hun rekening. Op 15 december 2011 werd de sjoel heropend. Er kwam ook een bijzonder monument in het gebouw: een grote glazen plaat met daarop de namen van de mensen uit Alkmaar die weggevoerd en vermoord zijn in Oost-Europa. 45 aanmeldingen Maar dan: een synagoge zonder kille? Er is altijd een groep geweest die naar de diensten en joodse feestdagen komt. Sinds dit jaar zijn er serieuze plannen voor de oprichting van een LJG Alkmaar, onder de vleugels van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. “Ik ben daar zo blij mee”, vervolgt ze. “Ik ben zelf lid van LJG Amsterdam, maar deze sjoel is toch mijn kindje. 25 jaar ben ik er voorzitter geweest. Loslaten is dus moeilijk, maar dat het nu LJG Alkmaar gaat worden, geeft mij een goed gevoel.” LJG Alkmaar wil in de toekomst een rabbijn aantrekken en zorgen voor de joodse levenscyclus, van brit mila, bar- en bat mitswa, choepa tot lewaja. Ook moeten er sjoeldiensten, lezingen en bijeenkomsten worden georganiseerd. Inmiddels zijn er 45 aanmeldingen binnen. ‘Je kunt niet herstellen wat er weg is, maar dit voelt toch als een klein stukje reparatie.’ Klein stukje reparatie Terugkijkend erkent Citroen dat ze ook wel eens gedacht heeft dat het niet zou lukken: een synagoge terug geven aan de joodse gemeenschap. “Maar dat heb ik nooit gezegd. Ik wilde het gewoon zó graag. Voor de oorlog had je boven het Noordzeekanaal allemaal synagogen: in Den Helder, Medemblik, Enkhuizen, Hoorn, Zaandam, Alkmaar. Die zijn allemaal weg. Maar één sjoel terug, dat moet toch kunnen? Je kunt niet herstellen wat er weg is, maar dit voelt toch als een klein stukje reparatie, om iets van het joodse leven in Alkmaar en omgeving terug te brengen.” Benieuwd naar de sjoel of interesse in een lidmaatschap van LJG Alkmaar? Stuur een mail naar toekomst@ljgalkmaar.nl. De synagoge opent ’s avonds op 6 september, op de eerste avond van Rosj hasjana, de deuren. Welkom! MIKE BING

Zijn er ook bijzondere activiteiten in uw sjoel geweest? Schrijf een (kort) verslag en stuur uw foto’s naar redactie.joodsnu@gmail.com voor 4 oktober 2021. Yeladoedels Secretariaat: Karin en Keren Neem je contact op met het rabbinaat in Amsterdam, dan is de kans groot dat je Karin van Kasteel of Keren van Straten spreekt. Zij ondersteunen sinds dit jaar het rabbinaat als secretariaat. Karin komt uit Canada, heeft langere tijd in Israël bij gastgezinnen gewoond. Zij was secretaresse bij advocatenkantoren. Zij werkt op dinsdag, donderdag en vrijdag. Keren van Straten komt uit Israël, heeft lesgegeven o.a. iwriet aan kinderen in de LJG en heeft ervaring met catering. Keren werkt op maandag tot en met woensdag. Een speciaal programma in sjoel voor de kleintjes tot vier jaar? Jazeker, kom naar Yeladoedels! Met een enthousiast nieuw team en een nieuwe naam, afgeleid van het Hebreeuwse Yeladiem, maken de jongsten onder ons op een speelse manier kennis met een nieuw joods onderwerp. Er wordt samen gezongen, geluisterd naar een verhaaltje en geknutseld. Papa, mama, opa of oma mogen mee. Eerste zaterdag van de maand bij de LJG Amsterdam van 10.30 tot 12.00 uur. Info en aanmelden: rabbinaat@ljg.nl Semicha voor Peter Luijendijk Peter Luijendijk, student van het Leo Baeck College, ontving op 4 juli zijn semicha. De ceremonie was live te volgen. Gelijktijdig ontvingen vier studenten in vier synagogen in drie landen hun semicha. Het geheel werd vanuit Engeland uitgezonden waarbij er afwisselend én soms gelijktijdig verbinding werd gemaakt. Peter heeft de laatste periode van zijn studie ‘stage gelopen’ bij de LJG Rotterdam, hij ontving dan ook de zegen van Albert Ringer. Zelf sprak Peter over ‘een gekke dag’. Hij memoreerde zijn moeder, die hem altijd gesteund heeft en deze dag niet meer heeft kunnen meemaken. Menno ten Brink (decaan van Levisson en alumnus van het Leo Baeck college) hield een toespraak en gaf hem advies over het religieus leraar zijn (vrij naar Hillels Pirke Avot). De online dienst werd afgesloten met psalm 150 in de uitvoering van Sjier Chadasj. In het volgende nummer van Joods Nu staat een uitgebreid interview met Peter Luijendijk. Welke joden verdedigen Israël nog? Natuurlijk zijn dat de Israëli’s. Die doen dat met alle middelen die hun ten dienste staan, inclusief hun leven. Maar je verwacht toch ook enige inzet van de joden buiten Israël die niet onder de trap hoeven te zitten vanwege overvliegende raketten of hun kinderen naar het leger moeten sturen? Christenen voor Israël en het CIDI organiseerden tijdens het laatste Gaza-conflict een demonstratie als tegenwicht tegen de vele pro-Palestina (eigenlijk anti-Israël) demonstraties. Zo’n 800 goedwillende christenen uit het hele land kwamen naar Den Haag. De goedwillende joden vormden een mager clubje van zo’n 35 mensen, waarvan een deel sprekers. Niet alleen veel joden ontbraken, ook de pers was er niet, want geen rellen. Troost was dat bijna alle joden lid waren van de LJG en van ARZA. Maar waar waren die anderen? Meerdere aanwezigen uitten tegen mij hun verontrusting: Wordt de urgentie om op te komen voor Israël, zelfs door simpele aanwezigheid, niet meer gevoeld? Ik hoor het graag als iemand hier iets zinnigs over kan zeggen. Rosa van der Wieken-de Leeuw Voorzitter ARZA-Nederland Joods Nu: ook digitaal Woon je in het buitenland of lees je liever Joods Nu online? Dat kan nu: naast de papieren editie verschijnt Joods Nu ook digitaal. Stuur ons een email (redactie.joodsnu@gmail.com) en je ontvangt in plaats van een blad op de mat, een link in je mailbox. 9 CLAUDIA KAMERGORODSKI

Jodendom en de opdracht tot Tikkoen Olam De uitdrukking Tikkoen Olam, hebreeuws voor herstel van de wereld, komt uit de klassieke rabbijnse literatuur en de 16de eeuwse kabbala van Jitschak Luria. Maar de term Tikkoen Olam wordt voor veel zaken en agenda’s gebruikt, wat tot uitholling heeft geleid. I n de Misjna (circa 200 van de huidige jaartelling) wordt de term “mipnei tikkoen ha-olam” geïntroduceerd en veelvuldig gebruikt. יִנֲא ְךיִרָצ ,יִליִב ְׁשִּב אָרְבִנ םָלֹועָה ֶׁשְּכ ,אָצְמִנ תֹואְּלַמְלּו ,םָלֹועָה ןּוּקִתְּב תֵע לָכְּב ןֵּיַעְלּו תֹואְרִל םָרּובֲעַּב לֵּלַּפְתִהְלּו ,םָלֹועָה ןֹורְסֶח. Hier staat: ‘Dus, als de wereld voor mij was geschapen, dan moet ik er altijd op toezien en mij inzetten voor tikkoen ha-olam – het herstellen van de wereld- en wat er schort aan de wereld verbeteren, en een gebed hiervoor uitspreken.’ Het verzamelen van licht en zielen De uitdrukking ‘tikkoen olam’ speelt een belangrijke rol in de mystieke visie van Jitschak Luria op de schepping. Hij ziet het als individuele daden om de wereld te repareren. God trok zich terug om ruimte te maken voor de schepping. Het Goddelijk licht werd opgeslagen in speciale vaten (keliem) waarvan sommige werden verbrijzeld. Terwijl het grootste deel van het licht terugkeerde naar zijn goddelijke bron, hechtte een deel van het licht zich aan de gebroken scherven. Deze scherven staan voor het verscheurde joodse volk, maar in bredere zin voor het breken van de wereld en de gebroken wereld. De Luriaanse visie is veel gedetailleerder dan deze simpele samenvatting. Maar in grote lijnen komt het erop neer dat goed en kwaad in onze materiële wereld uit balans zijn geraakt. Voor het herstel van die wereld moet de 10 tekst Rosa van der Wieken illustratie Rosa Snijders mens het licht en de zielen verzamelen door religieuze toewijding, om het heilige te scheiden van het materiële, zodat het heilige terug kan naar de Eeuwige. Mensen zijn dus verantwoordelijk voor het scheiden van de heilige wereld van de materiële wereld. Beschermen van groepen In de Misjna kom je de term tikkoen ha-olam tegen, die voornamelijk wordt gebruikt in discussies over het beschermen van groepen of mensen die mogelijk benadeeld zijn. Bijvoorbeeld met betrekking tot de inhoud van een get (echtscheidingsbesluit) en de invrijheidstelling van slaven. Daaruit komt de alternatieve moderne vertaling voort: inzet voor het algemeen belang. De term heeft dus tweeërlei oorsprong: de maatschappelijke betrokkenheid uit de Misjna en de individuele inzet uit de Kabbala. De term is met name in Amerika zo gemeengoed geworden dat de grap gaat dat een Amerikaan in Israël vraagt: “Hoe zeg je Tikkoen Olam in het hebreeuws?”. Bardin meende dat joden verplicht zijn om te werken aan een betere wereld. Goede daden Wij gebruiken de term vooral voor goede daden. Misschien is in die zin de achterliggende spirituele betekenis bij ons gebleven, omdat we denken dat we een beter mens worden als we proberen de wereld te herstellen. De huidige betekenis werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw geïntroduceerd door Shlomo Bardin. Volgens hem vatte de zin uit de tweede alinea van Alenoe “letakeen olam bemalchoet sjaddai” de essentie van joodse waarden samen: ‘de wereld herstellen onder

het bewind van de Almachtige’ (pagina 362 van onze sidoer). Bardin meende dat joden verplicht zijn om te werken aan een betere wereld, dat het de verantwoordelijkheid van de mens is – en niet van de Eeuwige om recht te zetten wat kapot is in de wereld. De term omvat zowel de individuele tsedaka en gemiloet chasadiem (liefdadigheid) als de bredere sociale rechtvaardigheid. Liefdadigheid Tikkoen Olam belichaamt dus het idee van filantropie. Het vergroten van het welzijn van de mensheid is één van de belangrijkste elementen van het herstellen van de wereld. Het helpen van mensen in nood, op welke manier dan ook, is cruciaal en ‘heilig’ werk. Dat geldt voor nood in de joodse wereld maar ook daarbuiten. Want er zijn talloze organisaties die op joodse gronden hun werk doen buiten de joodse wereld. Een beroemde is de HIAS de Hebrew Immigrant Aid Society. Oorspronkelijk om joodse vluchtelingen te helpen en sinds deze eeuw ook voor vluchtelingen overal in de wereld. Zo heb je de ook de American Jewish World Service die projecten doet in de derde wereld. En zo zijn er talloze kleine joodse ontwikkelingsorganisaties actief in 69 landen. Uithollen van de term Of je het nu ‘goede daden’ noemt of ‘sociale rechtvaardigheid’: De brede interpretatie heeft volgens sommigen geleid tot uitholling van de betekenis. Hilary Clinton gebruikte bijvoorbeeld de term om Trump mee aan te vallen. Critici zeggen dat het moderne concept vooral wordt ingezet om een ‘linkse agenda’ te ondersteunen. Dat heeft tot gevolg dat jodendom, en zeker kehillot die zich hieraan actief committeren, wordt gepolitiseerd. Religie zou politiek neutraal moeten zijn. Jonathan Neumann schreef een boek over zijn visie op de term.1 Hij geeft een vernietigende analyse van Tikkoen Olam als een pseudoreligie, die volgens hem tekstueel noch historisch een basis heeft in het jodendom. Hij vraagt zich af hoe Tikkoen Olam (‘herstel’ of ‘reparatie’ of ‘genezing’) in de wereld) zijn huidige status heeft bereikt als een luide oproep aan joodse liberalen die goddelijke goedkeuring zoeken voor hun politieke wensen en visies, variërend van socialisme en milieu-activisme tot transgenderondersteuning. Neumann beweert dat de brede uitleg een linkse hobby is waarmee ze bestaande sociale rechtvaardigheidsprogramma’s beschrijven door verdraaiing van religieuze teksten en religieuze rituelen. Tikkoen Olam is een excuus is geworden voor iedere maatschappelijke beweging om Iran, abortus, de rechten van transgenders of de BDS te steunen. Om uit te leggen wat hij ziet als de verdraaiing van religieuze tekst verwijst hij naar het Alenoe-gebed. Tikkoen Olam is daarin een opdracht aan de joden om Gods koninkrijk 11 In het Alenoegebed is Tikkoen Olam de opdracht om Gods koninkrijk dichterbij te brengen. 1 Jonathan Neumann, To Heal the World? How the Jewish Left Corrupts Judaism and Endangers Israel. 2 Emil Fackenheim, To Mend the World: Foundations of Future Jewish Thought (Schocken, 1982) dichterbij te brengen, en dan wel het koninkrijk van de God van Israël. Dat religieuze deel van de Tikkoen is geheel ondergesneeuwd, uit zijn verband gerukt en misbruikt. Reparatie van de wereld Een andere schrijver over het onderwerp is Emil Fackenheim.2 Volgens hem was de wereld, die het Europese jodendom had vernietigd, inderdaad aan een grote reparatie toe. Maar de term Tikkoen Olam was inmiddels misbruikt en verpest. Onder andere doordat de BDS de term in hun anti-Israël actie gebruikte. Volgens Fackenheim is de staat Israël de echte Tikkoen, het ware herstel van de wereld. De echte Tikkoen was het vermogen van joden om de staat Israël te creëren, de opperste bevestiging in de geschiedenis dat het leven gaat boven de dood, een teken van hoop voor de hele mensheid. Israël als de echte Tikkoen? De visie dat Israël de echte tikkoen is roept veel protest op, bij joden en niet-joden. Het is gemakkelijker om onder het motto van Tikkoen Olam allerlei ‘goede’ daden te doen en dat jodendom te noemen. Goede daden zijn een integraal onderdeel van het jodendom, maar geen vervanging daarvan.

Hoe ver reikt onze verantwoordelijkheid? ‘Als ik er niet voor mijzelf ben, wie is er dan voor mij? Maar als ik er alleen voor mijzelf ben, wat ben ik dan? En indien niet nu, wanneer dan wel?’. Het zijn de bekende woorden van Hillel. Vier filosofische antwoorden op de vraag in hoeverre wij verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van leed in de wereld. E tekst Yoram Stein Peter Singer Singer: Controversiële filosoof Wie is Peter Singer? Afkomstig uit een geassimileerd Oostenrijks-Joods nest (drie van zijn grootouders stierven door toedoen van de nazi’s) keerde Singer ook de laatste restanten religieus jodendom al jong de rug toe: Singer weigerde bar mitzva te doen. Als utilitarist redeneert Singer vanuit het uitgangspunt dat het onze morele plicht is om de hoeveelheid pijn en lijden in de wereld te minimaliseren. Omdat dieren kunnen lijden, hebben zij volgens Singer bepaalde rechten, maar rechten zijn bij Singer niet absoluut. Zo ontkent hij dat mensen altijd recht hebben op leven. Abortus en euthanasie (ook op baby’s) kunnen volgens hem gerechtvaardigd zijn als die uiteindelijk erger leed voorkomen. Om deze redenen is hij naast een van de beroemdste ook een van de meest controversiële filosofen van deze tijd. Wanneer je in staat bent om het sterven en het lijden van mensen te voorkomen, ben je moreel verplicht om dat te doen. 12 Kinderen redden als plicht Terug naar Singer’s oplossing voor het probleem van de wereldarmoede. Waarom moet ik volgens Singer al mijn geld weggeven? En waarom moet u dat volgens Singer ook doen? lke dag sterven 25.000 mensen in de wereld aan de gevolgen van ondervoeding. Zelf wonen wij in de villawijk van de wereld. Moeten wij dan niet meer weggeven? Volgens de Australische filosoof Peter Singer moeten wij dat zeker doen. Volgens hem zijn wij zelfs moreel verplicht om al het geld, dat we strikt genomen niet echt nodig hebben, weg te geven aan de allerarmsten. De redenen die hij hiervoor geeft, zal ik hieronder uitleggen. Dit laat zich het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Stel: ik ga twee keer met mijn vrouw uit eten. Die twee etentjes samen kosten mij 200 euro. Dat bedrag had ik ook kunnen geven aan Oxfam of Unicef. Van 200 euro kunnen deze hulporganisaties een doodziek en ondervoed kind van twee jaar veranderen in een gezond kind van zes jaar. Door twee keer niet uit eten te gaan, kan ik een leven redden. Hoeveel kinderen zou ik niet kunnen redden wanneer ik niet meer met mijn gezin op vakantie zou gaan? Misschien zou ik zo ieder jaar wel honderd kinderen kunnen redden. En Singer’s punt is: uit het feit dat je deze kinderen kunt redden, volgt de morele verplichting om dat te doen. In het water springen? Singer legt deze morele verplichting uit aan de hand van het volgende voorbeeld. Stel dat iemand in een duur pak van duizend euro langs een vijver loopt en daar een kind in het water om hulp hoort roepen. Is deze persoon moreel verplicht om het water in te springen, het kind te redden, en zijn dure pak te ruïneren? Bijna

Cicero De verplichtingen jegens je landgenoten wegen zwaarder dan de plichten die je hebt jegens mensen in het buitenland. Cicero: Helpen is niet verplicht Het idee van Singer dat ik een plicht heb om vreemden in nood te helpen gaat in tegen de common sense opvatting. De common sense opvatting luidt dat het natuurlijk lovenswaardig is wanneer je geld geeft aan goede doelen, maar dat je niet verplicht bent om dat te doen. De common sense opvatting vind je terug in de klassieke filosofie – bijvoorbeeld bij de Romeinse filosoof Cicero die stelt dat iemands verantwoordelijkheid voor diens eigen vrouw en diens eigen kind zwaarder weegt dan de plichten die je hebt jegens vreemden. Volgens Cicero is het helpen van vreemden geen plicht maar een kwestie van medemenselijkheid. Het zou volgens Cicero dan ook verkeerd zijn wanneer ik zoveel geld zou weggeven aan het bestrijden van de honger in de Derde Wereld dat ik mijn vrouw op haar verjaardag niet kan trakteren op een etentje in een fijn restaurant. Ook mijn verplichtingen jegens mijn landgenoten wegen zwaarder dan de plichten die ik heb jegens mensen in het buitenland. In zekere zin had Trump volgens deze manier van denken dus gelijk toen hij zei: America first! Als Amerikaan ligt jouw eerste verantwoordelijkheid bij het lot van de Amerikanen en niet bij het lot van de wereld. Zo zou ook volgens deze manier van denken onze eerste verantwoordelijkheid liggen bij onze naasten – de mensen die het dichtste bij mij staan – en pas daarna bij de mensen die verder van ons afstaan. Natuurlijke neigingen Cicero’s opvattingen sluiten veel dichter aan bij onze natuurlijke neigingen dan die van Singer. Voor Singer is dit echter weer geen argument. Wij zijn van nature geneigd om bijvoorbeeld Nederlandse kinderen belangrijker te vinden dan Liberiaanse kinderen. Dit is volgens Singer een onredelijke en immorele manier van denken waarvan we met ons verstand kunnen inzien dat hij niet klopt. Er is geen moreel significant verschil tussen een Nederlands kind en een Afrikaans kind. Dat betekent dat wij tegen onze natuurlijke neiging in onszelf moeten dwingen om beiden even belangrijk te vinden. Maar wie slaagt hier nu in? Zelfs Singer heeft in een interview verteld dat hij veel geld heeft betaald om zijn oude, dementerende moeder van de best mogelijke zorg te voorzien. Maar volgens de maatstaven van zijn eigen filosofie had hij dat beter aan hongerende Afrikaanse kinderen kunnen geven. Is Singer’s filosofie dan te veeleisend? Of wordt in deze universalistische manier van denken te gemakzuchtig voorbijgegaan aan iets wezenlijks: namelijk wat de joods-Amerikaanse filosoof Leo Strauss (1899-1973) ‘de liefde voor het eigene’ heeft genoemd - de liefde voor onze eigen kinderen, ons eigen land, ons eigen volk? iedereen antwoordt op deze vraag: ja. Want het is moreel verwerpelijk als de persoon in deze situatie zou kiezen voor zijn pak in plaats van voor het kind. Singer destilleert uit dit voorbeeld een principe: wanneer je in staat bent om het sterven en het lijden van mensen te voorkomen, zonder dat je daarbij iets van moreel belang hoeft op te offeren, ben je moreel verplicht om dat te doen. Vervolgens stelt Singer dat op het moment dat wij geen geld overmaken om kinderen in Afrika of Azië van de honger te redden, wij precies hetzelfde doen als de man die het kind in de vijver laat verdrinken. Afstand doet er niet toe Nu kan je zeggen dat deze vergelijking niet opgaat. Ten eerste, bij het kind in de vijver weet je zeker dat je het redt, maar als je geld geeft aan zo’n hulporganisatie weet je nooit zeker of je geld wel bij het kind terechtkomt. Ten tweede, het kind in de vijver is mijn probleem (immers: alleen ik kan het redden), maar hongersnood is een probleem van de wereld dat we met zijn allen moeten aanpakken. Tenslotte, het kind is voor mijn neus aan het verdrinken, terwijl de hongersnood op duizenden kilometers van mijn bed plaatsvindt. Singer weerlegt alle drie de argumenten. Het eerste weerlegt hij door te stellen dat er betrouwbare informatie is over welke hulporganisaties de meest effectieve zijn. Op het tweede argument reageert hij door te stellen dat mijn verantwoordelijkheid niet ophoudt wanneer er honderd kinderen in een vijver dreigen te verdrinken terwijl er honderd mensen aan de rand van de vijver passief staan toe te kijken. Zolang anderen niet genoeg doen om de honger de wereld uit te helpen moet ik zelf aan de slag. Het derde argument vindt hij simpelweg ongeldig. Afstand doet er niet toe. Het enige dat ertoe doet, is of ik kan helpen of niet. Het is onze morele plicht om de hoeveelheid pijn en lijden in de wereld te minimaliseren. > 13

Yehuda Amichai, vertaald door Tamir Herzberg en Tsafi ra Levy Gedichten, deel I Uitgeverij Van Maaskant Haun Paperback, €25,99 BOEKHANDEL VAN ROSSUM Gerben Post Hannah Arendt, vertaald door Dirk de Schutter en Remi Peeters Het leven van de geest Uitgeverij Ten Have Hardback, €49,99 Yehudai Amichai (1924-2000), een van de grote Israëlische dichters van de 20e eeuw, was tevens een van de eerste Hebreeuwstalige auteurs die zich in zijn teksten van gewone spreektaal bediende. Vertalers Tamir Herzberg en Tsafi ra Levy brengen zijn werk naar het Nederlands bij uitgeverij Van Maaskant Haun. Wat een ontdekking! In de kalme, grappige beschouwingen van deze ´meest huiselijke dichter in de Israëlische poëzie’ (Roni Somek) komt niettemin de hele wereld samen. Het leven van de geest is het laatste hoofdwerk van Hannah Arendt. In dit boek ontvouwt ze haar ideeën over de mogelijkheden van de menselijke geest. Ze onderscheidt drie capaciteiten die iedereen bezit: denken, willen en oordelen. Tot haar dood bleef ze aan dit opus werken. Van het laatste deel, dat onvoltooid is gebleven, is hier het concept opgenomen. Dit is internationaal gezien de eerste editie die al het materiaal in één band samenbrengt. Schöff er & Co. Familiebedrijf in verzetszaken Uitgeverij Prometheus Paperback, €25,De Amsterdamse Conrad en Sara Schöff er hebben hun kinderen Lidia, Peter en de latere vooraanstaande historicus Ivo opgevoed met een sterk gevoel van rechtvaardigheid. Het gezin is dan ook niet van plan lijdzaam toe te kijken hoe hun joodse stadgenoten het tijdens de bezetting steeds moeilijker krijgen en uiteindelijk worden weggevoerd. Schöff er & Co. vertelt het fascinerende verhaal van een familie die direct en indirect honderden mensen het leven heeft gered. Het werpt een nieuw licht op de organisatie van de hulp aan onderduikers en laat zien hoezeer de levens van onderduikers en hun helpers met elkaar verweven zijn. Beethovenstraat 30-32 — 1077 JH — Amsterdam 020-4707077 — winkel@boekhandelvanrossum.nl — www.boekhandelvanrossum.nl Wilt u iets bestellen? Dat kan vanaf dit jaar ook via www.athenaeum.nl/winkels/van-rossum Blik op 75 jaar Met oog voor het verleden, blik gericht op het heden en de focus op de toekomst, vieren wij dit jaar op 28 november 75 jaar JMW. JMW werd in 1946 opgericht om zorg te dragen voor Joodse vervolgingsslachtoffers en is door de jaren heen uitgegroeid tot een organisatie die zich inzet voor het welzijn van Joden in Nederland in de breedste zin van het woord. JMW is landelijk actief op het gebied van identiteitsversterking en zorg- en dienstverlening. JMW wil ervoor zorgen dat ook volgende generaties op ons kunnen rekenen en dat we onze taken voor het voetlicht blijven brengen en uitvoeren zolang dat nodig en wenselijk is. We blikken dan ook vol vertrouwen met u vooruit naar de toekomst van het Joodse leven in Nederland. Eén van de manieren waarop wij dat doen, is met onze JMW podcastserie, waarin we actuele thema’s bespreken met boeiende gasten. In het najaar wordt de podcastserie gepubliceerd. Wilt u meer weten of uw wensen met ons delen? Dat kan via www.joodswelzijn.nl

Rand: de ander niet schaden Iemand die het totaal oneens zou zijn met het hele idee van positieve morele verplichtingen jegens anderen is de Amerikaans-joodse denker Ayn Rand (1905-1982). Rand maakte als klein meisje de verschrikkingen van de Russische Revolutie mee, en hield daar haar hele leven een intense hekel aan het socialisme aan over (en aan alles wat daar ook maar een beetje naar rook). Van religie moest ze al evenmin iets hebben. Het jodendom speelt in haar denken geen rol van betekenis. Rand is in Europa minder bekend, maar is een van de meest invloedrijke Amerikaanse auteurs. Haar filosofische, dystopische roman Atlas Shrugged is na de Bijbel het meest gelezen boek in de Verenigde Staten. In dat werk en in andere werken verdedigt zij haar libertarische standpunt. Dat wil zeggen: mensen hebben geen morele verplichting om anderen te helpen. Zij hebben alleen de plicht om anderen niet te schaden. Eigen verantwoordelijkheid Wat betekent Rand’s opvatting voor de vraag hoe ver onze verantwoordelijkheid gaat? Welnu, verantwoordelijk ben je volgens Rand alleen maar voor de gevolgen van je eigen handelen, maar je bent niet verantwoordelijk voor de gevolgen van de handelingen van een ander. De ouders zijn verantwoordelijk voor dat kind dat in de vijver ligt en dus is een ander niet verplicht om dat kind te helpen. Het is geen plicht om dat kind te redden maar jouw vrije keuze. Zo ben je ook niet verplicht om hongerige kinderen in de Derde Wereld te helpen, al mag dat natuurlijk wel. Wat voor Rand voorop staat is de individuele vrijheid en de daarbij horende individuele verantwoordelijkheid van ieder mens. Wanneer wij zeggen dat wij verantwoordelijk zijn voor de ander, ontkennen wij de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van die ander. Dit alles leidt tot de grote communistische dystopie die ze in Atlas Shrugged beschrijft: als niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor zijn eigen leven gaat de samenleving kapot. Singer en Rand zijn het oneens over wat verantwoordelijkheid precies inhoudt. Volgens Rand heb je alleen een verantwoordelijkheid om iets te herstellen als je zelf verantwoordelijk bent geweest voor de ontstane situatie; voor Singer heb je een herstellende verantwoordelijkheid, zelfs al heb je helemaal geen rol gehad in het tot stand brengen van de situatie. ALLYN B AUM / THE NEW YORK TIMES / RE Ayn Rand Wanneer wij zeggen dat wij verantwoordelijk zijn voor de ander, ontkennen wij de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van die ander. Thomas Pogge De armoede in het Zuiden is het directe gevolg van de koloniale geschiedenis van slavernij en uitbuiting. Pogge: politieke kwestie Rand en haar aanhangers beweren dat wij in het rijke Noorden niets met die armoede in het Zuiden te maken hebben, en er daarom niet verantwoordelijk voor zijn. Maar is dat wel waar? Volgens de Duits-Amerikaanse filosoof Thomas Pogge zijn wij namelijk wel degelijk (resultaat)verantwoordelijk voor de honger in de wereld. De armoede in het Zuiden is het directe gevolg van de koloniale geschiedenis van slavernij en uitbuiting en van de manier waarop de geglobaliseerde wereldeconomie nog steeds gestructureerd is bijvoorbeeld door protectionistische maatregelen. Toch is Pogge het niet eens met Singer. Hij vindt dat het bestrijden van de honger geen ethische maar een politieke kwestie is. Het gaat er niet om dat ik als individu al mijn geld (uit fatsoen) moet geven aan de Derde Wereld, maar de wereldeconomie moet anders gestructureerd worden zodat arme landen gecompenseerd worden voor de schade die de rijke landen daar berokkend hebben. Dus, hoe om te gaan met het spartelende kind in de vijver? Pogge bekommert zich vooral om arme kinderen die in de vijver dreigen te verdrinken, omdat wij verantwoordelijk zijn voor die armoede en die moeten verhelpen. Misschien een aardig idee om bij een volgende sjabbatmaaltijd aan je gasten te vragen welke van deze opvattingen zij passend vinden. 15

Gekoesterd, gekregen of gekocht, maar in elk geval dierbaar: LJG-ers over hun favoriete joodse object. tekst Sarah Bremer foto’s Claudia Kamergorodski Channa Kistemaker Ik ben erin gedoken en met een project gestart, waarmee ik wil bijdragen aan het vastleggen van de geschiedenis van de joodse gebedenboeken in Nederland. De resultaten publiceer ik op de weblog ‘De Mokumse Geniza’ (www.apiciana.wordpress.com). Deze boeken zijn mijn favorieten: drie hagadot van de familie De Vries. Hun namen staan erin en ze dragen duidelijk gebruikssporen. Het zijn alle drie hagadot met een Nederlandse vertaling. De rode uit 1884 en de groene uit 1906 zijn vertaald door Samuel Israël Mulder. De derde, de oranje van rond 1920, heeft een vertaling van E.S. Hen en is geïllustreerd met tekeningen van Otto Geismar. Voor in de groene staat Hartog de Vries, in de rode staat Reina (een dochter van hem) en in de oranje Benjamin Denneboom (de schoonzoon van Hartog, getrouwd met zijn dochter Elisabeth). Hartog de Vries was van 1914 tot 1943 beheerder van Zeeburg, de oude joodse begraafplaats bij Amsterdam. Ik doe daar ook vrijwilligerswerk, probeer de stenen op de natuur te heroveren en doe onderzoek naar de verhalen van de mensen die er liggen. En dan krijg ik drie hagadot in handen die door de beheerder en zijn familie zijn gebruikt. Na de oorlog zijn deze boeken in een kist op een zolder gevonden en weer gebruikt als hagadot. Niet door de familie zelf, want zij hebben de oorlog niet overleefd. En dit jaar, vlak voor Pesach, krijg ik ze. Hoe bijzonder is dat. Iemand verbeeldde het ooit zo: ‘De oorlog heeft een grote wond geslagen, als een gat in je huid. Zo’n wond geneest doordat de huid draden gaat spannen, dunne draden waarmee de wond langzaam weer dicht. Zo kan je de verhalen zien, als draden waarmee de wond kan dichten.’ Daar wil ik aan meewerken, verhalen verzamelen om de continuïteit door te geven én om het gat te dichten. Ik wil verbinding maken tussen het verleden en het heden. Verbinding maken is voor mij de essentie van het jodendom, verbinding met mensen en tussen mensen.” Ik heb iets met boeken. In 2017 vond ik bij Gideon Italiaander een oude sidoer. Voorin stond een naam en hij viel open bij het nachtlajenen, het Sjema zeggen voor het slapengaan. Dat pakt me en ontroert me. Ik denk dan meteen aan degene van wie deze sidoer is geweest, die elke avond trouw en met toewijding het gebed zegt. De tekst in een boek kan bekend zijn, maar gebruikssporen vertellen zoveel over de mensen. Een sidoer met tranen bij het gebed voor de zieken, lippenstift op de plek waar het boek is gekust. Channa Kistemaker (1956) is historica en publiciste. Zij is lid van de LJG Amsterdam. 16

Elco Aronstein Ik ben de kleinzoon van Carl Aronstein. Een opperofficier in de Koninklijke Marine, een indrukwekkend man die geen tegenspraak duldde. Geen kleine jongen. Ik heb een foto waarop hij als jonge Luitenant ter Zee naast de tsaar staat. Over Grootvader (in de familie schrijven wij Grootvader met een hoofdletter) wordt altijd met ontzag gesproken. Persoonlijk heb ik hem niet gekend. Hij stierf in 1946 en ik werd als stamhouder in 1947 geboren, maar deze objecten van zijn leven en carrière laten mij zien wie hij was: zijn onderscheidingen, een boek over George Maduro en het boek ‘Een geschiedenis der Joden’ van Joseph Kastein (1933). Mijn joodse Grootvader was zeeofficier bij de Koninklijke Marine, waar hij uiteindelijk de rang van vice admiraal bereikte. Dat was begin twintigste eeuw een uitzondering, joodse mannen werden niet snel Opperofficier. Waarschijnlijk heeft zijn huwelijk met Johanna Vaillant meegeholpen, zij was een telg uit een generaals familie. Mijn Grootvader heeft tijdens zijn carrière vele hoge onderscheidingen ontvangen, waaronder het zeldzame St. Anna kruis uit het toen nog Tsaristische Rusland. Ik heb gehoord dat Grootvader zijn onderscheidingen ‘zijn speelgoed’ noemde, voor mij zijn het trotse herinneringen aan hem. Tijdens een vlootbezoek aan Curaçao leerde hij de Sefardisch joodse familie Maduro kennen. Hij werd pleegvader van hun zoon George. George en zijn zus Sybille kwamen tijdens hun school– en studiejaren bij mijn grootouders in Den Haag wonen. Over George Maduro verscheen in 2016 het boek ‘Ridder zonder Vrees of Blaam’ waarin het verhaal van zijn heldenrol als reserve luitenant der Huzaren tijdens de strijd om Den Haag in de meidagen van 1940 en zijn rol in het verzet beschreven wordt. Grootvader wordt veelvuldig genoemd in dit boek. George Maduro schrijft in een brief aan zijn ouders met veel warmte over mijn Grootvader, die discipline eiste, geen tegenspraak duldde en hem bijstond met advies. Hij noemde hem ‘zijn tweede vader’. George Maduro stierf uiteindelijk in het concentratiekamp Dachau. Hij ontving postuum de Militaire Willems Orde. Na de oorlog hebben zijn ouders het startkapitaal beschikbaar gesteld voor Madurodam, als een monument voor hun enige zoon. Er hangt een plaquette met de tekst: “In hem eert Nederland zijn oorlogshelden uit de strijd 1940 – 1945”. Heeft u ook een object met een voor u speciale (joodse) betekenis? Laat het ons weten en stuur een email naar redactie. joodsnu@gmail.com Het laatste object dat ik laat zien is het boek ‘Een geschiedenis der Joden’. In de marges staan veel aantekeningen van Grootvader, wat voor mij een bewijs is dat hij in ieder geval bezig was met zijn jood zijn. Zelf heb ik geen joodse opvoeding gekregen. In Breda werd ik op het schoolplein uitgescholden voor ‘vuile Jid’ en ik wist niet wat dat was. Toen ik het mijn moeder vroeg zei zij: ‘daar praten wij niet over’, een antwoord wat geheel paste binnen de familie en binnen die tijd. Maar juist door deze ‘afwijzing’ van mijn moeder is er een kooltje gaan gloeien, wat veel later is gaan branden om niet meer uit te gaan.” Elco Aronstein, lid LJG Dieren 17

• PERSOONLIJK Ohad Topper 18

Gastvrij, binnen de grenzen? Gastvrij: we willen het wel graag zijn, in Nederland en ook zeker in onze kille. Maar in de praktijk is het knap lastig, weet Ohad Topper, voormalig voorzitter van LJG Den Haag en directeur van Nidos, een jeugdbeschermingsorganisatie. Een gesprek over welkom heten, dilemma’s en hardnekkige vooroordelen. D e foto van de peuter die aanspoelde op het strand van Bodrum maakte zes jaar geleden de situatie van veel vluchtelingen schrijnend zichtbaar, net als de overvolle kampen in Moria. Maar mensen vergeten snel, zeker wanneer weer nieuwe cijfers van de vluchtelingenstroom in de media verschijnen, weet Ohad Topper. De politieke wind is al jarenlang niet gunstig: “Zo’n honderdvijftig gemeenten in Nederland vroegen het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) in een petitie om slechts honderd kinderen uit Griekenland te halen, en daarvan is maar een handjevol kinderen gekomen.” Zijn jeugdbeschermingsorganisatie Nidos heeft de wettelijke voogdij over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers. Nidos regelt begeleiding, bescherming, zorg en onderwijs. “Het aantal jongeren dat per jaar binnen komt ligt rond de 1300 maar we begeleiden er rond de 3000. Elk kind moet onder het gezag staan van een volwassene en dat zijn wij voor deze kinderen die zonder ouders naar Nederland komen. Nidos zorgt ervoor dat zij een zorgvuldige procedure krijgen, bescherming en begeleiding totdat ze 18 jaar zijn of eerder, als de IND besluit dat ze terug moeten keren.” Er zijn verschillende soorten opvang voor deze jongeren, waarvan opvang in gezinnen de belangrijkste is. “Cultuurgezinnen”, verduidelijkt hij. “We willen de kinderen opvangen tekst Hester Stein foto Claudia Kamergorodski ‘Het meemaken van een traumatische gebeurtenis maakt kinderen niet direct getraumatiseerd.’ binnen hun eigen ‘kleuren en geuren’. Je zou kunnen zeggen dat het slecht is voor de integratie, want dan spreken ze de taal niet etcetera. Niets is minder waar, want alle onderzoeken van de afgelopen twintig jaar tonen aan dat opvang van kinderen in een vertrouwde context hun zoveel veiligheid geeft, waardoor ze de buitenwereld beter durven te ontdekken zoals de taal beter leren en openstaan voor een andere cultuur.” We steken nogal wat uren in het bezoeken van culturele instellingen en moskeeën om nieuwe gezinnen uit bepaalde culturen te werven, van Somaliërs, Eritreeërs, Afghanen tot Noord-Afrikanen.” “Maar het is niet eenvoudig om gezinnen te vinden die hun deuren openen voor andermans kinderen. De meeste jongeren komen uit een wij-cultuur waar ooms, tantes en buren voor elkaars kinderen zorgen. Maar andermans kinderen opvoeden is taboe. Je weet immers niet wat de ouders daarvan vinden, die tenslotte ook nog ergens leven. Wat gebeurt er als de ouders later hier komen en die opvoeding niet goedkeuren? Omdat veel mogelijke opvanggezinnen daarmee zitten”, vervolgt Ohad, proberen onze jeugdbeschermers, zodra een kind in Ter Apel aankomt, in contact te komen met de ouders. Soms betekent het dat ze zes uur aan de telefoon hangen omdat ze worden doorverwezen via zes andere mensen om dan uiteindelijk tegen de ouders te kunnen zeggen: ‘Uw kind is hier veilig aangekomen en kunnen we met u contact houden?’ Want in de basis blijven de ouders de baas. Zij blijven verantwoordelijk. Dat inzicht hebben we pas een paar jaar. Daarvoor deden we dat niet.” Waarvoor wil je dan contact houden? “Als er moeilijke besluiten moeten worden genomen over de kinderen, dan proberen we -waar het kan- de ouders erbij te betrekken. Het opvanggezin zorgt in de opvoeding voornamelijk voor warmte en liefde. En vanzelfsprekend voor bed, bad en brood.” 19 >

Werkt het? “Het concept werkt uitstekend. Dat wil niet zeggen dat alle matches goed zijn, er zijn situaties waar het misloopt. Maar er zitten nu ruim 1800 jongeren in deze cultuurgezinnen. Dat is een enorm aantal.” Stel dat jezelf contact met de ouders zou hebben, heb je dan niet de neiging om te vragen: ‘Kunt u uw kind niet terughalen, want het mist u zo erg?’ “Bijna dagelijks moet ik zulke opmerkingen bestrijden. Dan hoor ik ‘dat het toch bezopen is dat ouders een kind van zeven of twaalf jaar alleen naar Nederland sturen’. Maar zo’n opmerking kun je doen vanuit de veilige positie die je hier hebt. Als er ineens Duitse soldaten door de straat marcheren en ze vermoorden mensen van je eigen soort, dan weet ik niet of ik mijn kind niet weg zou sturen. We hebben inmiddels geleerd dat de situatie waar onze jongeren vandaan komen soms zo heftig is, dat ik er mij álles bij kan voorstellen.” Komt elk kind uit een oorlogssituatie? “Natuurlijk zijn er ook economische vluchtelingen. We zijn niet naïef. We weten wel wie onze jongeren zijn. Soms worden we belazerd. Dat bespreken we ook met hen. Bovendien doorlopen alle jongeren die naar Nederland komen een procedure bij de IND. Wie geen recht op bescherming heeft, krijgt geen verblijfsvergunning en moet terug naar het land van herkomst.” Om alleen zonder ouders weg te moeten lijkt me behoorlijk beschadigend. “Dat is een aanname, maar die klopt in de praktijk niet helemaal. Het zíjn heftige verhalen van de kinderen die bijvoorbeeld vanuit Syrië of andere landen naar Nederland komen. Ze maken heel veel mee. Maar we hebben in de loop der jaren geleerd dat kinderen een enorme veerkracht en overlevingskracht hebben. Het meemaken van een traumatische gebeurtenis maakt kinderen niet direct getraumatiseerd en hoeft hun functioneren niet in de weg te staan. We zien het ook binnen de joodse bevolking. Er zijn genoeg voorbeelden van mensen van wie je zou kunnen denken dat ze getraumatiseerd zijn en daar last van hebben, maar wél goed functioneren. Vanuit de wetenschap leefde een tijdje het idee om alle kinderen bij binnenkomst a priori een test af te nemen, voor hun geestelijke gesteldheid vanwege trauma’s. Dat hebben we geblokkeerd omdat we het een onzinnige gedachte vinden. Onze visie is dat er niets mis is met onze jongeren, maar ze missen wel wat.” Maar wat ze missen is veel. “We hebben veel ervaring en deskundigheid. Er zijn heel wat jongeren die in de loop der tijd inderdaad problemen ontwikkelen. Die kunnen gerelateerd zijn aan de asielprocedure 20 ‘Als ik van mezelf verwacht dat ik iets los moet laten, dan doe ik geen recht aan de reden waarom ik mij ergens zorgen om maak.’ ‘Er is niets mis met onze jongeren, maar ze missen wel wat.’ of aan leven in onzekerheid, of aan trauma’s. Dat houden we scherp in de gaten. Als we merken dat een jongere bepaalde steun en hulp nodig heeft, dan doen we er alles aan. Maar dát is het juiste moment om hulp in te zetten, niet bij voorbaat al.” Hoe ga je om met de strenge regels voor asielzoekers en de zorg die je hebt voor jongeren? “Niet alleen als jood, maar ook in het algemeen vind ik de mogelijkheid om te vluchten een basisrecht van mensen. Vluchten betekent nog niet dat iemand hier mag blijven. Ik vind het ook 100% oké dat iemand moet vertrekken als iemand het proces doorlopen heeft en de IND tot het inzicht komt dat hij hier niet mag blijven. So be it. Dat hoort er ook bij en dan begeleiden we hen bij de terugkeer. Maar we grijpen in wanneer de belangen van een kind in het geding komen, bijvoorbeeld door een politiek besluit dat slecht is voor kinderen. Dat is onze opdracht.” Hoe grijp je in? “Als asielzoekers boven de 15 jaar hier arriveren, worden ze in grootschalige opvanglocaties geplaatst. Wij vinden zo’n grootschalige opvang minder geschikt voor minderjarigen. Een kind is gebaat bij kleinschalige opvang, zoals een gezin. Daar zetten we ons voor in. Maar ook voor het bieden van perspectief voor kinderen die wél het land moeten verlaten. Veel jongeren zeggen dat ze liever illegaal in Amsterdam leven dan legaal in Jemen of Somalië. Als je hun verhalen hoort kun je je afvragen of je inderdaad gelukkig wordt als illegaal in Nederland. Altijd ligt misbruik, mishandeling op de loer en angst voor de politie. We zetten ons dan in voor een duurzame terugkeer.” Wat maakt een terugkeer duurzaam? “Een dak boven je hoofd, een volwassene die zich om je bekommert. Dat je onderwijs kunt volgen, dat je veilig bent. Wij stellen ook de eis dat terugkeer van jongeren wordt gemonitord. We willen zeker weten dat na een half jaar die jongen of dat meisje nog leeft. Om te weten of we een goed besluit hebben genomen. In Nederland starten we al met een praktische opleiding, zodat ze straks bijvoorbeeld als fietsenmaker of monteur aan de slag kunnen of als installateur van zonnepanelen, zodat zo’n jongere een betere toekomst heeft.” ‘Loslaten doe ik niet, de volgende dag pak ik het weer anders vast.’ Lig je wel eens ergens wakker van? “Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik altijd afstand kan nemen. Bij tijd en wijle neem ik wel iets mee naar huis. Een ingewikkeld gesprek bij het departement bijvoorbeeld, dat veel consequenties heeft voor de organisatie of voor de kinderen. Zoiets kan ik niet gemakkelijk loslaten. Dat zit niet in mijn aard, niet in mijn karakter. Maar eigenlijk vind ik de gedachte dat je ‘los moet laten’ volstrekte

onzin. Als ik van mezelf verwacht dat ik iets los moet laten, dan doe ik geen recht aan de reden waarom ik mij ergens zorgen om maak. Kennelijk raakt het mij, is het gewoon te belangrijk. Wat ik wel goed kan is een berg zorgen parkeren tot de volgende dag. Loslaten doe ik niet, de volgende dag pak ik het weer anders vast.” In je werk draait het om ‘de vreemdeling’. Hoe open vind je de joodse gemeenschap voor de ‘onbekende ander’? “Ik heb het niet specifiek over een kille, maar in het algemeen vind ik de joodse gemeenschap te passief. De joodse stem hoor ik onvoldoende bij maatschappelijke discussies. Daar hebben we nog iets te doen. Gelukkig hebben we wel verschillende dialoogprojecten, zoals het bekende ‘Leer je buren kennen.’ Ben je zelf in een joodse gemeenschap opgegroeid? “De familie van mijn vaders kant is orthodox. Hij werd geboren in Mea Sheharim. Zijn familie woont al generaties in Jeruzalem. Als jongere leefde hij ook orthodox, maar toen hij achttien was besloot hij afstand te nemen van zijn leven daar. Mijn vader ging het leger in en werd seculier. Ik ben opgegroeid in Ramat Gan. Ik heb dus van mijn vader weinig religieus joods leven meegekregen. We vierden wel de feestdagen zoals de meesten in Israël. Maar we hielden geen sjabbat bijvoorbeeld. Zelf vind ik tradities belangrijk. Die heb ik aan mijn drie kinderen doorgeven.” Hoe ben je in Nederland terechtgekomen? “Na mijn militaire dienst wilde ik een wereldreis maken. Geld spaarde ik met verschillende baantjes in Tel Aviv. Daar ontmoette ik mijn Nederlandse vrouw. Samen zijn we die reis gaan maken. Toen kwam de vraag: wat nu? Gaan we terug naar Israël? Gaan we terug naar Nederland? Ik wilde graag haar familie en vrienden leren kennen, dus kwamen we hier. Maar we hebben altijd gezegd: om de twee jaar gaan we ons verblijf in Nederland evalueren. Het is voor mij van belang dat voor mijn partner terugkeer naar Israël altijd een optie is. Gelukkig ben ik getrouwd met een vrouw die de optie om in Israël te wonen altijd als een mogelijkheid heeft gezien.” Je bent uiteindelijk lang in Nederland gebleven, met 12 jaar als bestuurslid van LJG Den Haag en 5 jaar als voorzitter. Hoe gastvrij zijn we in sjoel? “Ik kwam eens in een sjoel in Australië. Binnen drie minuten werd ik omringd door mensen die allemaal aanboden dat ik bij hen sjabbat mocht vieren. Dat zie ik hier in de LJG’s niet zo snel gebeuren. Toen ik voorzitter was van de LJG Den Haag hebben we ingevoerd dat er tijdens iedere sjoeldienst een bestuurslid aanwezig is. En dat diegene op iemand afstapt die nieuw is, een hand geeft, welkom heet, een kleine rond‘Iedereen moet de gemeente als een warme deken ervaren, ongeacht waar je vandaan komt.’ leiding geeft. Dat doen we nu redelijk goed, maar iemand wordt niet zo gauw uitgenodigd voor een sjabbatmaaltijd. Waarom niet?” Wat is jouw verklaring? “Onbekend maakt onbemind, dat speelt zeker een rol. Onze rabbijn Marianne van Praag heeft in onze gemeente enorm bijgedragen aan het accepteren van ‘de ander’. Die taak vond ik ook belangrijk. Iedereen moet de gemeente als een warme deken ervaren, ongeacht waar je vandaan komt. Om die reden heb ik de samenstelling van het bestuur enigszins veranderd. Ik vind het belangrijk dat het bestuur bestaat uit alle soorten mensen die we in de kille hebben. Dat is goed voor de herkenbaarheid en zo krijg je een bestuur dat niet in een ivoren toren zit.” Lukt het jou om mensen uit te nodigen voor sjabbat? “Door mijn drukke baan ben ik op vrijdag vaak laat thuis. Ik ga bijna nooit op erev sjabbat naar sjoel. Dus het ligt niet echt voor de hand om anderen uit te nodigen voor een sjabbatmaaltijd. Ik denk dat hier in de toekomst voor ons een uitdaging ligt…” Een gemengd bestuur: maakt dat de kille meer gastvrij? “Ieder lid verdient een plek binnen de kille, ongeacht zijn leeftijd, geaardheid, zijn of haar geschiedenis en of iemand een geer is, of een expat die maar tijdelijk hier is. Zodat je niet kunt zeggen: ‘die zijn wel of niet echte leden, echte joden’. Vanaf het moment dat je lid bent, ben je onderdeel van de kille. Door de keuze voor de bestuurssamenstelling geef je signalen af, net als met een rabbijn die de nadruk legt op gastvrijheid.” Alejandro Bank heeft je stokje als voorzitter overgenomen. Is jouw beleving in sjoel nu Ohad Topper groeide op in Israël, in Ramat Gan. In Nederland studeerde hij gedragswetenschappen aan de Universiteit Leiden. Daarna ging hij voor de jeugdbeschermingsorganisatie Nidos aan de slag. Daar werkte hij meer dan 20 jaar als regiomanager. Drie jaar geleden werd hij directeur Uitvoering en sinds dit jaar is hij directeur Jeugdbescherming. Naast zijn werk was hij 12 jaar bestuurslid en 5 jaar voorzitter van LJG Den Haag. Ohad is getrouwd en heeft drie kinderen. anders? “Als je als rabbijn in de supermarkt een lid tegenkomt, ben je ineens de rabbijn. Met een voorzitter is het precies hetzelfde. Je bent voorzitter zolang je in functie bent. Dat heb ik ook van mijn zeer gewaardeerde voormalige voorzitter Frank Cohn geleerd. Als we in sjoel kiddoesj maakten, zag ik als voorzitter uit mijn ooghoeken mensen die mij wilden spreken. Vaak waren het klachten dat het eten niet goed was, de koffie niet lekker of dat de rabbijn te lang had gesproken. Daar heb ik in het begin aan moeten wennen, want ik wilde ook iedereen serieus nemen. Maar je hoort nauwelijks complimenten. Totdat ik bedacht dat ze eigenlijk op deze manier hun betrokkenheid wilden tonen. Daardoor kon ik in sjoel meer ontspannen op de stoel van voorzitter zitten. Nu kijk ik wel naar het moment uit om zonder functie naar de dienst te gaan. Gewoon als lid, maar wel als iemand die de ander welkom wil heten. Die opdracht blijft.” 21

Directie en management van Beth Shalom wensen cliënten, familie, medewerkers, vrijwilligers en alle overige betrokkenen een gezond en gelukkig 5782. 6 7 e L J N F O T E R I J • • J 6 R 7 e J L N F O T E I

Hoe is het om voorzitter van een gemeente te zijn? Een nieuwe rubriek, waarbij we beginnen met Naomi Adler (73), die heel recent het stokje heeft overgedragen aan Edquar Stevens. Opvoeding “Ik ben geboren in Amerika, als dochter van ouders die in 1938 uit Duitsland zijn gevlucht. Wij waren lid van een ‘conservative’ joodse gemeente in Los Angeles en gingen naar joodse les. Thuis vierden we de feestdagen. De oorlog had diepe sporen achtergelaten: mijn vaders familie was vermoord, mijn moeders ouders en zus wisten in Berlijn te overleven. In 1947 kwamen zij naar Los Angeles. Hoewel ze daar niet over spraken, wist ik al jong dat leven in vrede niet vanzelfsprekend was.” Nederland “Na mijn universitaire studie vond mijn tante dat mijn Frans niet goed genoeg was en nam me mee naar de Alliance Française in Parijs. Uiteindelijk besloot ik liftend door Europa te gaan, trof Nederlanders in Italië en reisde uiteindelijk naar Amsterdam. Ik was mondhygiëniste en kreeg een baan aangeboden in Amsterdam. Vanaf 1969 woon ik in Nederland. Ik ontmoette mijn eerste man en voor zijn studie verhuisden we in 1971 naar Tilburg. Na 14 jaar scheidden we en trouwde ik opnieuw. We kregen twee kinderen.” LJG Brabant “In ons gezin deden we weinig aan het jodendom. Wel vierden wij Chanoeka en Pesach. Met de hoge feestdagen waren wij vaak in Amerika en gingen met de familie naar sjoel. Tot mijn 6-jarige zoon - naar aanleiding van lessen in levensbeschouwing - vroeg of we eens met zijn klas naar een sjoel konden gaan. Via via kwam ik in contact met Felix de Goede die ons uitnodigde voor Poeriem bij de LJG Brabant. Ik vond de sfeer heel fijn, met betrokken mensen die voor elkaar klaar stonden. Ik werd lid en mijn kinderen kregen daar joodse les met nog twee andere kinderen. Dat is nu 25 jaar geleden.” Voorzitter “Marlien Groeneveld was 15 jaar voorzitter geweest toen ze mij 4 of 5 jaar geleden vroeg of ik plaats wilde nemen in het bestuur en tekst Hester Stein foto Claudia Kamergorodski daarna voorzitter wilde worden. Ik deed dat en zag het ook als een mitzvah voor de gemeente, waar ik altijd met liefde en plezier onderdeel van was. Als voorzitter zie je opeens een andere kant van de gemeente; al de verschillende zienswijzen en, zoals een goede Joodse gemeenschap betaamt, gezonde discussies. Aan jou de taak om hier goed mee om te gaan. Ook moet je kunnen dirigeren én delegeren. Voor voorzitterschap heb je lange adem nodig en veel geduld. Immers, we zijn allemaal joods met de nodige nesjomme!” Vraag voor de volgen de voorzitter: ‘Hoe stimuleer je dat mensen zich actief inzetten voor de kille?’ Geleerd “Het is zo belangrijk dat mensen bereid zijn te zoeken naar het gemeenschappelijk belang. Alleen zo kun je de warmte creëren waardoor mensen bereid zijn kilometers te rijden om elkaar te ontmoeten en het jodendom te ervaren.” 23 Naomi Adler

GENERATIES De vanzelfsprekendheid van het jodendom 24

Jaco, Noor, Shem-Tov en Rita Levi met de (klein)kinderen > 25

Hoe geef je het jodendom vorm in de mediene? En hoe draag je het over aan de volgende generatie? Een gesprek met de familie Levi, door hun Israëlische snackbar Mc Levi’s een bekende naam in Barneveld. hervormd ondernemersgezin in Barneveld, had net haar verpleegsteropleiding afgerond en wilde iets van de wereld zien. “Ik kom uit een warm, christelijk gezin. Mijn ouders hadden een juwelierszaak. Altijd werd er gewerkt, behalve op zondag. Dan gingen we naar de kerk. Ze waren wel gelovig, maar niet streng. We mochten bijvoorbeeld wel fietsen op zondag.” Ze besloot door Europa te reizen en een jaar in Israël te blijven, samen met haar broer.“ In de jaren zeventig was dat heel populair. Het was net na de Jom Kippoeroorlog, er was veel werk te doen in de kibboets en je hoefde daar niks te betalen.” arneveld telt 35.000 inwoners, met welgeteld drie joodse families waaronder de familie Levi. Stap je uit de trein, dan loop je zo richting hun eethuis. Met een mezoeze aan de deur en een groot bord met daarop de afstand tot Jeruzalem: 3297 km. Die afstand voelt soms te groot, weet ShemTov Levi. Hij hoopt dat zijn ouders, inmiddels flink op leeftijd, veilig zijn. We houden het interview namelijk in de periode dat Hamas talloze raketten afvuurt op Israël en Israël terugslaat. Er gaat geen dag voorbij dat hij niet luistert naar de Israëlische radio. “Maar ik voel me niet angstig. Er zijn altijd conflicten met andere landen en terreurorganisaties geweest. Ik geloof dat we zullen blijven winnen. Maar waar ik me wel zorgen over maak zijn de interne spanningen; dat Arabieren in Israël zelf de aanval openen.” Als het weer kan, wil hij zo snel mogelijk zijn ouders weer bezoeken. “Ik had sowieso niet gedacht dat ik zo lang in Nederland zou blijven” vertelt hij tijdens het gesprek. “Tegen mijn Israëlische vrienden zei ik: ‘je mag mij pas Nederlander noemen als ik 26 jaar in Nederland ben. Dan woon ik langer in Nederland dan in Israël’. Ik dacht dat ik al veel eerder terug zou zijn. Alleen: dat is nooit gebeurd, ik woon al 40 jaar in Nederland.” Keerpunt De kibboets Nachshon bij Latrun vormt een belangrijk keerpunt in het leven van zowel Shem-Tov als Rita. Rita, opgegroeid in een 26 tekst Hester Stein foto Claudia Kamergorodski Land opbouwen Shem-Tov is in ’56 in Israël geboren, in Kvar Saba. Hij groeide op in een traditioneel joods gezin waar werk belangrijk was, zoals voor veel mensen in die tijd. “We moesten Israël opbouwen. Mijn vader had twee banen. Op de feestdagen was hij ook aan het werk, om maar iets te verdienen.” Shem-Tov werd naar school gestuurd, maar liever zwierf hij door de stad of in de natuur. “Die vrijheid vond ik heerlijk, maar ja, tot leren kwam het dus niet. Dat was ook niet zo mijn ding. Na de lagere school wist ik dat ik naar de kibboets wilde: wat leren én werken. Vanuit de kibboets ging ik ook het leger in.” In Nachshon ontmoette hij Rita. Ze kregen een relatie. Maar toen Rita haar moeder vertelde over haar nieuwe vriend was ze niet meteen enthousiast. “Mijn moeder zei: ‘Hij mag hier wel voor een paar weken komen, als hij daarna maar teruggaat’. “Maar toen ze hem ontmoette, was het meteen goed. Later bleek dat mijn moeder net een film op televisie had gezien over een joodse mevrouw die ging trouwen, kaalgeschoren werd en een pruik moest dragen. Ze dacht dat ik dat ook moest doen. Daar was ze erg van geschrokken.” Rita kon haar verzekeren dat zij daar niet voor zou kiezen. Wel besloot ze in Israël haar gioer te doen bij de orthodoxie. “Ik wilde namelijk in Israël met Shem-Tov trouwen. In eerste instantie deed ik dit voor eventuele kinderen, maar gaandeweg begon ik ook echt te geloven. Dat had wel even tijd nodig. Waar je in opgevoed bent, laat je niet zomaar los.” Het traject duurde drie jaar waarin ze Hebreeuws leerde en alles over de joodse wetten, cultuur en traditie. “Toch gingen we uiteindelijk naar Nederland”, vervolgt ze. “ShemTov vond Nederland zo mooi en zo anders, dus echt een nieuwe uitdaging.” ‘Ik had niet gedacht dat ik zo lang in Nederland zou blijven.’ Godsdienstles Hij ging aan de slag in een fabriek, maar toen die verhuisde naar het noorden van het land, besloot Shem-Tov een eigen eethuis in Barneveld te beginnen. Rita: “We zijn als joods stel heel warm ontvangen in het dorp. Met Rosj Hasjana stuurt de kerk een kaartje en altijd zijn de mensen heel geïnteresseerd in Israël.”

Hun drie kinderen gingen naar de school in de buurt. Rita: “We wilden niet dat de kinderen christelijke godsdienstlessen zouden volgen. Daar konden we prima met de leraar over praten. Bij de verhalen over de Tenach bleven ze in de klas zitten. Maar dat veranderde in de loop der jaren wel. Hoewel het een fijne school was, bleek overleg over de godsdienstles uiteindelijk bij onze jongste niet meer mogelijk. Godsdienstles was op de openbare basisschool toen nog niet verplicht, dus ging hij niet naar die lessen.” Thuis ontstond een symbiose tussen de Nederlandse en Israëlische cultuur. “Bij mij thuis was het: 12 uur warm eten en om 18 uur at je een broodmaaltijd. Je bleef aan tafel zitten totdat iedereen klaar was. ’s Avonds buitenspelen was er niet bij en kinderen gingen vroeg naar bed. Hoe anders in Israël waar kinderen zoveel vrijheid hebben”, constateert ze. “Nog een verschil: het eten. Mijn moeder stond een half uur in de keuken om groente en een stuk vlees te maken. Shem-Tovs moeder stond de halve donderdag en hele vrijdag in de keuken om te koken voor sjabbat. Iedereen was daar ook welkom, er was altijd genoeg – of teveel--eten. Het was in het begin dus voor ons echt zoeken naar een balans.” Vasthouden aan regels De Israëlische gastvrijheid en de liefde voor het eten vond het stel belangrijk. Maar aan de regels, zoals op tijd naar bed en aan tafel blijven zitten, bleef ze vasthouden. Shem-Tov: “Voor mij mag het chaotisch zijn. Ik ben niet iemand die gestructureerd aan plannen werkt. Ook school vond ik voor de kinderen niet zo belangrijk, als ze maar goed in hun vel zitten. Dat had ook te maken met mijn ervaringen. Ik was niet zo’n goede leerling en wilde niet dat er van hen teveel geëist zou worden. Gelukkig heeft Rita de kinderen wel bijgebracht dat ze goed hun best moeten doen op school.” In Barneveld worden de joodse feestdagen gevierd. Mc Levi’s sluit de deuren op zaterdag om samen sjabbat te vieren. “Hierdoor is er wel minder omzet, maar daar krijg je veel voor terug. Je krijgt de sjabbat en dat is het beste wat er is. En natuurlijk meer tijd voor onze kinderen en kleinkinderen, want die zijn er inmiddels ook. De feestdagen vieren we meestal bij elkaar”, vertelt hij. Hun zoon Jaco is getrouwd met Noor, die ook uit Barneveld komt. “Ze woonde twee straten verder”, blikt Rita terug. “Jaco kende haar al heel lang. Hij had een reis naar Israël gepland met een vriend en zijn zus. Noor was er ook bij. Dus had ik tickets voor hen geboekt. Ze zouden ook naar de kibboets gaan waar Shem-Tov en ik elkaar hadden ontmoet.” In die kibboets sloeg de vlam ook over tussen Jaco en Noor. Noor: “We waren een tijd samen toen ik besloot gioer te doen. Voor mij was het een bewuste keuze om als joods gezin verder te ‘Shem­Tovs moeder stond de halve donderdag en de hele vrijdag in de keuken om te koken voor sjabbat’. gaan, ook al was ik katholiek opgevoed. Mijn ouders vonden dat ik moest doen wat mijn hart mij ingaf, mijn moeder was wel benieuwd of de optie om allemaal katholiek te worden besproken was. Maar dat is eigenlijk nooit ter sprake gekomen. Het voelde goed dat ik deze weg zou gaan.” De gioer deed ze binnen het liberale jodendom, bij de LJG in Amsterdam. Het gezin is sinds 2012 lid van de LJG, waarvan de laatste drie jaar in Dieren. “De tradities in het jodendom zijn zo sterk, die zijn echt iets van ons als gezin”, vertelt ze. “Toen ik gioer deed wilde ik dat het mijn eigen keuze zou zijn en niet omdat Jaco joods is. Ik vind het belangrijk dat onze vier kinderen joods worden opgevoed. Ik vind het fijn om bewust te leven, na te denken over waarom ik bepaalde keuzes maak. En dat moet je hier in de mediene ook doen, want als je hier joods wilt leven ben je een uitzondering.” ‘In de mediene moet je nadenken waarom je bepaalde keuzes maakt. Want als je hier joods wilt leven ben je een uitzondering.’ Band met Israël Op school zijn hun kinderen de enige joden. “Ze zijn gewend dat ze zich aan een aantal regels moeten houden, zoals het niet eten van varkensvlees”, vervolgt Noor. “Ze nemen traktaties mee naar huis als ze denken dat er varkensgelatine in zit. Dan krijgen ze thuis wat anders.” Het gezin wil dat de kinderen trots zijn op hun jood-zijn. Dus wordt op sjabbat op weg naar sjoel een kippa gedragen. “We willen ons niet door angst laten leiden. Misschien is dat wel de inbreng van mijn schoonvader. Er zijn mensen die meteen de kippa in de binnenzak steken als ze de sjoel verlaten. Wat ook prima is, maar ik vind het fijn dat het voor mijn kinderen vanzelfsprekend en niet beladen is om een kippa te dragen. “Ook de band met Israël voelt de familie sterk, al is dat soms lastig uit te leggen aan anderen”, vertelt Noor. “Dan denken mensen dat het gaat om toeristische plekken zoals Jeruzalem of het strand van Tel Aviv. Maar het gaat om de geschiedenis, om de joodse staat, een plek waar je mag zijn.” De tradities thuis vormen een belangrijke basis voor hun leven. Ze vieren geen Sinterklaas maar Chanoeka. “Een bewuste keuze”, zegt Jaco. “Ik heb niets met commerciële feesten, zoals Kerst of Pasen. Daar hou ik mij ver van. Toen ik klein was wist ik al dat Sinterklaas niet bestond. Ik mocht het alleen niet aan mijn nichtjes en neefjes vertellen. We vieren gewoon Chanoeka en geen Chanoeklaas. Heel duidelijk.” Het is een manier om de joodse identiteit vorm te geven, vertelt hij. “Jodendom is voor mij vanzelfsprekend, ik ben ook niet anders gewend. Als ik de feestdagen niet vier voelt dat als een gemis. Die vanzelfsprekendheid van het jodendom wil ik aan onze kinderen doorgeven. Maar ik vind het wel belangrijk dat kinderen zelf ook inspraak hebben en vragen mogen stellen. Dan is het aan ons om goed uit te leggen waarom we bepaalde keuzes maken.” 27

Waar onze familie vandaan komt Zwitserland Zürich: een microkosmos van joods leven De grootouders van Gil Stamberger moesten de Poolse stad Tarnow verlaten waar tot de Eerste Wereldoorlog de helft van de bevolking joods was. Ze kwamen terecht in Zwitserland, in een arbeiderswijk in Zürich. M ijn grootouders Mozes Liebtheil en Sarah Rozenfeld zijn afkomstig uit Galicië in Polen, toen deel van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Ze woonden in de buurt van Tarnow, een middelgrote stad tussen Krakau en Rzeszow. In Tarnow, een stad van 50.000 inwoners, was de helft van de bevolking Joods. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten mijn grootouders naar Zwitserland. De frontlijn tussen het Russische leger en de legers van de centrale mogendheden Duitsland en Oostenrijk-Hongarije liep dicht bij Tarnow en in de streek werd jarenlang gevochten. Zwitserland was één van de weinige landen in West-Europa dat niet deelnam aan de oorlog. Brood op de plank Mijn grootvader, die twintig jaar ouder was dan mijn grootmoeder, werkte als kleermaker. De familie leefde onder heel bescheiden omstandigheden in Zürich, in de arbeiderswijken waar in die periode enkele honderden gevluchte joodse families uit Oost-Europa zich hadden gevestigd. 28 tekst Gil Stamberger Mijn vader was vijftien toen mijn grootvader in 1938 op 63-jarige leeftijd overleed. Hij moest zijn studies stopzetten en ging als boekhouder en administratief medewerker aan de slag om brood op de plank te brengen. In die tijd werd hij lid van de Communistische Partij van Zwitserland. Daar leerde hij mijn moeder kennen die uit een niet-joodse arbeidersfamilie afkomstig was. Kort na de oorlog ging mijn vader als administratief medewerker bij de grootste Joodse Gemeente van Zürich (ICZ) werken, waar hij in de loop van de jaren opklom tot hoofd van de administratie. De Communistische Partij verliet hij na de Hongaarse opstand in 1956. ‘Wij waren wellicht de laatste generatie die nog volop in de idealen van het joodse pioniersleven geloofde.’ Joodse leven in Zürich De Joodse gemeenschap van Zürich was relatief klein. Er leefden nooit meer dan 8.000 joden in de grootste stad van Zwitserland. Toch was (en is) Zürich een microkosmos van joods leven, met alle stromingen in het jodendom, van chassidisme via ultraorthodox, modern orthodox, liberaal, ‘cultuur’ Joden, joodse communisten tot joodse atheïsten. Door het feit dat mijn vader bij de Joodse Gemeente werkte was heel onze familie bijna automatisch betrokken bij het joodse leven in de stad. Mijn eerste ‘baantjes’ waren klusjes in het secretariaat, zoals brieven frankeren. Mijn vader was niet religieus, maar had wel een vaste plaats in de synagoge van Zürich aan de Löwenstrasse. Op Rosj Hasjana en Jom Kippoer waren wij daar vaste gasten; voor de rest van het jaar was de plaats meestal leeg. Thuis vierden we op vrijdagavond Sjabbat. Ikzelf volgde tot mijn Bar Mitzva twee keer per week joodse les in de school van de

joodse gemeente waar ik Hebreeuws, joodse godsdienst en bijbelse geschiedenis leerde en vooral kennis maakte met mijn joodse leeftijdsgenoten. Na de dood van mijn moeder begin jaren zestig, hertrouwde mijn vader met een Joodse vrouw, afkomstig uit een ‘Baghdadi’ familie die in Shanghai in China woonde en daar zaken deed. Na de communistische machtsovername door Mao Zedong vluchtte zij naar Israël. Dat versterkte de Joodse invloed in ons leven. Sjoa Mijn vader sprak van huis uit Jiddisch, maar heeft deze taal niet aan ons overgeleverd. Na de dood van zijn ouders heeft hij thuis Jiddisch alleen nog in enkele woorden gebruikt. Met anderen sprak hij gewoon het dialect van Zürich. Van zijn familie die in Polen bleef (mijn grootmoeder had vijf broers en zussen die allen in Tarnow bleven) is bijna iedereen in de Sjoa vermoord. Mijn vader, die het geluk had in het neutrale Zwitserland te wonen, heeft daar weinig over verteld, maar ik ben zeker dat hij er een diep trauma aan overhield. In ons leven neemt de herinnering aan de Sjoa tot vandaag een belangrijke plek in. Een aantal jaren geleden hebben wij de matzewa van onze familie op de joodse begraafplaats van Tarnow, die een neef van mijn vader vlak na de oorlog had geplaatst, vernieuwd in een ceremonie met alle overlevende familieleden uit Zwitserland, Frankrijk, Oostenrijk en België. Pioniersleven In de 70’er jaren was ik als tiener zeer actief in de socialistisch-zionistische jeugdbeweging Hashomer Hatzaïr. Wij waren wellicht de laatste generatie die nog volop in de idealen van het joodse pioniersleven geloofde. Sjlichiem werden uitgezonden door kibboetsiem om de jeugdbeweging te leiden. Wij wilden als pioniers aliya maken om in een kibboets een egalitaire samenleving te bouwen en daardoor ook zelf ‘opgebouwd’ te worden. Zoals in het Hebreeuws liedje uit de pionierstijd werd gezegd: Livnot oelehibanot. Ik was madriech van een jongeren kwoetsa en secretaris van een Garien (kerngroep) die leden uit verschillende landen van Europa bevatte, die in de loop van de 70’er jaren op aliya ging naar kibboets Sasa aan de Libanese grens. Wij waren met meer dan 100 chaweriem uit 5 landen. Ikzelf maakte aliya in 1975 en woonde gedurende tien jaar in de kibboets. Ik integreerde in de kibboets en de Israëlische maatschappij, diende in het leger, werkte op het land en in een fabriek van de kibboets. Geleidelijk aan Gil Stamberger met zijn gezin voor de gedenksteen van hun familie op de begraafplaats van Tarnow, Polen. werd me duidelijk dat de realiteit van het echte leven in Israël nogal verschilde van de idealen waarmee ik opgevoed was. In Israël leerde ik mijn toekomstige vrouw kennen met wie ik in 1985 naar Turnhout in België (dicht bij de grens met Nederland) trok. Toch blijven deze 10 jaren in Israël tot vandaag diep in mijn geheugen gegrift en ik denk er elke dag aan terug. ‘De familie leefde in de arbeiderswijken in Zürich, waar veel gevluchte joodse families woonden.’ Kennis van jodendom en Israël Nadat ik was geacclimatiseerd in België ging ik op zoek naar joods leven. Voor mensen met mijn achtergrond en mijn manier van joods beleven is de keuze in België redelijk beperkt. In Antwerpen bestaat weliswaar een grote joodse gemeenschap die echter ofwel heel religieus ofwel heel gesloten en bovendien vooral Franstalig is. In het tweede joodse centrum van België, Brussel, bestaan veel meer joodse organisaties waarmee ik affiniteit heb, maar deze stad is dan weer te ver weg. Dus ging ik op zoek naar alternatieven in Nederland en via het internet (toen nog een relatief nieuw fenomeen) maakte ik bijna 20 jaar geleden kennis met LJG Brabant met de mooie sjoel in Tilburg. Het klikte direct met deze kleine joodse gemeenschap van Brabant. De kennis van het jodendom van mijn ouders en mijn eigen ervaringen in Israël combineer ik hier. Door mijn joods-orthodoxe achtergrond en doordat ik vloeiend Hebreeuws spreek, kan ik bijdragen aan de diensten als chazan of door te lajenen. 29

Kitty Piller 30

Een leven in dienst van anderen “Vrouwen zoals jij hebben we hard nodig”, zei Jacob Soetendorp en maakte Kitty Piller ter plekke lid van de LJG. Hij kon niet meer gelijk hebben. K itty Piller-de Wolf is negentig geworden. Ze had een mooi feest in de Makariazaal in gedachten. Of iedereen de datum van 3 oktober maar vrij wilde houden. Er is door corona niets van gekomen en voor een sociaal mens als Kitty is dat een klap. Ze is verknocht aan de kille en mist het samenzijn in sjoel. Kitty werd in 1930 als nakomertje geboren in Amsterdam. Haar vader Arie had een elektrotechnisch bedrijf maar geen opleiding. Hij was gek op het nakomertje. Haar moeder stierf na een lang ziekbed toen Kitty zeven was. Ze heeft weinig herinneringen aan haar. Haar oudere zus deed de huishouding tot de niet-joodse buurvrouw zich opwierp als huishoudster en zich ontfermde over haar vader. Helaas was de buurvrouw niet gecharmeerd van het kleine meisje dat veel van vaders aandacht kreeg. Zo nam hij Kitty zondags mee tekst Rosa van der Wieken foto Claudia Kamergorodski naar het Waterlooplein waar ze een rondje maakten langs zijn vrienden. De buurvrouw werd weduwe en vader trok in 1942 bij haar in en bleef daar onopgemerkt als jood gedurende de oorlog. Maar de buurvrouw zag haar kans schoon en stuurde Kitty in 1942 naar lieve arme boeren in Friesland. Kitty had het daar goed en bleef er tot ze in 1946 haar opleiding tot coupeuse in Rotterdam begon aan de Snijschool. Ze heeft een uiteindelijk uitgebreide opleiding gevolgd voor het modevak, onder andere bij Charles Montaigne, waar ze ook leerde etaleren. ‘Tijdens de Jom Kippoeroorlog werd Nederland benaderd om warme kleding te sturen voor de soldaten.’ Stoffenwinkel In 1955 werd ze eerste verkoopster bij een modewinkel waar ze Sal Piller ontmoette. Hij was gescheiden en een stuk ouder, maar Kitty werd smoorverliefd en ze trouwden een jaar later. Sal had zelf een stoffenwinkel op de Jodenbreestraat in Amsterdam. In die tijd ontmoette Kitty veel “textieljoden” zoals Max Abram, Leo Horn, Appie Mok en Harry Nihom (vader van Riette ten Brink). Bij hen kocht ze in voor haar winkel in Zandvoort waar ze boven woonde met Sal. Ze kocht er ook stoffen voor haar eigen kledingatelier waar ze mode voor grote maten maakte. 31 >

WIJ WENSEN ALLE LEZERS EEN SJANA TOVA! DIT JAAR O.A. VERSCHENEN BIJ AMPHORA BOOKS esther shaya & frank hemminga Wacht maar Het veelbewogen leven van Henriëtte Pimentel Eerbetoon aan de directrice van de crèche m a x a r p e l s l e z e r e e n o n v e rwa c h t e o n t m o e t i n g o p e n t h e t v e r b o r g e n v e r l e d e n Dé biografie over de directrice van de joodse crèche. € 22,50 Een briefwisseling ontvouwt stukje bij beetje Max’ verborgen verleden. Max is bestuurslid van de Claims Conference. € 22,50 Hoe de Holocaust toesloeg in het leven van gewone mensen, in dit geval in het leven van de Pimentel familie. € 22,50 Feinsteins erfenis Harry Turksma AMPHORA BOOKS Een gestaag groeiend monument voor een Ontroerende en verdwenen cultuur. 25 nieuwe, warme verhalen in Joodse Huizen deel 7. € 21,00 toegankelijke gedichten en impressies in de nieuwe bundel van Lija Hirsch. € 14,95 Meeslepende verhalen volgens de rijke Jiddische verteltrant. € 17,50 te bestellen bij uw boekhandel of www.amphorabooks.nl voor informatie info@amphorabooks.nl

Leden van de LJG, zoals Lotte van Collem en Frieda Menco, waren trouwe klanten. In de zomer werkte ze zeven dagen per week, in de winter een dag minder. Jodendom speelde tot dan geen grote rol, maar in Zandvoort ging ze af en toe naar het orthodoxe sjoeltje tot ze op een dag Jacob Soetendorp ontmoette. Hij zei met zijn overtuigende charme: “Vrouwen zoals jij hebben we hard nodig.” en maakte haar ter plekke lid van de LJG. Al had Sal niet veel op met religieus jodendom, ze besluiten toch om in 1972 onder de choppe te gaan, toegezongen door Paul Gorin. Familieleven Kitty: “Ik had geluk. Carrie, de jongste van Sal, kwam ieder weekend en wij kregen zo’n goede moeder -dochterband dat ik een biologisch kind nooit heb gemist. Door haar ben ik ook een echte oma en overgrootmoeder geworden. Haar gezin is orthodox maar we zijn een goed voorbeeld dat dat uitstekend samen kan. Ik heb ook een heel goede band met de twee andere kinderen van Sal waar ik ook kleinkinderen van heb.” Eind jaren zeventig kon Kitty haar zaak verkopen en ging collecties samenstellen voor andere bedrijven. Het leven liet ruimte voor andere dingen. Vrouwengroep Kitty zit met opgetrokken benen op de bank op haar Louis Seizebank en vertelt: “Ik werd ingelijfd in de vrouwengroep. Ik deed al fundraising voor de Jeugd Alijah. Tijdens de Jom Kippoeroorlog werd Nederland benaderd om warme kleding te sturen voor de soldaten. Ted van der Sluis, Sonja Boeken en ik begonnen een actie om geld in te zamelen. De eerste van vele. De LJG had geld nodig en Hella Gorin had daarvoor de jaarlijkse tweedehandskledingactie bedacht. Kleding verzamelen, sorteren, beprijzen, de Anne Frankzaal ombouwen en dan vier dagen verkopen. Daar waren we met minstens twintig man zeker zes weken mee bezig. Ik bracht via mijn contacten de nieuwe kleding in. We hadden ook veel plezier. Het pashokje was een gordijn achter de piano waar we weleens opzettelijk een vrijwilligster naartoe hebben gestuurd om ‘even te helpen’. Stond daar een man in zijn lange onderbroek te hannesen om iets te passen. We haalden 60 tot 70.000 gulden per keer op, maar we moesten ermee stoppen. Er stonden altijd rijen mensen voor de deur te wachten en dat werd niet langer verantwoord geacht vanwege de veiligheid. Toen bleek dat ik van alles los kon praten bij gevers ben ik de fundraiser geworden. Ik moest vanwege tegenstrijdig belang kiezen tussen Jeugd Alijah en de LJG. Ik koos voor de LJG.” Soms ging het om kleine projecten, maar ook om grote, zoals de bouw van de sjoel. Ik heb dit jaar geld binnen gehaald emeenteseider te financieren. “Ik doe dit werk al heel lang samen met Peter Weishut en Carel Davidson. ‘De LJG had geld nodig en er kwam een tweedehandskledingactie: kleding verzamelen, sorteren, beprijzen, de Anne Frankzaal ombouwen en dan vier dagen verkopen.’ Fondsenwerving samen met de bestuurders heeft me veel voldoening gegeven.” Deed je alleen fundraising? “Nee, ik was ook heel lang lid van de kiescommissie die nieuwe bestuurders zoekt. Ik was zo goed ingevoerd in de kille dat ik daar wel kijk op had gekregen. Maar als er ergens geld nodig was wisten ze me altijd te vinden. Ook de CIA vroeg me soms voor een specifiek project.” Wat betekent de LJG voor jou? “Saamhorigheid en vriendschap. Ik was net lid geworden en kwam alleen naar sjoel. Sal had er niets mee. Toen kwamen er twee heren op mij af. Mau Goudeket en Heiman de Leeuw. Zij nodigden mij meteen uit om vrijdagavond te komen eten en dat heb ik heel wat avonden gedaan. Ik leerde daar ook weer andere families kennen, zoals de Glasers en de Meyerfelts, waardoor mijn vriendenkring snel groter werd. “Ik ging zeker drie keer per maand naar sjoel en mis dat heel erg. Ik word erg blij van samen zingen, samen gebeden uitspreken en naar de gemeenteleden kijken. Ik ben alleen en dan komt Corona het hard aan. Ik heb geen internet, dus ik kan heb geen vervangende oplossing.” ‘Toen bleek dat ik van alles los kon praten bij gevers ben ik de fondsenwerver geworden.’ Wat vind je een centrale waarde van het jodendom? Gastvrijheid. Die heb ik zelf ervaren, maar ik vind het ook een belangrijke waarde van het jodendom. Sal overleed in 1982. Drie jaar later liep ik Ab Rijksman tegen het lijf die ik nog van vroeger kende. Ab was weduwnaar en kwam ook uit de textiel: het klikte meteen. Hij had Auschwitz overleefd en was wat je noemt ‘een ouderwetse Jid’. Hij was een prater. Hij kon fantastisch vertellen over Amsterdam voor de oorlog. Ze waren vreselijk arm geweest. Hij was min of meer in staat om Auschwitz achter zich te laten, al sprak hij er veel over. Maar zijn grote verdriet was dat hij zijn moeder -die vermoord was- nooit het huis heeft kunnen geven dat hij haar had beloofd.” “Het kan raar lopen in het leven, maar Ab die ook geen biologische kinderen had, beschouwde de kinderen van Carrie als zijn kleinkinderen. Wij deelden ook dat belang van gastvrijheid. We nodigden eerst vooral eenzame oorlogsoverlevenden uit om vrijdagavond te komen vieren. Zo ontstond ook de traditie om eerste dag Rosj hasjana een lunch te houden die soms uitgroeide tot dertig gasten. Een klein detail is dat we dat altijd met een tafelschikking deden om eventuele geschillen te voorkomen. Niet iedereen is even gemakkelijk. Helaas overleed Ab in 2001, maar ik heb die traditie toch volgehouden. Ik ben sindsdien alleen, en dat voel ik door corona sterker. Maar zodra het kan ga ik weer naar sjoel en ik hoop dat ik dat nog lang kan doen. Want als ik de sjoel binnenloop dan voel ik: hier hoor ik, hier ben ik thuis.” 33

We wonen in de ‘villawijk van de wereld’. Hoe ver gaat onze verantwoordelijkheid dan voor die wereld? De reacties. Shabbattikkie Geld uitgeven aan goede doelen doen wij het hele jaar door. Ook hebben wij een jaarlijkse traditie voortgezet dat rond de feestdagen onze dochter drie goede doelen mocht uitkiezen van het geld dat verzameld werd in het tsedakabusje. Jammer dat we het wekelijks collecteren van tsedaka moesten staken omdat tegenwoordig niemand meer muntjes bij zich heeft. Wie heeft een goed idee voor een tsedaka app – een Shabbatikkie misschien?! Onlangs hebben wij de voldoening van het ‘meer doen’ ervaren, door een eigen initiatief om geld in te zamelen voor een goed doel. Samen met een groep buren hebben wij het project ‘Heel Rapenburg Draagt Een Steentje Bij’ opgezet om mee te bouwen aan het Holocaust Namenmonument. De indrukwekkende opbrengst hiervan ging niet alleen om geld. De meeste bewoners in de straat hebben voor het eerst stil gestaan bij wat zich op het Rapenburg heeft afgespeeld tijdens de Holocaust. Deze bewustwording heeft veel los gemaakt bij de bewoners en de saamhorigheid in de straat vergroot. Er zijn vele manieren om geld in te zamelen voor goede doelen, zoals een sponsorloop, rommelmarkt, e.d. Sommige mensen zoeken een ‘hands on’ ervaring met een project in een ver land. Ieder individu 34 Wie heeft een goed idee voor een tsedaka app – een Shabba tikkie misschien? kiest de vorm van ‘tikkoen olam’ die het best bij hem of haar past. Wij beschouwen het niet zozeer als een verantwoordelijkheid of een verplichting. De drijfveer om tijd, energie, creativiteit of geld te schenken komt door regelmatig jezelf de vraag te stellen: ‘Hoe kan ik een positief verschil maken in de wereld?’. > Lee en Lisa Ross-Marcus, LJG Amsterdam Rechtvaardig Verantwoordelijkheid gaat wat mij betreft verder dan alleen belasting betalen Tora is duidelijk in de verplichting om te geven aan minder bedeelden. De Tora is er ook duidelijk over dat een mens niet alleen de verantwoordelijkheid heeft voor de eigen welvaart en het eigen welzijn, maar ook voor de samenleving als geheel. Naar de huidige tijd vertaald gaat die verantwoordelijkheid wat mij betreft verder dan alleen belasting betalen - wat op zich al een mooie manier is om welvaart te herverdelen en zorg te geven aan wie dat nodig heeft. Goede doelen horen daar ook bij. Wat mij betreft zijn dat voornamelijk joodse doelen. Andere goede doelen kunnen ook op mijn steun rekenen, maar ik stel me de vraag: als de joodse gemeenschap het goede doel niet steunt krijgt de joodse gemeenschap dan überhaupt nog steun?’ En daarom beant

woord ik de vraag van joodse doelen anders dan andere doelen. Hoeveel geef je dan? Daar lijkt mij lastig een objectieve maatstaf voor te geven. Ik hou het er maar op dat als ik het aan mijzelf moet verantwoorden het rechtvaardig moet voelen. Dat gevoel komt bij mij als het een beetje pijn doet. Maar zouden we niet méér moeten doen dan alleen geld geven aan goede doelen? Jazeker, zou ik zeggen. Ook weer doordat alleen geld geven bij mezelf enigszins het gevoel geeft van afkopen. Dat het je tijd kost om je in te zetten in deze drukke fase van je leven? Dat voelt gevoelsmatig ook weer rechtvaardig. > Guido Winnink, LJG Amsterdam Enschede als bestuurslid en voor de PR. Al deze activiteiten geven en gaven mij een positief gevoel en ik heb het over het algemeen met veel plezier gedaan. En je ontmoet er interessante mensen! Maar de echte problemen van onze maatschappij en de wereld los je er jammer genoeg niet mee op. > Judith Cohen, Enschede Kinderen in Israël helpen Dóe iets Mijn vader zei altijd: ‘Als iedereen binnen een straal van twintig kilometer voor elkaar zorgt, is er geen oorlog. Als je twintig kilometer te veel vindt, doe dan tien kilometer. Is tien kilometer te veel doe dan vijf kilometer, is vijf kilometer teveel doe dan twee kilometer. Maar dóe iets!’ Dat doe ik dus ook. Maar de zorg die je geeft, mag nooit gaan ten koste van jezelf. > Maureen de Keyzer, LJG Amsterdam Moedeloos? Wat een interessante vraag van Joods Nu. Een vraag die ik ook mijzelf wel eens stel. En het antwoord is niet zo één twee drie te geven. Of eigenlijk schiet ik schromelijk tekort. Natuurlijk geef ik wel aan goede doelen zoals Vluchtelingenwerk, maar in hoeverre help ik die miljoenen vluchtelingen all over the world daar mee? Er zijn veel landen verwikkeld in burgeroorlogen waar wij nauwelijks weet van hebben. En er worden mensen geronseld voor slavenarbeid, ook in ons eigen land. En ook in ons land worden mensen vermalen door allerlei instituties. En dan praat ik nog niet eens over de onderdrukking van vrouwen in vele landen en culturen. Als je over dit soort dingen nadenkt word je wel eens moedeloos. Ik heb wel allerlei vrijwilligerswerk gedaan dat op mijn pad kwam. Zo heb ik een plaatselijke telefonische hulpdienst opgezet. Het functioneerde aardig totdat ik er mee ophield. Tja… als zo’n organisatie rust op één persoon dan heeft het geen bestaansrecht. Maar… inmiddels is het overgenomen door professionals. Ik ben vrijwilliger geweest bij de telefonische hulpdienst (thans Sensoor) en bij Slachtofferhulp. Ik ben 2x als vrijwilliger actief geweest in een verpleegtehuis in Israël en ik heb daar vrijwilligerswerk gedaan bij opgravingen bij de Dode Zee. Ook heb ik kinderen uit een andere cultuur wekelijks voorgelezen. Momenteel ben ik actief in een grote vrijwilligersorganisatie in Als iedereen binnen een straal van 20 kilometer voor elkaar zorgt, is er geen oorlog Denk je eens in hoe de wereld zou veranderen als we het voor elkaar krijgen om in Israël de discriminatie uit te bannen Achter mijn huis zit een school. Daar zie ik vaak kinderen met allerlei huidskleuren hand in hand lopen. Het onderscheid kennen ze nog niet. En gelukkig maar. Zelf voel ik mij verantwoordelijk voor kinderen in Israël die ‘s morgens zonder ontbijt naar school moeten. Ik steun daarom een doel dat ervoor zorgt dat die kinderen gewoon een maaltijd krijgen, zodat ze hun schooldag goed kunnen beginnen. Ook daar wordt niet gelet op de verschillen. Het gaat daar niet om wie een joods kind is of een Arabisch kind. Dat heet een mitswe doen en dat draagt bij aan een betere wereld. Tikkoen olam dus. En waarom dan in Israël kindjes helpen? Nou, David Liliënthal zei altijd: ‘Zoek een joods doel en geef daaraan als mitswe.’ En een mitswe is heilig om te doen. Denk je eens in hoe de wereld zou veranderen als we het voor elkaar krijgen om in Israël de discriminatie uit te bannen. > David Douma, LJG Amsterdam Cirkels van leven Er worden nog steeds mensen geronseld voor slavenarbeid, ook in ons eigen land Doe wat jij kunt in je omgeving, zo ontstaat er een cirkel om je heen en als ieder mens datzelfde doet, dan raken al die cirkeltjes elkaar op een gegeven moment Enkele jaren geleden zag ik op de voorpagina van de krant een foto van de peuter die was verdronken bij een poging van zijn familie Europa te bereiken. Verleden week werd in Noorwegen een lichaam van een verdronken Iraanse baby gevonden. Het was maar een kort berichtje. 20 juni zijn er in heel Europa 44.000 paaltjes neergezet, voor elke verdronkene één. Lang geleden had ik een gesprek met Rabbijn Friedrich uit Antwerpen. We spraken over de machteloosheid die je soms voelt bij het zien van het wereldwijde leed. Hij tekende toen een stipje op papier en zei: “Dat ben jij, doe wat jij kunt in je omgeving, zo ontstaat er een cirkel om je heen en als ieder mens datzelfde doet, dan raken al die cirkeltjes elkaar op een gegeven moment.” Het deed me denken aan kikkerdril: allemaal kleine blaasjes met een zwart puntje in het midden. Na enkele dagen barsten die van het leven. Hoe draag je bij aan tikkoen olam? Je kunt je stem laten horen bij de verkiezingen. Je kunt geld doneren. Maar je kunt je ook actief 35 >

inzetten. Bijvoorbeeld voor vluchtelingen. Die situatie deed zich een aantal jaren geleden bij ons voor. Een jong stel uit Azerbeidzjan kwam na de afwijzing van hun eerste asielaanvraag op straat te staan. Wat doe je? We hadden kort daarvoor ons schuurtje tot logeerverblijf omgebouwd. Ze hebben zes jaar bij ons gewoond. Twee kinderen zijn bij ons geboren. Na 10 jaar kregen ze op grond van het kinderpardon een verblijfsvergunning. Inmiddels hebben ze hun eigen huis, dat óók een opvangplek is geworden voor mensen die, net als zij toen, een dak boven het hoofd nodig hebben. Het maakt mij kwaad als ik zie hoeveel levens er verloren zijn gegaan door de Turkije-deal. We hebben geen idee wat vluchtelingen moeten meemaken. Maar we kunnen wel een stukje menselijkheid tonen. Want wie één mens redt, heeft een hele wereld gered! > Gonnie Blok, LJG Twente Ik heb toch een lichte voorkeur om me ergens voor in te zetten nagedacht. Geef je bijvoorbeeld anoniem? Geef je geld of bied je werk aan? En je eigen inzet om de wereld te verbeteren? Vlieg je niet meer, zamel je afval in, help je gehandicapte medemensen? Als je niet meer vliegt, betekent dat wel dat je niet meer naar familie in Israël of andere landen kunt gaan. Dat zou wel een opoffering betekenen, vooral als je het geld van de vliegreis aan een goed doel zou schenken (mitswa). Bij dat laatste zie je dat het één het ander niet uitsluit: niet vliegen en geld geven. Ik heb toch een lichte voorkeur om me ergens voor in te zetten. Dat is geen gierigheid, maar een gevoel van grotere persoonlijke betrokkenheid bij de tsores in deze wereld. Kortom: er zijn talloze manieren om de wereld te verbeteren op alle mogelijke terreinen, maar doe wel wat! Geld en/of daden. Kessef of gemiloet chasadiem. Zodra er geen rachmones meer is, staat onze wereld stil. Hoe je baderech wilt gaan is aan jou. > JanFred ten Hove, LJG Brabant Om de hoek Toen ik voor de allereerste keer in mijn leven, zo’n 40 jaar geleden, oog in oog kwam te staan met échte armoede in de sloppenwijken van Jakarta wist ik wat ik moest doen: delen, delen en nog eens delen. Maar elke gulden die ik overmaakte was niet meer dan een druppel op die gloeiende plaat. Niet veel later hoorde ik over het rapport van de Club van Rome en ik besefte: alles moest anders, beter. Maar dat is de mensheid nog steeds niet gelukt. Zelf maak ik geen geld meer over naar mensen in verre landen, maar zoek de goede doelen dichtbij. Ik werd bijvoorbeeld vrijwilliger op de buurtbus, waarmee je ouderen wat mobiliteit biedt. Ook hou ik bewust rekening met mijn omgeving: afval sorteer ik, in de tuin hou ik rekening met bijen en vlinder, ik schoffel liever dan dat ik gif spuit. Als je de wereld wilt verbeteren, moet je toch echt bij jezelf beginnen. Tikkoen olam is delen én doen. En het is zo gemakkelijk: stap de voordeur uit en hup, daar ligt je kans. In je eigen buurt, om de hoek. > Menni Kerkhoven, LJG Utrecht Alles moest anders, beter, maar dat is de mensheid nog steeds niet gelukt Financiële boetedoening Financiële donatie of eigen inzet? Een financiële donatie geven is wel erg gemakkelijk vergeleken met je in te zetten voor iets. Toch bij nadere beschouwing: voor een miljonair is een donatie van een fors bedrag geen probleem, maar voor een ongehuwde moeder met een uitkering is een klein bedrag al een aderlating. En hoe geef je geld ? Rabbijnen hebben daar in het verleden al over 36 Voor gemaakte fouten doe je financiële boetedoening, daarna ga je weer je eigen gang Staat een financiële donatie gelijk aan je eigen inzet om de wereld te verbeteren? Ja en nee. Als je geld geeft aan een persoon of organisatie, moet je maar afwachten of dat geld goed wordt besteed. Het doet me denken aan de rooms-katholieke kerk met haar aflaten in de periode van de Middeleeuwen. Voor gemaakte fouten doe je financiële boetedoening, daarna ga je weer je eigen gang en bekommer je je niet meer om het verbeteren van de wereld . Een financiële bijdrage kan slechts een klein onderdeel zijn van een groter geheel. Het grootste onderdeel is: hoe ga ik om met mijn naaste in de breedste zin van het woord. Het zijn de personen rondom onszelf, naast witte joden (waarover de laatste tijd veel te doen is) ook de kleurrijke joden en niet-joden, ongeacht hun gender-toestand en wat er nog meer kan zijn. We dreigen elkaar bijna de tent uit te slaan door geruzie, zoals in Israël bij de nieuwe regering, in plaats van vrede te stichten. Daar blijft het niet bij, hoe gaan we om met de natuur? We kopen producten en als zij afgedankt worden, komt het vaak in de natuur terecht en zo wordt de natuur vernietigd. Denk maar aan het plastic, maar er is veel meer te noemen. We leven eigenlijk voor meer geld en welvaart, in plaats van voor geluk en welzijn. Door meer in te zetten op geluk en welzijn voor iedereen, verkrijgen we een betere wereld. Een financiële bijdrage om dat te bereiken, is altijd welkom. > Harry Knot, LJG Twente

Herinneringen Onlangs was ik in Oude Pekela. Niet zomaar. Daar werd de terugkeer gevierd van een zilveren object uit de gesloopte synagoge. Eind vorig jaar was namelijk het toraschild van de vroegere kille van Pekela teruggevonden in de catalogus van een veilinghuis in New York. Het schild was samen met tientallen andere stukken judaïca in 2006 via een andere veiling in New York terechtgekomen. Een attente Groningse verzamelaar had het nu opgemerkt en aan de bel getrokken: zou het niet mooi zijn als dit schild na bijna tachtig jaar weer zou terugkeren? Jazeker, een lokaal museum zou er een plek voor inruimen in de permanente tentoonstelling. Als herinnering en eerbetoon aan de kille die ooit was. Particulieren, leden van lokale organisaties hebben zich ingespannen om fondsen te werven. Het geld kwam er en het schild kwam terug. Was nu het inzamelen Tikkoen olam, is er iets gered, is de wereld iets verbeterd? Ik vind van wel. Want wat gered is, is niet per se een toraschild, dat hoe belangrijk ooit, in de synagoge van Pekela toch uiteindelijk maar een zilveren voorwerp is. In mijn ogen is een herinnering aan de mediene gered. De mensen die zich hebben beziggehouden met het terughalen, het lobbyen en het inzamelen van geld, het organiseren van de tentoonstelling, die hebben hun best gedaan iets te redden van de herinnering aan hun vroegere bewoners, jazeker Tikkoen olam. > Wiet Gans, LJG Amsterdam De terugkeer werd gevierd van een zilveren object uit de gesloopte synagoge van Oude Pekela haar aanvaardt. Er ging een petitie rond om van 1 juli een nationale feest- en herdenkingsdag te maken. Hebben we die oproep ondertekend? Een begin zou zijn als wij als joden ons solidair verklaren met de zwarte gemeenschap die - net als wij - nog altijd lijdt onder de trauma’s en de pijn van een gruwelijk verleden. Laten we helen, samen. > Jelle Zijlstra, LJG Amsterdam Mentaliteit van een topsporter nodig Méér dan ooit dragen we de verantwoordelijkheid om expansie te stoppen en zo de wereld te Samen helen Zijn wij die het goed hebben verantwoordelijk voor het verzachten van het leed van anderen? Dat is een prikkelende vraag die zeker enige overdenking verdient. Uiteindelijk zullen wij moeten erkennen dat we als rijke Westerse landen een bepaalde verantwoordelijkheid dragen, of in ieder geval de middelen tot onze beschikking hebben om de wereld ten goede te veranderen, Tikkoen olam dus. Een suggestie. Eeuwenlang hebben Westerse landen, met Nederland voorop, de wereld leeggeroofd, vernederd en tot slaaf gemaakt en daar zijn we schathemelrijk van geworden. De weelderige grachtenpanden van Amsterdam zijn hier nog altijd de stille getuigen van. Als collectief zijn wij daar natuurlijk niet verantwoordelijk voor te stellen, maar we zouden op zijn minst tesjoeva kunnen doen voor de misdaden van onze voorouders (ook Nederlandse -Sefardische- joden namen bijvoorbeeld volop deel aan de koloniale avonturen van Nederland). Tesjoeva is een proces van boetedoening dat pas tot stilstand komt als degene die wij tesjoeva verschuldigd zijn, verbeteren en zelfs te redden Eeuwenlang hebben Westerse landen, met Nederland voorop, de wereld leeggeroofd, vernederd en tot slaaf gemaakt In 1972 verscheen het rapport ’Grenzen aan de groei’ van de Club van Rome. Die grenzen van ‘Rome’ zijn we al voorbij. En nóg is ‘méér, méér, méér’ een wereldwijde onwrikbare natuurwet en wordt de planeet in toenemende mate geplunderd. Laatst kocht ik een wekkertje voor € 5,- bij de Blokker, mooi verpakt. Ik schaamde me! Hoeveel energie was er niet voor nodig om dit te maken! Alleen door een enorme massaproductie kun je zo’n wegwerpproduct maken. Wat een verspilling! Tikkoen olam: méér dan ooit dragen we de verantwoordelijkheid om die expansie te stoppen en zo de wereld te verbeteren en zelfs te redden. Het is 10 over 12. Helaas is er nog te weinig besef van urgentie, terwijl grondstoffen, bos, schoon water, schone lucht etc. in rap tempo opraken. Het is onvoldoende om alleen maar goede doelen te steunen die zich voor deze problematiek inzetten. Dat is makkelijk en passief. Wij (= “de consument”) moeten met z’n allen zélf actief het tij keren. Het heeft geen zin om alleen maar naar de industrie te wijzen als boosdoener. Industrie en consument zijn twee kanten van dezelfde medaille: de industrie speelt in op de vraag van de consument. Als die vraag stopt, stopt de productie. Ik denk dat er krachtig moet worden ingezet op verandering van koopgedrag en op hergebruik. Hiervoor is een revolutionaire mentaliteitsverandering nodig. Te vergelijken met die van de topsporter die alles op alles zet om zijn of haar doel te bereiken. En dat levenslang! Dat lukt alleen bij voldoende motivatie. En daarvoor is weer gedegen kennis over die grote problemen nodig. Daartoe moet onderwijs op scholen over duurzaamheid, klimaat, hergebruik etc. een volwassen plaats krijgen in het reguliere onderwijscurriculum van scholen. Voor Tikkoen olam is, naast donaties, een diepgaand besef van urgentie en een radicale gedragsverandering nodig. > Peter Hein, PJG Noord Nederland 37

NIEUWE ONTMOETINGEN IN DE JOODSE GEMEENSCHAP VAN DE AUTEUR VAN MAZZEL TOV VERSCHIJNT 20 SEPTEMBER 2021 NATIONALE BESTSELLER

COLUMN } ZIPPORA ABRAM Sorry ergeving is een belangrijk thema tijdens de Hoge Feestdagen. Als je iemand hebt geschaad of pijn gedaan, dien je eerst je tot de betreffende persoon te wenden met welgemeende excuses. Pas daarna kun je een gesprek aangaan met De Eeuwige en Hem om vergeving vragen. Welgemeende excuses moeten er ongeveer zo uitzien: neem verantwoordelijkheid voor wat je hebt gedaan, zeg dat dat fout was, zeg dat je spijt hebt, verwoord het leed dat je een ander hebt aangedaan, en beloof dat je het nooit meer zal doen. Daartussenin moet je ook echt spijt hebben, echt begrijpen dat je iets ergs hebt gedaan. Klinkt misschien allemaal niet moeilijk, maar er zitten toch wel wat addertjes onder het gras. Zeggen dat je spijt hebt, betekent nog niet dat je verantwoordelijkheid neemt. Zo is een bekend excuus: ‘Als je je gekwetst voelt, dan spijt me dat’. Dit werkt niet, want je hoort erin dat je in twijfel trekt of het wel nodig is dat de betreffende persoon zich gekwetst voelt, maar hé, als dat dan zo is (erg overdreven) dan spijt me dat. Hier neem je dus geen enkele verantwoordelijkheid voor je fouten, sterker nog: je verwijt de ander eigenlijk overgevoelig te zijn. Vaak gaat het ook mis bij wel zeggen dat je een fout hebt gemaakt, maar verder niet willen omschrijven waar de fout toe heeft geleid. ‘We hebben een inschattingsfout gemaakt’, is wel een excuus, maar wat heb je dan precies fout gedaan en wat zijn de gevolgen daarvan? Wat waren de gevolgen van jouw fout en hoe ben jij daar verantwoordelijk voor? En wat ga je in de toekomst anders doen om te voorkomen dat je dezelfde fout maakt? ‘Welgemeende excuses aanbieden: dat klinkt misschien niet moeilijk, maar er zitten toch wel wat addertjes onder het gras.’ Nog een veelgemaakte fout: ‘het spijt me’ zeggen en erbij vermelden dat het niet de bedoeling was. Of iets wel of niet de bedoeling was, maakt wat je hebt gedaan niet anders. Bovendien zit hier toch ook een element van jezelf alvast vergeven in. Je hoort er bijna een ‘maar’ in. ‘Sorry dat ik je verrot schold, maar ik voel me vandaag helemaal niet lekker.’ Een laatste valkuil is sorry doorgeven. Dus je zegt wel sorry maar niet tegen allen die je hebt benadeeld. ‘Het spijt me dat ik jullie tuin heb vernield. Geef je dat ook door aan je man?’ Een van de ergste overtredingen die je kunt begaan in het jodendom is Lashon Hara, kwaadspreken. Waarom is dit zo erg? Omdat je hiervoor nooit vergiffenis kunt krijgen. Je hebt iets naars over iemand verteld aan een ander, die heeft het weer doorverteld en die ook weer. De Talmoed vergelijkt het met het uitschudden van een kussen vol donsveren. De veren verspreiden zich over het land en hoe graag je ook wil, je vindt de veren nooit allemaal terug. Je weet helemaal niet waar je fout terecht is gekomen, dus al vergeeft de benadeelde je, dan nog kan God je niet vergeven. Dat is enorme pech, dus beter niet kwaadspreken! Samenvattend is dus het ergste dat je kunt doen: kwaadspreken over een overledene. Als je vervolgens hierop aangesproken wordt door één van de kinderen, zeggen dat je het allemaal niet zo hebt bedoeld en of het kind in kwestie dat ook namens jou tegen zijn broers wil zeggen. Zo werkt het niet. De straf op Lashon Hara is leven in isolatie. Ook als je niet in God gelooft, niet in ultieme rechtvaardigheid, kun je alleen maar hopen dat iemand die kwaadspreekt inderdaad geen plek meer krijgt in de gemeenschap. Als iemand zich door deze column gekwetst voelt, geef hem of haar dan door dat ik dat betreur en dat het niet mijn bedoeling is geweest. 39 CARLA VAN THIJN

Hooglied nr. 3 – Adam en Eva van Marcus van Loopik 40

Van vervuilde steden, bomenkap tot plastic soep: het gaat niet at is de aanleiding voor je nieuwste boek? goed met de natuur. Hoe dat te veranderen? In zijn boek ‘Leven en laten leven’ kijkt Marcus van Loopik hoe het jodendom handvatten biedt voor een nieuwe relatie met de natuur. De mens niet als bezitter, maar als partner in het verbond. tekst Hester Stein “Ik wilde een paar etsen over het Hooglied maken. Toen ik daartoe de teksten bestudeerde besefte ik dat de natuur een enorme plaats inneemt in het Hooglied. De geliefden vergelijken elkaars beweging met die van herten, ze leven onder het bladerdak van bomen. Uit het hele boek spreekt een grote liefde voor de natuur waar de mens deel van uit maakt. Dit maakte zo’n indruk op mij dat ik eerst een boek wilde schrijven over Hooglied. Maar toen kwam ik op de gedachte dat het boek moest gaan over ecologie. We wonen vlakbij de hei. Vroeger zag ik daar leeuweriken, herten, valken en buizerds. Maar veel natuur is verdwenen. Op sommige plekken in Nederland is nog maar 75% van de rijkdom van flora en fauna over! Niet alleen de grond wordt in beslag genomen, ook het luchtruim door steeds meer vliegtuigen. Dat brengt bij mij een zekere verbittering teweeg. Dus ik dacht… ik moet iets met dit thema.” In je boek besteed je niet veel aandacht aan Tijd voor een nieuwe relatie met de natuur ecologische rampspoed. “Als je alleen maar met cijfers komt over de schade van al die rampen kom je niet bij de oorzaak van het probleem. De oorzaak is het gebrek aan liefde voor de natuur, gebrek aan verwondering. Het is ongelooflijk belangrijk dat je van de natuur houdt, dat je je voortdurend ervan bewust bent dat de natuur en de schepping giften zijn. En als je die schepping beschadigt, dan beschadig je ook jezelf. Met mijn boek wil ik mensen weer gemotiveerd maken om stil te staan bij de natuur en ervan te gaan houden.” Je kijkt naar de natuur door de bril van het jodendom. Waarom heb je daarvoor gekozen? “Onze aandacht raakt soms ondergesneeuwd door zaken als oorlogsdreiging en antisemitisme, maar in de joodse traditie is veel positiefs te vinden, zoals de liefde voor de natuur. Je leert hoe je zelf een bijdrage kunt leveren. In het jodendom wordt niet gesproken over rentmeesterschap waarbij de mens heerst over de natuur en de dieren. (red: komt uit chr. Bijbel). In het jodendom vind je een heel andere houding ten opzichte van de natuur, waar de mens naast meester ook onderdeel ervan is. In de Tenach staan veel opdrachten waaruit blijkt dat de mens de natuur moet ontzien. Waardoor zijn we de liefde voor de natuur kwijtgeraakt? “Maimonides spreekt ergens over ‘de mens en de andere dieren’. In de Middeleeuwen was men ervan doordrongen dat de mens weliswaar bijzonder is en een verantwoordelijkheid binnen de schepping heeft, maar dat 41 >

de mens ook veel gemeen heeft met de dieren. Maar sinds Descartes is men dieren als een soort machine gaan zien, omdat zij niet kunnen denken en praten zoals wij. Maar toch zijn we net als dieren onderdeel van de natuur en zijn er zelfs afhankelijk van. Maar de natuur nemen we als vanzelfsprekend. We gebruiken hem en voelen ons er niet mee verbonden. De liefde ontbreekt doordat we niet bij de natuur stilstaan. Maar zodra we de natuur naar onze hand willen zetten zullen we de natuur ook tegenkomen. Met een idiote bevolkingsexplosie ontstaan er plagen en ziektes die de wanverhouding weer herstellen. Daarom is die verbondsrelatie met de natuur ook zo belangrijk. Als verbondspartner hebben we verplichtingen tegenover elkaar, al is de verplichting van de natuur een metaforisch beeld.” Maar als wij te arrogant worden, zou de eerste de beste mug kunnen zeggen: ‘Hou er wel rekening mee, ik was er eerder dan jij.’ Die mug heeft net als de mens een rol binnen dat ecologische complexe systeem. Als we daar bepaalde bouwstenen uithalen hebben we de gevolgen niet meer in de hand. ” Hoe zorgt het jodendom ervoor dat we wel bij de natuur stilstaan? “Een voorbeeld. De sidoer van de LJG geeft een extra ecologische interpretatie van het tweede deel van het Sjema-gebed op pagina 66. Ik vind het mooi dat dat onderdeel is van de liturgie zodat we daar iedere week aan herinnerd worden. Ook de verhalen leren ons veel over ecologie. De joodse traditie leert bijvoorbeeld dat je de aren aan de rand van de akker moet laten staan voor de armen. Nu hebben weinig mensen een akker, maar toch kun je daaruit leren dat je bereid moet zijn jezelf beperkingen op te leggen. Jij hebt het land bebouwd en krijgt de oogst daarvan, maar die is niet alleen van jou.” Je noemt ook Pesach, Sjawoeot en Soekot. “Dat zijn van oorsprong oogstfeesten. Dat besef zie je in Israël meer dan hier in Nederland. Het is in Israël gebruikelijk om huizen te versieren met vruchten en takken. Een sterk natuurbewustzijn, terwijl veel generaties daarvoor in getto’s moesten leven met weinig natuur. Dat je dit bewustzijn zo duidelijk ziet in Israël vind ik bijzonder. Tijdens de Onafhankelijkheidsverklaring in ’48 zei Ben-Goerion: ‘Wij worden een land van bomen.’ En ja, ik vind het indrukwekkend dat al die schoolkinderen met Toe Bisjwat bomen gaan planten. Ook in Nederland zou een nationale bomenplantdag het ecologische gevoel een enorme boost kunnen geven.” Je hebt het over een pact tussen God, de mens, de natuur en de dieren. Leg eens uit. “Het verbond met Noach is ook een verbond met alle levende zielen, dus zowel met mens als dier. De bewoners zijn alleen maar tijdelijke pachters en geen eigenaren. Ze zijn gebonden aan hun contract met de Schepper. Als mens hebben we veel verantwoordelijkheid. In de Talmoed staat een mooie midrasj: de mens is als laatste geschapen, omdat de schepping ten behoeve van ons is gemaakt. 42 Wat hebben we wel in de hand? “Dat je bijvoorbeeld voor een product kiest dat zo weinig mogelijk schade veroorzaakt. Wij gaan bijvoorbeeld niet met het vliegtuig, we hebben geen auto. Mijn vrouw en ik houden niet van verkwisting. Als er met een verbouwing pallets worden weggegooid, vind ik dat verschrikkelijk. Want voor nieuwe pallets moeten er weer bomen worden gekapt. Dus ik probeer zoveel mogelijk te hergebruiken. Ook met voedsel. Als ik groente over heb, maak ik daar weer soep van. Ik gooi zelden iets weg. Maar heel radicaal ben ik niet. Ik vind niet dat iedereen onmiddellijk vegetariër moet worden, mezelf noem ik een HBV’er: een heel bescheiden vleeseter of halfbakken vegetariër. Mijn leidraad is: wat zou er gebeuren als iedereen doet zoals ik? Als iedereen nu heel bescheiden vlees gaat eten, dan is het stikstofprobleem eigenlijk al opgelost.” De mens als pachter, het land als ‘goddelijk eigendom’. Zo’n boodschap lijkt me lastig te verkopen. “Soms kijken mensen alleen juridisch naar de natuur. Bolsonaro lijkt bijvoorbeeld te vinden dat de Amazone zijn bezit is. Maar het zijn bossen van de mensheid die deze bossen pacht en níet bezit. Dat staat misschien haaks op hoe wij denken. Ik geloof ook niet dat je met een boek de wereld kunt veranderen. Maar als je enkele mensen aan het denken zet, dan is er al wat bereikt.” Marcus van Loopik, Leven en laten leven Ecologie en de Joodse traditie ISBN 9789492110251 202 pagina’s, €20,Uit het boek spreekt een grote liefde voor bomen. Wat heb jij met bomen? “Ik word kregelig als ik hoor dat sommige mensen tegen bomen spreken, maar aan de andere kant heb ik wel enorm respect voor zulke grote wezens die zo lang bestaan. Bomen omzagen vind ik bijna misdadig. Bomen planten vind ik op meerdere manieren bijzonder. In mijn boek beschrijf ik een verhaal uit de Talmoed over een man die een boom plant. Een ander zegt: ‘Je hebt toch niets aan die boom, want op de vruchten moet je zeventig jaar wachten.’ Dan antwoordt hij: ‘Ja, maar ik eet nu de vruchten van de boom die mijn grootvader geplant heeft’. Het is een krachtig beeld. Het planten van bomen dwingt de mens om op lange termijn te denken. Je doet niet alleen dingen omdat je er zelf iets aan hebt, maar ook voor volgende generaties. Dat gevoel ontbreekt helaas vaak. Na ons de zondvloed. Wij halen uit de bodem wat we kunnen, maar wat betekent dat voor onze kinderen en kleinkinderen?”

Carla Olman, ±1940 Joden die joden redden tijdens de Holocaust Welke rol speelden joden in het verzet tegen de nazi’s? Het boek All our Brothers and Sisters belicht de redding van joden in West-Europa, Italië en Griekenland. En brengt een onderzoek naar de opvallende rol van de 17-jarige Carla Olman, actief lid van de LJG Amsterdam. tekst Hans Schippers V orig jaar was er internationaal bijzondere aandacht voor het aandeel dat joden hadden in het redden van andere joden tijdens de Holocaust. Een onderdeel daarvan was de publicatie van het boek All our Brothers and Sisters door de Bar Ilan Universiteit en het B’nei B’rith World Center. Dit boek had in het najaar van 2020 moeten verschijnen, maar door corona kwam het nu kortgeleden uit. Het boek gaat vooral over de redding van joden in West-Europa, Italië en Griekenland. Oost-Europa is met een hoofdstuk over een reddingsactie in Polen minder goed bedeeld. Veel van de hoofdstukken hebben een overzichtskarakter, het zijn samenvattingen van eerder verschenen publicaties. Maar er is ook origineel onderzoek. Zo is er bijvoorbeeld een verrassend hoofdstuk over de Nederlandse Carla Olman door de Amerikaanse onderzoeker dr. Raymond Sun. Tiener als verpleegster Carla was bij de Duitse inval 17 jaar oud en een actief lid van de LJG Amsterdam: Margot en Anne Frank behoorden tot haar kennissenkring. Het gemengde gezin Olman - moeder was van oorsprong katholiek - woonde in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Carla was een individualistische jonge vrouw die roeide en lange fietstochten in de omgeving maakte. Zij liet zich in 1941 als joods registreren, maar vanwege haar moeder werd dit een jaar later teruggedraaid en hoefde zij niet langer een ster te dragen. Dat kwam goed uit toen een 43 >

oom haar vroeg om leden van zijn gezin uit een Rotterdamse deportatietrein te halen. Gekleed in een verpleegstersuniform, met valse papieren en een grote dosis lef doorzocht Carla de trein tot zij haar tante Ali gevonden had. Die gaf haar direct het jongste kindje, baby Loetje. De andere vier kinderen meenemen was te riskant. Op het perron werd zij aangesproken door een Duitse soldaat. Carla vertelde dat het kindje ziek was en naar het ziekenhuis moest en mocht doorlopen. Loetje overleefde de oorlog in onderduik. Tante Ali en de vier andere neefjes niet. Veertig onderduikadressen Na deze waarschijnlijk eerste actie wist Carla nog zo’n veertig joden aan onderduikadressen te helpen, meestal familieleden en bekenden. Zij kon daarbij profiteren van de kennis die zij tijdens de lange fietstochten had opgedaan. Zij wist welke huizen geschikt waren om onder te duiken, soms kende ze de bewoners. Carla bracht de onderduikers meestal op de fiets weg. Alleen als het te ver was nam zij bus of trein. De fietstochten waren geen bezwaar omdat ze goed getraind was als roeister en fietser en over het nodige uithoudingsvermogen beschikte, zowel fysiek als mentaal. Toen Carla eind 1943 een avond doorbracht bij de katholieke ouders van een vriend uit het verzet, raakte ze onder de indruk van de rust die uitging van hun geloof. Zij liet zich dopen, maar zette haar verzetswerk voort. Na de oorlog trouwde zij met een katholieke man en voedde haar kinderen katholiek op. Over de oorlog sprak zij vrijwel nooit. Na het overlijden van haar man vertrok Carla in 2004 naar haar oudste dochter in de Verenigde Staten. Daar sloot zij zich na een tijdje André Chouraqui, 1979 ‘Een oom vroeg de 17­jarige Carla om leden van zijn gezin uit een Rotterdamse deportatietrein te halen.’ aan bij een Reformsjoel. Zij sprak op scholen over haar verzetswerk en werkte mee aan een publicatie over dat werk. Het was een soort derde leven, dat bij deze eigenzinnige vrouw rimpelloos aansloot bij de twee voorgaande. Andere hoofdstukken bieden een nieuwe blik op bekende zaken. Een voorbeeld hiervan is de redding van zo’n 5000 joodse en niet-joodse onderduikers op de grotendeels door protestanten bewoonde hoogvlakte van Vivarais in het zuidelijke Franse departement Haute-Loire. In de traditionele versie hadden de rond 3500 joden daar voornamelijk een rol als passieve onderduikers. Maar auteur Nathan Bracher toont aan dat er sprake was van een wisselwerking tussen het protestantse en joodse verzet. De verschillende joodse hulporganisaties speelden een minstens even belangrijke rol als de verzetsmensen rond de predikant Andre Trocmé. Joodse kinderen helpen onderduiken Een van de sleutelfiguren van de hulp in oorlogstijd was de in 1917 geboren Algerijnse jood André Chouraqui. Hij groeide op in de buurt van Oran en maakte daar kennis met de religie en cultuur van Arabische en Berberse moslims en Franse katholieken. Kort voor de Tweede Wereldoorlog kwam hij voor een rechtenstudie naar Frankrijk, maar door zijn kennis van jodendom, islam en christendom maakte hij al jong naam als publicist en vertaler. Chouraqui bracht vanaf najaar 1942 joodse kinderen uit de grote steden naar de Vivarais om onder te duiken. Het was zeer gevaarlijk werk. Van de 33 joodse helpers die tegelijk met hem met dit werk begonnen waren er najaar 1944 nog maar vier over. Daarnaast bleef Chouraqui actief als verta ler en schrijver. In en buiten de Vivarais was een groep joodse en niet-joodse filosofen, theologen, juristen, schrijvers en historici actief die met elkaar discussieerden en ideeën uitwisselden. Eén van hen was de schrijver Albert Camus die Chouraqui verschillende malen opzocht voor advies over zijn in Oran spelende boek La Peste. ‘De joodse hulporga ni saties speelden een minstens even belangrijke rol als de protestantse verzetsmensen.’ 44 Gevoel van vrijheid Chouraqui verklaarde na de oorlog dat de prachtige natuur, de voldoening van het verzetswerk en de contacten met geestverwanten hem een gevoel van vrijheid en zelfs geluk hadden gegeven. Dit ondanks de voortduren de spanning en de grote gevaren van het verzetswerk. Chouraqui, na de oorlog een leidende figuur in de Alliance Israélite en Unicef, maakte in 1958 aliya en werd naast zijn culturele werk adviseur van David Ben Goerion. Later was hij plaatsvervangend burgemeester van Jeruzalem. Als bestuurslid van Unicef was Chouraqui een drijvende kracht achter de bestrijding van de oogziekte trachoom, die vooral in ontwikkelingslanden voorkomt. Hij overleed in 2007. CLAUDE TRUONG NGOC

Bij één van de eerste transporten die in maart 1943 vanuit Thessaloniki in Auschwitz aankwam was de 15-jarige Jacob ‘Jakitto’ Maestro. Het grootste deel van zijn medegedeporteerden werd direct vergast, maar ook de overgebleven joden liepen gevaar. Zij spraken namelijk Ladino, een Spaans dialect gebaseerd op het Spaans uit 1492 toen zij uit Spanje werden verdreven en naar Thessaloniki trokken. Wanneer zij de Duitse bevelen niet verstonden dreigde alsnog vernietiging. ‘Planeet Auschwitz’ Jakitto kende wat Duits van een baantje op het station van Thessaloniki. Een Poolse opzichter stelde hem direct aan als tolk voor de andere Griekse joden. Jakitto was afkomstig uit de Baron de Hirsch-buurt, een straatarm stadsdeel, dat in 1890 was gebouwd om slachtoffers van een grote brand op te vangen. Scholing had hij nauwelijks, maar hij realiseerde zich direct dat hij zich moest aanpassen aan de totaal andere omstandigheden op ‘planeet Auschwitz’ om te kunnen overleven en functioneren. Hij vertelde zijn kameraden wat de Duitse bevelen betekenden en leerde ze op maat te marcheren. De opzichter liet het samenstellen van de werkploegen al snel aan Jakitto over. Die was zo in staat om minder sterke mannen Carla Olman krijgt de ‘2020 Washingtonian of The Year Award' uitgereikt door State Senator Andy Billig wat lichter werk te geven en ook om het werk te laten rouleren. Wanneer er voor een ‘goed’ commando, met niet te zwaar werk, vijf timmerlieden werden gevraagd stuurde hij er 15 naar toe, vakmensen, maar ook ongeschoolden die zo ervaring konden opdoen. Judith Baumel-Schwartz, Alan Schneider, All Our Brothers and Sisters. Jews saving Jews During the Holocaust, Peter Lang, Bern 2021. Omkoping Later ging Jakitto ook gebruik maken van omkoping om zijn doel - het ‘redden’ van Griekse gevangenen - te bereiken. Wanneer een SS-er klaagde over de sigaretten, dan zorgde hij ervoor dat hij betere kreeg. Geld, goud en diamanten die andere gevangenen in kleding en schoenen van vermoorde joden vonden, gebruikte Jakitto om Duitsers en Poolse opzichters te manipuleren en zo het vernietigingssysteem te hinderen. Het was een gecompliceerd en levensgevaarlijk spel, dat hij volledig beheerste en met veel geluk tot de bevrijding van Auschwitz kon volhouden, schrijft auteur Gideon Greif. Van de unieke 55.000 leden tellende Sefardische gemeenschap van Thessaloniki, met zijn dertig synagogen, overleefden slechts enkele duizenden de oorlog. Jakitto sprak nooit over wat hij in Auschwitz had gedaan. Hij maakte aliya en leefde onopgemerkt in Israël. Pas vrij recent werd hij bekend, nadat een boek over zijn reddingswerk was gepubliceerd. 45 LEGISLATIVE SUPPORT SERVICES

Jodendom en zionisme zijn niet identiek maar hebben wel veel met elkaar te maken. Ron van der Wieken belicht dit in twee delen. Deze keer: het historische zionisme. Over hoe diep geworteld het verlangen naar Zion is. Zionisme: niet van gisteren A ls God de 99-jarige Avram een contract aanbiedt (Beresjiet 17: 8 e.v.) en daarbij zijn naam verandert in Avraham belooft Hij hem: “Ik zal jou en je nakomelingen het land geven van je omzwervingen, heel het land Kena’an, om altijd in bezit te hebben” met als tegenprestatie: ”en jullie moeten mijn verbond houden: al je nakomelingen moeten besneden worden.” God maakt duidelijk in 17:21 dat dit Verbond alleen geldt voor Jitschak, Avrahams zoon bij Sarah, en zíjn nakomelingen, dus niet voor Jishmaeel, zijn zoon bij Hagar. Die valt overigens toch ook in de prijzen, want God maakt hem de voorvader van twaalf vorsten en een groot volk. Dus vanaf het eerste moment dat in onze geschiedenis sprake is van een volk wordt het land Kena’an genoemd als ‘het onvervreemdbaar bezit’ van dat volk. Dat moment wordt geschat op ca. 1800 voor de gewone jaartelling. Mosjé als eerste zionist In de lange en veel bewogen geschiedenis van het joodse volk raakt het volk vaak buiten Kena’an’s grenzen, en komt dan na korte of langere tijd in deerniswekkende omstandigheden te verkeren. De eerste keer is dat als Ja’akov met zijn familie vanwege hongersnood Kena’an moet verlaten en naar Egypte trekt. Aanvankelijk gaat het de familie goed, maar 46 tekst Ron van der Wieken Als je bedenkt dat de Amida drie keer per dag gezegd wordt dan is duidelijk hoe diep Zion in de joodse geest is ingeprent. als die uitgroeit tot een grote minderheid wordt het de Farao bang te moede en gaat hij de Hebreeërs steeds harder en wreder behandelen. Zij worden niet alleen tot slaaf gemaakt maar ook bedreigd met genocide. In hun diepe ellende herinnert Mosjé, een Hebreeër én een Egyptenaar, hen aan de God van hun voorouders, die hen zal bevrijden uit hun ellende en hen zal terugvoeren naar het -misschien wel bijna vergeten- beloofde Kena’an. Het wordt door Mosjé omschreven als een land van melk en honing. De uittocht uit Egypte zou -als het inderdaad een historisch feit betreft- rond 1330 voor de gewone jaartelling hebben plaats gevonden en je zou Mosjé de eerste zionist kunnen noemen. Na talloze omzwervingen bereikt het joodse volk Kena’an dat weliswaar door God aan hen gegeven is, maar wel bewoond wordt door een hele serie andere volkeren. Een lange strijd volgt maar vanaf ca 900 v.d.g.j. wordt het land voornamelijk door joden bewoond. Verlangen naar Zion Het is 586 v.d.g.j. (het noordelijke rijk Israël is dan al lang weggevaagd) als de Babylonische koning Nebukadnezar het joodse staatje Judea en zijn hoofdstad Jeruzalem bezet. De nog door koning Sjlomo gebouwde tempel maakt hij met de grond gelijk en de inwoners van LIBRARY OF CONGRESS

Judea deporteert hij grotendeels naar Babylon. Daar maakt zich een sterk gevoel van heimwee meester van de weggevoerde joden naar het land waar ze vandaan kwamen. En ze wisten het ook nog fraai te verwoorden, zie Psalm 137: de nederlaag is meer dan een militaire nederlaag. De Romeinen, getergd door de intensiteit van de revolte, besluiten de overgebleven joden en masse te verjagen. Aan de rivieren van Babylon Daar zaten wij treurend En dachten aan Zion In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. Als ik jou vergeet Jeruzalem, Laat dan mij rechterhand zich zelf vergeten Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven Als ik niet meer aan jou denk Als ik Jeruzalem niet stel Boven alles wat mij verheugt. Hier is voor het eerst in de ons bekende Hebreeuwse literatuur sprake van het grote joodse verlangen naar Zion (spreek uit Tsion), de naam van een heuvel in het gebied Moriah in Jeruzalem, waarop Jitschak geofferd had zullen worden (Beresjiet 22). Lang daarna werd Zion het eigendom van de Jebusiet Aravna , die er een dorsvloer van maakt. Koning David kocht die van hem terug om er een altaar op te bouwen (2 Sam. 24). Later zouden de beide tempels op Zion worden gebouwd. Nu staat daar de Al Aksa moskee. Zion wordt een berg genoemd, maar is dus feitelijk alleen maar een heuvel, die echter al sedert onheuglijke tijden symbool staat voor Jeruzalem en het hele land dat God aan het Joodse volk heeft beloofd. Terugkeer In 538 v.d.g.j. geeft de Perzische koning Cyrus, nadat hij de Babyloniërs heeft verslagen, de joden het recht om zich weer in Judea te vestigen en hun tempel te herbouwen. Zo komt de eerste ballingschap ten einde en onder leiding van o.a. Ezra en Nechemja, zionisten in hart en nieren, trekt het volk terug naar Zion en worden Judea en Jeruzalem wéér door het Joodse volk bewoond. Vele jaren gaan voorbij. Judea moet zich voortdurend tegen vijanden verdedigen, wordt bezet, komt weer vrij en raakt tenslotte geheel in de macht van de Romeinen. Zij bezetten het land en voerden een hardvochtig bewind, dat wreder en harder wordt doordat de joden zich blijven verzetten en herhaaldelijk in opstand komen. Tijdens één van die revoltes wordt de schitterende (tweede) tempel in Jeruzalem verwoest, in het jaar 70. De volgende massale joodse opstand vindt plaats in 132 onder leiding van Shimon Bar Kochba. De revolutie is goed georganiseerd en wordt militair soms briljant uitgevoerd maar uiteindelijk wint de grootmacht Rome. Er sneuvelen honderdduizenden joden in de strijd. In 136 valt het laatste joodse bastion en Zion staat sedert onheuglijke tijden symbool voor Jeruzalem en het land dat God aan het Joodse volk heeft beloofd. Judea wordt Palestina Om elke herinnering aan de opstandige joden uit te wissen vervangen zij de naam van het gebied door de naam Palestina als herinnering aan de Filistijnen, de erfvijand van de joden, die ooit de kuststrook bewoonden. De naam Jeruzalem wordt veranderd in het latijnse Aelia Capitolina. De joden vluchten naar de andere kusten van de Middellandse Zee. En zo komen zij in Europa en Noord-Afrika terecht. Vanuit de kusten trokken ze geleidelijk aan naar de binnenlanden. Het enige dat ze mee konden nemen op hun eeuwigdurende vlucht was de Torah en hun overgeleverde herinnering aan Zion. Zion als blijvende herinnering Met de verwoesting van de tempel hield ook het religieus centrum op te bestaan. Het joodse ritueel dat tot 70 grotendeels gecentreerd was in die tempel en dat voornamelijk bestond uit offerriten moest ingrijpend veranderd worden; de nadruk kwam nu volledig te liggen op gebed en huiselijke rituelen. Het verlangen naar Zion heeft altijd een prominente plaats in ons gebed gehad. Alleen al in de Amida komen de woorden Zion en Jeruzalem vijf keer voor. Als je bedenkt dat de Amida drie keer per dag gezegd wordt dan is duidelijk hoe diep Zion in de joodse geest is ingeprent. ןֹוּי ִצ ְל ָך ְבּו ֽׁש ְּב ּוניֽ ֵני ֵע הָניֽ ֶז ֱח ֽ ֶת ְו רי ִז ֲח ֽ ַּמ ַה , ִה ִו ִהִי ה ָּת ַא ְךּור ָּב :םי ִמ ֲח ֽ ַר ְּב ןֹוּי ִצ ְל ומעו ֹות ָני ִֽכ ְׁש Zion wordt een berg genoemd, maar is feitelijk alleen maar een heuvel. Eeuwige onze God, wees aanwezig in Zion en Uw dienaren zullen U dienen in Jeruzalem. Mogen onze ogen zien dat U in barmhartigheid terugkeert naar Zion. Geprezen bent U, Eeuwige, die Zijn Aanwezigheid en Zijn volk naar Zion laat terugkeren. (LJG sidoer pagina: 288) Bij het bensjen na de maaltijd en in vele andere gebeden wordt ook weer uitvoerig gerefereerd aan Zion en Jeruzalem. Er is literatuur bewaard gebleven uit de vroege middeleeuwen o.a. van Ibn Gvirol (11de eeuw) en Juda Halevi (12de eeuw) en vele anderen die hartstochtelijk het verlangen naar Zion bezingen, culminerend in het gedicht van Naftali Imber uit 1886 dat later als HaTikva, de Hoop, het volkslied van Israël zou worden. En wij zingen met Pesach, aan het eind van de seider, met volle overgave: Lesjana haba bi’roesjaliem, volgend jaar in Jeruzalem. In de volgende editie: het politieke zionisme. 47

Vastberaden het verschil maken Tikkoen Olam, wat betekent dat in de praktijk? Mia Davidson bespreekt enkele boeken waarin op verschillende manieren inhoud en betekenis wordt gegeven aan deze term. ‘Verbeter de wereld - en begin bij jezelf.’ Daarmee rondde mijn geschiedenisleraar regelmatig zijn les af. Van het oude Griekenland tot de Eerste Wereldoorlog. Het vak maatschappijleer kwam als zodanig nog niet ter sprake maar met hem konden we daar niet omheen. Hij probeerde ons niet alleen feiten bij te brengen maar ook te duiden in de context. Soms voegde hij er quasi knorrig aan toe ‘jullie luisteren maar het dringt niet binnen.’ Misschien was mijn geschiedenisleraar een bewonderaar van de filosoof Wittgenstein, die na jarenlang onderzoek en interpreteren tot de slotsom kwam ‘verbeter jezelf, dat is het enige wat je kunt doen om de wereld te verbeteren.’ Ik bespreek twee boeken waarin de hoofdpersonen vastberaden het verschil maken en een auteur die een uitgebreid onderzoek beschreef over economie versus moraal en ik eindig met een stukje Tenach, waarin geen woord overbodig is. 48 In De gelukkigste man van de wereld beschrijft Eddie Jaku, (honderd-eneen jaar), zowel alle vernietigingskampen die hij overleefde, als zijn onwrikbare veerkracht. Via zijn uitgever wordt het verhaal opgetekend in klare niet mis te verstane taal, waarmee hij ook middelbare scholieren bereikt. In welk kamp Eddie Jaku zich ook bevindt, behoudt hij de kracht een ander te helpen. ‘Zonder vriendschap kon je niet overleven. Je deelde jouw halve aardappel, scheurde het vod dat je sjaal noemt doormidden voor je uitgeputte vriend. Je gaf en je ontving.’ Dankzij zijn vaders aandringen volgt hij een opleiding tot werktuigbouwkundige, waarmee hij in verschillende omstandigheden zowel zìjn leven als dat van medegevangenen redt. Zoals in een rijdende dodenwagon, waaruit hij vloerplanken schroeft. Als Jaku na de oorlog twee meisjes, Auschwitz overlevenden, na hun mislukte suïcidepoging tijdelijk in huis opneemt, schrijft hij: ‘Er doen zich in de wereld altijd wonderen voor, zelfs wanneer alles hopeloos lijkt. Als er geen wonderen zijn, kun je ze laten gebeuren. Door een beetje vriendelijk te zijn, kun je iemand van de wanhoop verlossen en een leven redden. Dat is het grootste wonder dat er bestaat.’ U kunt zichzelf beschermen tegen de gruwelijkheden die hij beschrijft en het boek dichtslaan – u kunt ook denken: als een mens dit heeft ondergaan, zou ik dan niet bij machte zijn het te lezen?

uitzichtloze positie van deze Palestijnen te veranderen in een menswaardig bestaan. Hij blijkt niet de enige te zijn. • • • • • De tunnel van A.B. Yehoshua begint met de conclusie van een neuroloog: gepensioneerd ingenieur Zvi Luria heeft beginnende dementie. Om zijn geest zolang mogelijk te tarten, meldt hij zich als onbezoldigd werknemer bij het kantoor Wegenbouw Israël, waar een jonge ingenieur aan een nieuw project werkt. Echter, dit project heeft veel geheime haken en ogen. Het omvat een heuvel tussen oude Nabatese ruïnes en een tunnel, die door een ex legerofficier/archeoloog verlegd zal worden. Notabene door beschermd natuurgebied. De reden moet voor Luria verborgen blijven. Luria blijkt niet de gedweeë meedenker en adviseur maar iemand die, gezien zijn nieuwe mentale status, krampachtig zijn greep op de werkelijkheid vasthoudt en extra verscherpt door het leven gaat. Desondanks raakt hij verstrikt in dwangmatig terugblikken, vergeetachtigheid en een verslechterd oriëntatievermogen dat hem in dramatische situaties stort. Zijn expertise staat echter als een paal boven water - evenals zijn betrokkenheid bij underdogs, waarbij politieke of religieuze status geen rol speelt. Luria bijt zich vast in een raadselachtige zaak: een overleden Palestijnse moeder, die tevergeefs in een Israelisch ziekenhuis heeft gewacht op een harttransplantatie, de rouwende vader, zoon en aantrekkelijke, veelzijdige dochter. De drie stateloze Palestijnen wonen illegaal. Waarom? In een tunnel. Hoezo? Worden ze beschermd of bedreigd? Luria is vastbesloten de Tomás Sedlácek houdt in De economie van goed en kwaad een pleidooi: ‘Ik wil in kaart brengen hoe de economische ethiek zich heeft ontwikkeld. Er is niets mis met economie en kapitalisme, als de eenzijdige jacht naar steeds meer economische groei niet zou leiden tot ondermijning van menselijke waarden.’ Het boek bestaat uit twee delen: Economie van de oudheid en Ketterse ideeën. In het eerste deel bestudeert Sedlácek onder andere het Gilga mesjepos, het Oude Testament, het oude Griekenland, het Christendom. Aan de hand van historische gegevens belicht hij hoe de gemeenschappen worstelen met hun bedrijfsvoering versus de moraliteit van alledag. In het Gilgamesj-epos leeft de mens machteloos onder het juk van wispelturige goden. Het Oude Testament beschrijft voor het eerst één God, die de mens het beheer geeft over land en dier. Hij eist echter rechtvaardig beheer. In dit opzicht staan christendom en jodendom dicht bij elkaar, beide zijn het eens, via verschillende religieuze invalshoeken, over zorg voor de zwakkeren in de samenleving: ‘Overtollige goederen die men niet nodig heeft, dienen als aalmoezen te worden weggegeven en niet te worden opgeslagen als een schat.’ Het tweede deel wijdt Sedlácek aan denkbeelden van latere filosofen, wetenschappers, economen en politici, hoewel hij regelmatig teruggrijpt naar de oude samenlevingen, waarin hij de basis ziet waarop ons economisch bestel is gebouwd. En ontspoorde. Veelzeggend is de tekst van Václav Havel: ‘Waarom moet alles voortdurend groeien? Waarom moeten nijverheid, industrie en productie groeien? Waarom moeten steden ongepland in alle richtingen uitdijen, tot er niets meer van het landschap, zelfs geen grassprietje, overblijft?’ In zijn conclusie schrijft Sedlácek: ‘We hebben ons verdiept in het werk van Bernard Mandeville, Adam Smith, John Keynes, Karl Popper en vele anderen. - ‘We zijn te opgewekt weggerend van de morele uitgangspunten, de principes waar de economie zich door zou moeten laten leiden.’ • • • • • In Tenach, bij de sjabbatavonddienst, lezen we: Eens voerde God Adam, de eerste mens, langs de bomen van de Tuin van Eden. ‘Zie hoe schitterend ze zijn geschapen’, zei Hij, ’zorg goed voor hen, want als jij Mijn schepping verwaarloost, is er niemand na jou die het verloren gegane kan herstellen.’ (naar Kohelet Raba 3:15) Tikkoen Olam: hoewel de wereld van nature goed is, heeft de Schepper doelbewust ruimte gelaten om zijn werk te verbeteren; Hij nodigt ons uit de wereld dichter bij de harmonieuze staat te brengen waarvoor hij is gemaakt. 49

A ls klein meisje luisterde ik naar de derasjot, de verhalen, die mijn vader als voorzitter van de LJG Brabant gaf in sjoel. Nu heb ik de kans om ZIJN verhaal te vertellen. Een verhaal over de droom van een jonge vader uit de Mediene die zijn kinderen wil zien opgroeien in een joodse omgeving waar iedereen zich veilig en gezien voelt. Die enge man met de snor zou niet zijn zin krijgen. Er zou weer joods leven komen in Brabant. Van Twente naar Brabant Zelf groeide hij op in Den Haag, waar hij op zijn 19e bij Maccabi Tafeltennis de vrouw van zijn leven vond: Doretti Moningka. Jodendom betekende voor hem de jaarlijkse wandeling naar sjoel met Jom Kippoer en een wekelijks bord kippensoep. Maar Doretti – die sinds haar 14e zelfstandig naar de LJG Den Haag ging als enige uit haar gezin – wilde dat het jodendom de basis zou zijn voor hun nog te stichten gezin. Het actieve bouwen begon bij de LJG Twente, waar hij - amper 30 – penningmeester werd. Toen er twee kinderen waren en ze inmiddels in Brabant woonden, sloten ze zich aan bij LJG Rotterdam voor joodse les. Niet ideaal, want best een eind rijden. Doretti: “We verkenden het idee om zelf iets te beginnen in Brabant. Voor ons was de LJG een plek waar je je kon ontwikkelen, waar mannen en vrouwen gelijke rechten hadden, ook in de dienst. Dat was in die tijd nog helemaal niet gangbaar bij alle LJG’s.” Felix en Doretti de Goede Bouwen in Brabant Felix de Goede (1946-2021) Hij wilde dat zijn kinderen zouden opgroeien in een bloeiende actieve liberaal-joodse gemeente in Brabant. Die gemeente kwam er - dankzij hem. Als eerste en jarenlang voorzitter was Felix de Goede een pionier met een aanstekelijk enthousiasme, een no-nonsense aanpak en een grote verbindingskracht. De viering van veertig jaar LJG Brabant én zijn verhuizing terug naar Brabant maakte hij helaas nét niet meer mee. Daarom nu hier een papieren monumentje. 50 tekst Shoshanna de Goede foto Claudia Kamergorodski Mensen warm krijgen Mijn vader ging, vrij letterlijk, de boer op om leden te vinden. Hij pluisde de telefoonboeken uit op joodse achternamen, reed er naartoe en belde vervolgens gewoon aan om te polsen of er animo was voor een nieuw te starten gemeente. Doretti: “Zijn grote gave was om mensen warm te krijgen om dit avontuur samen aan te gaan.” Toen er zo’n 15 gezinnen uit heel Brabant maar ook Limburg en Zeeland enthousiast waren, was het tijd om door te pakken. Bij de oprichtingsvergadering kwamen veel meer mensen dan verwacht en binnen no time stond iedereen gezellig te sjmoezen, terwijl vrijwel niemand elkaar kende. Iemand riep paniekerig dat er te weinig stoelen waren. Mijn vader, breed

lachend: ‘Laat dat ons grootste probleem zijn – te weinig stoelen!’ Cursussen Omgebouwde hooischuur De eerste sjoel was een omgebouwde hooischuur op het erf van één van de bestuursleden, waar de kippen met hun snavels tegen het lage raam pikten. Bij diensten moesten we zelf de stoelen neerzetten en na afloop weer opruimen. Doretti de Goede: “Het mooie van een kleine Mediene sjoel is dat je elkaar nodig hebt, dus je bent er altijd en je roeit met de riemen die je hebt.” ‘Mijn vader, breed lachend: ‘Laat dat ons grootste probleem zijn – te weinig stoelen!’ Op zoek naar een eigen huis Jarenlang sjouwden we als gemeente rond als ‘wandering Jews’ op zoek naar een eigen huis. Van de kerk in Oosterhout, tot het Antilliaans centrum in Tilburg – met als kroon op het werk de herinwijding van de sjoel in Tilburg, gekocht van de gemeente voor 1 gulden. De Brabantse sjoel waar mijn vader’s kleinzoon Elayah uiteindelijk zijn brith zou krijgen. De kern van zijn voorzitterschap was: de juiste mensen vinden en met elkaar verbinden. Daar was hij ontzettend goed in. Hij zag wie welk talent had en mensen voelden zich door hem gezien. Doretti: “Zijn praktische, niet-academische aanpak en persoonlijkheid werden gewaardeerd en gerespecteerd. Als er ergens onenigheid was, praatte hij met beide partijen en zorgde voor een win-win uitkomst. Hij had nooit ruzie met iemand. Dat vond hij gewoon niet nodig. Laten we eerlijk zijn: dat is best bijzonder in bestuurlijk joods Nederland.” De eerste sjoel was een omgebouwde hooischuur op het erf van één van de bestuursleden. Terug naar het jodendom Zijn grootste verdienste is waarschijnlijk dat hij voor veel families de weg terug naar het jodendom heeft gefaciliteerd. Er woonden in die tijd veel ‘verstopte’ joden in Brabant, die bang waren om openlijk voor hun joods-zijn uit te komen. Mijn vader wilde hen juist het plezier meegeven van een gezamenlijke jodendomsbeleving. Mijn vader was geen man die naar de kroeg of de tennisclub ging met zijn vrienden. Hij was een echte gezinsman – de LJG was zijn hobby. Een heel belangrijke hobby. Hij zette zich in tot hij ruim twintig jaar geleden ziek werd. Door zijn MS werd hij noodgedwongen een man van de achtergrond, waar hij als voorzitter altijd op de voorgrond had gestaan. Maar de grapjes en oprechte interesse in anderen zijn altijd gebleven. Nu groeit één van zijn kleinkinderen op in de gemeente die hij heeft gesticht. De gemeenteleden luisteren al jaren naar de chazzaniet wier ouders ooit op die oprichtingsvergadering aanwezig waren – en die mijn vader’s schoondochter is. Ledor wador. Er worden weer tal van cursussen gegeven door het Studiecentrum. Doe je mee? Reis langs de Feesten Maak met Jacob de Leeuwe een reis langs vijf belangrijke Feesten: Soekot, Chanoeka, Poerim, Pesach en Sjawoe’ot. Van Chanoeka als symbolische lichtbron voor de mens tot de spirituele bevrijding met Sjawoe’ot. 21/9, 16/11, 15/3, 12/4 en 24/5. € 37,50. Sjoel, of anders Zoom. Jonah Waarom wordt Jonah gelezen met Jom Kipoer? Daniël Beaupain vertelt hoe we uit dit boek kunnen leren hoe we beter kunnen omgaan met de raadsels en dilemma’s in ons leven. Over het vinden en benutten van onze eigen tweede kans. 31/8 en 14/9, € 15. Muzikale verkenningstocht Bram Lagendijk, jarenlang de vaste chazzan van LJG Rotterdam, neemt je mee op een inspirerende muzikale verkenningstocht door de eeuwen heen. Leer over de opbouw van de erediensten en hoor muziekvoorbeelden: van de ‘ernstige’ toon van de Hoge Feestdagen tot de lichtvoetige liedjes van Chanoeka en Poeriem. 2/11 en 30/11, € 15. Antisemitisme Hoe onderken je antisemitisme dat telkens weer in andere vorm opduikt? Wanneer is schijnbaar antisemitisme géén antisemitisme en wat is het verschil tussen vooroordeel en haat? Ron van der Wieken probeert aan de hand van oude en nieuwe cartoons hierin een systematiek aan te brengen. 9/11 en 23/11, € 15. Ontstaan liberale jodendom Ontdek meer over de historische achtergronden bij het ontstaan van het reform en liberale jodendom. Wat zijn de ontwikkelingen binnen het jodendom als reactie op veranderingen in de wereld ten aanzien van het jodendom? En wat is het dilemma van het reform jodendom in Israël? Volg hiervoor de cursus van Channa van Unen op 7/12 en 14/12, € 15. Als het mogelijk is vinden de cursussen plaats in LJG Amsterdam. En anders online, via Zoom. Vragen? Mail naar studiecentrumljg@gmail.com 51

Hoe meet je idealen? 52

Voor een betere wereld moeten bedrijven zich niet richten op het verhogen van financieel rendement, maar op het verhogen van maatschappelijke waarde, betoogt Erik Friedeberg, ondernemer en lid van LJG Amsterdam. Maar hoe doe je dat? Een gesprek over idealisme. I n zijn werk als bestuurder van accountantskantoor Manifesto heeft hij talloze jaarrekeningen voorbij zien komen, waarbij alles draait om winst en verlies. “Doel van een financiële balans is om zo veel mogelijk vermogen op te bouwen. Maar als bedrijven voor winstmaximalisatie gaan, gaat dat vaak ten koste van iets anders. Want rekening houden met mens, natuur en klimaat drukt op je balans, dat kóst geld. Toch zou geld geen doel moeten zijn. Financiën moeten slechts een middel zijn om te meten of je op de goede weg bent,” vindt Friedeberg. “Maar wat is de goede weg? Die vraag stellen bedrijven zich niet vaak genoeg”, vindt Erik. “Als bedrijf ben je verbonden met mensen, de omgeving en de natuur. Vragen zoals ‘Wat beteken je voor de ander, hoe maak je de wereld beter?’ zijn niet alleen wezenlijk voor ieder mens maar ook voor bedrijven.” Friedeberg voelde zich niet meer thuis in de financiële wereld van torenhoge omzetten en winstmarges. In 2014 startte hij met de onderneming Manifesto, een coöperatie in de accountancywereld. De behoefte groeide om niet alleen de harde financiële kant van een bedrijf goed te kunnen meten, maar ook de zachte waarden. Zo ontstond drie jaar later het idee om een ‘schaal van betekenis’ te ontwikkelen. “Een model voor mensen die geld als middel zien om van betekenis te kunnen zijn. Met dit model kun je op die waarden sturen en zo laten zien waar je voor staat als bedrijf.” Het model is nog in ontwikkeling: het moest vanaf nul worden opgebouwd. “Het leek zo vanzelfsprekend om je maatschappelijke relevantie te meten, maar zo’n model bleek er helemaal niet te zijn. We wilden wel dat het model werd gebaseerd op goed onderbouwd onderzoek. Inmiddels testen we het model uit bij een aantal bedrijven. We vullen een vragenlijst in met de directie, medewerkers, klanten, leveranciers en andere stakeholders. Op basis van een vragenlijst bespreken we de waarden. Je zou zo’n vragenlijst bijvoorbeeld twee keer per jaar kunnen doen, zodat je de realisatie van je idealen kunt meten.” ‘ tekst Hester Stein illustrazione Rosa Snijders Wat laat deze ‘schaal van betekenis’ zien? “Het is een schaal die duidelijk maakt hoe liefdevol een organisatie is. Eerst hebben we laten onderzoeken welke principes ten grondslag liggen aan een open, groene en inclusieve maatschappij en economie. Daaruit hebben wij drie hoofdwaarden gehaald: balans, nieuwsgierigheid, saamhorigheid. Elke waarde bekijk je vervolgens op vier niveaus: liefde voor jezelf, liefde voor elkaar, liefde voor de maatschappij en liefde voor de aarde. Het interessante is dat je mensen al raakt door de vragen te stellen. Mensen gaan erover nadenken.” Hoe maak je liefde concreet? “Stel dat een organisatie zegt balans belangrijk te vinden. Die hoofdwaarde maken we zichtbaar. Betekent dat dan ook dat medewerkers genoeg rustmomenten krijgen? Of maken ze enorm lange dagen? Of je zegt dat saamhorigheid de kern van je organisatie is, maar ondertussen stel je je eigenbelang telkens voorop. Of je zegt oog te hebben voor de natuur, maar je rijdt veel kilometers in brandstofauto’s. Er zijn ook organisaties die zich richten op menselijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door het geven van trainingen. Maar hebben zij ook oog voor de betekenis van de natuur? Betekent goed zijn voor jezelf, jezelf ontwikkelen, ook niet dat je goed moet zijn voor de natuur? Als je goed bent voor mensen kan dat in mijn visie niet los staan van goed zijn voor je omgeving. Het schuurt als iemand dan zegt ‘dat interesseert me eigenlijk niet’. Maar alleen zo krijg je inzicht in wat voor iemand echt belangrijk is.” Waarom is gekozen voor de term liefdevol? “We willen duidelijk maken dat de zachtere waarden eigenlijk veel belangrijker en bepalender dan de harde financiële waarden. Voor sommige ondernemers is dat ongemakkelijk, omdat het beeld nog steeds leeft dat je thuis en op je werk andere dingen nastreeft. Maar uiteindelijk wil je als mens vooral gelukkig worden en geliefd zijn. Als partner, als ouder, als kind, maar ook als collega.” Zitten er geen praktische grenzen aan ideaDe vraag ‘wat beteken je voor de ander?’ is ook wezenlijk voor bedrijven. lisme? Bijvoorbeeld omdat het te duur is? “Je hebt er niets aan als je alleen maar dingen doet die heel gaaf zijn voor de natuur. Je moet geld verdienen om je bedrijf in stand te houden. De ‘schaal van betekenis’ gaat vooral om bewustzijn. Er is niet een volledig goede keuze of een volledig foute keuze. Ook als je kiest voor een elektrische auto, zit daar wel een accu in die op meerdere vlakken geen schoonheidsprijs verdient. Het gaat erom dat je met elkaar in gesprek gaat. Je kijkt wat je wilt en kunt veranderen voor een betere wereld: ben ik een goede werkgever voor mijn medewerkers, help ik mijn klanten echt, kan ik meer doen voor het klimaat? En hoe kan ik dat bereiken?” 53

AAN TAFEL Het familierecept van JanFred ten Hove Maanzaadstrudel van tante Edja “In de jaren 60 leerde ik Tante Edja kennen. Een joodse vrouw die enorm veel meegemaakt had en de moed had om na de oorlog opnieuw het leven op te pakken. Ze begon een fourniturenzaak in Den Haag. Tante Edja was geboren en getogen in een sjtetl in de buurt van Lemberg (tegenwoordig Lwiv, Oekraïne). Daar kwam ze uit een bemiddelde familie, had een goede opleiding gehad, was getrouwd en had twee kinderen. Tot het gezin op transport naar Auschwitz gezet werd. Tante Edja kwam in het experimentenblok van Mengele terecht. Zij heeft het overleefd, haar gezin niet. Mijn eerste vrouw was Poolse en zij kon Pools praten met Tante Edja. Zo heb ik Tante Edja leren kennen. Er ontstond een nauwe warme band, een familie gevoel. Een bezoek aan Tante was altijd een simche. Ze was een gesjiewes. Tante Edja was een vrouw die na ‘een levensgevaarlijk oponthoud’ (zoals zij het zelf noemde) de kracht en moed had om opnieuw te beginnen. Zij was orthodox geworden, hield zich aan de regels van het kasjroet. Een bron van kennis voor mij. Er ging een wereld voor me open waar ik me thuis voelde en waar ik heel veel van wilde weten. Haar praten was doorspekt met Jiddisch: ‘Bleib doch mal, du bist ein Goldener Mensch’. En altijd wat te nasjen, altijd stond er van alles klaar. Oost Europese gerechten zoals karper in gelei en natuurlijk heel veel zoets. Vanuit huis had ik niets joods meegekregen. Pas op een familiefeest in 1962 hoorde ik dat er een joodse relatie bij ons zat. Mijn moeder zei alleen: ‘daar praten we niet over’. Ik wilde meer weten, ben op onderzoek gegaan. De joodse weg was de enige voor mij waar ik me prettig en zeker in voelde. Zo ben ik bij de LJG terecht gekomen, dat was midden jaren ’60. Nu ben ik al bijna 60 jaar lid van LJG Gelderland. Tante Edja was mijn Jiddische mamma, ik kwam ‘thuis’ bij haar. Ze was mijn lerares en bracht me in de sfeer van wat er ooit geweest was. Jiddisjkeit, met veel gevoel en emotie. Dat was haar jerosje. Veel simche en sores en altijd veel eten. Eten om te herinneren en om weer door te kunnen gaan. Zoals deze maanzaad strudel mij weer even bij Tante Edja brengt en bij haar enorme kracht om door te gaan. ” Benodigdheden voor deeg 250 gram meel 15 gram gist 1 eierdooier 1/8 l melk 60 gram suiker 60 gram boter snufje zout Benodigdheden voor vulling 125 gram fijngemalen maanzaad 1 ei 60 gram gesmolten boter 65 ml melk 1 el wodka 1 el rozijnen 1 el oranjesnippers 1 el geschaafde amandelen Meng gist met lauwwarme melk en suiker en laat het rijzen. Maak een kuiltje in het meel en roer boter en eidooier er door. Daarna het gist/melk mengsel erdoor. Op een warme plaats bedekt laten rijzen. Rol het gerezen deeg uit tot een rechthoekige plak en bestrijk het gelijkmatig met het maanzaad. Giet hete melk erover, gesmolten boter, ei en de andere ingrediënten. Het mengsel moet vochtig zijn. Oprollen, zijkanten dichtknijpen en plaats de rol in ingevet lang bakblik. Nogmaals een uur laten rijzen. De oven op 150 graden. Bestrijk de strudel met boter en bak hem gedurende een uur. Na afkoeling de bovenkant bedekken met wodkaglazuur. 54

tekst Sarah Bremer foto Claudia Kamergorodski 55

Ons gebedenboek voor Rosj Hasjanah en Jom Kippoer, de machzor, is toe aan een opknapbeurt. Ons College van Rabbijnen is daar druk mee bezig. Martijn Katan heeft echter zorgen over hoe dit in zijn werk gaat. Rabbijn dr. Kineret Sittig reageert. E r zijn al twee deeltjes van de nieuwe machzor uitgebracht. Veel daarin spreekt mij aan. Het Hebreeuws en de vertaling staan nu naast elkaar, dus als ik een gebed uitspreek kan ik zien wat het betekent. Dankzij de Nederlandse transcriptie kan iedereen meedoen met dat uitspreken. Driehoekjes geven aan wanneer je gaat staan en weer gaat zitten en zo zijn er meer mooie en handige toevoegingen. Maar er staan ook vreemde dingen in. Zo is in de tekst voor de slot avond van Jom Kippoer een Hebreeuws ‘gebed’ toegevoegd waarin we onszelf prijzen voor wat we allemaal goed hebben gedaan. Ik vind dat ‘vloeken in de sjoel’. Op Jom Kippoer vragen we vergeving voor wat we fout deden. Onze goede daden zijn dan niet aan de orde, dat gaat in tegen de Tora en drieduizend jaar traditie. Dan de schuldbekentenis (Vidoei), waarin we opsommen wat we verkeerd deden. Daar is in de nieuwe machzor een schuldbekentenis aan toegevoegd met ‘ekologische vergrijpen’. Prima om ons bewust te zijn van wat wij de aarde aandoen, maar de nieuw bedachte tekst illustreert de risico’s van wijzigingen gebaseerd op de waan van de dag. Waarom vergeving vragen voor het bouwen van kerncentrales en niet voor kolencentrales? En moeten we op Jom Kippoer echt een schuldbekentenis doen voor het neerzetten van lelijke gebouwen? Dan weet ik er nog wel een paar. Ook in de conceptteksten voor de middagdienst van Jom Kippoer, die we via de nieuwsbrief kregen voorgelegd, zitten rare dingen (koleenoe.nl/feestdagen/hoge_feestdagen/ avoda#inleiding). Het voorstel om tijdens de dienst de G-dsnaam hardop uit te spreken vond ik schokkend. Rabbijn dr. Kineret Sittig, die de leiding heeft over de modernisering van de Machzor, was zo vriendelijk met mij 56 tekst Martijn Katan hierover een open gesprek te voeren. Zij leek zelf niet enthousiast over het uitspreken van het Tetragrammaton, maar het bleef vaag wie dit dan wel heeft bedacht. Hij of zij hoeft niet gestenigd (Wajikra 24:16) maar er is hier wel iets grondig mis gegaan. De nieuwe machzor kan van een serieuze discussie met gemeenteleden alleen maar beter worden. Dit illustreert meteen wat er mis is met het hele moderniseringsproces. Het College van Rabbijnen zal niet achter deze G-dslastering staan, maar wie maakt die teksten dan? Daarover ontbreekt transparantie. Ook worden de gemeenteleden er nauwelijks bij betrokken. Iemand zou ooit veertig leden hebben uitgezocht en die hebben geraadpleegd, maar het is onduidelijk wanneer dat was, wie het waren en wat ze zeiden. De motivatie voor het toevoegen van nieuw verzonnen gebeden is ook wazig. Israëlische reform-rabbijnen zouden die Ecologische Schuldbekentenis hebben bedacht. Moeten wij die dan in onze machzor opnemen? Mijn moeder zou zeggen: “Als een Israëlische reformrabbijn in de gracht springt, hoef jij toch niet in de gracht te springen?” Dit kan beter. Er moet transparantie komen over het moderniseringsproces en er moet een representatieve, op objectieve wijze samengestelde groep van LJG-leden bij worden betrokken die in alle stadia meepraten. De verslagen van hun discussies moeten openbaar zijn. De liturgie is uiteindelijk een zaak van de rabbijnen, maar zij zijn geen onfeilbare pausen. De nieuwe machzor kan van een serieuze discussie met gemeenteleden alleen maar beter worden. Onze ouders en voorouders hebben onze Hebreeuwse teksten duizenden jaren letter voor letter bewaakt. Ze hebben ze aan hun kinderen doorgegeven omdat ze waardevol en krachtig waren. Laten we ze behandelen met het respect en de zorgvuldigheid die ze verdienen.

G raag reageer ik op de bijdrage van Martijn Katan. Laat ik beginnen met wat geschiedenis. In 2015 begon het College van Rabbijnen aan een nieuwe machzor voor de Hoge Feestdagen, een progressief-liberaal gebedenboek voor Rosj haSjana en Jom Kipoer ‘voor de 21ste eeuw’. Gemeenteleden werden geïnterviewd, bestaande machzorim bestudeerd, wensen geïnventariseerd, bevindingen breed gepresenteerd, en ten slotte een programma van eisen geformuleerd. Een proefdeel, voor Kol Nidree, verscheen in 2017, met de vraag om terugkoppeling. De respons was groot, gedetailleerd, positief en nuttig. Nu de gewraakte teksten. Eerst het Ahavnoe, dat kan worden toegevoegd in de afsluitende dienst van Jom Kipoer. Deze tekst uit de Israëlische Conservative Machzor is specifiek voor die dienst. Het is een ‘vidoej’, ‘bekentenis’. Net als het Asjamnoe is het een alfabetische opsomming, nu niet van foute acties maar van goede. Gedurende de dag hebben we vele malen onze overtredingen bekend, in een korte lijst (Asjamnoe) en een lange (Al cheet). Tegen het einde van de dag wordt de sfeer lichter en wordt alleen de korte versie gezegd. We vertrouwen op vergeving, en nu is het moment ons op het volgend jaar te richten. Reflecteren op het gelukte geeft kracht aan de voornemens het dit jaar beter te doen. En ter zijde, het is als altijd aan de gemeenterabbijn en -chazzan te bepalen welke teksten uit het gebedenboek bij de dienst gebruikt worden. Een volgende geïncrimineerde passage, de optionele Ecologische vidoej, vinden we in ‘Sj’ma Koleenoe, machzor voor Kol Nidree’. Martijn Katan heeft hier wel een punt: de opsomming van vergrijpen waaraan we ons schuldig gemaakt hebben tegenover de natuur en de komende generaties, is onvolledig en dus tekst Kineret Sittig willekeurig. Waar blijft de stikstofdepositie, waar blijft het ontbreken van CO2-belasting? En inderdaad, de gaten in de ozonlaag vormen op dit moment geen groot gevaar. Toch doordringen de beelden en woorden van de ecologische vidoej ons van het besef: wat ik hier en nu doe, maakt iets uit. Het is passend ons op Jom Kipoer te realiseren dat ons dagelijkse, banale, gedrag invloed heeft en dat we daarmee vaak onbewust Gods verbod bal tasjchit, ‘je zult niet vernietigen’ overtreden. De nieuwe Machzor wordt in delen gepubliceerd en na elk deel volgt een evaluatie. Dit jaar verschijnt het deel voor de ochtenddienst van Jom Kipoer. Na dit jaar staan de delen voor Moesaf, Jizkor en Rosj Hasjana op de planning. Wil je meepraten over de inhoud van de nieuwe Machzor? Neem contact op met je gemeente bestuur. In de volgende editie gaan we uitgebreider in op de Machzor (red.). De derde tekst die Martijn Katan afkeurt, is op internet te vinden. Het jaar van de Zoomdiensten gebruikte het College van Rabbijnen om tien concepten ter beoordeling voor te leggen aan onze gehele progressief-liberale gemeenschap. De teksten slaan op de Avoda, ‘dienst’, de passage die beschrijft hoe de Hogepriester op Jom haKippoerim verzoening voor het volk vraagt, waarbij de aanwezigen hem de ontzagwekkende naam horen uitspreken. De laatste van de tien concepten is een hertaling van deze Avoda, die naast de huidige tekst zou kunnen worden opgenomen. Martijn Katan leest in deze tekst een aansporing de naam van God uit te spreken. Ik lees dat er niet in, en moet hem corrigeren waar hij over mij zegt: zij leek zelf ‘niet enthousiast’ over het uitspreken van het tetragrammaton. Ik ben niet enthousiast over de hertaling als geheel, dat is wat anders. Het uitspreken van de vierletterige naam van God kan en doe en overweeg ik niet, en mijn collega’s ook niet. De hertaling maakt op voorhand weinig kans opgenomen te worden; zijn lengte en het scala aan benodigde lettertypes maken het kostbaar. Een overtuigend aantal positieve beoordelingen is nodig. En die blijven vooralsnog uit. Kortom, de opmerkingen van Martijn Katan zijn waardevol en worden goed overdacht bij de voorbereidingen van een volgend deel. 57

LASTIGE VRAGEN Wat betekent Tikkoen Olam voor jou? Misha Kanner en Tali Kleerekoper geven antwoord op een paar lastige vragen. ‘Dat je de wereld probeert te verbeteren. Dat doe je door voor iemand iets te betekenen, iets te doen waar degene blij van wordt. Maar het gaat ook om goed doen voor de wereld.’ Waar maak jij je het meeste zorgen over? ‘Ik kan niet echt kiezen, maar zeker over het klimaat. Dat gaat echt achteruit en daar zouden we veel meer voor moeten doen. We zouden iets moeten doen aan bedrijven die niets biologisch afbreekbaar maken. Ik maak me zorgen over de oceaan, de plastic soep. Dieren die zich nu zo snel moeten aanpassen aan het nieuwe klimaat. Heel zorgwekkend.’ Denk je dat jij daar verandering in kunt brengen? ‘Het is altijd goed om na te denken over hoe je kan helpen. Afval goed wegbrengen en niet op straat gooien. Nadenken over wat voor spullen je gebruikt en proberen betere spullen voor het milieu te kopen. Een tas meenemen naar de supermarkt in plaats van daar kopen. Niet teveel wegwerpproducten kopen. Dat heeft allemaal invloed.’ Geef je liever geld of steek je liever zelf je handen uit de mouwen als het gaat om ‘goed doen’? ‘Allebei, maar ik zou eerder zelf mijn handen uit de mouwen steken. Laatst heb ik kwarkbollen gemaakt voor oudere mensen in bejaardentehuizen. Fijn om te zien dat zij daar van genieten. Maar ook doneren vind ik goed. Als je aan een dierenorganisatie doneert, weten zij precies hoe ze dat geld moeten gebruiken om de dieren echt goed te helpen. Ik zou dat minder goed kunnen doen dan de mensen die in zo’n organisatie de nodige ervaring en kennis hebben.’ Zou je eerder aan een joods goed doel geven dan aan een ander doel? ‘Nee. Het is makkelijk om joodse goede doelen te steunen, want dat is wat je kent. Maar ik vind het juist goed als je ook verder kijkt naar bijvoorbeeld problemen in de wereld, die óók aandacht nodig hebben. Zo laat je zien dat je interesse toont in de rest van de wereld en dat je verder denkt dan maar een beperkte groep. Ik vind eigenlijk dat je beiden moet kunnen doen.’ 58 tekst Enza Cohen ‘Tikkoen Olam heeft te maken met jezelf, je gemeente en de grotere wereld om je heen. Deze drie onderdelen zijn met elkaar verbonden en versterken elkaar. Als je voor de wereld iets doet, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, help je ook jezelf.” Waar maak je je de meeste zorgen als je kijkt naar je omgeving? “Ik maak me veel zorgen over het feit dat mensen keuzes maken die goed zijn voor henzelf, maar niet per se het beste zijn voor de mensheid als geheel. Dan denk ik aan het milieu en het gebruik van plastic. Wetenschappers hebben ontdekt dat er zelfs plastic in regen zit. Overal zit plastic in, in eten, in planten. Het is zo triest dat wij dat hebben veroorzaakt.’ Misha Kanner (15) Geef je liever geld of steek je liever zelf je handen uit de mouwen? “Ik zou zelf sneller actie ondernemen dan geld geven, omdat ik denk dat dat een beter gevoel geeft. Maar het is ook belangrijk om geld te geven, als je dat kan. Organisaties kunnen op een grotere schaal dingen aanpakken dan jij kan, en dat moet ook gebeuren.” Tali Kleerekoper (21) Moet je geld geven aan een goed doel dat het meeste resultaat oplevert of aan goed doel waarbij je jezelf betrokken voelt? “De beweging ‘effective altruism’ zegt dat het niet uitmaakt waar je je geld in stopt, of dat je goede daden doet, als het maar effectief is. Ik vind dat je iets moet kiezen waar je jezelf betrokken bij voelt. Als je vervolgens goede organisaties steunt, hoef je zelf niet te bepalen of het effectief is.” Jongeren gezocht! Denk jij graag na over dilemma’s? Of ken je iemand die lastige vragen niet uit de weg gaat? Doe dan mee met deze rubriek en mail naar: redactie. joodsnu@gmail.com Een joods goed doel of een ander doel? “Je moet zorgen dat iedereen een goede kwaliteit van leven heeft en dat er rekening wordt gehouden met het milieu. Daarvoor is het belangrijk dat je weet wat de meest effectieve manier is om dat te bereiken. Er zijn heel veel organisaties die niet zo efficiënt zijn. Dat is jammer. Als een joods goed doel op een effectieve manier werkt aan wat jij belangrijk vindt, dan steun je dat.”

Van de regisseur van De Tweeling en De Storm Aiko Mila Beemsterboer Josephine Arendsen Een fi lm van Ben Sombogaart 9 SEPTEMBER IN DE BIOSCOOP

Ell wil later juf worden op haar school. Help haar aan een goede basis om haar droom waar te maken. Geef toekomst aan Kiryat Shmona Kiryat Shmona, een middelgrote stad in het groene, heuvelachtige noorden van Israël. De inwoners, veelal immigranten, hebben hart voor hun stad, maar ze wonen ver van de economische bedrijvigheid in het centrum van Israël. Studenten en dienstplichtigen keren er niet terug en de inwoners hebben een duwtje in de rug nodig om uit de vicieuze cirkel van armoede te raken. Wij helpen ze daarbij! Met hulp aan kinderen en jongeren, zodat ze met kennis en vaardigheden kunnen bouwen aan hun stad als het trotse, bloeiende centrum van de regio. De toekomst van Kiryat Shmona begint bij kinderen Uw donatie maakt het verschil NL91 INGB 0000 7777 77 www. israelactie.nl

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
Home


You need flash player to view this online publication