0

Tijdschrift voor progressief Joods Nederland jaargang 7 · #3 december 2021 / Kislev 5782 Tamar Walma van der Molen-de Vries: ‘Ik heb de pest in als ik niet slagvaardig heb geantwoord op een antisemitische opmerking’ THEMA Pik het niet

De mooiste boeken voor Chanoeka Mazzel tov biedt een indringend en uniek inkijkje in de onbekende wereld van een gesloten orthodox-joods gezin in Antwerpen. ‘Persoonlijk, oprecht geïnteresseerd en onbevooroordeeld. Geen wonder dat de mensen die ze spreekt zich voor haar open durven stellen.’ – Zin Magazine VERSCHIJ NT 17 JANUARI ‘Een onmisbaar boek voor individuele burgers, bazen van bedrijven én regeringsleiders. Een betere toekomst begint met andere kost.’ – Teun van de Keuken VERSCHIJ NT 12 DECEMBER Hoe een aanslag op Israëlische toeristen in Egypte een Iraanse bootvluchteling naar Nederland bracht. ‘Het fantastische verhaal van een Joodse jongen die op dertienjarige leeftijd een nazi-bewaker vermoordde en aan de Holocaust ontsnapte.’ – The Times Dit boek laat zien hoe al die ingezetenen en buitenstaanders door de eeuwen heen met elkaar omgingen: hoe zij zich tot elkaar verhielden en hoe zij Amsterdam maakten tot de stad die het vandaag de dag is.

DE JOODSE INVALIDE Goedgekeurd bij Kon. Besluit 13 maart 1918, No. 540 Onderzoek naar de zorgbehoefte van Joodse ouderen Deelnemers gezocht In opdracht van Stichting De Joodse Invalide doet prof. dr. Juliette Schaafsma van Tilburg University onderzoek naar de zorgwensen van (toekomstige) Joodse ouderen. En u kunt daarbij helpen! Bent u 55 jaar of ouder en bent u bereid om vertrouwelijk en anoniem uw visie te delen, dan nodigen wij u graag uit deel te nemen aan onze online enquête. De enquête en meer informatie over het onderzoek vindt u via de volgende link: www.tilburguniversity.tiny.us/enquete Wilt u de enquête liever per post ontvangen, stuur dan een e-mail aan: J.Schaafsma@tilburguniversity.edu Stichting De Joodse Invalide De Joodse Invalide, opgericht in 1911, ondersteunt de Joodse ouderenzorg in Nederland in brede zin door middel van fi nanciële bijdragen aan organisaties, projecten en activiteiten. Voor meer informatie over de Stichting of de reden waarom het onderzoek wordt uitgevoerd, kunt u contact opnemen via info@dejoodseinvalide.nl of bellen naar 020-6640169. Prof.dr. Juliette Schaafsma Tilburg University Prof.dr. Juliette Schaafsma is sociaal wetenschapper. Zij doet interdisciplinair onderzoek naar meedoen aan de maatschappij of juist daarvan uitgesloten zijn, interculturele relaties en verzoening. Zij is bij diverse onderzoeken onder ouderen betrokken geweest. Zo werkte zij mee aan een onderzoek naar de eff ecten van kleinschalig wonen op ouderen met dementie. Ook deed zij onderzoek naar de cultuurspecifi eke zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. Persoonsgegevens van deelnemers aan de enquête worden niet gekoppeld aan de resultaten van het onderzoek. Uw persoonlijke gegevens zijn beschermd en uw deelname aan het onderzoek is geanonimiseerd. Het onderzoek is goedgekeurd door de Ethische Commissie van de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences van de Tilburg University. U vindt de enquête via: www.tilburguniversity.tiny.us/enquete of per post, stuur een e-mail naar: J.Schaafsma@tilburguniversity.edu

Weerbaarheid A ls deze uitgave bij jullie op de mat ligt is het bijna Chanoeka. Dat inspireerde ons om bij de lezers te vragen naar hun weerbaarheid. Joden werd eeuwenlang verweten dat ze laf waren en zich lieten afslachten als makke schapen. Het is inmiddels duidelijk dat als we ons wel verdedigen - zoals in Israël - dat ons wordt verweten dat we agressief en militaristisch zijn. Misschien moeten we ons erbij neerleggen dat dat laatste voor ons dan toch beter is. Zionisme is dan een belangrijke pijler onder ons jodendom. Uit de stukken blijkt dat weerbaarheid veel te maken heeft met identiteit. Als je weet waarom je joods bent, of nog simpeler dat je bewust joods bent, dan kan je daarop vertrouwen als je stevig in je schoenen moet staan. Dan weet je waarom je weerbaar wilt zijn. Identiteit, veerkracht en weerbaarheid blijken nauw met elkaar samen te hangen. En gelukkig vinden we die veel terug in onze kehillot. Als steuntje in de rug voegen we punten toe die we hebben verzameld uit verschillende bronnen, die je op sociale media kan gebruiken bij oneigenlijke kritiek op Israël. Joods Nu is een platform voor al onze leden en die laten we zoveel mogelijk aan het woord. Er zijn ook steeds meer leden die zelf contact met ons opnemen omdat ze iets met ons - en jullie - willen delen. Daar zijn we blij mee. Door de verschillende rubrieken willen we elkaar beter leren kennen. We zijn dan ook erg geïnteresseerd in de professionele achtergrond of speciale kennis van onze leden. Als we een specifiek thema behandelen is een goed geïnformeerde mening goud waard. Dus, heeft u een specifieke kennis, verdiept u zich graag in een specifiek onderwerp: laat het ons weten. Nog vele jaren Chanoeka, mogen onze kaarsen nog lang licht geven en jullie levens opluisteren. Rosa van der Wieken–de Leeuw Thema–redacteur Heeft u een onderwerp of een artikel voor Joods Nu? Mail ons voor 1 maart 2022 op redactie.joodsnu@gmail.com 4 PERSOONLIJK “We zouden door een diep dal gaan naar een stralende toekomst in Palestina.” Tamar Walma van der Molen-de Vries vertelt over haar jeugd, opkrabbelen na de oorlog en weerbaarheid. 10 Chanoeka Heeft het Joodse volk weten te overleven door optimisme of door de kracht zich te onttrekken aan de wereld? 13 Bevorderd Jacques Grishaver werd 15 oktober 14 Joods activisme Er valt genoeg te protesteren. Waarom klinkt er dan nauwelijks een joodse stem? bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. 24 Smicha Peter Luijendijk kreeg in juli zijn rabbinale bevoegdheid. ‘Met mensen werken: daar ligt mijn hart. Het sociale aspect staat voorop.’ RUBRIEKEN Dubbelgesprek Sjlomo Krant­Scheepmaker en Benyamin Heller 6 Uit de kehillot Favoriet Object Rudi Querido en John Löwenhardt Column Zippora Abram Lastige vragen Jacco Friedeberg en Yaärah Hagbi Aan tafel Ester Abram en Lily Menco Boeken met Mia Diavidson 8 18 23 33 34 62

26 Tegen de stroom in op sociale media Wie durft geluid te laten horen? binnen de krochten van sociale media een tegenColofon Jaargang 7, #3 december 2021 / Kislev 5782 Joods Nu is 30 Zionisme Assimilatie is de oplossing, vond Herzl. Maar hij veranderde van mening, geconfronteerd met het kwaadaardige antisemitisme. Deel twee, over politiek zionisme. 36 Interview Hoe zit het met de weerbaarheid van jarenlang directeur van het CIDI. de joden? Een interview met Ronny Naftaniel, 38 Officier Rebecca Baruch, officier in het Israëlische leger, is met haar soldaten praktisch elke dag in het veld te vinden. Een gesprek over het leven als lone soldier, omgaan met spanning en jezelf weerbaarder maken. 42 Geschiedenis De periode 1945 tot 1948 stond niet ontstond ook een herwonnen zelfbewustzijn en ruimte voor wederopbouw. 45 Aan het roer Hoe is het om voorzitter te zijn van een kille? Deze keer Leopold Hertzberger, voorzitter van LJG Rotterdam. 46 Ingezonden Joods zijn in deze tijd is niet je weerbaarheid – of het gebrek daaraan? altijd even gemakkelijk. Wat draagt bij aan 50 Generaties Hoe krijg je na de oorlog óók de glans van Gelder, Monique Belinfante en kleindochter Esya. terug van het jodendom? Een gesprek met Jetty 55 Nieuwe machzor De nieuwe progressieve machzor voor de Hoge Feestdagen verschijnt in delen. Hoe definitief zijn de teksten? 56 Achtergrond Wat moet je aan met de en de Johannes Passies? alleen in het teken van verdrijving. Door het zionisme een uitgave van de stichting Levend Joods Geloof en het orgaan van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom (NVPJ). Het verschijnt drie keer per jaar. Meer informatie verbond.eu Bestuur Stichting Levend Joods Geloof Yvonne Walvisch (voorzitter) Hans Weijel (bestuurslid) Dick Hage (secretaris) Tijne Berg­le Clerq (penningmeester) Vertrouwenspersoon Verbond: Marion Alhadeff, e­mail: marion.alhadeff@gmail.com Hoofdredacteur/ Redactiecoördinator Hester Stein­Otter Themaredacteur Rosa van der Wieken Redactie Zippora Abram, Sarah Bremer, Mia Davidson, Hans Schippers Correctie Dick Hage, Rolf en Kitty Kat Fotografie Carla van Thijn en Claudia Kamergorodski Beeldredactie Carla van Thijn Ontwerp en opmaak Roel Siebrand Verder werkten mee Alejandro Bank Pintel, Marguerite Berreklouw, Kai Bolwijn, Enza Cohen, Lille Dresden, Roos Elkerbout en Paulus Lodiers, Lievnath Faber, Jochanan (Joop) de Graaf, Yael Haller, Wolfgang en Janneke Kotek, Marion Kunstenaar, Pirmin Ringers, Zira Roozendaal, Peres Yehuda Tieleman­Winter, Jorn van der Veen Contact redactie.joodsnu@gmail.com Leden van de aangesloten gemeenten krijgen Joods Nu automatisch toegezonden. Een jaarabonnement kost 27,50 euro. Meer informatie: redactie.joodsnu@gmail.com. Advertenties: Gideon Krebs, tel. 020 6720509 | krebs@ireta.nl Druk en distributie: MyConcern | Capelle aan den IJssel Omslagfoto Carla van Thijn antisemitische teksten in de Mattheus58 Waar mijn familie vandaan komt De familie van Alejandro Bank Pintel immigreerde vanuit Polen in etappes naar Mexico. Het plan was door te reizen naar de VS, maar ze vonden een thuis in Mexico. 5

Investeren Sjlomo Krant-Scheepmaker en Benyamin Heller houden zich elk op hun eigen manier bezig met weerbaarheid. Van veiligheidsbewustzijn tot het investeren in persoonlijke groei. tekst Zira Roozendaal foto’s Claudia Kamergorodski Sinds 2019 ben ik hoofd Veiligheidszaken van het Joods Cultureel Kwartier (JCK). Maar ik ben bijna mijn hele leven met veiligheid bezig geweest. Op de dag dat ik 18 werd ben ik uitgenodigd mee te doen met de voorloper van de Stichting Bij Leven en Welzijn (Blew). Ik heb enkele jaren in Israël gewoond, en na mijn terugkeer werd ik lid bij de LJG Den Haag en sloot mij aan bij de beveiligingsorganisatie die daar al heel lang was. Na enkele jaren mocht ik die organisatie coördineren. Dat doe ik nog steeds, nu onder de vlag van BLEW Voor BLEW werk ik ook als consultant. Ik ben niet heel lang na de Tweede Wereldoorlog geboren en zie mezelf ook niet als de ‘tweede generatie’. Ik ben vooral de ‘generatie anderhalf’. Dat betekent dat voor mij veiligheid en weerbaarheid geen abstracte termen zijn. Ik vind dat iedereen in Nederland het leven moet kunnen leiden dat hij of zij wil. Maar al is het schandalig dat veiligheid niet vanzelfsprekend is, toch moeten we ons in onze veiligheid verdiepen. Veiligheidsbewustzijn noem ik dat. Daarover adviseer ik verschillende kehillot in Nederland. Als je op straat loopt, moet je ook opletten waar je loopt. Als je niet goed oplet, breng je jezelf in gevaar. Door hiervan bewust te zijn, kun je eerder reageren en wellicht het probleem uit de weg gaan. Zo denk ik ook over de beveiliging van kehillot. Investeren in veiligheid máákt je juist weerbaar. Je anticipeert op risico’s. Maar het is ook belangrijk dat je op individueel niveau bezig bent met weerbaarheid. Wij bij BLEW hebben het project ‘Streetwise’ voor joodse kinderen en jongeren. Hoe ben je weerbaar op sociale media? We vertellen jongeren hoe je bronnen kan checken en hoe je in te houden bij commentaren. Het kan heel frustrerend zijn om telkens dezelfde onjuiste verhalen voorbij te zien komen maar weerbaar zijn betekent ook dat je leert om je niet te laten raken. Dat je je bewust bent dat er veel kanten zijn aan één verhaal en je jezelf niet gek moet laten maken.” Sjlomo Krant-Scheepmaker LJG Den Haag 6

Wanneer we in joods Nederland aan weerbaarheid denken, denken we vaak direct aan antisemitisme en antizionisme. Maar voor jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar gaat het er veel meer om te leren je mening te geven, grenzen aan te geven, ‘nee’ zeggen. Het gaat om zelfverzekerd zijn en hulp durven vragen. We hebben bij Netzer wel aandacht voor antisemitisme en antizionisme, maar we willen vooral dat jongeren leren hoe bijvoorbeeld een discussie met een klasgenoot aan te gaan. Weerbaarheid is namelijk dat je jezelf durft te zijn. Tieners moeten hun identiteit nog ontwikkelen. Dat gebeurt door ervaringen op te doen. Bij Netzer leggen we de focus op Tikoen Atsmi (bouwen aan persoonlijke groei) en Tikoen Kehilla (bouwen aan de gemeenschap). We reflecteren samen met de jongeren op de parasjat hasjavoea.Denken na over eigen identiteit en de verhouding tot de ander. Dat maken we het liefst concreet, bijvoorbeeld door te praten over het dragen van merkkleding. Waarom kies je daarvoor? Op die manier kun je groepsdruk bespreekbaar maken. Jezelf zijn doe je ook door sjabbat te vieren. Dat doen we bij Netzer ook. Iedereen doet een deel van de dienst: zo word je je bewust van de verantwoordelijkheid die je samen hebt. Zelf ben ik opgegroeid in Amsterdam en zat op Talmoed Tora. In de laatste jaren van de middelbare school begon ik als madrich bij Netzer. Na mijn middelbare school vertrok ik voor een jaar naar Israël. Dat tussenjaar is voor mij een kantelpunt geweest. Daar ontdekte ik wat joods-zijn voor mijzelf betekende, voor mijn identiteit. Ik had sterk het gevoel bij te willen dragen aan de kehilla. Zelf verantwoordelijkheid nemen. Terug in Nederland begon ik bij BLEW. En ik startte met bedrijfskunde aan de UVA, een studie die ik onlangs heb afgerond. Na een jaar Rosj Chinoech (hoofd educatie) te zijn geweest binnen het bestuur van Netzer, ging ik in 2019 aan de slag als jongerenwerker bij Netzer. Dat werk doe ik nog steeds. Het is gewoon gaaf om te zien hoe je iets kan bijdragen aan de vorming van deze jongeren, juist in deze leeftijd. Door te weten wie je bent, ben je sterk.’ Benyamin Heller LJG Amsterdam 7

Uit de kehillot Chanoeka sprookje Net voor corona werd de trailer van de animatiefilm bij de LJG Gelderland vertoond: Een Chanoeka sprookje. Het sprookje is geschreven door Rob Cassuto. Jos Vecht zorgde voor de tekeningen, animatie, montage en productie. Vecht: “Ik had het idee om deze film voor Chanoeka aan te bieden aan de joodse gemeenschappen in Nederland, maar dat liep door corona even anders.” Wel heeft hij de film ingezonden voor het animatiefilmfestival Kaboom dat in het voorjaar plaats vindt. Voor de volgende Chanoeka (2022) is niet alleen de trailer beschikbaar, maar de hele film. Ook zijn er plannen voor een Engelstalige versie. Daarvoor is Vecht nog op zoek naar een vrouwelijke Engelstalige vertelstem. Voor meer informatie en de trailer: splashanimation.nl Rabbijnen en Verbond nemen afstand uitspraak Benima Jubileum LJG Brabant LJG Brabant bestaat 40 jaar. Dat werd op 16 oktober gevierd, met een dienst, live muziek, nasj en een video met toespraken van leden en oud leden. 8 Rabbijn Tamarah Benima heeft uitsluitend op persoonlijke titel gesproken en haar woorden geven niet de mening van het College van Rabbijnen weer. Ook het Nederlands Verbond voor Liberaal Jodendom nam publiekelijk afstand van haar woorden en het Dagelijks bestuur schortte de samenwerking op. Deze berichten kwamen naar buiten nadat Benima eind oktober in opspraak kwam na haar lezing tijdens de Rede van Fryslân. Benima vergeleek het huidige coronabeleid met de jodenvervolging: “Maar ik weet me ook, zeg ik als Jodin, gewaarschuwd door wat er in nazi­Duitsland plaatsvond. De beleidsmakers toen, op ieder niveau van de samenleving, hadden het beste voor met iedereen. Ook toen zij de joden als ‘een gevaar voor de volksgezondheid’ aanmerkten. Ook toen zij een oorlog startten tegen het toenmalige ‘virus’. Speel dus niet met vuur door mensen nu in onze samenleving weg te zetten als ‘een gevaar voor de volksgezondheid’, zoals minister De Jonge met regelmaat doet.” Het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom liet weten zeer geschokt te zijn door de misplaatste vergelijking tussen de uitroeiing van mensen om wie ze waren en de positie van de anti­vaxxers die de vrije keuze hebben zich al dan niet te laten inenten.

Zijn er ook bijzondere activiteiten in uw sjoel geweest? Schrijf een (kort) verslag en stuur uw foto’s naar redactie.joodsnu@gmail.com voor 1 maart 2022. Herfstweekend Meer dan zestig jongeren hadden deze herfst ingetekend voor het weekend van Netzer. Het thema was ‘L’chaim to life!’. Een weekend met zo’n thema kan niet anders dan gezellig en vrolijk zijn. Na de sjabbatmaaltijd en het bensjen volgde een avondspel met verklede madri chiem. De ochtend werd fanatiek ingezet met ochtendgymnastiek gevolgd door een Netzer­dienst waarin jongeren samen met de leiding de dienst deden. Ook werd er online contact gemaakt met de LJG Amsterdam, waar op dat moment een bat mitswa werd gevierd. In de middag werd er in een spel gepraat over joodse identiteit en de LHBTI+ gemeenschap in het jodendom. Zondag stond in het teken van een bootcamp. Na terugkeer in Amsterdam was Netzer aanwezig bij de Rabin­herdenking, georganiseerd met andere joodse jongerenverenigingen. Het volgende weekend, het Winterweekend, is gepland op 4, 5 en 6 februari. Voor in de agenda De Mokumse Geniza Channa Kistemaker vertelt over het project ‘De Mokumse Geniza’ en de verhalen van oude sidoeriem, machzoriem, hagadot en choemasjiem. 21 december, 20.00­22.00 uur. Laainen: historie en praktijk Het zingend reciteren uit de Tanach is één van de oudste systemen bekend voor muzikale notatie. Ervaar het laainen in verschillende tradities met chazzan Gilad Nezer. 4, 11, 18 januari, 20.00­22.00 uur (Zoom) Midrasjiem over wijsheid en Tora Lieve Teugels vertelt over de oorspronkelijke functie van midrasj. En wat de visie is op de tekst van Tanach die achter de midrasj schuilt gaat. 8, 22 maart, 20.00­22.00 uur Complete programma: ljgamsterdam. nl/nl/studiecentrum Sam Drukker - Onderweg Sam Drukker schildert personen die zoekende zijn. In de nieuwe tentoonstelling toont hij de schoonheid, kracht, maar ook onzekerheid en ouderdom van zijn personages die hij maakte van 2010 tot 2021. T/m 20 maart in Museum JAN, Amstelveen. Corrie Zeidler nieuwe rabbijn in Utrecht Corrie Zeidler werd 30 oktober geïnstalleerd als rabbijn bij de ljg Utrecht. Een nieuwe fase van onze kehilla, schrijft voorzitter Elma Groen. De kille wil meer zichtbaar zijn. ‘Voor onze leden, voor andere joden (en hun niet joodse verwanten) in Utrecht en omgeving.’ Er wordt meer ingezet op inclusiviteit en er komen meer activiteiten op sociaal cultureel gebied. Zo wil de ljg Utrecht tegenwicht bieden tegen de vergrijzing, de uitstroom van jongeren en het uitblijven van aanmeldingen van jonge gezinnen. ‘Anders hebben we over een tiental jaren als kerkgenootschap geen bestaansrecht meer.’ Ook zijn er over dit vraagstuk gesprekken met de NIG Utrecht. Anna de Voogt doet het chazzanoet in Gothenburg Anna de Voogt heeft als voorzanger de Rosh Hasjana dienst geleid in de grote zaal van de Gothenburgse synagoge. Het is voor het eerst dat de dienst op deze bijzondere plek door een vrouw werd voorgegaan. De Voogt heeft haar opleiding tot chazaniet bij het Levisson Instituut gevolgd en heeft zich nog verder ontwikkeld onder leiding van professor Eli Schleifer in Jeruzalem. De Voogt zingt al vijf jaar tijdens de Hoge Feestdagen bij de masorti­gemeente in Gothenburg. Gothenburg heeft een eenheidsgemeente. Dat betekent: één bestuur, één synagogegebouw en verschillende zalen voor de orthodoxe en de masorti gemeente. De Masorti­gemeente hield dit jaar de dienst voor Rosh Hasjana voor het eerst in dit gebouw. Anna de Voogt zong eerder in Amsterdam, Alkmaar en Rotterdam, maar ook in New York, Boedapest, Netanya en Tel Aviv. 9

10

Chanoeka: het feest van veerkracht en weerbaarheid Waardoor bestaat het Joodse volk nog steeds, eeuw na eeuw? Is het de kracht om ons te onttrekken aan de wereld zoals Hannah Arendt vond, of is het omdat we het leven omarmen? D e jongens van Mattitjahoe de Chasjmoneeër hadden met weerbaarheid geen moeite. Ze hadden teveel zelfrespect om Griekse goden te aanbidden. Ze trokken zich terug in Modi’in, waar de andere joden zich bij hen voegden. Ze leken niet bang om te falen, want de zonen van Mattitjahoe stormden onder leiding van Juda de Makkabeeër vol zelfvertrouwen af op de Hellenisten en wisten de Tempel te heroveren. Zij hebben ongetwijfeld tegen elkaar gezegd: die Hellenisten zijn sterk, maar we kunnen ze toch aan. Maar hoe hebben we daarna als volk overleefd? In een mailwisseling schreef ik dat het Joodse volk naar mijn idee had overleefd door optimisme. Ik kreeg als antwoord dat ik Hannah Arendt maar eens moest lezen over dit onderwerp. Zij blijkt het overleven van het Joodse volk te wijten aan de kracht om ons te onttrekken aan de wereld. Maar dat lijkt mij meer het gevolg van de wens om te overleven. De wens om te overleven wordt ingegeven door de grote nadruk die ligt op de waarde van het leven. Zowel joden als niet-joden vroegen zich steeds weer af hoe wij als volk millennia overleefd hebben - van Pascal tot Goethe, Tolstoj tot Twain. Deborah Waxman, een progressieve tekst Rosa van der Wieken foto Claudia Kamergorodski rabbijn, denkt dat het vermogen tot veerkracht door de millennia heen is verweven met het jodendom. Veerkracht cultiveren Jodendom gaat eigenlijk over veerkracht en weerbaarheid. We hebben catastrofes overleefd, van trauma’s moeten herstellen en herhaaldelijk het Joodse volk en de joodse beschaving nieuw leven ingeblazen en wegen naar herstel gevonden. We hebben manieren gevonden om veerkracht te cultiveren, zowel individueel als collectief. Lukt het niet goed op deze manier, dan doen we het anders. Op sjabbat zeggen we kilekach tov, dat eindigt met הָבּוׁשָנְו ָךיֶלֵא הָוהְי ּונֵבי ִׁשֲה םֶדֶקְּכ ּוניֵמָי ׁשֵּדַח Breng ons terug naar jou en dan keren we terug, vernieuw onze dagen zoals voorheen Je herkent de veerkracht in de totaal nieuwe aanpak van de sjoeldiensten die onze kehillot door de pandemie heeft geloodst. Wij willen vernieuwd worden. Wij zijn een volk van het leven en de vernieuwing: de veerkracht ligt vast in onze liturgie. Het Joodse volk overleefde omdat het jodendom de individuele mens ondersteunt. Hierbij heeft de sjabbat een bijzondere functie. Iedereen kent de uitdrukking: meer dan het Joodse volk de sjabbat hield, hield de sjabbat het Joodse volk bijeen. Ieder mens heeft tijd nodig om bij te tanken, om veerkracht op te doen, om weerbaar de wereld tegemoet te treden. Het is een dag om het weefsel van familie, vrienden en een kille in stand te houden. En voor degenen met extra energie, om de wereld te vernieuwen. De sjabbat geeft ons het rustpunt voor de vernieuwing, humor geeft ons veerkracht om weerbaar te zijn. Joden zochten altijd naar nieuwe wegen om tegenslag te verwerken 11 >

(Spinoza’s filosofie, Marx’s theorie , Freud’s psychoanalyse, etcetera.) Die vernieuwing lijkt aan de orthodoxie voorbij te zijn gegaan. Zij halen hun weerbaarheid juist uit het vasthouden aan de traditie. Maar vernieuwing is een wezenlijk deel van onze identiteit. Wij buigen een beetje mee om sterker te staan. Humor Veerkracht kan zich ook uiten in humor. Een goeie mop heeft een totaal onverwachte wending en toont de relativiteit van een vaak moeilijke situatie. Het zal wel geen toeval zijn dat humor en fanatisme zelden samengaan. Bovendien komen door het lachen endorfines vrij die bijdragen aan het welbevinden waardoor we er weer tegenaan kunnen. Om tegenslag aan te kunnen heb je dus veerkracht nodig om te kunnen opstaan nadat je gevallen bent. Weerbaarheid is volgens mij de mogelijkheid om aan te pakken wat je in het heden overkomt of voorziet in de toekomst. Zo is fysieke weerbaarheid ook gericht op wat er nu gebeurt en vooral wat er gebeuren kan. Bij Leven en Welzijn, de organisatie die joden in Nederland beveiligt, is weerbaar zijn gericht op wat er kan gebeuren. Ook bij ons herken je de veerkracht in de totaal nieuwe aanpak van de sjoeldiensten die onze kehillot door de pandemie heeft geloodst. Identiteit Een docent aan een Amerikaanse universiteit beschreef dat hij moeite had met de over-empathische manier waarop de staf over de “corona-ontberingen” van de studenten en henzelf sprak. Hij had vaak zijn mond gehouden, omdat jood-zijn op een Amerikaanse Universiteit vaak weerstand oproept. Maar nu zei hij toch dat zijn familie en hun vrienden vreselijke dingen hadden meegemaakt en toch een goed en productief leven hadden opgebouwd. Hij schrijft: “Zonder mijn joodse identiteit zou ik deze pandemie niet beleven zoals ik nu doe. Het jodendom zit vol met lessen en paden van veerkracht. Als deze pandemie voorbij is heb ik mezelf beloofd dat ik één van de meest zichtbaar identificeerbare joodse professoren op de campus zal zijn zonder me te laten intimideren. Als ik niet eerst ontslagen word.” Een typische combinatie van weerbaarheid met humoristische relativering. Schijf van vijf Ido Abram z’l , omschreef de joodse identiteit als samengesteld uit vijf factoren: joodse religie, cultuur en traditie (I), Israël (II), de Sjoa en antisemitisme, overleving (III), persoonlijk levensverhaal en eigen beleving (IV) en de Nederlandse cultuur en omgeving (V). De onderdelen zijn ook nog eens samengesteld, maar daarvoor verwijs ik naar Ido’s uitgebreide beschrijvingen elders. Je creëert een eigen identiteit (of die wordt gecreëerd) doordat je bewust of onbewust de verschillen en overeen12 Ieder mens heeft tijd nodig om bij te tanken, om weerbaar de wereld tegemoet te treden. Weerbaar worden, hoe doe je dat? Maar wat moeten we met deze beschouwingen in de praktijk? In de opvoeding moet je als ouder geregeld kiezen wat te steunen en wat af te keuren. Ga je naar school omdat je kind is uitgescholden voor jood of laat je het kind dit zelf oplossen? En wat zeg je als je kind zich beledigd voelt omdat een klasgenoot het over joden had terwijl hij Ajaxsupporters bedoelde? Het blijkt dat goede sociale relaties, een goed sociaal weefsel, helpen om stress te verdragen en bijdragen aan ons welbevinden. Je bent dan beter bestand tegen tegenslag en falen. In ons geval is natuurlijk de kehilla het eerste sociale netwerk, maar voor jongeren en kinderen zijn joodse jeugdbewegingen van groot belang voor de joodse identiteit. Antisemitisme is een voor de hand liggende tegenslag die we samen beter kunnen verdragen dan in ons eentje. Overigens kunnen voor andere delen van de identiteit, nietjoodse netwerken van belang zijn. In de literatuur vind je verschillende factoren die van invloed zijn op je weerbaarheid. Flexibiliteit. Je moet leren open te staan voor andere wegen als jouw weg naar je doel niet werkt. Dat vraagt dat je flexibel kunt denken, dat je durft te vernieuwen. Zorgen dat je kan vertrouwen op jezelf. Dat gaat meestal samen met durven te falen. Je komt niet verder als je alleen doet wat je al eens hebt gedaan. Zelfrespect ontwikkelen. Je gaat een moeizaam gesprek niet uit de weg, maar je durft het af te kappen als de ander beledigend wordt. Ook de manier waarop je zaken aan jezelf uitlegt hebben een effect op de weerbaarheid. Het bekende voorbeeld van de fles die halfvol of halfleeg is. Is weerbaarheid eenvoudig aan te leren? Nee, dat niet. Soms kan bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie helpen om hier verbetering in te brengen. Maar de kunst afkijken wil wel eens helpen en het feit dat we samen een kehilla vormen. komsten constateert tussen jou en anderen. Dat is waarschijnlijk voor de meeste joden heel herkenbaar. Je herkent in het levensverhaal, visie en positie in de maatschappij van nietjoden veel van jezelf. Maar zodra het gaat over religie, Israël en de Tweede Wereldoorlog is er opeens afstand. Maar juist door die overeenkomsten en verschillen te accepteren ontstaat onze joodse identiteit. Israel: de ultieme veerkracht Israël is als land het teken van onovertroffen veerkracht. Terwijl weerbaarheid in het algemeen een positieve klank heeft wordt de weerbaarheid van Israël meestal als agressie afgeschilderd. Interessant genoeg benadrukt Hannah Arendt dat joden actief weerbaar moeten zijn. Maar ze blijkt alleen een theoretica, want de eerste grote weerbaarheidsactie, namelijk de oprichting van de staat Israël, keurt ze in alle toonaarden af omdat het ten koste zou gaan van de Arabieren. In mijn ogen accepteert ze niet dat joden basaal niet beter zijn dan anderen. Dat daar net als in ieder ander land van alles fout gaat is blijkbaar onvermijdelijk. Maar dat we na duizenden jaren de speelbal te zijn geweest van de naties een eigen land hebben bevochten is een teken van zelfrespect, zelfvertrouwen, vernieuwingskracht én ongebreideld optimisme.

Hij verwachtte een interview te geven in de sjoel in Amsterdam, maar Jacques Grishaver werd 15 oktober tot zijn verrassing bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Grishaver Officier in de Orde van Oranje Nassau A ls Grishaver samen met zijn vrouw Loes naar binnen gaat, staan in de sjoel tachtig gasten te klappen. Familie, vrienden en mensen waarmee hij intens heeft samengewerkt, maar ook de (voormalige) voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de burgemeesters van Diemen en Heemstede. De Sunshine Cleaners beginnen te spelen op de ‘Violins of hope’, gerestaureerde violen die toebehoorden aan joodse musici voor en tijdens de Holocaust. Grishaver wordt vervolgens toegesproken door Evaline Weijel die vertelt hoe door hem “onze misjpoge weer bij ons is, onze familie is eindelijk weer thuis”. Femke Halsema vertelt hoe sommigen hem op het stadhuis zagen als collega. “Door hoe vaak hij daar was. Gedreven, bevlogen, bezeten. Vasthoudend en in gesprek met iedereen. En... het moet altijd zoals hij het wil.” Ze roemt zijn activiteiten rond het betrekken van Roma en Sinti, het aanwezig zijn bij alle herdenkingen (ook van andere kampen), de jaarlijkse Nationale Holocaust herdenking, de jaarlijkse reis naar Polen. Om te eindigen met: “Het heeft de koning behaagd je te bevorderen tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.” Onder meer Rutte groet via een videoboodschap: “Nederland is jou veel dank verschuldigd”. Menno ten Brink zingt Sjier haSjalom (lied van de vrede) en dan vertelt Grishaver dat het monument ook juist zo belangrijk is tekst Sarah Bremer en Hester Stein voor de buitenwereld. “Het kan het gevoel overbrengen wat wij al 75 jaar missen, dat men weet wat het is. Het begint op school met ‘jij hebt een ander kleurtje’ en eindigt met zo’n muur met namen. Dat mag nooit meer.” Waarna hij nog een keer rondkijkt en bijna ongelovig zegt: “Dat ik er zo ingeluisd ben!” Ruim een week daarvoor vertelt hij dat hij door veel mensen wordt aangesproken. Op straat en ook tijdens het boodschappen doen. “Er zijn zoveel emotionele verhalen. Ik zie langzamerhand steeds meer wat dit monument betekent voor heel veel mensen. Ja, er was veel tegenstand. Ook binnen de LJG. Maar ik heb prachtige brieven ontvangen waarin ze schreven hun woorden terug te nemen. En dat het monument iets fantastisch is voor joods Nederland. Dat vind ik klasse.” Hij vertelt hoe hij op YouTube mensen ziet die met lijsten met namen speuren naar familieleden. Hoe mensen voortdurend aan het fotograferen zijn en met iPads aan het filmen. “Elke dag komen er gemiddeld duizend bezoekers. Je kunt wel zeggen dat er 102.000 mensen zijn weggevoerd, maar dat is een getal. Nu lees je de leeftijden. Je kunt de namen aanraken. Je kunt zien wat er in die kleine joodse gemeenschap is gebeurd. Dat doet mensen heel veel.” En dan, resoluut: “In Berlijn staat het statische monument, het menselijke is hier in Amsterdam. Het gaat mij niet om een competitie, maar dit is het mooiste holocaustmonument ter wereld.” 13 DIRK P. H . SPIT S

14

Ruis op de lijn: Joods activisme Van protesten tegen racisme tot demonstraties voor het klimaat: waar is de joodse stem? Jewish Community dit spanningsveld binnen de joodse gemeenschappen zelf gingen onderzoeken. Intersectionaliteit op z’n best. I n de weken na de moord op George Floyd vorig jaar mei, gingen er golven van boosheid en verontwaardiging door de wereld en verklaarden allerlei groepen en gemeenschappen zich solidair met zwarte gemeenschappen. Joodse gemeenschappen in de VS en Engeland spraken zich uit tegen anti-zwart racisme. De realisatie dat joden van kleur met zowel anti-zwart racisme als antisemitisme te maken hebben, zorgde ervoor dat initiatieven als Not Free to Desist en de Britse Commission on Racial Inclusivity in the tekst Lievnath Faber illustratie Pirmin Ringers Joodse activisten moeten zichtbaar zijn. Antiracistisch joods geluid? Maar in Nederland bleef het stil. In Nederland lieten de joodse gemeenschappen en maatschappelijke of culturele organisaties niet van zich horen. Waarom kwam er geen anti-racistisch joods geluid? Waar was progressief joods Nederland überhaupt? Waarom hielden zij zich stil? Zes vrienden lanceerden een online solidariteitsverklaring met zwarte gemeenschappen die door honderden joden werd ondertekend, maar geen enkele joodse organisatie tekende mee. Wat bedoeld was als een spontane uiting van solidariteit, resulteerde in een kleine maar groeiende groep joden die zich met sociale rechtvaardigheid ging bezighouden, ook als oproep aan de joodse leiders in Nederland om hierin verantwoordelijkheid te nemen. 15 >

Blik op 75 jaar Met oog voor het verleden, blik gericht op het heden en de focus op de toekomst, maakten we een vierdelige JMW podcast serie. Aflevering herkenning met Margalith Kleijwegt, journaliste bij De Groene Amsterdammer en o.a. auteur van het boek Verdriet en Boterkoek. Hoe komt het dat je je soms in een wildvreemde met een gedeelde achtergrond kan herkennen? Aflevering cultuurspecifieke zorg en hulpverlening met Marcel Levi, hoogleraar interne geneeskunde en voorzitter van de NWO. Waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat er kennis is van de culturele en historische achtergronden van een cliënt of patiënt? Aflevering Joods leven met Barbara Barend, journaliste, schrijfster en uitgever van Helden Magazine. Hoe ziet Joods leven eruit? Welke bewuste en onbewuste keuzes worden gemaakt en waarom? Aflevering erkenning met Paul Blokhuis, demissionair staatssecretaris bij het ministerie van VWS. Wat betekent zien en gezien worden voor de volgende generaties? En welke rol kan de overheid daarin spelen? Beluister de afleveringen van de podcastserie op www.joodswelzijn.nl, op Spotify of via Youtube! Uitgeverij Mozes’ nalatenschap Mensenrechten in historisch perspectief Herman M. van Praag Gebonden uitgave met leeslint Verschijnt: 10 december 2021 Isbn: 9789463403153 Prijs: € 24,90 Boek verkrijgbaar in uw boekhandel of via www.damon.nl Elke fatsoenlijke samenleving respecteert algemene mensenrechten, zoals onder andere vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Maar waar ligt de bakermat van het idee dat de mens grondrechten heeft en waar werden ze voor het eerst nader gespecificeerd? In de christelijke wereld werd eeuw na eeuw geleerd dat ze te vinden zijn in de christelijke Bijbel, met Jezus als woordvoerder. In meer seculiere kring worden vooral de verlichtingsdenkers als voornaamste inspiratiebron gezien, met als brandpunten de Amerikaanse en Franse revoluties. In Mozes’ nalatenschap. Mensenrechten in historisch perspectief betoogt Herman M. van Praag dat fatsoen en rechtsregels hand in hand gaan en voert hij ons langs historische gebeurtenissen en documenten om te tonen dat de basis voor algemene mensenrechten te vinden is in de Thora. Opgetekend door Mozes, de grootste sociaal-hervormer aller tijden.

Stem laten horen Als joodse grassroots begaven we ons in activistisch progressief Nederland. Van antiracisme- demonstraties, via antifascistische coördinatiegroepen tot klimaatrechtvaardigheidsbijeenkomsten. In het uitgebreide rijtje van bewegingen die zich op het snijvlak bevinden van die verschillende richtingen, naar het Engels ook wel intersectioneel genoemd, was het sommigen al opgevallen dat een progressief joodse stem ontbrak. Steeds vaker kregen we uitnodigingen om op demonstraties te spreken, om oproepen te ondertekenen en om mee te praten in coalities en allianties: letterlijk onze stem te laten gelden. Op deze manier zetten we aan de ene kant antisemitisme uitgesprokener op de progressieve kaart, terwijl aan de andere kant onze zichtbaarheid als joden in de antiracisme beweging duidelijker werd. In een brede beweging is de representatie van allerlei minderheden heel belangrijk. Nu stonden ook de joden in dit rijtje. Agressie Toch bleek er op het snijvlak van joods activisme en de bredere intersectionele beweging ruis op de lijn. De ruis uitte zich door een gevoel van onveiligheid dat sommige joden ervoeren binnen die bewegingen. Het varieerde van niet gehoord worden wanneer je aankaart dat iets kwetsend is voor joden (zoals bijvoorbeeld het logo van de Women’s March dat toch erg veel doet denken aan het SS logo), tot terloopse opmerkingen die aanschuren tegen antisemitische stereotypen (‘jij kunt vast wel het geld beheren, daar zijn jullie toch goed in?’), maar ook de eindeloze vergelijkingen met de Holocaust (de vleesindustrie achteloos met concentratiekampen vergelijken). Vanwege dit onveiligheidsgevoel besluiten joden de micro-agressie zwijgend te incasseren of hun joodzijn verborgen te houden of uit emotioneel zelfbehoud de beweging te verlaten. En zo wordt iedere vorm van joods activisme in de kiem gesmoord. Vooroordeel De ingewikkeldste ruis is wanneer joden worden vereenzelvigd met Israël: het linken van alles wat joods is aan Israël, joodzijn als equivalent van de politiek van Israël. Als je als joodse activist een ruimte binnenloopt krijg je eerst de vraag: ‘Hoe denk jij over Israël?’. De vraag zelf komt niet voort uit interesse, maar uit vooroordeel, ontbeert iedere nuance en biedt ruimte aan slechts twee conclusies: goede jood of slechte jood. Maar nog meer: de vraag is een uiting van achterdocht, of zelfs vijandigheid. Als jood hoor je niet thuis in de intersectionele beweging tot het tegendeel bewezen is. Maar aan de Sommige joden ervoeren een gevoel van onveiligheid binnen de protestbewegingen. andere kant wordt die automatische link ook actief in stand gehouden vanuit de staat Israël en vanuit sommige Nederlands joodse organisaties. Progressief en joods lijken daardoor elkaar uitsluitende categorieën geworden. Gezamenlijk ruis onderzoeken Gloria Wekker heeft het over ‘uitgesproken solidariteit’: als joden wel solidair zijn met anderen, maar niemand weet dat ze joods zijn, is het ingewikkeld om ook solidariteit te ontvangen. Niemand weet immers dat je joods bent. Joodse activisten moeten dus zichtbaar zijn. En daarnaast moeten we de ruis gezamenlijk onderzoeken: de joden onderling én met anderen. Over wat er nodig is om een brede joodse progressieve beweging te vormen die een bondgenoot is binnen de bredere intersectionele beweging. Want de daadwerkelijke dreiging uit reactionaire en extreemrechtse hoek gaat ons allen aan. Met de recente tentoonstelling ‘Zijn Joden Wit?’ in het Joods Historisch Museum hebben we een poging gewaagd om dit (zelf)onderzoek inzichtelijk te maken. Als je als joodse activist een ruimte binnenloopt krijg je eerst de vraag: ‘Hoe denk jij over Israël?’ Lievnath Faber is Alfred Landecker Democracy Fellow en werkt op het snijvlak van antiracisme en antisemitisme. Ze deelt haar reflecties hierover op thebedtimeactivist.com Lievnath is medeoprichter van Oy Vey Acts. Joodse stemmen Het is duidelijk dat op dit zelfonderzoek nog een vervolg moet komen omdat deze discussie nog lang niet is afgerond. Er zijn duidelijke lijnen uit het verleden die we kunnen doortrekken naar de toekomst. Emma Goldman, Abraham Joshua Heschel, Ruth Bader Ginsburg en, dichterbij huis, Ed van Thijn, zijn joodse stemmen die een inspiratie waren voor de intersectionele bewegingen van hun tijd, ook al noemden ze die misschien anders. De uitdaging voor de toekomst vraagt om leiderschap, zelforganisatie, uithoudingsvermogen en bezinning. Zo kunnen we het gesprek aangaan tussen progressief joodse organisaties en de intersectionele beweging ten behoeve van solidariteit en wederzijdse erkenning. We moeten Joodse gemeenschappen aanzetten om zich uit te spreken over onrecht en tegen de vanzelfsprekendheid waarmee racisme het centrum van de politiek binnendringt en om zich hard te maken voor maatschappelijke verandering. We moeten de intersectionele beweging durven vragen om antisemitisme binnen en buiten de beweging te herkennen en te bestrijden en binnen de eigen gelederen durven om de grote vragen van intersectionaliteit (zwart en joods, queer en joods, etcetera) te stellen. Ruis op de lijn zal er ongetwijfeld altijd blijven. Het is onze opdracht om de lijn zo sterk te maken dat de verbinding in stand blijft. En die verbinding ontstaat alleen door eraan te werken. 17

Gekoesterd, gekregen of gekocht, maar in elk geval dierbaar: LJG-ers over hun favoriete joodse object. tekst Sarah Bremer foto’s Claudia Kamergorodski Meer dan 45 jaar geleden hoorde ik voor het eerst van de Sjoelchan Aroeg (Josef Karo, 1555). Rabbijn Rudi Querido Lilienthal adviseerde mij die boeken te gaan lezen. Lonie en ik waren een stel geworden en zij wilde graag de koosjere huishouding voortzetten. Haar ouders hielden al koosjer en ze hield dat vol toen ze op kamers woonde. Bij mij thuis deden ze niet zoveel aan jodendom. Er was Israëlliefde en we vierden sjabbesavond en feestdagen met elkaar. Ik had dus veel te leren. Mijn schoonvader ‘nam me onder handen’ en heeft me veel verteld en geleerd. Uiteindelijk erfde ik die Sjoelchan Aroeg tien jaar later van hem. Toen ik me erin verdiepte ontdekte ik een onuitputtelijke bron van wijsheid en regelgeving; een naslagwerk dat antwoorden geeft op hoe je te gedragen en te handelen in elk denkbare situatie. Sjoelchan Aroeg betekent ‘de gedekte tafel’ – hoe toepasselijk. Vaak eindigden vergaderingen van mijn werk als bedrijfsarts maar ook privé met ‘w.v.t.t.k’ (wat verder ter tafel komt) en zo had de Sjoelchan Aroeg ook kunnen heten. Ik lees erin voor mijn vragen bij de seider, voor de basis van speeches in de familie, voor een enkele drasja in sjoel. In de jaren negentig kocht ik op een veiling in Diemen een ‘lotje’, dat is ‘a lot of things’ in één koop. In dit geval een niet zo schoon plastic zakje met inhoud. Daarin zat dit miniatuur van een gedekte sjabbestafel, een kleine levensechte ‘Sjoelchan Aroeg’. Een zilveren juweeltje met challes, een karaf voor kiddoesjwijn, een beker, kandelaars, een bosje bloemen. Het voelde alsof ik dit kunstwerkje had ontfutseld aan de vergetelheid. Het werd het begin van een bescheiden verzameling Judaica. Symbolisch zit alles in dit miniatuur: het begin van de wekelijkse cyclus, de verbinding met de feestdagen, een joods huis waar sjabbes wordt gemaakt. Voor mij staat dit kleine object ook voor de verbinding tussen praktijk en theorie met betrekking tot hoe je je dient te gedragen. Als ik ernaar kijk wijst het me de weg naar de boekenkast.” Rudi Querido (1950), arts in ruste, woont met zijn vrouw Lonie in Utrecht. Samen hebben zij twee dochters en drie kleindochters. Zij zijn lid van de Progressief Joodse Gemeente Midden–Nederland (i.o.). 18

John Löwenhardt In 2010 was ik in Dortmund bij de presentatie van een wandelfolder langs gedenkplaatsen van WO II. De wandeling leidde o.a. langs de oude slagerij van mijn grootouders Löwenhardt, waar ook hun stolpersteinen liggen. Op die maandagochtend, georganiseerd door de deelgemeente Dortmund samen met leden van de Evangelische kerk, waren wel 100 mensen aanwezig. Ik was zeer onder de indruk. Op de terugweg realiseerde ik me dat ik mijn hele leven materiaal had verzameld van mijn familie, maar er niets mee deed. Dit werd de start van een obsessieve zoektocht naar mijn joodse familieverleden. Ik heb 4 joodse grootouders. Adolf Löwenhardt (uit Dortmund, Duitsland) en Julia ten Brink (uit Denekamp) waren de ouders van mijn vader. Arnold de Leeuw (Almelo) en Louisa Weijl (Oldenzaal) de ouders van mijn moeder. Deze families omvatten ongeveer 25 gezinnen. Ik heb het als een zware plicht gevoeld om, van degenen die er niet meer zijn, zoveel mogelijk het leven te documenteren en hun verhalen op te schrijven. Mijn ‘joodse opvoeding’ zat vol tegenstrijdigheden: mijn ouders maakten er nooit een geheim van dat we joods zijn. Iedere zondagmorgen bijvoorbeeld gingen we op bezoek bij de onderduikgevers van mijn ouders, opa en oma Ottema. Er werd gekozen voor de briet mila, maar mijn moeder heeft me niet naar joodse les laten gaan. We waren geen lid van een joodse gemeente. Via genealogie en archieven ben ik dus vanaf 2010 volledig in de familie geschiedenis gedoken. Zo ontdekte ik in het kasboek van de Oldenzaalse kehilla dat mijn grootouders daar een choppe hadden gehad. Ook heb ik een Nederlands -orthodoxe- sidoer van mijn oma van moeders kant en een Duitse -reformsidoer van mijn oma van vaderskant. Er zijn relatief veel foto’s en enkele handschriften. De verhalen ben ik erbij gaan zoeken. Uit 21 handschriften heb ik steeds één woord gekozen, dat ik op een eigen tegel heb geschilderd. Ook heb ik een boek gemaakt dat op elke bladzijde het verhaal achter een tegel vertelt, het verhaal van dat familielid. Twaalf tegels hebben betrekking op de jaren 1846 tot 1939, zes op de jaren van de Holocaust en drie op de naoorlogse jaren (1948 tot 1974). Ik heb mijn project ‘Wie schrijft die blijft’ genoemd. Want dát is wat ik wil – dat zij voortleven via hun naam, hun handschrift en hun verhalen.” Heeft u ook een object met een voor u speciale (joodse) betekenis? Laat het ons weten en stuur een email naar redactie. joodsnu@gmail.com John Löwenhardt (1947), politicoloog, woont in Haarlem en in Zutphen. Hij heeft 4 dochters en 3 kleinkinderen en is lid van de LJG Gelderland. 19

• PERSOONLIJK Tamar Walma van der Molen-de Vries 20

Op Simchat Tora kreeg Tamar Walma van der Molen-de Vries de titel ‘Mora beJisraeel’. Bij haar is de liefde voor kennis van generatie op generatie doorgegeven. Een gesprek over haar jeugd, de oorlog, het jodendom en het nut van boosheid. Altijd alert blijven W at weerbaarheid voor mij betekent? Dat je niet meer bang bent. Dat je er mag zijn zoals je bent, met je eigen identiteit, je eigen cultuur, je eigen achtergrond. Maar ik merk dat als je ouder wordt, je wat van die weerbaarheid verliest. En dan word je vooral verdrietig. Daar probeer ik wel een stokje voor te steken. Dan ben ik liever kwaad. Boosheid helpt mij in het weerbaar zijn. Als iemand een antisemitische opmerking maakt en ik heb daar niet slagvaardig op geantwoord, dan heb ik daar achteraf de pest over in. Dan denk ik: ‘Waarom heb ik dat laten lopen? Want ik wéét wat voor onzin er wordt verkocht. Weerbaar betekent dus ook dat je alert moet zijn.’” Minjan in het Rembrandthuis We zitten in de ruime woonkamer van Tamar en haar man Geert in Baarn. Zonet heeft ze mij haar kleine werkkamer laten zien, een plek waar ze graag schrijft over het ‘Zo leer je van je ouders weerbaarheid.’ tekst Hester Stein foto Carla van Thijn jodendom. Naast een overvolle boekenkast staat een tafeltje met daarop een ingelijste foto van haar grootvader, rabbijn Simon Philip de Vries. Vriendelijke ogen, een volle zwarte baard. De liefde voor het leren is van generatie op generatie overgebracht: Tamar stamt van beide kanten af van rabbijnen. “Van mijn moederskant, ze heette Julie Spitz, waren er de rebbes Spitz die met hun familie in het Rembrandthuis in de Jodenbreestraat woonden. Daar hadden ze een eigen minjan, die zeer beïnvloed was door de Kabbala. Ze waren zó vroom, dat een zoon, Jesaja, in de Cherem werd gedaan omdat hij aan de universiteit wilde studeren. Dat kón niet! Tora, Misjna, Talmoed, Gemara moest je studeren – anders niet. Hij is de schrijver en vertaler R.J. Spitz, bekend o.a. van zijn boek van na de oorlog: ‘Een volk keert weer’, waarin hij de puinhopen van Amsterdam beschrijft, inclusief die van het complex van de Grote Synagoge, waar nu het Joods Historisch Museum huist.” 21 >

Orthodoxe zionisten De moeder van Tamar trouwde met Izak de Vries, een zoon van Simon de Vries, de rabbijn van Haarlem, die het meest bekend is door zijn boek Joodse Riten en Symbolen. Deze grootvader was niet een man die het geijkte pad koos. Hij geloofde vurig in de terugkeer van het Joodse volk naar Zion, schreef het boek Ma’ané leZion en hij richtte de Mizrachi in Nederland op, de organisatie voor orthodoxe zionisten. Dat alles werd hem door het Opperrabbinaat niet in dank afgenomen want je moest niet bóuwen aan Zion, je moest wáchten op- en bidden voor- de komst van de Masjieach. In 1920 deed zijn Haarlemse kille hem een reis naar Palestina cadeau. Per trein en boot. Daar schreef hij zijn boek Joodsch Palestina over. Behalve orthodox en zionist had hij een rotsvast geloof in de verlossing van het Joodse volk, ook toen de dreiging van Duitsland steeds groter werd. Een overtuiging die niet aan het wankelen werd gebracht toen amper twintig jaar later de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij drukte zijn familie op het hart om niet onder te duiken. Tamar: “We zouden als joden gaan door een diep dal naar een stralende toekomst in Palestina. En vervolging was ons als volk niet vreemd, we hadden het in de geschiedenis al zo vaak meegemaakt.” Bergen Belsen Tamar, geboren in 1942, kwam als baby samen met haar driejarig broertje in de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg terecht. “En daar heeft mijn vader ons uit laten halen, hij was overtuigd dat we naar een werkkamp zouden gaan. Hij wilde niet zonder ons vertrekken. Mijn vader en mijn grootvader dachten, net zoals de meeste joden, dat het wel los zou lopen. Niemand heeft het gevaar toch gezien? En niemand had ook kunnen vermoeden dat er een volkerenmoord aan vast zat.” De familie De Vries kwam in de kampen terecht: de grootouders, drie broers en drie zussen met hun gezinnen en 11 kleinkinderen. Eerst Westerbork, daarna Bergen Belsen. “Mijn broertje had de opdracht om op mij te passen als mijn ouders de hen opgelegde arbeid verrichtten.” Dan is ze even stil en vraagt plotseling: “Heb je de film La Vita è Bella gezien? Met dat jongetje in een kamp dat niet gehoord en niet gezien mocht worden? Toen mijn broer die film zag, belde hij me op en zei: “heb je ‘m gezien?” Ik zei “ja, dat waren wij.” Ik ben nog nooit zo overvallen geweest door mijn oorlogsverleden. Die film heeft zoveel meer impact op me gehad dan andere gruwelijke oorlogsfilms. De angst dat je ouders niet terug zullen komen. Ik herinner mij heel levendig dat mijn broer altijd mijn hand zo stevig vastklemde, dat ik daar niet uit los kon komen. Zo liepen we heel stiekem door het 22 ‘Voor iedereen die de oorlog heeft meegemaakt komt er een breekpunt, maar kennelijk heeft zoiets een incubatietijd.’ kamp.” Tamars grootvader bleef in de kampen zijn lessen geven. Heimelijk werden de joodse feestdagen gevierd. In 1944 stierf haar grootvader daar van honger en uitputting, een paar maanden na zijn vrouw. Uitschelden “Na de oorlog zei mijn moeder: ‘Dit laten we ons nooit meer aandoen. Als ze je uitschelden geef je ze maar een klap.’ Het uitschelden voor jood of brillejood kwam regelmatig voor en dan gaf mijn broer die klap. Vaak werd er dan gebeld door een boze ouder, waarop mijn moeder herhaalde wat hun kind gezegd had. En dan kwam steevast: ‘Hoe komt mijn kind daar aan?’ Mamma’s antwoord: ‘Dat leren ze thuis’ en dan legde ze de haak erop. Wij luisterden daar zeer tevreden naar. Zo leer je van je ouders weerbaarheid.” Het huwelijk van Tamars ouders hield na deze traumatische jaren geen stand, maar ze bleven wel op goede voet met elkaar. Haar moeder sprak veel over de oorlog, ze schreef in 1950 een verslag van hun kamptijd. “Dat verslag is door mijn broer en mij na haar dood in boekvorm uitgegeven. Eén kant van het boekje in het Nederlands en de andere kant in Ivriet, zodat alle nazaten in Israël en in Nederland het kunnen lezen.” Haar vader wilde nooit over de oorlog praten. ‘Mijn Godsbeeld is zich nog steeds aan het vormen, maar ik geloof wel heilig in het jodendom.’ Eigen keuze Beide ouders bleven ‘gewoon joods’. Hij sjoelde in de Obrechtsjoel, zij in de Lekstraat. En vrijdagavond vierden ze altijd met z’n allen. Allebei de ouders waren ervan overtuigd dat de kinderen als goede joden opgevoed moesten worden “want anders had Hitler alsnog gewonnen”. Dat betekende: Haboniem, joodse les en sjoel. Als meisje zag Tamar hoe jongens vooraan in sjoel aan het lernen en discussieren waren, terwijl zij zich tevreden moest stellen met een gebedenboek of een handwerkje. “Nou, daar wilde ik dus niet meer naar toe, omdat ik daar niks leerde. Mijn moeder begreep dat en daarna kreeg ik privéles van een joodse leraar. Elke week.” Haar ouders richtten ondertussen hun energie op Israël. Als voorzitter van de Collectieve Israël Actie reisde haar vader de hele wereld over. “Samen met mijn moeder waren ze enorme gelovers in de staat Israël. Het dak ging er dan ook af in 1948, in heel joods Amsterdam trouwens. Er werd gedanst en gezongen in het Minervapaviljoen, dat nu niet meer bestaat. En de hele naaste familie ging op aliya.” Zelf bleef ze met haar moeder in Nederland. In 1960 werd ze lid van de LJG Amsterdam. “Toen ik 18 jaar werd mocht ik zelf kiezen bij welk soort jodendom ik wilde horen. In die tijd was Jacob Soetendorp de rabbijn in Amsterdam. Ik voelde me aangetrokken tot het progressieve jodendom en de gelijkwaardigheid van vrouwen. Dus ik sloot me niet aan bij de

orthodoxie.” Ze trouwde met haar grote liefde Geert en ze kregen twee kinderen. COLUMN Breekpunt Toch kun je ervaringen opgedaan in de oorlog uiteindelijk niet achter je laten, ontdekte ze. “Er komt voor iedereen die de oorlog heeft meegemaakt een breekpunt, maar kennelijk heeft zoiets een incubatietijd van veertig, vijfenveertig jaar”, vertelt Tamar. Ze was ‘een tijdje niet beschikbaar’, vertelt ze luchtig. Ze moest ‘even een aantal schroefjes laten aandraaien’. Wat de aanleiding was? Ze herinnert zich het moment dat zij in 1972 bij de Dokwerker ging protesteren tegen de mogelijke vrijlating van de Drie van Breda. “Daar zag ik opeens allemaal joodse overlevenden, mensen waar niemand naar had omgekeken. Dát beeld, ik kan er nog van huilen.” Na de demonstratie kwamen de nachtmerries en de eerste zware depressie. Na de aanslag in München kon ze niet stoppen met huilen. Ze besefte dat een jood nog steeds target was. “Dus toen ik veertig was, had ik een soort ‘burn-out’ van mijn werk. Tijd om hulp te zoeken bij de Sinaï kliniek. Die hulp heeft z’n vruchten afgeworpen. En zonder de steun en liefde van mijn echtgenoot en kinderen zou het niet gelukt zijn.” Heilig geloof in het jodendom Jarenlang was LJG Amsterdam haar thuis. Daar kwam verandering in toen in 1992 een nieuwe kille in Utrecht werd opgericht. De oprichters wisten dat zij een behoorlijke kennis van Jahadoet had. “Dat had de nieuwe kille nodig. Vanaf het begin dat we daar lid werden, heb ik me ingezet om zoveel mogelijk van mijn jodendom en mijn kennis door te geven aan de leden. De geestelijke erfenis van mijn grootvader en mijn moeder speelt een grote rol: ik houd van studeren! Ik ben een soort Yentl, een spons. Kennelijk is het iets genetisch. En mijn ouders hebben mij er van jongs af aan in ondergedompeld.” Ze werd bestuurslid, was gabbai en voorzitter van de commissie religieuze zaken. “Hoe meer je je in het jodendom verdiept, hoe meer wijsheid je eruit haalt. Van studenten krijg ik vaak de vraag of ik echt in God geloof. Mijn antwoord is dan: mijn Godsbeeld is zich nog steeds aan het vormen, maar ik geloof wel heilig in het jodendom.” Geen trek in confrontatie Woede voelt ze over het groeiend antisemitisme en de acceptatie daarvan, over de berichtgeving over Israël. Toch, protesteren doet ze niet meer. Haar lijf wordt brozer. “In mijn strijdbare jaren ging ik naar alle demonstraties. Als je solidair bent, loop je mee. Maar nu heb ik genoeg van mensen die joden haten.” Van haar functies in de kille heeft ze afscheid genomen. Tijd om het rustiger aan te doen. Maar het weerhoudt haar niet om zich te blijven verdiepen in het jodendom. Haar laatste hobby: het koppelen van de haftarot aan de sidrot. “En ik blijf natuurlijk beschikbaar als vraagbaak.” ZIPPORA ABRAM Stoer feest N atuurlijk is het stoer om een drooggelegde zee te doorkruisen, of je leven te riskeren om het Joodse volk te sparen, zoals koningin Esther deed. Ze is best een stoere heldin, maar wat je tussen de regels leest doet toch wat af aan haar heroïek. Esther zou nooit zo’n hoge positie hebben gehad, als ze niet zo ontzettend mooi was. Nou gun ik haar alle schoonheid inclusief de voordelen die dat met zich meebrengt, maar ik had het nog net wat leuker gevonden als de koning met Esther was getrouwd vanwege haar sprankelende geest en omdat hij zo met haar kon lachen. Verder is het toch uiteindelijk Achashverosh die beslist om het Joodse volk te sparen. Dat doet hij wel uit liefde voor Esther maar dat maakt Esther tot niet veel meer dan de sterke vrouw achter de man. Voor de echte helden moet je toch bij Chanoeka zijn. Net als op bijna al onze feesten is ook hier de beroemde samenvatting van toepassing: ‘they tried to kill us, we survived, let’s eat’. Maar wat Chanoeka bijzonder maakt zijn toch de stoere kerels die na de verwoesting van de tempel niet bij de pakken neerzaten, niet God smeekten hun vijanden te wreken, maar er zelf op uit gingen om de hellenisten te verdrijven en een oliebron zochten. Uiteindelijk vonden ze één armetierig kruikje dat slechts genoeg zou zijn voor één dag maar wonder boven wonder brandde de menora acht dagen. Wikipedia omschrijft de Makkabeeën als joodse strijders die Judea veroverden en de joodse religie nieuw leven inbliezen. Ze doen me denken aan stoere Israëlische soldaten, maar ook aan alle jongens en meisjes die de sjoels en andere joodse gebouwen bewaken. Zij zijn stoer en weerbaar en beschermen ons allen zodat wij in veiligheid en met een gerust gevoel joods kunnen zijn en doen wat we willen. Chanoeka wil dat we zichtbaar zijn. We zetten de chanoekia voor het raam, zodat iedereen hem kan zien! Dit doen we om het wonder van Chanoeka openlijk te verkondigen. Dat gaat over weerbaarheid en dat we onze joodse identiteit vol trots laten zien aan de hele wereld. Met dank aan die zes kerels: Mattitjahoe, Juda, Sjimon, Jochanan, El’azar en Jonathan. 23 CARLA VAN THIJN

Op zondagmiddag 4 juli 2021 ontving Peter Luijendijk zijn smicha (rabbinale bevoegdheid) van het Leo Baeck College. Tijd voor een nadere kennismaking. kort in Den Haag. Een invalrabbijn, op te roepen niet alleen voor diensten maar ook voor allerlei andere rabbinale taken. Op die manier leer ik veel verschillende mensen en gemeentes kennen. Maar toch zou ik graag een eigen gemeente hebben waar ik me volledig aan kan wijden.” D 24 e smicha was te volgen via Zoom. Luijendijk, een vriendelijke jongeman met een zachtaardige uitstraling, zat naast zijn vader en zijn zus. Zijn broer in Canada en zijn broer in China volgden de dienst online. In zijn korte toespraak vertelde hij dat zijn moeder hem altijd gesteund heeft en deze dag jammer genoeg niet meer mee kan maken. Wie is Peter Luijendijk en hoe is hij tot deze keuze gekomen en waar staat hij voor? We spreken elkaar in Amsterdam. “Hier in Amsterdam mag ik de kamer van Menno of Joram gebruiken, als die er zelf niet zijn. Zolang ik geen eigen gemeente heb ga ik waar ik nodig ben, zoals in Rotterdam en binnentekst Sarah Bremer foto’s Claudia Kamergorodski ‘Met mensen werken: daar ligt mijn hart. Het sociale aspect staat voorop.’ Gemengd gezin Peter is in 1981 geboren in Elburg als zoon van een joodse moeder en een niet-joodse vader. “Mijn moeder is na de oorlog geboren ook uit een gemengd gezin: haar moeder was joods en haar vader niet. Zij vertelde toen ik klein was veel over de oorlog, over hoe haar ouders het gered hadden en over de oudoom die in Buchenwald is overleden. Mijn niet-joodse opa vertelde ook vaak spannende verhalen over de oorlogstijd. Hij was boer en slachtte zelf. Door de Duitsers af en toe wat vlees toe te stoppen zorgde hij ervoor dat ze geen argwaan kregen: zijn vrouw was joods.” Al heel vroeg vertelde zijn moeder dat Peter joods was. Ze vierden zoiets als Pesach, met gewoon brood en het verhaal van de Uittocht. In het christelijke Elburg gaf zijn moeder hem wel de opdracht ‘het op school maar lekker stil te houden’. “Daardoor werd het een geheim. Samen met de indrukwekkende

‘Zolang ik geen eigen gemeente heb ga ik waar ik nodig ben’ verhalen van mijn opa werd jood-zijn iets spannends waar ik niet veel van wist en erg nieuwsgierig naar was.” Zijn vader zei onlangs dat hij als zesjarige al vertelde dat hij later rabbijn wilde worden. “Dat herinner ik me niet zelf, maar ik vond het wel bijzonder dat hij dat vertelde. Ook heb ik sinds mijn tienerjaren een heel goede vriend, die me altijd al ‘rebbe Pjrk’ noemt (volgens hem Peter op z’n Brabants). Omdat ik alle vragen die hij stelde goed wist te beantwoorden.” Oude talen Hij studeerde eerst bedrijfskunde. “Eigenlijk vond ik dat niets, maar ik ben opgegroeid met het idee dat je moet afmaken wat je begonnen bent, dus heb ik het afgemaakt. Daarna ben ik gaan doen waar mijn passie lag: Hebreeuwse taal en cultuur studeren in Amsterdam om meer te weten te komen over jood-zijn. Ik las de sidoer, zei de gebeden, maar ik wilde ze ook begrijpen, goed uitspreken, snappen wat er staat, wat er bedoeld wordt. Als je het niet zelf goed kan lezen en begrijpen, doe je maar een beetje wat de rest doet en dat ligt mij niet. Ik ben altijd ontzettend nieuwsgierig geweest naar hoe het nou ‘echt’ zit. ‘Ik wil jongeren bij de gemeente betrekken’. Tijdens mijn studie heb ik een beurs gekregen van de Hebrew University in Jeruzalem, waar ik 1,5 jaar heb gewoond. Een hele bijzondere en leuke tijd. Ik ben nog meer in oude talen gedoken: Sumerisch, Akkadisch, Hebreeuwse poëzie ten tijde van de tweede tempel. Oude talen vind ik fascinerend. Je maakt de geschiedenis wakker door zo’n taal uit te spreken. Vergelijk het met het Kaddisj of met het noemen van namen. Als je het hardop zegt komt het dichterbij.” Contact met jongeren In 2014 is Peter in Londen gaan wonen en werken. Zijn toenmalige Israëlische partner vond het lastig om Nederlands te spreken en in Engeland kon hij beter aarden. “Ik zag een advertentie voor een baan bij de West London Synagogue of British Jews: werken met jongvolwassenen. Het sprak me direct aan. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Met veel plezier heb ik daar van alles opgezet: sjabbat samen vieren, eens per maand een jongvolwassenen dienst, Torah on tap (in een pub), de parasja van de week samen bestuderen. Het was inspirerend om op die manier bezig te zijn. Het is zo belangrijk jongeren bij de gemeente te betrekken. Je moet heel flexibel zijn, steeds iets nieuws verzinnen en doorzettingsvermogen hebben. In mijn werk ontmoette ik ook veel student-rabbijnen die stage liepen. Eén van hen zei eens tegen mij: ‘Is het niet iets voor jou om rabbijn te worden? Volgens mij ga je het heel leuk vinden.’ Ik moest haar opmerking even laten bezinken en een week later ben ik opnieuw met haar gaan praten. Zij vertelde me dat alles wat ik in mijn baan deed met de jongvolwassenen ook bij het werk van een rabbijn hoort. Ze benoemde het plezier waarmee ik het deed, mijn voorbereiding, mijn contact met de jongeren. Ik raakte langzaam maar zeker overtuigd.” Smicha Hij meldt zich aan voor de opleiding bij het Leo Baeck College en komt door de zware selectieprocedure heen. Jaren intensieve studie volgen en juli 2021 ontvangt hij zijn smicha. “Rabbinaat is een roeping. Als ik naar mijn weg kijk dan vind ik die achteraf gezien wel logisch. Het is de uitkomst van mijn passies. Op die manier heb ik bouwstenen verzameld en ben ik uiteindelijk nu rabbijn. Ik wil met mensen werken, daar ligt mijn hart. Het sociale aspect staat voorop. Jongeren vinden het steeds lastiger om naar sjoel te gaan. Het actieve jodendom vergrijst en het helpt niet dat er vooral oudere rabbijnen zijn. Ik ben jong en ga proberen om zichtbaar te zijn door bijvoorbeeld binnen onderwijsinstellingen te spreken, met jongeren te praten om ze naar sjoel te halen en actief bij de gemeente te betrekken. Maar eerst wil ik mijn draai vinden.” 25

26

Tegen de stroom in op sociale media Nergens is zo weinig ruimte voor nuance als op sociale media. Zeker als het gaat over Israël. Dalit Hospers (28) van LJG Rotterdam en Asher Baruch (15) van LJG Den Haag laten op Instagram een tegengeluid horen. “Ik wil nuances laten zien, ook als mijn comments soms worden verwijderd.” D alit: “Vaak is er sprake van selectieve verontwaardiging als het op sociale media gaat over Israël. Zo had ‘Reclaim our Pride’ een statement geplaatst op Instagram van negen pagina’s, waarvan de laatste vier exclusief over Israël gingen. Ik vroeg waarom specifiek dit conflict werd aangehaald en niet NoordKorea of China. Als argument kreeg ik dat Pride gaat over ‘radicale vrijheid en solidariteit’. Al zijn de argumenten niet alleen van toepassing op Israël, toch wordt alleen dit conflict aangehaald. Waarom? Uiteindelijk werd ik beticht van ‘#whataboutism’. Dat houdt in dat je een ander onderwerp aansnijdt zonder de aangevoerde argumenten te weerleggen. Met zo’n beschuldiging kan je ieder debat torpederen en terechte kritiek wegwuiven, wat ik heel kwalijk vind. Ook zie je overversimpeling van het debat. Zo circuleerde op sociale media deze opmerking: ‘Uw standpunt over Palestina komt waarschijnlijk overeen met uw kijk op Black Lives Matter, vrouwenrechten, LHBTI-rechten en andere gemarginaliseerde groepen.’ Hier wordt beweerd dat wie pro-Israël is, niet tegen racisme, homofobie en andere vormen van haat kan zijn. Ook wordt er eigenlijk gezegd dat joden niet tot die gemarginaliseerde groepen behoren en wordt het conflict zwart-wit afgeschilderd terwijl dat helemaal niet aan de orde is. Israël betekent veel voor mij en ligt mij na aan het hart en daar heeft mijn joodse achtergrond natuurlijk alles mee te maken. Maar desondanks kan ik mij echt nog wel kritisch opstellen ten opzichte van de Israëlische politiek. Er is in het debat geen ruimte voor nuance. Ook merk je dat veel mensen die zich hierover uitspreken, eigenlijk niet over kennis van tekst Hester Stein illustratie Pirmin Ringers ‘Als je voor Israël bent zou je niet tegen racisme en homofobie kunnen zijn’ zaken beschikken en alles klakkeloos herkauwen van sociale media. Zeker als we het hebben over zionisme, waar gigantisch veel misvattingen over bestaan die als waarheid worden gedebiteerd op sociale media. Het zionisme gelooft in het zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk. En daar geloof ik in, al moet mijn zelfbeschikkingsrecht niet dat van een ander ondermijnen. En daarom geloof ik ook heilig in Palestijns zelfbeschikkingsrecht. Zionisme wordt constant losgekoppeld van het jodendom, terwijl het als ideologie uit het jodendom voortkomt. Je ziet dat bijvoorbeeld als het gaat over Ruth Bader Ginsburg, die wordt afgeschilderd als groot voorstander van de mensenrechten en uitgesproken feministe, maar over haar joodse achtergrond en zionistische waarden wordt alom gezwegen. Daarom spreek ik me online uit. Ik wil dat mensen zien hoe de dialoog wordt gevoerd, dat er een weerwoord is. Ik wil nuances laten zien, ook al worden mijn commentaren wel eens verwijderd. Soms maken de reacties me huiverig voor de toekomst. Maar ik probeer dat gevoel wel om te zetten in iets positiefs, bijvoorbeeld door het maken van illustraties of artikelen te schrijven. Ik geloof in de kracht van dialoog en Instagram is daarvoor een goed medium. Maar ik heb het gevoel dat meningen zoals de mijne veel te weinig in de openbaarheid komen. Zelfs vanuit joods progressief Nederland hoor ik weinig. Als het conflict met Gaza wordt aangehaald voor antisemitische doeleinden, zwijgen mensen liever. Ze zijn bang om als islamofoob bestempeld te worden, terwijl het antisemitisme zo niet wordt aangepakt. Maar met mijn posts op sociale media hoop ik dat het bij anderen zo gaat kriebelen dat ze hun stem ook laten horen.” 27 >

BOEKHANDEL VAN ROSSUM Fré Cohen, grafi sch kunstenares Vorm en idealen van de Amsterdamse School Museum Het Schip Paperback, €27,50 Fré Cohen (1903-1943) maakte boekomslagen, ex librissen, schilderijen, tekeningen, lithografi eën en houtsnedes. Hierin zien we hoe ze de vormentaal van de Amsterdamse School naar haar eigen hand zette. Dit boek geeft een overzicht van haar leven en werk, en toont Fré Cohen in al haar verschillende gedaantes. Als feminist, als Joodse vrouw en als socialist, maar bovenal als uitzonderlijk getalenteerd kunstenares. Voor de Iberische joden in de Middeleeuwen, op de vlucht voor de Inquisitie, was de Hillel Codex het waardevolste manuscript van het Oude Testament, maar na 1500 is hij nooit meer ergens gezien. Herbert Amann, een katholieke Bijbelverzamelaar uit Oostenrijk, vraagt Max Blitz, een jonge Amsterdams-joodse onderzoeker, om het boek voor hem op te sporen. Blitz’ onmogelijke zoektocht leidt via Bregenz, Londen, Milaan en Mantua uiteindelijk naar de ultraorthodoxe joodse gemeenschappen van Monsey en New York. Een historische thriller van Emile Schrijver, de directeur van Het Joods Cultureel Kwartier en het JHM in Amsterdam! Emile Schrijver De Hillel Codex Uitgeverij Prometheus Paperback, €22,50 Bart Wallet Sam en Henny Een eeuw orthodox-joodse familiegeschiedenis Uitgeverij Omniboek Paperback, €22,99 Aan de hand van het levensverhaal van het echtpaar Sam en Henny Eisenmann-Cohen, reconstrueert de auteur de Joods-orthodoxe geschiedenis van de twintigste eeuw. Het is een aaneenschakeling van liefdevolle, woelige en hartverscheurende gebeurtenissen. Wat er ook gebeurde in de afgelopen eeuw, met de Holocaust als absoluut dieptepunt en de oprichting van de staat Israël als hoogtepunt, Sam en Henny bleven zich wijden aan ‘de Joodsche zaak’. Wat dat inhield en waarom ze dat deden, blijkt uit deze soms ontroerende maar steeds fascinerende familiegeschiedenis. Beethovenstraat 30-32 — 1077 JH — Amsterdam 020-4707077 — winkel@boekhandelvanrossum.nl — www.boekhandelvanrossum.nl Wilt u iets bestellen? Dat kan vanaf dit jaar ook via www.athenaeum.nl/winkels/van-rossum De havenstad Antwerpen was ooit het middelpunt van de wereld. Als handelscentrum kende het in de zestiende eeuw geen evenbeeld, en haar rijkdom en weelde leken ongeëvenaard. De stad van Plantijn en Brueghel stond bol van de bedrijvigheid. Bezoekers kwamen met hun koopwaar uit alle uithoeken van de wereld naar de stad waar de geldhandel fl oreerde. Tegelijkertijd kende Antwerpen ook een schaduwkant: rellen, muiterijen en de inquisitie, die als een donkere wolk boven de joodse en protestante inwoners hing, lieten de uitzonderlijke welvaart van korte duur zijn. Desalniettemin blijkt de invloed van Antwerpen blijvend. Michael Pye Antwerpen De gloriejaren Bezige Bij Hardback, €29,99

‘Je kunt mensen online niet op andere gedachten brengen’ Asher: “Ik reageer het meest op de nieuwsaccounts van de NOS op Instagram. Het gaat meestal over Israël. De reacties zijn meestal niet heel genuanceerd. Soms duidelijk antisemitisch, of verhuld als antizionisme. Een comment plaatsen vind ik best leuk. Iets in mij zegt: reageer terug! Want je wilt niet dat de ander het laatste woord heeft en zo’n comment schrijven gaat heel snel. Als er contact is, dan probeer ik wel een goed gesprek te hebben. Vaak lees je dat de joden het land van de Palestijnen hebben gestolen. Dan reageer ik met de opmerking dat het iets genuanceerder ligt. Dat joden daar vroeger al woonden en zijn teruggegaan. Soms reageren mensen door met nieuwe argumenten te komen, soms gaan ze alleen maar schelden. Meestal wordt er ook niet veel zinnigs gezegd maar komt weer ‘free Palestine’ met de Palestijnse vlag voorbij. ‘Over de joodse achtergrond en zionistische waarden van Ruth Bader Ginsburg wordt alom gezwegen’ Daar reageer ik niet op, want daar valt niet zoveel aan te verbeteren. Onder elk nieuwsbericht over Israël staan wel een paar stemmen die het land steunen. Maar het zijn nooit zoveel als die van pro-Palestina. Of meer joden op sociale media hun stem zouden moeten laten horen? Ik denk het niet echt, want het heeft gewoon weinig zin. Ik geloof niet dat je anderen op andere gedachten kunt brengen door te discussiëren. Dat heb ik tenminste nog nooit meegemaakt. Of dat je zo de beeldvorming kunt beïnvloeden over Israël. Tenslotte zit maar een klein deel van Nederland op Instagram en ja… ik denk niet dat het zoveel uitmaakt of je een extra comment plaatst. Maar het is wél interessant om met mensen te praten die heel anders denken dan jij. Ik ben opgegroeid in een omgeving waar iedereen voor Israël is en dan ben ik nieuwsgierig hoe anderen naar Israël kijken. En een discussie voeren vind ik sowieso leuk.” De top 6: kritiek op joden en Israël Facebook, Instagram, Twitter: regelmatig barst het van de kritiek op Israël. Deze 6 argumenten kom je steevast tegen, hoe zit het echt en hoe kun je eventueel reageren? 1. Israël is een ‘apartheidsstaat’ In Zuid Afrika werd één groep op basis van ras als minderwaardig behandeld. Israël is een parlementaire democratie. Burgers hebben gelijke rechten, ongeacht religie of afkomst. In Israël zijn er Arabische politieagenten, rechters, ambtenaren en politieke partijen. Een Arabische partij maakt onderdeel uit van de huidige Israëlische coalitie. De beschuldiging verwijst meestal naar de ongelijke juridische status van Israëli en Palestijnen op de West Bank. Daar lopen de rechtssystemen van de militaire bezetting en de Palestijnse Autoriteit door elkaar. De Westelijke Jordaanoever was in 1948 illegaal bezet door Jordanië dat het in 1967 verloor aan Israël. In de Oslo akkoorden van 1993 kreeg de Palestijnse Autoriteit de controle over een belangrijk deel van de Westoever maar ook daar zijn de rechten van de Palestijnse bewoners echter beperkt. De hekken en de checkpoints zijn het resultaat van veiligheidsmaatregelen. Vóór de bouw van het hek werd Israël geteisterd door terreuraanvallen, met honderden burgerslachtoffers tot gevolg. 2. Als je wat zegt over Israël wordt je meteen weggezet als antisemiet Vraag bij dit verwijt meteen: door wie dan? Wat werd er dan gezegd? Wie beschuldigde wie van antisemitisme, en waarom? De spreker zal zelden een concreet antwoord kunnen geven. Antisemitisme is vaak vermomd als antizionisme of anti­Israëlisme door met name het bestaansrecht van Israël ter discussie te stellen. 3. Joden zijn witte kolonialisten die land van de Palestijnen stelen De vestiging van de staat Israël was een legale beslissing van de Verenigde Naties. Veel land is verkregen via aankoop door het JNF van Arabieren en een deel doordat Arabische staten oorlogen tegen Israël begonnen en verloren. De grens van 1948 is ook onder auspiciën van de VN tot stand gekomen. Er zijn na de oprichting ook wetten aangenomen waardoor de staat door Palestijnen verlaten bezittingen kon onteigenen. 4. Israël gedraagt zich tegenover de Palestijnen zoals de nazi’s tegenover de joden Dat is een argument om het Joodse volk en de staat Israël te besmeuren. De nazi’s waren uit op genocide terwijl onder het Israëlische bewind de bevolking op de Westoever en de Gazastrook gestaag groeit en de levensduur toeneemt. Door deze vergelijking worden de slachtoffers opeens daders en zijn de werkelijke daders minder of niet meer verantwoordelijk. Op sociale media komt het gelijkstellen van Israël of joden met nazi’s veel voor, terwijl de huidige situatie in niets te vergelijken is met de jodenvernietiging. Het komt ook in toespraken steeds vaker voor ­bij gebrek aan inventiviteit en kennis­ om bij wijze van afkeuring een vergelijking met nazipraktijken te maken, zoals door de anti­vaxxers. Behalve misplaatst doet het af aan de ernst van de misdaden van de nazi’s en bagatelliseert het bovendien het lijden van de slachtoffers. 5. Israël heeft het grootste en sterkste leger in het Midden-Oosten. Iedere oorlog met Palestijnen is asymmetrisch en onrechtvaardig Israël heeft een sterke krijgsmacht nodig tegen de terreur van Hamas en Hezbollah en op grotere afstand Iran, die er glashelder in zijn dat ze Israël willen vernietigen. Israël heeft in de regio geen bondgenoten die in nood militair te hulp zullen komen. 6. Israël isoleert de inwoners van Gaza van de buitenwereld. Israël is restrictief met verkeer in en uit Gaza. Hamas investeert grote bedragen in wapens en militaire uitrusting. Egypte, met net zo’n restrictief beleid, blijft buiten schot, terwijl Hamas geen terreurdreiging vormt voor gewone Egyptenaren. Gazanen kunnen alleen uitreizen met een exorbitant dure toestemming van Hamas die alleen worden verkocht aan een kleine groep Hamas­getrouwen. Meer weten? Cidi.nl en nichts­gegen­juden.de 29

Geen hoop op een beter lot voor de joden in Europa Jodendom en zionisme zijn niet identiek, maar hebben wel veel met elkaar te maken. Ron van der Wieken belicht deze keer het politiek zionisme. Z 30 ionisme is gebouwd op drie pijlers: het verlangen van het Joodse volk naar Zion, de wil tot onafhankelijkheid en de onmogelijkheid in de meeste landen van de diaspora om met behoud van religie en cultuur te emanciperen. Voor de grote Joodse bevolking van west-Rusland was eind 19e eeuw de toestand ondragelijk geworden, vooral door de discriminatie onder tsaar Alexander III en zijn minister Pobedonostsev. De ‘Mei-wetten’ van 1882 maakten het joden bijna onmogelijk om in hun ondertekst Ron van der Wieken houd te voorzien en andere wetten bepaalden dat joodse mannen 25 jaar in dienst moesten. Emigreren was voor velen de enige uitweg. Honderdduizenden meestal straatarme joden vluchtten naar Duitsland en Engeland, vaak tot ongenoegen van de bevolking aldaar. Meer nog wisten ze de weg naar de Verenigde Staten te vinden, de Goldene Mediene. Palestina Toen diende zich een andere mogelijkheid aan: Palestina. Leon Pinsker, een joodse jurist die twee pogroms in Odessa meemaakte, schreef in 1882 zijn Auto-Emanzipation Theodor Herzl, 1900

waarin hij alija naar Palestina aanbeval om de joden te redden. Zijn idee vond in Rusland veel bijval vooral onder de jeugd, daarbuiten nauwelijks. Pinsker richtte Chovevei Tsion op en de eerste alija-golf kwam op gang. Palestina maakte deel uit van het Ottomaanse Rijk dat deze immigratie tegenwerkte. En ondanks het gebrek aan vruchtbare grond, een veeleisend klimaat en infectieziektes zoals malaria zetten toch enkele duizenden oliem deze grote stap. Toegangsbewijs tot de Europese cultuur In West- en Midden Europa waren geen echte pogroms en geweld bleef beperkt tot individuele gevallen. Maar het wijd verbreid en diepgeworteld antisemitisme maakte joden het leven in Europa moeilijk. Napoleon nam de verheven idealen van Liberté, Egalité et Fraternité wel serieus, de getto’s gingen open en joden zouden alle kansen krijgen zich te ontplooien. In de realiteit viel dat flink tegen. Vooral in de Duitse vorstendommen moesten joden eerst overgaan tot het christendom om toegelaten te worden tot een hogere opleiding. Duizenden voldeden aan die eis, zoals Heinrich Heine die de doop zijn toegangsbewijs tot de Europese cultuur noemde. Maar ook na de doop werden joden gediscrimineerd en vaak onderworpen aan vernederende maatregelen. In Nederland was dat veel minder, getuige bijvoorbeeld de levensgeschiedenis van Samuel Sarphati die al in 1830 kon gaan studeren aan de universiteit van Leiden en menige hoge functie heeft bekleed. Politiek zionisme In 1896 verschijnt Theodor Herzl ten tonele. Herzl, hét icoon van het politieke zionisme, was in 1860 geboren in Boedapest, en de leidende cultuur van zijn jeugd was meer Duits dan joods. Hij is bar mitswa geworden in de nog steeds functionerende Grote Synagoge van Boedapest, maar veel joodse kennis heeft hij nooit opgedaan. Zijn grootouders leefden wel traditioneel joods, en waarschijnlijk bracht met name de grootvader van vaderszijde, Simon Loeb Herzl, Theodor in contact met de eerste politiek zionistische gedachten zoals van de rabbijnen Kalischer en Judah Alkalai. Hij verhuisde met zijn ouders naar Wenen waar hij rechten ging studeren. In de studentenvereniging Albia, die nog steeds bestaat, ondervond hij voor het eerst virulent antisemitisme. Ook als jurist werd hem snel duidelijk dat promotiekansen voor een jood bijna nihil waren. Wenen stond in die jaren sterk onder invloed van politicus en latere burgemeester Karl Lueger, een rabiate antisemiet. Karl Lueger was naast Maarten Luther één van de grote inspiratiebronnen voor de Endlösung van het Derde Rijk. Lueger wordt overigens in Wenen nog steeds vereerd. Herzl zag assimilatie als oplossing, maar steeds stuitte hij op het hardnekkige en kwaadaardige antisemitisme. Joods probleem Het daagde Herzl dat er een joods probleem bestond. Hij speelde met de gedachte dat joden zich misschien en masse tot het rooms-katholicisme moesten bekeren maar daar bestond in joodse kring weinig enthousiasme voor. Vervolgens zag hij verregaande assimilatie als oplossing maar steeds liep hij tegen het hardnekkige en kwaadaardige antisemitisme aan. Langzaam begon Herzl te beseffen (dagboek, juni 1895) dat de strijd tegen het antisemitisme tot mislukken was gedoemd. De enige zinvolle manier van omgaan met antisemitisme was het te ontwijken. Inmiddels had hij zijn juridische loopbaan vaarwelgezegd en volgde zijn hart: hij schreef toneelstukken en romans. Die carrière verliep niet bijster succesvol waardoor hij een baan als journalist moest aannemen bij de Neue Freie Presse, een Oostenrijkse ‘kwaliteitskrant’. De ‘Meiwetten’ van 1882 maakten het Joden bijna onmogelijk om in hun onderhoud te voorzien. Andere wetten bepaalden dat joodse mannen 25 jaar in dienst moesten. Affaire Dreyfus Herzl werd benoemd tot correspondent in Frankrijk met als speciale opdracht de affaire Dreyfus. Die hield al vanaf 1894 geheel Europa in zijn ban en gaf aanleiding tot verhitte discussies. Alfred Dreyfus was een jonge joodse legerofficier die een lage positie bij de Franse generale staf kreeg. Toen kort daarop bleek dat er militaire geheimen waren verraden aan de Duitsers, werd aan de hand van gering bewijs dat later vervalst bleek, Dreyfus schuldig bevonden. In de ogen van de generaals, bijna allen streng Rooms-katholiek, was hij alleen al een hoofdverdachte omdat hij een jood was. Hij werd veroordeeld, ontheven van zijn rang en verbannen naar Duivels eiland voor de kust van Frans Guyana waar hij in eenzaamheid zijn dagen moest slijten. In Frankrijk kwam na deze veroordeling een beweging van intellectuelen en journalisten, onder leiding van Emile Zola, op gang die het vonnis aanvocht. Een groot deel van de Franse bevolking aangevoerd door Edouard Drumont, de hoofdredacteur van het beruchte antisemitische blad La Libre Parole, verzette zich hevig tegen een nieuw proces, waardoor aanhoudende onrust ontstond in Parijs en andere grote steden. Geen hoop In die situatie kwam Theodor Herzl in 1895 in Parijs terecht. Net aangekomen in zijn hotelkamer hoorde hij een grote menigte op straat betogen tegen Dreyfus: “Mort aux Juifs, mort aux Juifs!” (Dood aan de joden). Herzl begreep dat wanneer in de geboortestad van de Revolutie “Dood aan de joden” werd geschreeuwd, er feitelijk geen hoop was op een beter lot voor de joden in Europa. Daarna schreef Herzl in zes weken als in trance Der Judenstaat. Het beschrijft de stichting van een joodse staat in Palestina, bevolkt door joden die en masse uit Rusland en Europa zouden emigreren. De inrichting van de staat was uiterst sociaal en egalitair, ook voor niet-joden. Herzl zelf noemt 31 >

het in zijn dagboek een profetische visie waarbij hij tijdens het schrijven af en toe het klapwieken van engelenvleugels meende te horen. Dat mag wat overdreven klinken maar zijn boek sloeg aan bij veel joden die het inderdaad profetisch vonden. Anderen vonden het onzin, zelfs gevaarlijke onzin, en verzetten zich hevig tegen wat al snel zionisme werd genoemd. De term is van Nathan Birnbaum, stichter van Kadimah, een zionistische studentenbeweging. Hij gebruikte het woord in 1890, in zijn blad Selbstemanzipation genoemd naar Leon Pinskers boek Auto-Emanzipation, dat Herzl overigens nooit gelezen had. Der Judenstaat Herzl was in zijn artikelen in die Neue Freie Presse nogal afstandelijk over Dreyfus, wat moeilijk te rijmen valt met de profetische extase die zich volgens eigen zeggen van hem meester had gemaakt. Mogelijk stelde hij zich terughoudend op omdat de hoofdredactie van de krant absoluut niet gediend was van Herzls ideeën over de lotsbestemming van het joodse volk. Anderen zien Karl Luegers benoeming tot burgemeester van Wenen vooral als aanleiding. Der Judenstaat ondervond veel steun in Europa en Rusland en bij de Chovevei Tsion van Leon Pinsker. Overal in Europa werden zionistische verenigingen opgericht. Onder de proletarische joodse massa’s in de grote Europese steden nam de aanhang snel toe, onder 32 De begrafenisstoet van Theodor Herzl op weg naar de herbegrafenis op de berg die naar hem vernoemd is, 1949 geduchte tegenstand van socialisme en communisme. Der Judenstaat kwam uit in februari 1896 en al in 1897 vond het eerste Zionistische congres plaats, in Bazel onder voorzitterschap van Theodor Herzl. Der Judenstaat kwam uit in februari 1896 en al in 1897 vond het eerste Zionistische congres plaats. Ongelukkig gezin Zeven jaar later overleed Herzl op 44-jarige leeftijd aan een hartkwaal. Hij wilde begraven worden naast zijn vader en schreef: “Ik zal daar liggen tot het Joodse volk mijn resten naar Israël brengt”. Dat gebeurde in 1949, op Har Herzl in Jeruzalem. Herzl was getrouwd met Julie Naschauer met wie hij drie kinderen had. Het was een ongelukkig gezin. Pauline overleed op veertig jarige leeftijd aan een overdosis drugs. Hans, die van Herzl niet besneden mocht worden, zwierf van geloof naar geloof en pleegde zelfmoord. Trude en haar man kwamen om in Theresienstadt. Hun enige kind Stephan nam als kapitein in het Engelse leger deel aan de bevrijding van Europa. In 1946 verbleef hij een tijd in Palestina en beloofde plechtig terug te keren. Toen hij zekerheid kreeg over het lot van zijn ouders pleegde hij in een depressie zelfmoord. Hij was de enige nakomeling van Herzl die zionist genoemd kan worden en werd ook begraven op Har Herzl. Volgende keer: Van Herzl tot de oprichting van de staat Israël.

LASTIGE VRAGEN Altijd voor jezelf opkomen? Enza Cohen vraagt Jacco Friedeberg (16, lid van Netzer) en Yaärah Hagbi (14, lid van Haboniem) hoe weerbaar ze zelf zijn. Wat betekent weerbaarheid volgens jou? Jacco: “Dat is een goeie… Weerbaarheid is hoe je tegenstand biedt tegen iets.” Yaärah: “Ik moet even googlen wat het is! Het is een vage definitie. Als ik aan weerbaarheid denk, ook al ken ik het woord pas net, denk ik aan Superman. Superhelden hebben voor mij wel een connectie met weerbaarheid. Ik vind weerbaarheid heel belangrijk, je moet kunnen opkomen voor je rechten en meningen.” Ben je verplicht altijd voor jezelf op te komen? Jacco: “Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat het wel belangrijk is dat je voor jezelf kúnt opkomen. Maar het is ook niet erg als het een keer niet lukt. Ik vind dat ik goed voor mezelf kan opkomen. Als ik ergens problemen mee heb en ik vind het belangrijk om het daadwerkelijk te uiten, dan lukt dat meestal wel.” Yaärah: “Niet verplicht. Opkomen voor jezelf is best een gedoe en mentaal vermoeiend. Er zijn situaties waarin het geen zin heeft. Bijvoorbeeld met homofobe mensen. Ben je verplicht voor anderen op te komen? Als iemand niet voor zichzelf kan of wil opkomen, is het antwoord ja.” Hoe kom je dan voor jezelf op? Jacco: “Gewoon door te zeggen wat ik ervan vind. Door te zeggen dat iets anders moet. Als ik bijvoorbeeld een bord met varkensvlees krijg voorgeschoteld, dan zal ik wel voor mezelf opkomen door te zeggen dat ik dat niet eet.” Yaärah: “Ik heb mezelf nooit hoeven te verdedigen. Ik heb ook echt geen idee wat ik zou moeten doen als er iets vervelends zou gebeuren. Ik heb op een joodse basisschool gezeten, ben gay en niet wit. Het is best opmerkelijk dat ik daar geen last mee heb gehad. Er zijn genoeg redenen.” tekst Enza Cohen Vind je jezelf weerbaar genoeg als het gaat om je joodse identiteit? Jacco: “Redelijk, maar ik vind dat het nog wel beter kan. Zeggen dat je geen varkensvlees eet is heel makkelijk, maar met sommige grotere situaties is het wat moeilijker, zoals over de situatie in Israël.” Yaärah: “Als er iets zou gebeuren zou ik me er best wel over kunnen uitspreken. Ik ga een persoon die een opmerking maakt niet achterna rennen of zo. Maar als het in mijn klas zou gebeuren zou ik wel mijn vinger opsteken en uitleggen waarom het niet kan. De reacties zijn altijd leuk.” Jacco Friedeberg (16) Yaärah Hagbi (14) Jongeren gezocht! Denk jij graag na over dilemma’s? Of ken je iemand die lastige vragen niet uit de weg gaat? Doe dan mee met deze rubriek en mail naar: redactie. joodsnu@gmail.com Wat helpt jou dat je beter voor je joods zijn durft uit te komen? Jacco: “Dat ik in een vertrouwde omgeving ben. Als ik het gevoel heb dat er geen problemen zijn met mijn joodse identiteit, dan durf ik er beter voor uit te komen. Bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Ik zie om me heen wel veel mensen die opstaan als ze met antisemitisme te maken krijgen, bijvoorbeeld op sociale media. Dan laten ze weten dat antisemitische commentaren of posts niet oké zijn. Ik doe dat zelf soms ook. Maar dat doe ik pas als ik het gevoel heb dat het op een bepaalde manier nut heeft, en dat ik mij er goed bij voel. Heel veel laat ik ook gewoon langs mij heen gaan.” Yaärah: “Juist het feit dat heel veel mensen het niet zeggen. Het is op school echt bijzonder, mensen zijn geïnteresseerd en dat vind ik heel leuk. Wat me het vaakst wordt gevraagd is: ‘moet je echt vasten op vastendagen?! Mag je zelfs niet drinken?’. Ik vind het wel heel schattig. Ik krijg ook veel: ‘Wow! Ik dacht dat dat alleen in de bijbel stond!’. Ik had een keer geantwoord “Jezus was ook joods, hé.’ Ja, ik vind het heel leuk om erover te vertellen.” 33

AAN TAFEL Als er feesten waren in sjoel of ergens anders, maakte mijn moeder altijd eiersalade. Makkelijk om te maken en iedereen vindt het lekker”, vertelt Lily. “Zij noemde die met een Jiddisch woord Klatsj.” Ester: “Op een dag hadden onze moeders beiden Klatsj gemaakt voor een Pesach bijeenkomst. Dat vonden wij wel grappig en we gingen samen alle gasten af om te vragen welke eiersalade lekkerder was. Die avond heeft de Klatsj van Lily’s moeder gewonnen. Het grote verschil is dat in haar eiersalade ui zit. Die van ons is wat simpeler, maar je kan het makkelijk opleuken met allerlei ingrediënten, zoals kerrie, korianderzaad, bieslook of fijngesneden prei, za’atar, yoghurt of worcestershire sauce. Een ding dat steeds terugkomt in onze vriendschap is onze rivaliserende eiersalade.” Ester en Lily zaten vanaf hun vierde jaar samen op joodse les. Hun moeders raakten bevriend toen ze beiden werkten bij het Joods Historisch Museum. “In het begin klikte het niet zo met Lily”, blikt Ester terug. “Maar uiteindelijk werden we goede vriendinnen.” Na samen op joodse les te hebben gezeten, volgden gezamenlijke vioollessen en begonnen ze bij een jeugdorkest. Lily: “Onze families kwamen en komen ook regelmatig bij elkaar voor joodse feesten. Dan wordt er wel afgesproken wie de Klatsj maakt. Zodat je op een feest niet met hetzelfde aan komt zetten. Tegenwoordig maken we het zelf ook altijd voor verjaardagen en feesten. Vooral voor Pesach, het kan heel goed op een matse. Of gewoon zonder reden, omdat het zo lekker is.” Toen Ester en Lily 21 waren, begonnen ze met hun klezmer band, samen met vrienden van school. “De andere bandleden zijn niet joods, maar ze hadden feeling voor de klezmer”, vertelt Ester. “De naam van onze band is Mokum Klatsj. Vernoemd naar de beroemde eiersalade. Maar er zit nog meer betekenis achter. Dat Klatsj Jiddisch is voor ‘prutje’, wat een eiersalade is, hebben we geleerd van een tante van mijn moeder. Verklatsjen betekent ook lelijk maken, verpesten. En bij kaartspellen betekent het valsspelen. Valsspelen heeft twee betekenissen. Het kan ook betekenen dat je muzikaal niet zuiver speelt. Dat vonden we dus ook heel grappig als bandnaam. “ Lily: “Daarnaast klinkt het gewoon leuk en krachtig. Klatsj! En het is makkelijk te onthouden. We hebben Mokum ervoor gezet, omdat we uit Amsterdam komen.” De vriendinnen treden de laatste tijd minder vaak op als Mokum Klatsj. Een deel van de band is doorgegaan onder een nieuwe naam: MatraK. “Maar we spelen nog steeds graag op feesten”, zegt Ester. “En we hebben klezmerles gegeven aan de kinderen op Talmoed Tora. Zij vonden het erg leuk en wij ook. Het is heel mooi om te zien dat kinderen enthousiast worden door muziek. Dat zouden we vaker willen doen.” De Klatsj van Ester Kook een gewenst aantal eieren hard. Pel ze en stamp ze fijn met de aardappelstamper (indien de eiersnijder ook bij u kapot is gegaan). Mayonaise, zout en peper toevoegen naar smaak. Pro tip: Schep er zelf eerst duidelijk wat uit. Als het ‘aangebroken’ lijkt nemen de gasten het sneller en wint het van de zalmsalade, tonijnsalade etcetera. 34

tekst Yael Haller foto Carla van Thijn Het familierecept van Ester Abram en Lily Menco De eeuwige klatsjstrijd De Klatsj van Lily Kook een hele doos scharreleieren (hard). Snij de eieren met mes en vork in kleine stukjes. Snij ook een kleine ui fijn en voeg die toe. Doe er daarna mayonaise bij. Geen exacte hoeveelheid, als het maar smeuïg wordt. Dan nog peper en zout naar smaak en klaar is Klatsj! 35

Antisemitisme is een manco van de mens Ronny Naftaniel stond als directeur van het CIDI jarenlang op de barricade en kwam hij op voor joodse zaken. Hoe kijkt hij naar de weerbaarheid van de joodse bevolking? V aak liet je horen dat je de opkomst van de joden teleurstellend vond. Hoe uit weerbaarheid zich volgens jou? “Ik denk dat weerbaarheid zich in Nederland eerder uitdrukt in financiële steun dan in daden. Joden vinden dat anderen weerbaar moeten zijn. Ze zijn bang voor geweld, of geïdentificeerd te worden met leuzen als “Israël kindermoordenaars” of met een fout imago zoals dat van Netanyahu of zeggen dat ze geen tijd hebben. Omdat de joden vaak ontbreken vullen de christenen, die wel weerbaar en ideologisch sterk pro-Israël zijn, dat vacuüm op. Maar die lopen dan soms met tenenkrommende borden rond, zingen liedjes en dansen de hora. Dat gebeurde bijvoorbeeld op de pro-Israël demo op 20 mei in Den Haag, toen Israël met raketten door Hamas werd beschoten. Dat was een evenement en geen demonstratie en daarvoor is dan ook weinig aandacht van de pers. Echte demonstraties in optocht door de stad, worden om allerlei redenen niet meer gehouden.” Wat draagt dan bij aan die weerbaarheid? “Kennis. Als je weet waar je het over hebt, voel je je zeker in de confrontatie. Je moet niet bang zijn en een interne gedrevenheid hebben. Wat bijdraagt is een positieve joodse identiteit. Dan heb je bij voorbeeld interesse voor de geschiedenis van Israël waardoor je je beter kan verdedigen en zo nodig met woorden aanvallen. Dan ben je er trots op dat je een jood bent en dat maakt eventuele angsten weer minder. Maar imagovorming is hierbij van belang: je moet wel trots kunnen zijn op dat36 tekst Rosa van der Wieken gene waar je voor demonstreert, waar je voor staat. Soms gebeuren er ook dingen in Israël, waarop je niet trots kan zijn.” ‘Antisemitisme blijft. En toch moet je je ertegen keren.’ Hoe weerbaar was het Nederlandse jodendom vóór de oorlog en is het nu? “Vóór de oorlog helemaal niet. Hoewel ze zich hebben ingezet voor de opvang van Duits joodse vluchtelingen. Maar ze geloofden heilig in de Nederlandse tolerantie en dat ze erbij hoorden. Nederlanders hadden nooit een oorlog gekend en Nederlandse joden waren nooit vervolgd en hadden daardoor geen weerstand. Maar in de oorlog hebben joden eigenlijk veel verzet gepleegd. Dus die weerstand bleek er wel te zijn. Nu vind ik de weerbaarheid van Nederlandse joden niet meer of minder dan in ander landen. Vergelijken met bijvoorbeeld Frankrijk is moeilijk omdat daar veel meer joden wonen terwijl ze ook veel meer lijden onder aanslagen.” “De Amerikaanse joden hebben een heel sterke lobby die echt politieke druk kan uitoefenen. Er waren altijd grote marsen dwars door New York als steun aan Israël. Het is in de eerste plaats een vertoning van terechte trots op de joodse staat. Zij werden en worden ook gedreven door een groot schuldgevoel omdat ze niets voor hun Europese broeders en zusters hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd is hun weerbaarheid niet afgenomen, maar door de grote assimilatie gedragen de joden zich steeds meer als andere Amerikanen en speelt Israël een wat minder grote rol in hun leven. De onderlinge verdeeldheid is ook gegroeid over de wijze waarop je Israël het beste kan helpen. Het opkomen van een kritische pro-Israël organisatie als J-Street naast de klassieke lobby-organisatie AIPAC was dertig jaar geleden ondenkbaar. Organisaties als de ADL, die zich richten op de bestrijding van antisemitisme en racisme hebben het moeilijker door de opstelling van aanhangers van Black Lives Matter, die menen dat joden per definitie tot de onderdrukkende bovenlaag van de bevolking behoren.” “Ik zie geen verschil tussen orthodox en libe

raal. De grote groep die we te weinig kunnen motiveren zijn de ongebonden joden. Ze zijn nog joods maar ze staan wel op de drempel van de volledige assimilatie. Toch gebeurt het dat ze later die trots op het jodendom ontdekken en terugkeren.” Hoe maak je de volgende generatie weerbaar? “Door ze veel mee te geven van wat jood-zijn betekent. Door ze de positieve kanten te laten beleven zoals de onderlinge band, de lange traditie, de veerkracht, de inhoud, Israël, etcetera . Door ze mee te geven dat je altijd vragen mag stellen, nooit iets hoeft aan te nemen. Waarschijnlijk door een geschiedenis van Talmoedische discussies. Dat je niet hoeft te accepteren dat iets niet kan, maar nieuwe andere wegen zoekt om het dan juist waar te maken. Jood-zijn betekent niet ellende, vervolging, problemen, maar veerkracht en originaliteit, geen middenmoter zijn.” Volgens Herzl was de strijd tegen het antisemitisme gedoemd te mislukken en was de enige oplossing het te ontwijken. “Antisemitisme blijft. En toch moet je je ertegen keren. Het is een ziekte van de samenleving. Door niets te doen word je passief en dat is on-joods. Antisemitisme is een manco van de mens, die zwarte schapen nodig heeft om zijn onmacht voor zijn eigen falen te compenseren. Ook daarom moet je ertegen vechten 'Als je weet waar je het over hebt, voel je je zeker in de confrontatie.' zonder de illusie te hebben dat het verdwijnt. Want als de joden weg zouden zijn uit de samenleving dan krijgt een andere minderheid het voor zijn kiezen. In de geschiedenis heeft het de joden naar elkaar toe gedreven en ons dus eerder versterkt dan verzwakt. Na duizenden jaren antisemitisme, vervolging en massamoord zijn we er nog steeds. Dat is veerkracht.” Wat is de functie van Israël in onze weerbaarheid? “Israël is een bron van trots. Wij zouden veel kwetsbaarder zijn zonder Israël. Israël voegt de daad bij het woord en haalt joden op uit Rusland, Ethiopië, Jemen. Het is de beste garantie voor onze uiteindelijke veiligheid.” Ronny Naftaniel is lid van bestuur van het Verbond, en o.a. voorzitter CJO en voormalig directeur CIDI. Waar komt jouw weerbaarheid vandaan? “Van mijn moeder en mijn grootmoeder. Ik ben onderdeel van het Joodse volk en heel politiek bewust opgevoed. Ik was lid van Scopus, en oprichter van Scalf waar ik madriech was. Tijdens mijn studie heb ik de ‘Werkgroep Israël’ opgericht als tegenwicht van het Palestina Komitee. Natuurlijk speelde de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in mijn familie. Dat nooit weer, niet voor ons, niet voor anderen. Mijn moeder was aardig militant en schreef ingezonden brieven, sprak mensen aan als haar iets niet beviel. Ik zag dat actievoeren zin had en goed voorbeeld doet goed volgen.” Drs. Ronny Naftaniel (m) en Rabijn Soetendorp tijdens een bijeenkomst op het Jonas Daniel Meijerplein ter ondersteuning van de joodse bevolking en tegen het geweld en de terreur in Israel, 21 april 2002. 37 J AN BOEVE / ANP

‘Als officier heb ik niet het recht om bang te zijn’ In camouflagehutten verblijven, gebieden in kaart brengen en de omgeving nauwlettend in de gaten houden. Rebecca Baruch (22), officier in het Israëlische leger, is met haar soldaten praktisch elke dag in het veld te vinden. Een gesprek over het leven als lone soldier, omgaan met spanning en jezelf weerbaarder maken. “Je moet leren dealen met tegenslag.” W e spreken elkaar op twee momenten. Het eerste contact hebben we begin dit jaar. Daarna breekt in april het Gaza-conflict uit, shomer hachomot genoemd. Hoe gaat het sindsdien? Op één van de schaarse momenten dat ze vrij is, maakt ze tijd voor het interview. Wanneer wist je dat je het leger in wilde? “Ik was 14 jaar en tijdens een zomerkamp van Haboniem hoorde ik een madriech praten over een tussenprogramma van tien maanden in Israël. Ook zag ik een documentaire over een meisje dat het leger inging. Toen dacht ik: dát is mijn pad. Ik voelde een klik. Ik hou van uitdagingen, op intellectueel en fysiek niveau. Op Wikipedia heb ik opgezocht wat binnen het leger de beste plek voor meisjes was. Vier jaar later was het zover, in de zomer van 2017 stapte ik na mijn middelbare school op het vliegtuig naar Israël.” Wat voor tussenprogramma was dat? “Het tussenprogramma, een Mechina, biedt je de ruimte na te denken over wat je verder met je leven wilt. Of je bijvoorbeeld wilt studeren of het leger in wilt gaan. Behalve filosofie, cultuur en geschiedenis leer je ook de samenleving kennen door verschillende 38 tekst Hester Stein mensen te ontmoeten. Ik heb toen veel geleerd over mezelf. Op school haalde ik wel goede cijfers, maar verloor ik het plezier in leren. En de liefde voor het leren wilde ik graag weer terugvinden. Ook wist ik dat ik in het leger wilde, dus moest ik mijn ivriet leren want op dat moment sprak ik geen woord. Je kunt niet voor een groep staan, projecten leiden of conflicten oplossen als je de taal niet machtig bent.” In 2018 begon je als soldaat in het leger. Wat voor ‘Een conflict is heftig, er komt een staakt het vuren en het leven gaat weer door.’ werk doe je nu? “Als officier bij ‘combat intelligence’ moet ik een gebied goed kennen, van het weer tot geografie. Mijn soldaten en ik verblijven langere tijd in camouflagehutten, houden het gebied in de gaten, moeten soms iemand in het veld tegenhouden om geweld te voorkomen. We hebben een relatief nieuwe unit en krijgen veel vrijheid om dingen te bedenken. Hoe we onze missies bijvoorbeeld beter kunnen aanpakken. Maar wat die missies zijn mag ik niet vertellen.” Hoe zien je dagen eruit? “Superintensief! Vanaf het moment dat ik opsta tot ik ga slapen denk ik aan onze soldaten en onze missie. Ik droom er zelfs van. Over CPL . ZEV MARMORSTEIN

Beeld ter illustratie wat mijn soldaten nodig hebben, wat we nog moeten doen. Maar het is wel een intensief leven waarvan ik geniet.” Je bent een ‘lone soldier’, een soldaat zonder Waarom koos je ervoor officier te worden? “Een madriech bij Haboniem vroeg mij eens waarom ik in het leger wilde. Ik begon een heel verhaal over de ideologie van Haboniem, waarom het belangrijk is jezelf voor Israël in te zetten. Toen zei hij: ‘Mooi, maar je hebt er niks aan als het jezelf niets oplevert en ook anderen niet die jij weer moet helpen.’ Ik geloof dat elke keuze die je maakt uiteindelijk een egoïstische keuze moet zijn. Toen ik bij Haboniem zat merkte ik al dat ik het leuk vond om leiding te geven en mensen te motiveren. En daarna wilde ik officier worden, omdat ik wist dat ik daar veel van kon leren en dat ik het naar mijn zin zou hebben. Dat was dus de beste keuze voor mij.” Heb je wel eens gedacht om in het Nederlandse leger te gaan? “Ik ben niet in het leger gegaan vanwege het dragen van een uniform of een wapen. Ik wil deel uitmaken van de Israëlische samenleving en mij op een positieve manier voor het land inzetten. Daarvoor moet je in het leger hebben gezeten.” ‘Veel mensen beseffen niet dat ze zélf kunnen werken aan verandering, hier in Israël.’ ouders in Israël. Wat betekent dat in de praktijk? “Je voelt je soms wel ‘lone’, maar je voelt je ook trots om een lone soldier te zijn. Alle Israelies zitten in het leger omdat ze moeten, maar ik heb ervoor gekozen. Ik woon in een appartement met andere lone soldiers in Beer sheva. Doordat ik besloot om langer te blijven en officier te worden, word ik op veel vlakken behandeld als ieder ander. Soms heb ik iets meer hulp nodig bij het regelen van dingen, zoals het afsluiten van een telefoonabonnement of het regelen van verzekeringen. Ook moet ik in het weekend élke dag drie maaltijden voor mezelf maken. Voor mij een flinke uitdaging. Je hebt geen ouders die dat voor je doen. Ook kun je sommige ervaringen niet delen. Mijn Nederlandse vrienden begrijpen niet wat ik hier doe en mijn Israëlische vrienden weten niet wie ik ben in Nederland. Door het intensieve leven hier merk ik dat zelfs ‘de Rebecca buiten het leger’ steeds meer verdwijnt. Al mijn tijd investeer ik in het leger. Soms is dat lastig, want er is ook een Rebecca die graag naar de film gaat of over politiek en filosofie praat. Of een hele dag met een puzzel bezig is. Daar heb ik nu geen tijd voor.” 39 >

Sam Drukker Onderweg 05.11.21 —— 20.03.2022 www.museumjan.nl Sam Drukker, Plaag, 2020, olieverf op doek, collectie kunstenaar

Hoe ga je daarmee om? “Soms krijg ik in vijf minuten drie telefoontjes en nog wat berichten. Ondertussen moet ik dan ook nog iets regelen. Een officier adviseerde me om tijd voor mezelf te nemen. Dus júist te gaan puzzelen. Júist te gaan Netflixen. Want je soldaten hebben er niks aan als je jezelf niet kunt opladen. Dus ik heb wat spelletjes op mijn telefoon gezet. Nu speel ik elke dag drie keer vijf minuten een soort Candycrush.” Praat je met je Nederlandse vrienden over je leven in Israël? “Het is een beladen onderwerp. In het begin ging ik mezelf verantwoorden, maar daar werd ik na een tijdje moe van. Sommige vriendinnen hebben het idee dat ik veranderd ben. Maar Ik geloof nog steeds in hetzelfde als waarin ik geloofde voordat ik het leger in ging. Het scheelt dat ik in mijn werk niet veel te maken heb met het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Ik zit in grensgebieden waar een vredesakkoord geldt. Maar ik denk dat veel mensen ook niet beseffen dat ze zélf kunnen werken aan verandering, hier in Israël. Of ze hebben daar geen zin in. Het grote verschil kun je pas maken in de dagelijkse praktijk. Wanneer ik bijvoorbeeld mijn soldaten vertel hoe ze hun missie moeten doen, hoe ze moeten handelen op basis van tolerantie en respect. Dat heeft meer impact dan de beslissingen die de regering maakt over bepaalde gebieden.” Ben je op een andere manier naar het conflict gaan kijken? “Ik mag geen politieke uitspraken doen, maar de realiteit is hier heel anders dan Nederlanders via het nieuws binnen krijgen. Het is jammer dat ze een soort Fauda-beeld hebben. Maar zo ziet mijn leven er niet uit.” Welke inzichten heb je de afgelopen jaren als officier opgedaan? “Een officier heeft niet het recht heeft om bang te zijn. Mijn verantwoordelijkheid is dat elke soldaat in mijn team zich goed voelt. Ook als we midden in de nacht onze weg moeten bepalen. Als officier heb ik een voorbeeldfunctie.” Wat voor impact had het Gaza-conflict in april op je werk? “Het was al heel onrustig in Israël. Toen het conflict begon, was het geen verrassing voor mij. Het conflict was in een ander grensgebied. Mijn werk bestond eruit ervoor te zorgen dat mijn soldaten veilig waren. Dat ze bijvoorbeeld niet bij een bushalte moesten stoppen in the middle of nowhere. Maar je merkt wel dat je soldaten gespannen zijn; ze hebben altijd vrienden die daar wél werkzaam zijn. En daarnaast is de onrust die af en toe opvlamt gewoon een realiteit in Israël. Een conflict is heftig, er komt een staakt het vuren en het leven gaat weer door.” Beeld ter illustratie Was terugkeren naar Nederland een optie voor je? “Je kiest voor dit leven als je verhuist naar Israël. En het geeft stress als je elke dag met spanning moet leven. Ik heb Israëlische vrienden die daarom weg gaan uit Israël. Maar ik accepteer het als een deel van mijn dagelijks bestaan. Het is heel bizar, maar je went eraan. Het is net als een elastiekje; de situatie gaat altijd weer terug naar normaal.” ‘Vanaf het moment dat ik opsta tot ik ga slapen denk ik aan onze soldaten en onze missie.’ Je had bijgetekend voor nog 4 jaar in het leger. Inmiddels zijn drie jaar voorbij. Wat voor plannen heb je? “Ik maak altijd het grapje dat ik eerst nog volgende week moet overleven. Maar goed, op dit moment heb ik geen idee wat ik later wil doen. Ik heb het naar mijn zin in het leger. En er is een mogelijkheid dat ik hier door kan groeien. Als ik het de komende twee jaar niet meer zo naar mijn zin heb, moet ik nadenken over wat ik dan wil. Misschien dat ik een jaar ga rondreizen, zoals veel Israelies doen.” Arza Nederland zet zich in als het deel van Het Verbond voor een Israëlische samenleving die ruimte laat aan alle religieuze en seculiere stromingen en in het bijzonder om de positie van liberale joden in Israël te verbeteren. Op deze pagina delen we informatie over interessante feiten en ontwikkelingen. Wat heeft jou geholpen weerbaarder te worden? “Het gaat om je state of mind. Hoe je zelf in het leven staat. Als mijn soldaten vragen waarom ze nóg een nacht in de buitenlucht moeten slapen, zeg ik dat het misschien niet eerlijk voelt, maar dat je met de klappen die je krijgt moet meebewegen. Je moet leren dealen met tegenslag. Een tijdje geleden moesten we een week in de natuur zien te overleven. We hadden weinig te eten en ik was uitgeput. In de vroege ochtend las ik een brief van een vriend van mij uit Nederland. Die brief heb ik standaard in mijn portemonnee. Daarin staat: ‘Ik had je graag een zakmes gegeven, maar dat is niet toegestaan. Gelukkig heb je ook een mentaal zakmes en je weet hoe daarmee om te gaan.’ Als ik een moeilijk moment heb, denk ik: ‘zakmes, zakmes, zakmes’. En dan zet ik weer een volgende stap.” 41

Vrouwen met kinderwagens uit het Landsberg Displaced Persons­kamp, 1945­50 Onze moed De expositie Unser Mut beslaat de jaren tussen 1945 en 1948; een cruciale periode in de joodse geschiedenis van Europa. Joden van Bialystok tot Amsterdam en van Berlijn tot Bari maakten een tijdperk door van verdrijving en vlucht, maar ook van herwonnen zelfbewustzijn en wederopbouw. Het zionisme was bij die laatste twee de stuwende kracht. I 42 n 1933 waren er ongeveer 10 miljoen joden in Europa, van wie zo’n 3,5 miljoen de naziterreur overleefden. Vanwege het wijdverbreide antisemitisme in Oost-Europa besloten joodse verzetsleiders, onder wie de dichter Abba Kovner, al tijdens de oorlog dat een wederopbouw van het joodse leven er onmogelijk was. Dat zou elders, het liefst in Palestina, moeten gebeuren. Zij kregen gelijk wat betreft het antisemitisme. Soms nog tijdens de oorlog waren er in de door het Rode Leger bevrijde gebieden tekst Hans Schippers in Polen, Oekraïne, Hongarije en Slowakije pogroms tegen joden die uit de kampen of de onderduik terugkeerden. Met als dieptepunt de moordpartij in het Poolse Kielce in juli 1946, met ruim 40 slachtoffers. Oorzaak van het geweld waren soms conflicten over huizen of ander bezit. Joden werden ook gezien als handlangers van het communisme. Tientallen malen, ook in Kielce, ging het echter om het ‘bloedsprookje’; kinderen zouden zijn ontvoerd om hun bloed te gebruiken bij het maken van matzes. Na het nieuws UNITED S TATES HOLOCAUS T MEMORIAL MUSEUM , WA SHINGTON , DC

over deze pogrom vluchtten duizenden joden naar Duitsland, waar zij werden opgevangen in meestal door de Amerikanen beheerde Displaced Persons (DP)-kampen. Rijke tentoonstelling De opzet van de enkele malen uitgestelde expositie is gebaseerd op een eind 2017 gehouden conferentie over de naoorlogse positie van de Europese joden. De naam Unser Mut is ontleend aan de titel van een Jiddisch partizanenlied. De sober vormgegeven tentoonstelling bestaat uit clusters met informatie over het naoorlogse joodse leven in zeven steden: Bialystok, Boedapest, Frankfurt, Amsterdam, Berlijn, Dzierzoniow en Bari. Bialystok in Oost-Polen is een stad waar het eens bloeiende joodse leven niet meer bestaat. Ongeveer de helft van de circa 100.000 inwoners was voor de oorlog joods. Bij de bevrijding van de stad in juli 1944 waren er hiervan nog ruim duizend over. Zij probeerden opnieuw een gemeenschap op te bouwen, maar o.a. de moord op drie leden van een hachshara, een zionistisch landbouwkamp, vlakbij de stad en het nieuws over de pogrom in Kielce, leidden tot de vlucht van honderden leden. De doodsteek voor de gemeenschap was de ‘antizionistische campagne’ van de communistische partij in 1968, waarbij veel joden gedwongen werden Polen te verlaten. Szymon Bartnowski, die zich ‘de laatste jood van Bialystok’ noemde, overleed in 2000. Wederopbouw in drie steden In Boedapest, Frankfurt en Amsterdam lukte het in wisselende mate wel de joodse gemeenschap te herstellen. Na de Duitse bezetting van Hongarije in 1944 deporteerden de nazi’s zo’n 250.000 joden die buiten Boedapest woonden naar Auschwitz. De 200.000 joden in Boedapest werden in enkele getto’s geconcentreerd. Het snel oprukkende Rode Leger en acties van onder meer de Zweedse diplomaat Wallenberg voorkwamen echter massale deportaties. Hierdoor overleefde ruim de helft van de joden in de stad. Erbuiten was dit slechts 20%. Van een wederopbouw van de gemeenschap kwam echter weinig terecht. Duizenden veelal jongere inwoners vertrokken na 1945 naar Palestina/Israël. Interne tegenstellingen, massale emigratie na de mislukte opstand van 1956, tegenwerking van de overheid en sterke assimilatie stonden daarna verdere opbouw in de weg. Pas na de val van het communisme in 1989 is er sprake van enig herstel van het joodse leven in de Hongaarse hoofdstad. Frankfurt en Amsterdam Voor de oorlog woonden er 29.000 joden in Frankfurt, waarvan iets meer dan de helft voor 1940 nog had kunnen emigreren. Van de resterende 14.000 keerden er na mei 1945 slechts enkele honderden terug. Daarte43 De tentoonstelling besteedt aandacht aan de joodse vrijstaat Reichenbach, die enkele jaren in het Poolse Neder-Silezië bestond. Demonstratie in het DP­kamp Poppendorf in 1947 nadat joodse DP's door de Britse autoriteiten de toegang tot Palestina was geweigerd genover stond een instroom van enkele duizenden gevluchte Poolse joden, die werden opgevangen in kamp Zeilsheim in het westen van Frankfurt. Daar ontstond een levendige gemeenschap met 80 geboortes en nog eens 150 zwangerschappen in de eerste helft van 1946. Zeilsheim werd na de stichting van Israël in 1948 opgeheven. Veel bewoners vertrokken naar de nieuwe staat. Anderen bleven in Frankfurt en versterkten de joodse gemeenschap, die tegenwoordig zo’n 6000 leden telt. Het wederopbouwproces in Amsterdam werd gekenmerkt door conflicten. De zwaar door de vervolging getroffen joodse gemeenschap, gereduceerd van 77.000 tot 15.000 personen, kreeg te horen dat zij dankbaar moest zijn voor hun overleving. Hulp voor teruggekeerden was er aanvankelijk nauwelijks. Zij waren niet de enigen die door de oorlog waren getroffen, werd hen verteld. In het verlengde hiervan speelde de opvoeding van de 3500 bij niet-joden ondergedoken kinderen. De commissie die zich daarmee bezighield wees het recht op voogdij door familieleden of joodse instellingen af. Een groot aantal kinderen mocht bij hun pleegouders blijven en vervreemdde van hun joodse achtergrond. > MÉMORIAL DE LA SHOAH , PARIS

De orthodoxe gemeente, geleid door opperrabbijn Justus Tal, speelde een belangrijke rol bij de wederopbouw. De LJG zou pas in de jaren vijftig een sterke groei doormaken. In tegenstelling tot voor de oorlog was het zionisme een sterke kracht in joods-Amsterdam. De Zionistenbond organiseerde trainingskampen en honderden vertrokken in de jaren 19451950 naar Israël. Vrijstaat Rychbach, Berlijn en Bari De tentoonstelling besteedt ook aandacht aan de joodse vrijstaat Reichenbach die enkele jaren in het Poolse Neder-Silezië bestond. De voordien daar wonende Duitsers waren gevlucht. Polen waren er nog nauwelijks, maar wel zo’n 10.000 meest Pools-joodse dwangarbeiders uit het nabijgelegen concentratiekamp Gross-Rosen. Met toestemming van de regering vestigden zich enkele duizenden in het plaatsje Reichenbach, (Rychbach in het Jiddisch, in het Pools Dzierzoniow). Zij hadden daar politieke, culturele en religieuze autonomie, beveiligd door een joodse militie. De gemeenschap kreeg versterking van zo’n 7000 joden die terugkeerden uit de kampen en de Sovjetunie. Vrijwel allen hadden hun familie en bezit verloren en wilden in 44 Abraham Rozenberg, zwaargewicht kampioen Reichenbach een nieuw leven opbouwen. ‘Vrijstaat Rychbach’ bestond onder toenemende communistische druk tot ongeveer 1949. Toen werden alle joodse organisaties ontbonden. Zionisten kregen de raad naar Israël te gaan, anders wachtte de gevangenis. De gemeenschap bleef met circa 2500 joden bestaan tot midden jaren vijftig. Wat betreft Berlijn besteedt de tentoonstelling vooral aandacht aan de meestal uit het buitenland teruggekeerde joodse communisten. Zij wilden een sociaal-rechtvaardig Duitsland opbouwen en waren aanvankelijk ook vaak actief in de joodse gemeenschap. Dit was tot 1949 te combineren, daarna verbood de partij dit. Voor sommigen had dit ernstige gevolgen. Julius Meyer was een leerbewerker uit Pruisen, die in 1930 lid van de communistische partij was geworden. Tijdens de oorlog zat hij ondergedoken in Berlijn, werd gearresteerd in 1943 en overleefde Auschwitz en Ravensbrück. Tientallen familieleden, onder wie zijn vrouw en kinderen werden vermoord. Meyer had tal van vooraanstaande functies in joodse organisaties, maar was ook lid van het Oost-Duitse parlement. Toen hij in 1953 een oproep kreeg voor een verhoor vluchtte hij naar West-Berlijn, later ging hij naar Brazilië. De Amerikanen, die in 1943 het Zuid-Italiaanse Bari veroverden, richtten er een DP-kamp op voor een klein aantal door de fascisten geïnterneerde joden. Na 1945 arriveerden er meer vluchtelingen in Bari en omgeving tot een totaal van 7000. Zij zagen de plaats als springplank voor Palestina. De meesten, die met hulp van de in Zuid-Italië gelegerde Joodse Brigade de overtocht waagden, eindigden echter in Britse interneringskampen op Cyprus. Het DP-kamp in Bari werd in 1948 opgeheven. De tentoonstelling ‘Unser Mut’ in de mooie nieuwe vleugel van het Joodse Museum in Frankfurt loopt tot 18 januari 2022. Cultuur in de naoorlogse jaren Vooral in de mooi uitgevoerde catalogus en in mindere mate de tentoonstelling zelf wordt uitgebreid aandacht besteed aan de cultuur in de eerste naoorlogse jaren, die sterk was gekleurd door ervaringen in de jaren 40-45. Er werd geprobeerd de nazimisdaden te documenteren. In Duitsland nam de uitgave van Jiddische boeken en kranten en toneeluitvoeringen een hoge, maar tijdelijke vlucht. Ereraden beoordeelden het gedrag van joodse kapo’s. In een DP-kamp bestond er echter ook een KZ-Kabaret en een in gestreepte kleding gestoken orkest. Zaken die ons nu vreemd aandoen, maar die te begrijpen zijn als pogingen om het onvoorstelbare bevattelijk te maken. Van groot belang waren ook de pogingen om waardevol religieus en cultureel bezit op te sporen en terug te brengen. Kortom, een zeer mooie expositie en publicatie in Frankfurt. R OZENBERG FAMILY COLLEC TION

Hoe is het om voorzitter te zijn van een kille? Leopold Hertzberger, voorzitter van LJG Rotterdam, wil investeren in de jeugd en hoopt op nog meer actieve leden. W at voor kille is Rotterdam? “Rotterdam is een echte ‘doe-stad’, geen woorden maar daden. Dat merk je ook in de kille. We hebben samen letterlijk getimmerd aan de vorige sjoel. We zijn een club die het voor elkaar opneemt als het erop aankomt. Maar we zijn als derde grootste kille nu te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken. Als je een hele kleine kille hebt, ben je écht afhankelijk van elkaar. Als een kille groter wordt, dan neemt de onderlinge afstand toe en de betrokkenheid af. Daardoor is het lastig meer vrijwilligers te vinden naast de al actieve leden. Eigenlijk heb je dan een professionele organisatie nodig om bepaalde taken uit te voeren en zover zijn we nog niet.” Hoe zie jij de toekomst van de kille? “Vergrijzing is een serieus probleem voor alle kehillot, dus ook voor ons. Er zijn plannen om als LJG samen met de Nederlands-Israëlitische Gemeente in Rotterdam jongeren te trekken. Religieuze dingen samendoen zal niet lukken, daarvoor zijn de verschillen te groot. Maar voor de jeugd kunnen we wél samen iets betekenen. We denken aan een jongerencentrum. Het is nu de vraag hoe we de joodse jongeren die we nog niet kennen gaan bereiken.” Waar denken jullie aan? “Rosanne, een van mijn kinderen, heeft een tijd in St. Louis gewoond. Zij beschreef dat als men daar jongeren wil betrekken bij een kille, ze een grote hoeveelheid geld, bier en dj’s naar tekst Hester Stein foto Claudia Kamergorodski de jonge generatie gooien. In Nederland geven we hun een taak en vragen hen om één keer per maand met ‘bejaarden’ te vergaderen. Dat is dus niet de weg. Eigenlijk moet je jongeren zélf jongeren laten trekken. Die initiatieven moet je steunen. Hoe dat eruit gaat zien in onze regio is nog onduidelijk.” Leopold Hertzberger is getrouwd, heeft drie kinderen en was werkzaam als neuroloog en als SCEN­arts. Negentien jaar geleden was hij al voorzitter van LJG Rotterdam. Daarna werd hij penningmeester en is inmiddels zes jaar opnieuw voorzitter. Vraag voor de voorzitter van Dieren: Wat doen jullie om aantrekkelijk te zijn voor de jonge generatie? ‘Hoe activeer je leden?’. Dat was de vraag van Naomi Adler, de voormalige voorzitter van Tilburg, voor jou. “Ik benader zelf mensen voor bepaalde taken, maar het heeft maar beperkt succes. Daar voel ik me ook onzeker in. Moet ik die boodschap niet veel krachtiger brengen? Ik ben te lief, denk ik. We hebben vrijwilligers nodig, bijvoorbeeld voor de Toranoetgroep. Dan bereid je samen met anderen de kiddoesj voor na de dienst. Soms alleen koffie, thee en een hapje en eens per maand een maaltijd. Het lijkt een kleine taak, maar het is wél een belangrijke voor de gemeenschap.” Is dit moeilijk op te lossen? “De kille bestaat uit mensen die de handen uit de mouwen steken als de nood aan de man is. Maar de leden ervaren het gebrek aan vrijwilligers niet als een crisissituatie. En dat is het ogenschijnlijk ook niet. Maar je hebt een actieve gemeenschap nodig om aantrekkelijk te blijven voor de volgende generatie. Dus mijn oproep aan de leden van onze kehille luidt: bel me op en vraag wat jij voor jouw LJG kunt doen!” 45

Joods zijn in deze tijd is niet altijd even gemakkelijk. Hoe weerbaar zijn we zelf? En hoe geven we daar vorm aan? De reacties. We laten ons niet wegduwen Toen Wolfgang 90 jaar werd, hebben de buurtbewoners allemaal ballonnen in onze tuin geplaatst. Ze gaven hem een enorme bos bloemen. De mensen weten hier dat we joods zijn. Ze kennen onze achtergrond en hebben daar ook respect ervoor. Ons adagium is: onbekend maakt onbemind. In het verleden maakten we ieder jaar een grote soeka waarin wij familie en kennissen ontvingen, maar ook buren en niet-joodse vrienden. Over het jodendom praten zien we als een vorm van weerbaarheid. Wolfgang spreekt nog steeds op scholen over zijn verleden en over de Tweede Wereldoorlog. Hij is lid van de Jom haSjoa herdenking. Voor hem is dat een manier om zijn stem te laten horen, zich te manifesteren en zich niet weg te laten druk46 ‘We willen ons niet verbergen’ ken. Weerbaarheid vraagt ook dat je je niet afsluit voor je omgeving, dat je contact zoekt en het gesprek aangaat. Reageer je met boosheid of probeer je redelijk te blijven? Dat betekent inherent dat je wél je mond opentrekt, dat je je niet weg laat duwen. We willen ons niet verbergen. Daarom zetten we met Chanoeka gewoon de Chanoekia in de vensterbank. De buren vinden het leuk en als ze er vragen over hebben, dan vertel ik meer over de achtergrond. Je kunt onder een steen blijven liggen en af en toe roepen dat je joods bent, maar daarmee schiet je niks op. En ja, af en toe kom je mensen tegen die met modder gooien. Maar dat moet je niet weerhouden om te blijven staan. Een voorbeeld hierin vinden we Jacques Grishaver. Wat werd die man tegengewerkt. Zelfs door mensen in de joodse kring. Maar hij zei gewoon: jullie kunnen de boom in. En hij is doorgegaan. Wolfgang en Janneke Kotek, LJG Rotterdam

Geen garantie Word ik belemmerd in mijn jood-zijn? Ja. Maar ik besef dat het een persoonlijke angst is, als er af en toe naar mijn Magen David wordt gekeken die ik als sieraad draag. Ook al wordt er dan niets negatiefs tegen me gezegd of gedaan. Maar die blik zegt mij vaak wel genoeg. Ik draag altijd de Davidster, maar als ik naar buiten ga, met het openbaar vervoer moet, of naar een feest of bijeenkomst, dan draag ik het sieraad onder mijn kleding. Uit voorzorg. En dat zou ik nooit doen als ik in sjoel ben of naar een joodse bijeenkomst ga en nooit als ik in Israël ben. Toen ik op een middelbare school werkte met veel kinderen uit islamitische culturen, was het steeds raak. Dan stond een hakenkruis op het bord getekend of in de bank gekrast. En zelfs een keer op mijn auto. Toen heb ik echt een conflict gekregen met de leerling die dat had gedaan. Op zich besefte ik dat dit gedrag bedoeld was om te provoceren, want ik had meestal een prettige band met de leerlingen. Ik sprak heel open met hen over mijn achtergrond. Over de holocaust, maar ook over de joodse feestdagen en ook over hun feestdagen. Maar toch: Ook al praat je er open over, vertel je over je geschiedenis, het is geen garantie dat het niet mis kan gaan. Naam bekend bij de redactie Gebrek aan vertrouwen Ik merk bij veel kinderen – ook joodse kinderen- een gebrek aan vertrouwen. Soms lijkt het of ze geen goed zelfbeeld hebben, niet weten wat ze wel of niet kunnen. Ik heb zelf een militaire achtergrond, heb bij de politie gewerkt en bij de marechaussee. In mijn werk heb ik mij verdiept in leiderschap. Mijn eigen kinderen heb ik geleerd om je geen zorgen te maken, maar te plannen en keuzes te maken. Je moet je vaardigheden ontdekken, je inzetten en goed voor jezelf zorgen. En dan pas zorg je voor de ander. Je moet leren omgaan met stress en jezelf leren kalmeren. Dat is emotioneel en mentaal groeien. En ook belangrijk: trots zijn op jezelf. In een joods gezin komt daarbij dat je ook praat over maatschappelijke discussies die met het jood-zijn te maken hebben. Over Tora en Tenach. Zodat je weet waar je staat. Dat maakt je een stuk weerbaarder. Ouders hebben vooral de taak om kinderen te stimuleren om nieuwe stappen te zetten. Ik heb zelf weinig met geklaag, kom op zeg. En ja, vallen en opstaan hoort bij het leven. Zonder dat blijft er weinig over van weerbaarheid en zelfvertrouwen. Peres Yehuda Tieleman Winter, België Ik bén een optimistisch mens ‘Ik draag altijd de Davidster’ ‘Gedurende mijn hele leven zag ik mijzelf als een joods kind’ Vanaf dat ik een klein kind was – ik ben geboren in 1948- heb ik meegekregen dat joden anders zijn en altijd op hun hoede moeten zijn. Mede deze boodschap van ‘alert zijn’ heeft mijn vertrouwen in de mens erg beïnvloed. Gedurende mijn hele leven zag ik mijzelf als een joods kind, te laat geboren om samen vermoord te zijn, maar ook te jong om van mijn getraumatiseerde ouders mee te krijgen wat joods leven kan zijn: dat je het kunt vieren, dat het waardevol is en dat je ervan kunt genieten. Ondertussen besefte ik ook dat ik niet als honderd procent joods werd gezien, want alleen mijn vader was joods. Na een lange weg ben ik uiteindelijk samen met mijn dochter Bat Mitswa geworden. Ik wenste haar als geen ander mijn joodse verbinding toe, als een natuurlijk gegeven. Ben ik nog steeds op mijn hoede? Voor een deel. Ik heb ook het vertrouwen dat veel goed kan gaan. Ik bén een optimistisch mens en ik probeer steeds opnieuw op een luchtige manier mijn leven invulling te geven. Maar ik vind het lastig. De wereld geeft mij maar weinig vertrouwen dat ik mijn oplettendheid los mag laten. Altijd blijf ik alert op de onderstroom die nooit onderschat moet worden, op de mensen die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen daden. Inmiddels ben ik bijna dertig jaar betrokken bij de LJG Gelderland. Daar hervind ik een gevoel van verwantschap in de kracht, de nieuwsgierigheid en de zorg om onze wereld. En het geeft me rust. Soms lijkt niets meer blij, maar het is meestal toch mogelijk een sprankje te vinden dat relativeert en helpt, jiddishkeit! Lille Dresden Gespletenheid ‘Mijn eigen kinderen heb ik geleerd om je geen zorgen te maken’ Mijn dochter vindt het jodendom alleen maar leuk. Voor haar betekent joods zijn elke vrijdagavond een feestje, mooie verhalen, vriendinnetjes maken in sjoel en trots op school vertellen wat voor feest we nu weer vieren. Haar enthousiasme koester ik, het illustreert hoe goed het voor ons als gezin is geweest om ons aan te melden bij de LJG. In een podcast van Esther Erwteman hoorde ik haar de term “een rond en zoet jodendom” gebruiken, en dat illustreert precies hoe ik het ervaar. De donkere associaties hebben voor een groot deel plaats gemaakt voor een jodendom dat ruikt naar versgebakken challe. Toch ben ik elke keer bang dat Rifka nare opmerkingen krijgt en dat haar jodendom van melk en honing vergiftigd wordt door haat. 47 >

Bij ons thuis en in sjoel is het veilig en warm maar de buitenwereld is dat niet. Ik zou haar heel graag willen beschermen, maar ik weet nog niet precies hoe. hoeft te werken aan je weerbaarheid. Want dat wordt uiteindelijk een ingebouwd mechanisme. Misschien wordt weerbaarheid zelfs overbodig, omdat er niets meer geweerd hoeft te worden. Een paar weken geleden raakten we aan de praat met een man op een parkeerplaats, een dertiger van Marokkaanse afkomst. Hij vertelde over zijn werk als begeleider in een tbs kliniek en vertelde ook heel open over zijn eigen jeugd en criminele verleden. En dat hij nu jongeren hielp die vast waren gelopen. Op een gegeven moment riep Rifka enthousiast vanaf de achterbank: “Wij gaan zo naar huis lekker Sjabbat vieren.” Ik merkte dat ik schrok, ik wilde het niet, maar het gebeurde toch. Tot mijn opluchting reageerde de man heel lief en geïnteresseerd. En ik schaamde me voor mijn eigen gedachtes. Ikzelf zou nooit verteld hebben dat we onderweg waren om Sjabbat te vieren, of dat we joods waren, terwijl de man wel open over zijn achtergrond had verteld. Dit is de gespletenheid in mij. Ik denk vaak dat ik volop joods kan zijn, dat ik minder angstig ben dan mijn moeder. Ik wil ook graag denken dat ik mij niet laat leiden door vooroordelen. Ik wil een rond en zoet jodendom. Maar hoe graag ik dat ook wil en hoe fijn en veilig ik me ook voel bij de LJG, die andere kant is er ook. Er is antisemitisme. Er staat niet voor niets gewapende Marechaussee voor de ingang van Sjoel. Rifka loopt er dansend langs, ze ziet ze niet eens. Ondertussen lopen op de Dam mensen met sterren en prinsenvlaggen. Op school laat Rifka trots haar lineaal met Hebreewse letters zien. Ik hoop dat ik haar weerbaar maak door haar in de veiligheid van ons gezin te laten zijn wie ze is. Wie een beter antwoord heeft mag het zeggen. Jorn van der Veen Ingebouwd mechanisme Mijn ‘weerbaarheid’ in relatie tot mijn jodendom is vooral ontwikkeld door mijn ervaringen. Vanaf jonge leeftijd was ik gewend om in de meeste situaties de enige jood te zijn. Dit zorgde helaas wel eens voor vervelende situaties. Maar die ervaringen hebben wel enorm bijgedragen aan mijn zelfvertrouwen als (joods) mens. Ze hadden het positieve effect dat ik mij al op jonge leeftijd richtte op de vraag wat ìk wilde en hoe ik naar mezelf wilde kijken. En ook: hoe ik met emoties wilde omgaan. Ik ben ervan overtuigd dat als je ervoor kiest om authentiek te leven, je een stuk minder 48 ‘Vanaf jonge leeftijd was ik gewend om in de meeste situaties de enige jood te zijn’ ‘Ik denk vaak dat ik volop joods kan zijn’ Het afgelopen jaar heb ik regelmatig met mijn partner over weerbaarheid gesproken. Zij studeerde pedagogische wetenschappen en werkt momenteel aan meerdere gedragswetenschappelijke onderzoeken. Wij hadden het vaak over de afwezigheid van weerbaarheid (het niet kunnen omgaan met emoties) bij adolescenten. Eigenlijk zou op de basisschool hier al aandacht aan moeten worden besteed. Ik denk dat wanneer iemand de eigen emoties onder controle heeft en weet wie hij of zij is, dat uiteindelijk ook kan leiden tot de acceptatie van anderen. Kai Bolwijn Barstjes in al die getto-muren ‘Veel jongeren brengen de moed op om hun verstikkende traditionele milieu te verlaten’ Onlangs was het tien jaar geleden dat wij op Aliya gingen en we voelen ons inmiddels thuis in Israël. Het is vertrouwd en toch steeds weer fascinerend in deze samenleving van individuen, waar men zichzelf wil zijn, maar verschillende opvattingen en manieren de saamhorigheid niet verstoren. Ik ga hier bijvoorbeeld door voor een links progressieve ongelovige, maar dat staat de goede verstandverhouding met onze rechts religieus georiënteerde vrienden niet in de weg. Toegegeven, de ultra-orthodoxie zet zich af tegen de vermaledijde rest. En er zijn altijd weer joodse en niet-joodse groepjes die politiek en fysiek geweld gebruiken tegen hun zelf gecreëerde vijanden. Maar alle schreeuwers in de politieke en religieuze arena’s kunnen de verdraagzaamheid en het wederzijds fatsoen in het leven van alledag en van alleman in ons land niet verhullen. En er beginnen barstjes te komen in al die getto-muren. Veel jongeren brengen de moed op om hun verstikkende traditionele milieu te verlaten en en masse weg te trekken, meestal naar het veelkleurige Tel Aviv. Zelfs het oude politieke bastion dat alles en iedereen tot vijand had verklaard, heeft plaats gemaakt voor een coalitie van uiterst rechts tot uiterst links en van joods tot Arabisch, die gewoon z’n werk probeert te doen en daar zo nu en dan verrassend goed in slaagt. Dit is een weerbaarheid van leiders die zich kwetsbaar durven opstellen omdat het ten goede komt aan de mensen in dit land. Leiders die een stapje terug durven doen omdat daarmee de samenleving gediend wordt. De naam

van Yaïr Lapid mag hier wat mij betreft met ere genoemd worden. En dan nog wat. Weerbaarheid en de moed om kwetsbaarheid te durven tonen zijn gebaseerd op een sterke eigen identiteit. Weten waarvoor en voor wie wij leven. En soms sterven. Ja, ook dat is een aspect van het leven in Israël. Ook daarin zijn we kwetsbaar en weerbaar tegelijk. kan ik natuurlijk niet beantwoorden omdat ik al meer dan 25 jaar in Jeruzalem woon. Want daar kan je ‘volop joods’ zijn, maar de vraag naar dat joods-zijn, is daar nog nooit echt beantwoord. Daar heb je een behoorlijke portie weerbaarheid voor nodig! Marion Kunstenaar Jochanan (Joop) de Graaf, Modi’in, Israel Kennis als weerbaarheid In het Engelse woord voor weerbaarheid, defensability, vind je duidelijk het begrip verdediging. In weerbaarheid schuilt ook het begrip weren, afweer, verweer, een muur of bastion waarachter je je kunt beschermen, verschansen. Natuurlijk allemaal termen die we begrijpen en kunnen betrekken op onze eigen - joodse - situatie. Alleen schuilt er mijns inziens behalve assertiviteit een element van agressiviteit in. Daarom wil ik pleiten voor kennis als kernwoord voor het begrip weerbaarheid. Het gaat niet alleen om de aanvallen van “wat jullie daar in Israël doen met die arme Palestijnen”, maar ook om goed geïnformeerde, kritische opmerkingen over de Israëlische politiek. Weten wat de achtergrond van bepaalde situaties is, goed geïnformeerd zijn over de juiste toedracht van een gebeurtenis. Zo ontstaat zelfbewustzijn, fundamenteel vertrouwen in de eigen positie. Dan spring je niet op bij de eerste de beste al dan niet valse aantijging. Dan weet je dat je je opponent eerst rustig moet laten uitpraten, dat je aandachtig moet luisteren, dat je hem of haar moet vragen hoe hij/zij aan die ideeën komt en zo laat je zien dat je hem/haar serieus neemt. Dan pas moet je komen met de eigen argumenten en laten zien waar de ander de fout in gaat. Als je door je eigen kennis in staat bent je zo op te stellen, je veilig te voelen, hoe het gesprek of de confrontatie ook afloopt, dan ben je werkelijk weerbaar! Lernen inspireert mij om weerbaar te zijn, zoals een groepje LJG-ers iedere sjabat voor de dienst met elkaar doet. Mij verdiepen in de traditie, de filosofie, de geschiedenis van het jodendom via verschillende cursussen en boeken, boeken, boeken. En niet in het minst de gesprekken met elkaar over wat ons bezig houdt! Personen die mij inspireren zijn vooral de velen die door hun houding in en na de verschrikkingen van de Sjoa hebben volgehouden, stand gehouden en ons nog altijd zo veel kunnen leren. Ik noem alleen de naam van Etty Hillesum. Kun je volop joods zijn in deze tijd? Die vraag ‘Maar wat we wel hebben bereikt is dat onze zoon nu weet dat hij een trotse jood mag zijn’ Trotse joden Roos Elkerbout en Paulus Lodiers werden er door de ouders van teamgenoten van hun zoon Tobias op geattendeerd dat hun zoon door de voetbaltrainer ‘kankerjood’ en ‘teringjoodje’ werd genoemd. “We schrokken hier enorm van, we hadden geen idee!” De schok was tweeledig. “We waren erg kwaad op de trainer, die het blijkbaar acceptabel vond om zich zo te uiten, ten overstaan van het volledige team. Maar we schrokken er ook van dat onze zoon het ons niet zelf had verteld.” Roos en Paulus namen meteen contact op met de Watergraafsmeerse voetbalclub. Het was net in de periode dat amateurclubs erg bezig waren met alertheid op discriminatie, racisme en antisemitisme op de voetbalvelden. Helaas pakte de club het weinig voortvarend op, waardoor het een welles-nietes spel werd tussen de trainer en Tobias. “Dit leek me een goed moment om het er niet bij te laten zitten. Sowieso om die club te laten zien dat dit niet kan, maar ook om een voorbeeld te stellen voor mijn zoon. Wij zijn trotse joden en we laten ons niet op deze manier behandelen.” ‘Lernen inspireert mij om weerbaar te zijn’ Roos en Paulus stapten naar het Parool dat aandacht besteedde aan de kwestie. De club schrok daar meer van dan van het antisemitisme van de trainer. “Wij vonden het onverteerbaar dat de club een soort neutrale positie in wilde nemen. Dat kan niet als het gaat om antisemitische of racistische uitlatingen.” Er was wel enige twijfel. “Werd de kwestie niet groter door er veel aandacht aan te besteden? Het alternatief zou zijn geweest het erbij te laten zitten, maar de opmerkingen van de trainer waren zo duidelijk antisemitisch dat dit geen optie was.” Het duurde nog weken voordat de club en de KNVB eindelijk maatregelen namen. De trainer werd voor enkele maanden geschorst. “Ik denk niet dat de trainer door onze actie spijt heeft gekregen of inzicht in zijn eigen handelen. Maar wat we wel hebben bereikt is dat onze zoon nu weet dat hij een trotse jood mag zijn. Hij hoeft zijn joods-zijn niet te verzwijgen en zich er ook niet voor te schamen. Als hem onrecht wordt aangedaan, kan hij daar iets tegen doen.” Redactie 49

GENERATIES De glans van het jodendom Jetty van Gelder-Pinto (l) met haar dochter Monique Belinfante-van Gelder 50

> 51

Na de oorlog was het opbouwen van de joodse gemeenschap de hoofdzaak. De volgende generatie wilde óók de glans van het jodendom terug. Is dat gelukt? Een gesprek met Jetty van Gelder-Pinto, haar dochter Monique Belinfante-van Gelder en kleindochter Esya. men. “Eens vroeg mijn broer aan één van die vrienden wat voor nummer hij op z’n arm had. ‘Oh, dat is als ik mijn telefoonnummer vergeet’, zei hij. We voelden als kinderen wel dat het een bijzonder gezelschap was, ze waren tegelijkertijd ook heel hecht, al kon er aan de bridgetafel flink ruzie worden gemaakt.” lke avond pakt ze de telefoon. Even horen of het goed gaat met haar zusje Renée. Het zijn sporen die de oorlog heeft nagelaten in het leven van de 90-jarige Jetty van Gelder. Ze woont sinds een jaar in een ruim opgezet ouderencentrum, praktisch naast de LJG Amsterdam. Op sjabbesochtend kan ze de leden van de kille voorbij zien wandelen. Haar dochter Monique bezoekt haar iedere week. Jetty vertelt zittend aan de eettafel waar ook Monique is aangeschoven: “Toen we moesten onderduiken zei mijn moeder dat ik goed op mijn zusje moest letten. Dat heeft zoveel indruk op mij gemaakt”. Waren er na de oorlog soms turbulente tijden in het leven van haar zusje, dan maakte Jetty zich zorgen. En nog steeds wordt ze af en toe plotseling wakker en vraagt ze zich geschrokken af waar haar zusje is. Monique: “Mijn moeder heeft ruim drie jaar met haar zusje in de onderduik gezeten. Ze schelen maar 15 maanden, maar die verantwoordelijkheid is ze altijd blijven voelen.” Sociaal bad De onderduik eindigde toen Jetty 14 jaar was. Haar moeder kwam terug, haar vader bleek in 1943 gedeporteerd en vermoord. Het religieus jodendom, dat in het gezin al niet diepgeworteld was, verdween voorgoed uit hun leven. Jetty: “Er was niets meer dat klopte, daar had de oorlog wel voor gezorgd.” Ze trouwde met Leo, die agnost was. Het stel werd traditiegetrouw lid van de NIHS. “Mijn ouders voelden vooral een hele sterk drang om de joodse gemeenschap weer op te bouwen”, vertelt Monique. “Ze waren door de oorlog zoveel familie, vrienden en kennissen kwijtgeraakt; de gemeenschap voelde als een sociaal bad.” Monique herinnert zich hoe de nog overlevende vrienden bij haar oma op bezoek kwa52 tekst Hester Stein foto Claudia Kamergorodski Niet vanuit liefde Het gezin ging alleen met de Hoge Feestdagen naar sjoel. Toch kregen de kinderen wel joodse les en werd haar zoon bar mitswa. Jetty: “Ik wilde absoluut dat mijn kinderen wisten dat ze joods waren. Want dan weet je wie je bent en ben je weerbaarder. Maar ook zag ik de kinderen als onze overwinning op de oorlog.” Monique: “Maar het was niet vanuit liefde voor het jodendom, zo van: fijn dat we joods zijn.” Jetty: “Nee, dat klopt.” Het accent kwam te liggen op het sociaal maatschappelijke jodendom. Na een conflict over de orthodoxe reglementen werden Jetty en Leo lid van LJG Amsterdam. Monique vertelt dat haar vader voorzitter werd van de LJG en haar moeder in het bestuur zat van JMW, het NIW en de Jeugd Aliya. Haar vader was behalve socialist ook een fervent zionist. “Hij volgde het nieuws als een waanzinnige, zeker als het over Israël ging. Hij werkte als keel- neus- en oorarts in de CIZ, later het joodse ziekenhuis in Amstelveen. Veel verpleegkundigen en artsen reisden tijdens de Zesdaagse Oorlog naar Israël om daar de gezondheidszorg te ondersteunen, waardoor er een tekort aan mankracht was in het ziekenhuis. Dat ik als 13-jarige aan de slag ging in de linnenkamer van het ziekenhuis was vanzelfsprekend.” In Moniques studententijd bezocht ze de LJG Rotterdam, trouwde later met Jochanan, verhuisde naar Brabant en later naar Venlo en haar gezin sloot zich eerst aan bij de LJG Brabant en later bij de LJG Gelderland. Van de LJG Brabant was zij voorzitter van 1991 tot 1996, sinds 2020 is zij voorzitter van de LJG Gelderland. Was het dezelfde betrokkenheid bij de joodse ‘Mijn ouders vonden dat je niet ‘te koop’ moest lopen met je jodendom.’ gemeenschap die ook haar ouders hadden? “Als oudste kind voelde ik de verantwoordelijkheid om voort te zetten wat grotendeels was weggevaagd: je bent er niet alleen voor jezelf, je doet ook iets voor de joodse gemeenschap.” Maar er zijn ook verschillen, merkt Monique op. “Ik besef dat ik niet helemaal los kan komen van de lasten van het rugzakje door de oorlog, maar ik wil het positieve en mooie van het jodendom laten zien, ook al ben ik zelf niet religieus. Ik wil het jodendom zien als een levende traditie, waar je over kunt discussiëren, wat je als leidraad in het leven kunt gebruiken.” Veilige haven Vanuit Venlo moet ze anderhalf uur rijden voordat ze de kille in Dieren bereikt, maar dat

heeft ze er graag voor over. Ze vindt het een veilige haven, waar ruimte is voor gesprekken over sociale en fysieke veiligheid, maar ook over de vreugdevolle facetten van het jodendom. “Als kind begreep ik niks van de vertaling van Simcha Tora, Vreugde der Wet. Maar ik herinner mij nog wel de vrolijkheid, het zingen. Dát geef ik door. Ik geef daarmee de waarde door van de Tora: dat we nadenken over hoe we met elkaar om willen gaan in de samenleving. Dat daar geschreven en ongeschreven regels bij horen en hoe dat in het jodendom heel mooi is vormgegeven. Ik heb de afgelopen 37 jaar in Brabant en Limburg gewoond en daar is amper kennis over het jodendom. Als ik dan over de joodse traditie vertel, besef ik elke keer welke prachtige gebruiken we hebben: niet alleen rond sjabbat en de feestdagen maar ook rond geboorte, huwelijk, ziekte en rouw.” In het gezin van Monique en Jochanan en de twee dochters Tzivya en Esya kreeg het jodendom meer vorm. Er werd samen sjabbat gevierd, havdala gemaakt en ze waren vaak in de sjoel te vinden. Esya heeft er levendige herinneringen aan. “Als kind hield ik al van de gebruiken. Zelfs vasten op Jom Kipoer vond ik stoer, en dat ik precies wist wanneer je in sjoel moest gaan staan en zitten.” Haar vader hield ervan om de morele kant van het jodendom te bespreken. “Wanneer mijn vader ons ophaalde van school, was dat een uitgelezen moment om te discussiëren. Mijn vader vond dat van alle vragen die je kunt stellen de waarom-vraag de belangrijkste is. Waarom denk je dit, waarom doe je dat. Niet dat we daar altijd zin in hadden.” (lacht). Zeldzaam Jochanan, die thuis was als Monique werkte, onderstreepte dat het joods zijn bij hen hoorde. “En dat het belangrijk en waardevol was”, zegt Esya. “Als het Rosj haSjana was namen mijn vader en ik appels en honing mee naar school.” Maar het zoete was wel voorbij toen ze naar de middelbare school ging. “Ik werd mij daar meer bewust van het feit dat we ‘zeldzaam’ waren. Eens ontmoette ik een ander joods meisje in Venlo en ik weet nog dat ik dacht: ‘hé, daar is nóg een.’ Op school werd het joods zijn niet altijd positief ontvangen”, vertelt ze. “Ik reageerde daar vaak fel op, alsof ik mijn afkomst moest verdedigen. Dat gevoel zat diep en achteraf denk ik dat dit ook komt door wat mijn grootouders hebben doorgegeven. Het besef dat ons onrecht is aangedaan en dat we trots maar ook voorzichtig moeten zijn. Die ervaringen hebben haar ook op een andere manier gevormd”, vervolgt ze. “Ik weet wat het betekent deel uit te maken van een volk. Hoe je als minderheid je staande wilt houden in de samenleving en met welke conflicten dat gepaard kan gaan. Altijd probeer ik situaties van verschillende kanten te bekijken, in gesprekken met collega’s, met patiënten, ‘Ik vraag mij af hoe ik door de geschiedenis van mijn grootouders ben gevormd.’ met vrienden. In mijn werk trek ik naar minderheden toe, wil voor hen opstaan. Ik ben huisarts in opleiding, maar daarvoor heb ik in een asielzoekerscentrum gewerkt, ben ik naar Lesbos gegaan om vluchtelingen te helpen. Iets in mij voelt zich verbonden met hen.” ‘Als het Rosj haSjana was namen mijn vader en ik appels en honing mee naar school.’ Hiaten De tijd dat de familie Belinfante op de scholen van de kinderen over het jodendom vertelde is al lang voorbij. Maar nog steeds laten Monique en Jochanan in Venlo het joodse geluid horen. Monique: “Er zijn in onze regio zoveel hiaten in de kennis van het jodendom. Wel zijn er onuitgesproken ideeën over joden. Daar kan je het dan over hebben. Ik doe het ook uit het gevoel van: onbekend maakt onbemind”, vertelt ze. “Mijn ouders vonden dat je niet ‘te koop’ moest lopen met je jodendom. Maar we leven in een polariserende wereld waar veel onaangenaamheden worden gezegd. De vraag is: moet je er altijd bovenop zitten of moet je het laten gaan? Maar in een wereld vol met Thierry Baudets, denk ik zo langzamerhand dat je het níet moet laten gaan. Je moet een stevig standpunt innemen.” Of het ook gelukt is om het positieve en het mooie van het jodendom aan haar dochters over te dragen? Esya: “Het samen zijn, de feesten, de verhalen en de prachtige melodieën zijn onlosmakelijk verbonden met het jodendom. Er zit een intens gevoel onder van samen één zijn, dat ik graag in stand wil houden. Juist ook omdat we met relatief weinig over zijn.” De oorlog ligt ver weg, maar toch knaagt het verleden soms aan haar. “Ik ben nu in een fase in mijn leven beland dat ik me afvraag hoe ik door de geschiedenis van mijn grootouders ben gevormd. Wat voor invloed de oorlog op mij heeft, op hoe ik in het leven sta.” Soms zou ze meer van hen hebben willen horen, maar ze is bang dat het door de hoge leeftijd van haar grootmoeder te laat is. Zo’n gesprek begin je ook niet zomaar. (Klein)dochter Esya Nostalgie Toch verbindt het jodendom de drie generaties nog steeds. De gezinsleden wonen weliswaar verspreid over heel Nederland, maar op vrijdagavond wordt er steevast samen een soort video-sjabbes gehouden. De kaarsen worden aangestoken, er wordt kidoesj gemaakt en er is tijd om even bij te praten. Ook was Esya, net als haar ouders en grootouders een tijd lang actief in sjoel. Ze zat in twee commissies en gaf regelmatig een drasja. “Dat nam ik altijd serieus, wilde wel met iets goeds komen.” De sjoel bezoekt ze nu niet regelmatig. Dat facet van het jodendom speelt momenteel geen grote rol in haar drukke leven, ook al woont ze in Deventer dichter bij dan ooit. “Soms ga ik uit nostalgie”, vertelt ze. “Maar als ik daar ben, voel ik mij wel op een heel diepe manier thuis.” 53

VIER PESACH MET JMW IN LUNTEREN ןרטנולב חספ 15 APRIL T/M 24 APRIL 2022 Breg e d h d ge b gg vn L n a d n a e v f ! I d (gg v a ajzij of 055. Id de a r p ! Ko* ( € 2€ 222 € p ( : prn p p e pe € 3358 r t n er. p te pn p p en tep. I s, vs bde kj ljd en ld. O j ceaee aeen e e mk b. * I e k. O j s tn. * D n d s (r v ogk.

Ruimte in de nieuwe machzor? Ruim vijf jaar wordt er gewerkt aan een nieuwe progressieve machzor voor de Hoge Feestdagen. Hoe is dit gebedenboek opgebouwd, hoe definitief zijn de teksten en mogen leden meedenken? Waarom is er toentertijd besloten om een nieuwe machzor te maken? Rabbijn Kineret Sittig (projectleider): “De machzor voor de Hoge Feestdagen, uit 1964, was gebaseerd op het gebedenboek van de reform-voorvechter Abraham Geiger uit 1854. Dat ervaren de meesten als te zeer uitgedund. En de Nederlandse vertaling was verouderd. Het College van Rabbijnen (CvR) is in 2015 gestart met het realiseren van een nieuwe machzor. Het doel is onder andere dat die mensen uitnodigt om actief mee te doen met de diensten. Het CvR is verantwoordelijk voor de samenstelling. Individuele rabbijnen en deskundigen leveren de teksten aan. Chazzanim zijn erbij betrokken en ook 15 meelezers uit progressief-joods Nederland.” Wat is er nieuw aan de nieuwe machzor? “De grootste vernieuwing is de layout. We hebben ernaar gestreefd de struktuur van de diensten duidelijk te maken. Daarnaast staan in de nieuwe machzor drie soorten teksten die niet staan in de oude. Het gaat om teksten die tot de vaste liturgie gerekend worden, optionele teksten en toevoegingen en commentaren die in de marge zijn geplaatst. Voor de vaste liturgie zijn ook Hebreeuwse gedichten en gebeden gebruikt uit recente machzorim van zusterorganisaties - Conservative of Reform. Een voorbeeld van een liturgische toegevoegde tekst is het gedicht van Jehoeda Amichai op pagina 24 van de machzor voor Ne’ila. Een voorbeeld van een optionele toevoeging (in het individuele stille gebed van Kol Nidree) is de ecologische schuldbekentenis. En een voorbeeld van een toevoeging in de marge is ‘Wij denken aan hen’, een tekst van Kamens en Riemer die in elk geval in Amsterdam al jarenlang gelezen wordt bij Kol Nidree.” De meelezers hadden dit jaar maar een week de tijd om het laatste deel, de machzor voor Jom Kipoer Sjacharit, van commentaar te voorzien. Waarom werd er niet meer tijd gegeven? “Eerst wilden we Sjachariet en Moessaf tegelijkertijd oppakken, maar dat bleek zoveel tekst Zippora Abram en Hester Stein tekst te zijn. Dus toen hebben we op een laat moment besloten om nu alleen voor Sjachariet te kiezen. Het alternatief was dat er dit jaar geen machzor-deel zou verschijnen. Vanwege de deadline van de drukker moest er snel worden gehandeld. Ik ben ervan overtuigd dat het niet zoveel uitmaakt hoeveel tijd er wordt gegeven. Meestal pakken mensen het sowieso op het laatste moment op. Ik denk niet dat er minder zinvolle feedback is gegeven omdat de periode korter is geweest. Er waren genoeg meelezers die wel in een week de teksten konden lezen.” Wat voor opmerkingen kwamen er? “Bijvoorbeeld over de op te nemen commentaren, het aantal herhalingen in de Slichot, en het al dan niet opnemen van bepaalde pioetim (middeleeuwse religieuze gedichten). Ze wilden graag de transcriptie direct naast het Hebreeuws. Dat hebben we gedaan. Inmiddels hebben leden online een enquête ingevuld. Er werd bijvoorbeeld gemeld dat het papier stroef is. Dat nemen we dan mee. Maar in het algemeen werd de eerste druk uitstekend beoordeeld.” Er zijn vier deeluitgaven verschenen: Sjema Koleenoe. Machzor voor Kol Nidree (2017), Kol Chochma. Woorden van wijsheid (2018), P’tach lanoe sja’ar. Machzor voor Ne’ila (2019) en Sjachar avakesjcha. Machzor voor Jom Kipoer Sjacharit (2021). Een of twee delen voor de overige diensten van Jom Kipoer, en een of twee delen voor Rosj haSjana staan nog op de rol. In de vorige editie van Joods Nu uitte Martijn Katan kritiek op de tekst voor de slotavond van Jom Kippoer waarin we onszelf prijzen en op de ecologische schuldbekentenis die teveel gericht zou zijn op de waan van de dag. Hoe definitief zijn deze teksten? “Het zijn nu nog proefversies. Voordat er een definitieve versie van de nieuwe machzor komt, kijkt het College wat het effect van een tekst is, wat de winst of het verlies is als we de tekst erin of eruit laten. Maar het duurt nog wel een paar jaar voordat we toe zijn aan een herziening.” Katan stelt voor om een groep LJG-leden in alle stadia erbij te betrekken en de verslagen van hun discussies openbaar te maken. Is dat een idee? “Sowieso is het fantastisch als mensen willen meedenken. Zij kunnen zich aanmelden bij het bestuur van hun eigen gemeente. Als bepaalde discussiepunten over de machzor met leden bínnen de gemeente besproken worden, kunnen zij dat zelf openbaar maken. Maar uiteindelijk is het CvR verantwoordelijk voor de inhoud. Daar worden moeilijke knopen doorgehakt en de discussie daarover is nooit openbaar.” Positief blijven op Jom Kipoer? In de nieuwe Machzor zijn tal van verbeteringen, maar ook punten die discussie oproepen. Zoals de positieve vidoei. Eén dag per jaar proberen we na te denken over wat we niet goed deden en beter moeten doen. Dat culmineert in Asjamnoe: wij hebben gezondigd. En dan zijn er vele zaken waarin we tekort schoten. Moeten we tijdens Jom Kipoer ook stil staan bij wat we allemaal wél goed hebben gedaan, zoals opgesomd in de positieve vidoej? Hoe denk jij daarover? Laat het ons weten en stuur een mail naar redactie.joodsnu@gmail.com. 55

Veldslag gedurende de Eerste Kruistocht, 1096­1099 door Sebastian Marmoret (1490) Ensemble-leidster Avery Gosfield van Lucidarium: ’In sommige teksten van oude muziek vind je al de aanzet van het latere antisemitisme van de passies van Bach’. Schitterend om naar te luisteren, maar de teksten zijn niet onschuldig, vindt zij. Oude muziek en de lange wortels van antisemitisme A very Gosfield (Philadelphia, 1957) zette als ensemble-leidster van ‘Lucidarium’ tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 de strijdliederen van de Franse kruisvaarders tegenover de klaagliederen van de joden over de massamoorden, die de kruisvaarders pleegden in Speijer, Worms en Mainz op weg naar Jeruzalem. Wat is je achtergrond en de voorgeschiedenis van het ensemble? Avery: “Ik ben de kleindochter van Russischjoodse emigranten en hoewel we snel veramerikaniseerden bleven we in cultureel opzicht joods. Als kind speelde ik blokfluit. In 1981 kwam ik samen anderen van het Oberlin College Ohio, naar Nederland om aan het Sweelinck Conservatorium blokfluit te studeren. Aan de Scola Cantorum in Basel heb ik me verder verdiept in Middeleeuwse- en Renais56 tekst Marguerite Berreklouw sence muziek. Die muziek interesseerde me meer dan de technische hoogstandjes van de Barok. In 1991 richtte ik het ensemble Lucidarium op. Wij lieten de Franse invloed op de Duitse Minnesänger horen en vergeleken later de retoriek van de Franse Katholieken en Protestanten.” ‘De geschiedenis moeten we niet herschrijven.’ Waardoor raakte je geïnteresseerd in de joodse muziek in Europa? “Ik woonde inmiddels in Italië en hoorde in 2006 een Poerimspel dat geschreven bleek in het Giudeo-Italiaans (Italiaans geschreven met Hebreeuwse letters), volgens het rijmschema van de Ottava Rima voor epische gedichten. Deze vorm dateert uit de 14de eeuw of nog eerder en was altijd voor vocale uitvoering. In de Italiaanse volkstraditie zingen ze nog steeds zo. Sindsdien doe ik onderzoek naar de joodse kant van deze traditie. Je hebt wel tekst, maar de muziek bestaat niet meer.

Er is wel veel poëzie overgeleverd, zowel in het Italiaans, Hebreeuws als Jiddisch.” Hoe componeren jullie de muziek bij deze gedichten? “We weten dat voor de liederen vaak bestaande melodieën werden gebruikt. Ter voorbereiding op een workshop in Speyer van de Eshkolot Foundation werkte ik samen met Peter Lenhardt. Hij moedigde ons aan de gedichten op muziek te zetten. Wij analyseerden de rijmschema’s met andere middeleeuwse verhalende poëzie die wel genoteerd was, zoals de liederen van de Trouvères.” Waarom vraag je aandacht voor racisme in de retoriek van de oude muziek? “We zien het racisme en de vreemdelingenhaat om zich heen grijpen. Ik wil de lange wortels daarvan te laten zien. Europa heeft een geschiedenis van verdrijving en moord: de eerste kruistocht eind elfde eeuw in wat nu Duitsland is, in de 13de eeuw de verdrijving van de joden uit Engeland, in de 15e eeuw uit Spanje en Portugal, om nog maar te zwijgen over het ‘Musici blijken ook behoefte te hebben aan een interreligieuze dialoog.’ antisemitisme van Luther en de nazi’s. Ik wil laten zien dat al zijn de Kruisvaardersliederen schitterend om naar te luisteren, de teksten gevaarlijk zijn. Extreemrechts spreekt over een Kruistocht tegen de Islam en zet deze Kruisvaardersliederen op hun sites. Maar die liederen zijn niet alleen racistisch, maar ook antisemitisch omdat ze joden afwezen vanwege hun geloof.” Hoe moeten we omgaan met de antisemitische teksten in de Mattheus en de Johannes Passies? “De dirigent of musicus besluit over de uitvoering van een Passie van Bach. Lucas Vos veranderde ‘ Juden’ in ‘mensen’. Maar wij moeten niet de geschiedenis herschrijven, want dan lijkt het alsof Bach OK was. Het is ook te beperkt om het alleen te zien in de context van zijn tijd, zoals met kolonialisme en slavernij. Je moet het bespreken en schrijf dan maar een disclaimer in het programma. Met ons programma willen we laten zien hoe ver het racisme terug gaat in Europa. We kunnen het niet ontkennen, maar wij hebben de middelen om ons er tegen teweer te stellen.” Marguerite Berreklouw sprak met Willemijn Mooij (1969), musicoloog en directeur-bestuurder van de Nederlandse Bachvereniging. Kan er geen afstand worden genomen van de antisemitische teksten in de Mattheus en de Johannes Passies? Sinds jaar en dag brengen zij de MattheusPassie in de Grote kerk van Naarden. Dat het voor joodse politici niet echt een genoegen is blijkt uit de observatie van één van de musici, die schrijft: “Pilatus wast zijn handen in onschuld, waarop het (Joodse) volk zingt: als het een verkeerde beslissing was, neem dan maar wraak op ons en de generaties na ons. Ed van Thijn en Job Cohen zaten voor me en toen het koor ‘Lass ihn kreutzigen!’ inzette, knikte Ed bemoedigend even naar Job. Heel het antisemitisme wortelt in deze passage.”* Onvoldoende kennis over de context Mooij zegt over het gesprek met Avery Gosfield: “Soms heb je anderen nodig om je erop te wijzen dat je mensen voor het hoofd stoot. Jaren geleden hoorde ik met een collega de Johannes Passion in de Westerkerk. Hij was geschokt door het antisemitische gehalte van de tekst. Toen reageerde ik nog dat dit nu eenmaal het Evangelie van Johannes uit het Nieuwe Testament was. Nu zie ik Bach voor iedereen? in dat zo’n antwoord onvoldoende is.” “Wij bestaan dit jaar een eeuw en zijn geworteld in een traditie die voor veel mensen van grote betekenis is. Nergens ter wereld zijn er zoveel uitvoeringen van de Mattheus en zijn die zo verbonden met Pasen. Voor sommigen is het een moment van inkeer en troost, omdat de Mattheus vragen oproept over lijden, verraad en compassie, terwijl het voor anderen een jaarlijkse familietraditie is. Ik vind het te ver gaan als Avery zegt dat Bach niet OK is. We weten maar heel weinig over hem en onvoldoende over de context van de achttiende eeuw in Leipzig, waar de Passies ontstonden. Wij kunnen niet bepalen of iemand deugt. Desalniettemin vind ik dat diversiteit en inclusie vandaag de dag in het culturele landschap erg belangrijk. Mijn missie als directeur is dan ook om de Nederlandse Bachvereniging te stimuleren om er niet alleen voor de Bijbelvaste gelovigen te zijn, maar voor iedereen.” Tijdens het gesprek komt naar voren hoe gecompliceerd het is dat de Mattheus ook geliefd was bij de Joodse bevolking. Dat de Mattheus is herontdekt door Felix Mendelssohn Bartoldy, een zoon van bekeerde joodse ouders. Dat voor de oorlog de Joodse bevolking na de sjoel op Goede Vrijdag na de pauze toegang kreeg tot de Mattheus. Problematische teksten Mooij zegt er serieus over te willen nadenken hoe Bach voor iedereen kan zijn. In het kader van het 100­jarig bestaan van de Bachvereniging wil ze essays laten schrijven door een aantal goede denkers over onze omgang met de geschiedenis en het bieden van de juiste context. Ze vergelijkt de problematische teksten van de Mattheus­ en de Johannes-passie met de discussie over ons slavernijverleden of Zwarte Piet. “Musici blijken ook behoefte te hebben aan een interreligieuze dialoog.” Ze weet niet of er in het programmaboekje een disclaimer moet komen, zoals Avery Gosfield voorstelt, waarin afstand wordt genomen van de tekst. Ze vindt dat er een gesprek moet worden aangegaan, ook om context te bieden. “Dan hoeven we het kunstwerk niet aan te tasten.” Ze vindt ook dat het niet helpt om het woord ‘Jüden’ te vervangen door ‘Leute’. Ze suggereert om in het programma te verwijzen naar de voorgestelde essays en de dialoog om zo de muziek en de teksten te voorzien van meer context. *De Matthäus-Passion; Micha Spel & Floris Don 57

Waar onze familie vandaan komt Van Polen naar Mexico De reis per boot naar Mexico Opa Berl, omringd door vijf van zijn zusters Peche, Molly, Fanny, Baile en Chaye en mijn tante Eva De overtocht begon met de dochters Tieners waren het nog, toen de dochters van Yehuda en Rivka Polen ontvluchtten naar Mexico. Stapje voor stapje bouwden zij hun leven daar op en lieten zoveel mogelijk familieleden overkomen. tekst Alejandro Bank Pintel M ijn familie is vóór de oorlog naar Mexico geëmigreerd vanuit Polen. Aan mijn vaderskant arriveerde de familie in Mexico vanuit Przeworsk, een kleine stad in het zuidoosten van Polen, dichtbij de grens met Oekraïne. Tot op heden is Przeworsk beroemd om haar paardenmarkt. Mijn overgrootvader, Yehuda Idl Bank, was in Przeworsk een vee- en paardenkoper en getrouwd met Rivka Loberfeld. Vijfenveertig procent van de bevolking was joods. De familie van mijn moederskant kwam in de jaren twintig van de vorige eeuw vanuit Warschau naar Mexico. 58 Rivka Loberfeld en Yehuda Idl Bank

Geen toekomst Mijn overgrootouders Yehuda en Rivka hadden zeven dochters: Beile, Esther, Fanny, Chaye, Boite, Molly en Peche en twee zonen, mijn opa Berl en Aaron. Omdat het antisemitisme in Polen zo heftig was en er geen toekomst leek voor de jeugd in Przeworsk, besloot de toen 14-jarige Boite in 1912 met een tante naar de VS te emigreren. Ze gingen naar Chaim, een broer van mijn overgrootvader, die daar al woonde omdat hij niet in het Poolse leger wilde. Zo zijn de eerste familieleden in St. Louis, Missouri, terechtgekomen. Daarna verhuisden ze naar Los Angeles en begonnen een dameshoedenfabriek. Toen zij voldoende geld hadden om de rest van de familie over te laten komen, bleek dat de VS de grenzen gesloten hadden voor immigranten. De situatie in Polen was echter dusdanig slecht voor de joden, dat de familie overwoog om naar Canada of Mexico te emigreren. Voor deze landen was geen visum nodig. Vanuit Californië adviseerde Boite haar familie om naar Mexico te emigreren, want dat grensde aan Californië terwijl Canada veel verder weg was. Grote immigratiegolf De grote immigratie uit Oost-Europa begon rond 1925 met overwegend Jiddisch sprekende joden. Op dat moment waren er al Sefardische gemeenten door joodse immigratie vanuit het Midden-Oosten. In 1923 werd door hen de eerste synagoge gebouwd, tien jaar eerder was er al een joodse begraafplaats, gesticht door de joodse gemeente uit Damascus. De leden van deze gemeente waren al in 1906 in Mexico gearriveerd. Volgens de regels van het Engels Mandaat moesten jongeren getrouwd zijn voordat zij naar Palestina konden emigreren. Definitief in Mexico Mijn familie immigreerde vanuit Polen in etappes naar Mexico tussen 1924 en 1935 om daar te wachten tot de grens met de VS weer open zou gaan. In Mexico leerden ze de taal, kregen werk en bouwden, net als veel andere joden, daar hun toekomst op. Sommige immigranten deden een cursus Spaans, maar het merendeel moest het leren op straat. Om geld te verdienen verkochten ze aanvankelijk kleding, sokken, hoeden en stropdassen op straat en openden zodra het kon een kleine winkel. In mijn familie was dat een hoedenwinkel. Later stichtten zij fabrieken voor matrassen, meubels en kartonnen dozen. Voor een dak boven het hoofd deelden families appartementen. Naarmate het financieel beter ging, verhuisden ze naar betere buurten. Steun per post Ook Molly vertrok in 1920 vanuit Przeworsk naar Mexico, iedere paar jaar gevolgd door meer familieleden. Mede door de financiële 59 > Mijn vader linksachter, zijn hoed vasthoudend op de ranch van opa Berl Mijn vader Jaime Bank op zijn paard, El Chacho

FOTO © BEOWULF SHEEHAN MENACHEM KAISER De nalatenschap is een fascinerende zoektocht naar verloren gewaand bezit, naar de betekenis van familie en herinneringen, en naar antwoord op de vraag hoe je recht kunt doen aan de geschiedenis. ‘Dit boek, dat doet denken aan Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer, werpt een liefdevolle blik op vergeten levens. Een wervelend en eindeloos fascinerend verhaal, dat nog lang blijſt nagalmen.’ the new york times ‘Met onderkoelde humor beschrijſt Kaiser zijn zoektocht naar verloren familiebezit. Een verhaal met Indiana Jones-achtige dimensies. Interessant, absurd en verrassend.’  de volkskrant Th omas Rap

support van de zusters Boite, Molly, Fanny en Peche kwam zo een deel van de familie in de VS en het merendeel in Mexico terecht. Helaas kreeg hun broer Aaron geen visum omdat hij tuberculose had gehad. Hij is samen met zijn vrouw, vier kinderen en mijn overgrootouders in Przeworsk gebleven en zij werden na de inval van de Duitsers al in 1939 vermoord. Het contact met de familie in Polen ging via post die er bijna 5 dagen over deed. Tot 1939 stuurde de familie uit Mexico en Boite vanuit Californië iedere maand geld naar hun ouders en hun broer in Przeworsk. Trouwen voor Palestina Mijn oudtante Peche was dus al in 1927 gearriveerd in Mexico. In een interview heeft zij eens verteld over het familieleven in Przeworsk en de aankomst in Mexico. In Przeworsk was zij lid van een Zionistische organisatie. Ze leerde Hebreeuws als voorbereiding op haar emigratie naar Palestina. Zij vertelde dat de jongeren alleen met elkaar in het Hebreeuws mochten communiceren. Ondertussen spraken ze thuis natuurlijk Jiddisch met hun ouders. Volgens de regels van het Engels Mandaat kregen jongeren alleen een visum als ze getrouwd waren. Mijn vrome overgrootvader accepteerde ‘nooit van zijn leven’ dat Peche zou trouwen alleen maar om naar Palestina te kunnen vetrekken. Hij stuurde haar als 21-jarige naar Mexico samen met haar zus Fanny, haar man Hersch en hun drie kinderen. Ze namen eerst de boot naar Le Havre om vandaar de oversteek te maken naar Mexico met een oceaanstomer. Werken op de boerderij Mijn opa Berl was de enige jood die na aankomst in Mexico in de landbouw ging werken. De familie huurde eerst boerderij ‘Rancho Beltrán’ in Texcoco, net buiten Mexico-Stad voor mijn opa en later verschillende boerderijen voor melkproductie en veeteelt. De rest van de familie kwam vaak in de weekenden op bezoek. Mijn vader, Jaime Bank, heeft zijn jeugd doorgebracht op de boerderij. Helaas overleed opa Berl al op zijn 50ste, waardoor mijn vader zijn studie moest afbreken en moest gaan werken in een kartonnen dozenfabriek, net als zijn oudere broer Mario. Voor mijn vader was het daarom heel belangrijk dat zijn zoons een universitaire studie zouden doen. Dicht bij elkaar Er waren circa 500 joden in Mexico toen oudtante Peche daar aankwam in 1927. Nu zijn het er zo’n 50.000 waarvan de meeste wonen in Mexico-Stad en anderen in Guadalajara, Monterrey, Cancun en Tijuana. Tot op heden wonen de joodse families dicht bij elkaar. Alle kinderen hebben ‘het recht’ om naar een joodse school te gaan, dus voor kinderen uit onbemiddelde families wordt het lesgeld gedoDe familie van Alejandro Bank Pintel, linksboven neerd. Tante Peche is met haar twee zonen in 1937 nog twee maanden naar Przeworsk gegaan voor een laatste bezoek aan haar ouders. Toen haar later werd gevraagd waarin Mexico beter was in vergelijking met de sjtetl in Przeworsk, zei ze: ‘Hier is geen antisemitisme’. Zij besloot nooit meer weg te gaan uit Mexico. Helaas is de situatie daar vandaag de dag anders: er is veel criminaliteit vooral door de drugskartels en er is meer antisemitisme. Toen zij geld gespaard hadden om familie over te laten komen, had de VS de grenzen gesloten voor immigratie. Op zoek naar avontuur Zelf ben ik opgegroeid in Mexico-Stad. Daar heb ik vanaf de kleuterschool tot en met de middelbare school op een joodse school gezeten en heb ik vloeiend Hebreeuws leren spreken. In mijn leven heb ik veel gesport. Namens Mexico deed ik mee aan een aantal Maccabi Games, zowel met karate als met voetbal. Na de Maccabiade van 1989 besloot ik om in Europa te blijven, op zoek naar avontuur, met twee koffers en duizend dollar op zak. Ik was net afgestudeerd als Industrial Engineer (Technische Bedrijfskunde). Via de ouders van een speler van het Nederlandse Maccabi elftal kreeg ik mijn eerste baan in Nederland. Terwijl ik op een verblijfs- en werkvergunning wachtte, begon ik Nederlands te leren via een cursus Frans-Nederlands met platen van 78-toeren die ik bij De Slegte in Groningen kocht. Nu, 32 jaar later, samen met mijn lieve vrouw Suzanne, ben ik de trotse ouder van drie geweldige jonge volwassenen, Jessica, Daan en Sam. Verder ben ik sinds twee en half jaar voorzitter van de LJG Den Haag. Daarvoor was ik vijf jaar penningmeester. En Mexico? Ik mis mijn ouders, broers en hun kinderen, het prachtige joodse sportcentrum en het heerlijke Mexicaanse eten. 61

Opstaan in grimmige tijden Mia Davidson belicht enkele boeken waarin burgers, al dan niet letterlijk, hun vuist ballen tegen onrecht. W eerbaarheid is geen gesteldheid die uit het niets ontstaat. Er gaat een situatie aan vooraf. Weerbaarheid rust op zelfbewustzijn. Zelf – bewust. Het begin van keuze. Wat schrijft Groot woordenboek hedendaags Nederlands, ‘De dikke van Dale’, over weerbaarheid? In staat tegenstand te bieden. Strijdbaar, niet op zijn mondje gevallen. Een voorbeeld van weloverwogen weerbaarheid vond ik in het verhaal van Gid’on (Gideon): Weerbaarheid uit Tenach. Gid’on wordt door God aangewezen om met 300 manschappen de Israëlieten te verlossen van de plunderingen door de Midjanieten en Amalekieten. ‘Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht.’ ‘Mag ik u vragen’, antwoordt Gid’on, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Menasje, niets in de brengen en ikzelf, zoon van Joasj, ben de jongste van de familie.’ Het klinkt aandoenlijk huiselijk. In Tenach wordt God vaak aangesproken als een wijs familielid, een pater familias - weliswaar met onverbiddelijke macht en gezag; het is raadzaam hem te volgen en niet te dwarsbomen. Gid’on pakt desondanks de opdracht niet zomaar aan: hij wil zekerheid en vraagt God een duidelijk teken. Als God tot drie keer toe 62 laat zien dat Hij hem zal bijstaan, gaat Gid’on op pad. Geleid door God en zijn gezond verstand ontpopt hij zich als een kien, strijdbaar en koelbloedig strateeg. Duitse gezag. Een reconstructie met scherpe kanttekeningen. Het verslag begint met ‘Een schokkende vondst’. Hoe kon het bedrijf direct na het einde van de oorlog weer boeken uitgeven? Bovendien was een deel van het archief, evenals persoonlijke papieren van Emanuel Querido in mei 1940 vernietigd om het uit handen van de bezetter de houden. De onderzoekers constateerden dat een aantal betrokkenen blijkbaar besloten had daarover te zwijgen. Verborgen boeken (Querido) In Verborgen boeken, Em. Querido’s Uitgeverij tijdens en na de bezetting, reconstrueren Willem van Toorn, Arjen Fortuin en Hugo van Doornum, hoe veel handen hebben meegewerkt de boeken van uitgeverij Querido te verbergen voor het Opgericht in 1915, was Em. Querido’s Uitgeversmaatschappij een van de meest vooraanstaande uitgeverijen in Nederland. Als eerste presenteerde hij vanaf 1934 volwaardige literatuur in pocketboek, de beroemd geworden ‘Salamander-reeks’. Met de oprichting van de Duitstalige uitgeverij, ‘Querido Verlag’, bood Querido vanaf 1933 publicatieruimte aan uit nazi-Duitsland gevluchte Duitsjoodse schrijvers. De ‘half joodse’ Alice van Nahuys, in 1914 vanuit België naar Nederland gevlucht, werd zijn naaste medewerker. Zij sprak, las en vertaalde Frans, Duits, Engels en beïnvloedde hiermee de keuze van de literatuur. Querido was noodgedwongen zelf de eerste speler in het drama. Een paar maanden na de Duitse inval, op 23 juli 1940, werd hij

gedwongen afstand te doen van zijn eigen uitgeverij. Alice von Eugen-van Nahuys (inmiddels getrouwd) kon tijdelijk aanblijven als directeur, A.B. van Holkema werd mededirecteur. Een aantal medewerkers verstopte de boeken, verbrandde correspondentie en ander belastend materiaal. Gedreven, uitgekiende acties om de uitgeverij te laten voortbestaan – zonder een moment de gedachte, dat Emanuel Querido de oorlog niet zou overleven. Emanuel Querido, in 1942 ondergedoken, werd na verraad samen met zijn vrouw Jane in Sobibor vermoord. Met vooruitziende blik had hij de catastrofe voorzien en zelf het aandelenpakket al veiliggesteld bij verschillende vertrouwenspersonen om terug te kopen zodra de bezetting voorbij was. Helaas kreeg de Duitse roofbank Liro lucht van de transactie, een complicerende factor na de oorlog. Alice van Nahuys, Tom van Blaaderen, A.B. van Holkema, Geert van Oorschot en anderen die direct en vanzelfsprekend hun vuisten balden, maken een ding duidelijk: de scheidslijn tussen strijden voor een goede zaak en schijnbare collaboratie is flinterdun. Politiemensen werd stroop om de mond gesmeerd, met een Verwalter onderhandeld… Allen hebben doortastend, soms onbegrepen, gebalanceerd en met vereende krachten de uitgeverij vanaf 1945 weer tot bloei gebracht. Emanuel Querido De Weense sigarenboer (Bezige Bij) Het is 1937. Als een giftige wolk slaat het nationaalsocialisme neer op Oostenrijk. In De Weense sigarenboer tilt Robert Seethaler in helder poëtisch proza twee willekeurige burgers uit de massa: oorlogsinvalide Otto Trsnjek, die in WOI een been verloor, en de jonge provinciaal Franz Hugel uit Salzkammergut, door zijn moeder naar haar oude vriend, de sigarenboer Trsjnek, gestuurd. Als Franz, overweldigd door lawaai en stank van de grote stad, duizelig houvast zoekt, roept een vrouw hem toe: ’Het is niet het riool dat stinkt. Het zijn de tijden. Rot, wormstekig en bedorven.’ Trsjnek verkoopt zijn rookwaar, kranten en ‘dartele blaadjes’ aan elke binnenkomer; intellectuelen, arbeiders, huisvrouwen, de vaste groep joodse klanten, de opgefokte aanhangers van die nieuwe hervormer. Seethaler heeft het lef Sigmund Freud ten tonele te brengen en fantaseert een enigszins ontluisterend, maar aannemelijk personage. Oud, moe en ziek, zal Freud in 1938 met zijn vrouw Martha en dochter Anna naar Londen ontsnappen. ‘Dat is professor Freud’, zegt Trsnjek eerbiedig als de oude man, die schuifelend binnenkwam en met zachte stem zijn bestelling deed, vertrokken is met twintig ‘Virginia’s’ en de Neue Freie Presse. ‘De gekkendokter?’ roept Franz uit, want ook in een gehucht als Salzkammergut was Freud een beroemdheid. Ze zullen elkaar ontmoeten en Freud zal de liefdesperikelen van zijn jonge bewonderaar met onwillige affectie aanhoren. Want Franz is verliefd op een opportunistisch Boheems meisje dat zich laat verwennen om daarna voor onbepaalde tijd te verdwijnen. ‘Soms moet weglopen, soms moet blijven,’ zegt ze in gebrekkig Duits, ’Zo is leven.’ De dageraad breekt aan waarop de sigarenboer en Franz wakker schrikken van glasgerinkel en geschreeuw: de etalage ingegooid, beklad met nog druipend bloed ‘hier koopt de jood’. De winkel vernield, op de vloer een berg stinkend slachtafval. Samen met Franz volgen we de loop van de geschiedenis. Trsnjek zal zijn winkel schoonmaken en opnieuw openen. Er is weinig meer te doen dan te wachten op het onontkoombare. Aan de overkant overziet de meesterslager glimlachend de situatie. De sigarenhandel wordt gemeden, toch zal ook Franz zijn statement maken. Trsnjek en Franz waren rechtschapen, niet politiek geëngageerde burgers. ‘Soms moet weglopen, soms moet blijven,’ zei Anezka, ’Zo is leven.’ Anezka bleef leven. 63

Samen maken we het verschil Wij helpen onder andere kinderen uit achterstandsfamilies aan onderwijs, zodat ze kunnen uitgroeien tot bekwame, zelfstandige burgers. Ouderen krijgen een waardige oude dag, nieuwe immigranten een kans op goede integratie in de samenleving en extra hulpmiddelen voor de onrustige tijden in het land. Samen in actie voor een betere toekomst in Israël. Help je mee? NL91 INGB 0000 7777 77 / www.israelactie.nl / info@israelactie.nl

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
Home


You need flash player to view this online publication