13

Veel mensen zaten destijds helaas gevangen in een systeem van armoede: ze groeiden op in erbarmelijke omstandigheden met ouders die nauwelijks genoeg geld hadden om goed voor hun kinderen te zorgen. Van comfort was geen sprake, ziektes waren er volop en de levensverwachting lag voor de meeste mensen dus erg laag. Als je de dertig haalde, had je geluk en was je al oud. In het ergste geval leek je eerder een slaaf dan een werknemer – of je was echt tot slaaf gemaakt en niet in staat om eigen beslissingen te nemen. Het was vrijwel onmogelijk om los te komen van het milieu waarin je was opgegroeid. Was je een vrouw? Dan waren je rechten heel beperkt. Je kon het huishouden doen en voor de kinderen zorgen of meehelpen op het land. Rijke dames hadden iets meer privileges, maar vergeleken met mannen hadden ook zij minder mogelijkheden. Nog tot 1956(!) werden gehuwde vrouwen ‘handelings onbekwaam’ geacht. Ze moesten hun man om geld en toestemming vragen, als ze bijvoorbeeld kleding of apparaten wilden kopen. Ook konden ze geen verzekeringen afsluiten of geld van de bank halen. Pas in 1957 kwam een wet die deze ongelijkheid ophief. Daarnaast moest je vroeger van goede afkomst zijn om je politieke stem te mogen uitbrengen. In Nederland kreeg de ‘gewone man’ dat recht pas in 1917 en vrouwen moesten zelfs nog tot 1919 wachten. 13

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication