20

Uit het nawoord: Het grootste deel van mijn leven heb ik mijn moeder niet anders gekend dan ‘ziek’. Eerst ging het om onverklaarbare lichamelijke klachten en diverse ziekenhuisopnames. Later kwamen daar de opnames in een psychiatrische inrichting bij. Niet voor niets was ik 24 uur per dag bezorgd om haar. Tot zij het contact met mij verbrak, heb ik echter niet geweten wat mijn moeder mankeerde. Daarna ging ik gaandeweg ook beseffen welke rol mijn eigen karakter en persoonlijkheid hebben gespeeld om een relatie te ontwikkelen waarin psychisch misbruik voortdurend op de loer lag. In feite komen vijf topics in mijn boek aan bod: mijn adoptie, het verborgen narcisme van mijn moeder, mijn eigen hoogsensitiviteit, de codependentie en het feit dat een ik een ‘KOPP’ -kind ben. Dat laatste wil zeggen: een kind dat is opgevoed door een ouder met psychiatrische problemen en dat daardoor de ouderrol overneemt, terwijl de ouder juist in de kindrol schiet. Sinds de breuk met mijn moeder ben ik me pas bewust met de vraag gaan bezighouden wie ik ben en wat goed voelt voor mij. Dat proces heb ik gelukkig wel vrij snel doorlopen. Ik deed altijd wat ik goed kon. Tegenwoordig doe ik wat ik ook echt leuk vind om te doen! 20

21 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication