25

Tanja van den Hout Hasj & Wietje H asj en Wietje waren broer en zus en woonden aan de rand van Sprookjesland met hun vader de Hasjkoning. Maar de zaken gingen slecht en de Hasjkoning stuurde ze het woud in om zaken te gaan doen met de Grote Dealer. Dus gingen ze op weg. Na een lange wandeling kwamen ze uit bij de ultieme coffeeshop van de Grote Dealer. Overal hingen joints en waterpijpen en op het dak lag voldoende stuff om een heel jaar heel Sprookjesland te kunnen voorzien. Uit de schoorsteen kwam de geur van overheerlijke wiet. Hasj kon zich niet beheersen en trok een joint uit het raamkozijn. Knibbel knabbel knuisje, Wie rookt er van mijn huisje? Hasj en Wietje schrokken zich wild. Had de Grote Dealer hen gesnapt? ‘Kom binnen’, zei ze en ze schoof de deur open. ‘Binnen heb ik nog veel meer lekkers.’ Ze gingen naar binnen. De Grote Dealer maakte een waterpijp voor ze aan en na enige tijd waren de kinderen zo stoned als een garnaal. Maar de Grote Dealer had kwaad in de zin. Ze wilde Hasj en Wietje doden en hen als één superjoint oproken. Ze bracht het vloei in gereedheid, pakte de kinderen op en legde ze erop, zodat ze hen tot joint kon rollen. De kinderen hadden gauw hun knietjes opgetrokken. De Grote Dealer begon te rollen en te rollen en toen het vloei goed genoeg gerold was, wilde ze het dichtplakken. Net op het moment dat de joint dichtgelikt zou worden, trapten Hasj en Wietje het vloei van zich af. De grote dealer viel achterover. De kinderen plakten haar snel in het vloei en staken haar aan. ‘Wie is hier nu de superjoint?’ riepen ze en ze dansten om de Grote Dealer heen, die gilde als een speenvarken. Hasj en Wietje pakten zoveel hasj en wiet als ze konden dragen en liepen snel terug naar hun vaders huis. En ze rookten nog lang en gelukkig. 23

26 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication