50

Teleurgesteld in eigen kunnen zat hij te tobben. Kreeg zijn familie dan toch gelijk? Ze hadden hem nog zó gewaarschuwd: ‘Waar begin je aan, je wordt doodongelukkig, je zal verkommeren en vereenzamen.’ Zijn dagelijkse wandelingen langs de kust, waarvan hij altijd zo genoot, verloren hun bekoring door z’n gepieker. Tijdens een van die tochtjes werd zijn aandacht getrokken door een drietal paarden die uitgelaten met elkaar speelden. Toen de dieren hem opmerkten, kwamen ze naderbij en namen hem op van top tot teen. De grootste van de drie keek hem hooghartig aan en sprak: ‘Wie bent u en wat kom u hier doen?’ De man schrok een beetje, want pratende paarden was hij nog niet eerder tegengekomen. Als aankomend sprookjesschrijver wilde hij zich echter niet laten kennen, dus hij vertelde wie hij was en waarom hij zich in de duinen had gevestigd. Zijn toehoorders, die zich zij aan zij tegenover hem hadden opgesteld, luisterden aandachtig. Soms knikten ze of schudden het hoofd met een meewarige blik. ‘Kán je eigenlijk wel schrijven?’ vroeg het middelste paard onbeschaamd. ‘Nog niet zo goed’, antwoordde de man. Vervolgens legde hij uit met welke problemen hij te kampen had. ‘Hebt u wel genoeg meegemaakt?’ vroeg nummer drie. Er ontspon zich een levendige discussie. Daarna trokken de paarden zich terug voor beraad. ‘Loop nog niet weg!’ riep het grote paard nog even achterom, waarop de man besloot te wachten. Er werd op zijn schouder getikt. Toen hij zich omdraaide, zag hij een onbekende vrouw. Ze keek hem vriendelijk aan. ‘Zijn ze niet schattig?’ begon de vrouw. Ze bleek de eigenaresse van de paarden te zijn. ‘Ik stond al even achter u en wilde me er niet mee bemoeien.’ ‘Ze zijn erg ontwikkeld. Hoe komen ze aan die kennis?’ vroeg de man. ‘Ik lees ze wel eens voor uit eigen werk en vraag daarna om hun mening.’ ‘U schrijft! Wat leuk, en wat een toeval eigenlijk.’ De man voelde dat hij bloosde. ‘Ik kan u misschien een beetje op weg helpen. Schrijfproblemen..., daar weet ik alles van.’ De goede fee! dacht de man toen ze even later samen door het duin liepen. ‘Het is vlakbij’, zei hij. Toen hij achterom keek, zag hij de paarden reikhalzend bij het hek. Hun blik bleef op hem gericht totdat hij uit het zicht verdween. 48

51 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication