0

Reis naar het ongeziene Dirk Huyghe naar het verhaal van Brandaan Zeilverhaal uit het jaar 532

Met dank aan Paul De Wolf 2

3

W ij kunnen alleen navertellen wat Brandaan overkwam. De Ierse abt maakte zijn immram, een reis om zichzelf te overtuigen van al het ongeziene. Een boek verbrandde hij met overzeese waarheid die hij voor zijn straf met eigen ogen moet ontdekken. Zijn logboek moet hij even lijvig schrijven als het boek dat hij verpulverde in ongeloof. ‘Si fabula vera est’, als het verhaal waar is. Het zijn immers ‘apocrypha deliramenta’ van honderden jaren geleden. Ik maakte prenten bij zijn verhaal en vertel in kort wat er met hem gebeurt. Zeven jaren zeilde hij om alle kennis te vergaren. Neen, niemand dwingt mij een boek te schrijven. Ik verbrandde er geen één. Ik heb geen schrijver van de kennis vervloekt. Ook niet Liber Floribus over de antipoden, die de zon zien als wij in duisternis dwalen. Ik wil niet alle vreemde creaturen met eigen ogen zien. Dat laat ik aan Brandaan. Hij ontdekte een man in uiterste nood op een luttele aardkloot behaard als een winters paard. Hij vaarde langs hellebergen die pek en sulferstank spuwen, waar staal smelt als kaarsvet. De natste zee brandt er als de droogste strohalm. De gelukzalige eilanden nooit kou en altijd lente kunnen mij wel bekoren, altijd helder en duizend sterren in de nacht.Het verhaal is opgetekend in vreemde tekens die ik in de marge voor u vertaal. Zo gaat dat met de meeste ‘apocrypha deliramenta’. Om te bewijzen dat zo’n reis in het jaar 500 kon, ver voordat de vikings IJsland en Noord-Amerka betraden, bouwde de Brit Tim Severin een curragh na en maakte de reis opnieuw. Zijn ervaringen kan u er op nalezen in ‘The Brendan voyage, across the Atlantic in a leather boat’. Zijn vaarroute zetten we op kaart, de route van de abt zal ongeveer dezelfde zijn geweest. Dirk Huyghe Groenland Canada Ierland Ierland V.S. vaarroute van de Brendan 1976-1977 200 km Brandaankreek 100 km Reis van Tim Severin deed in navolging van Brandaan. Journey of Tim Severineis in imitation of Brandaan. 4 V.S. 200 km 20 km IJsland Stornoway Hebriden Groenland Schotland Canada Ierland Vagar Mykines Torshavn IJsland Faeröer-eilanden Streymoy

W e can only retell what happened to Brandaan. The Irish abbot made his immram, a journey to convince himself of everything unseen. He burned a book with overseas’ truth that he now had to discover with his own eyes for his punishment. He must write his log book as bulky as the book that he pulverized in disbelief. “Si fabula vera est”, if the story is true. After all, they are “apocrypha deliramenta” from hundreds of years ago. I made prints with his story and I will briefly explain what happend to him. He had sailed for seven years to gather all the knowledge. No, nobody forces me to write a book. I did not burn one. I have not cursed a writer of knowledge. Also not ‘Liber Floribus’ about the antipodes, who see the sun when we wander in darkness. I don’t want to see all strange creatures with my own eyes. I leave that to Brandaan. He discovered a man in extreme need on a minor earthly hairy hair like a winter horse. He sailed past hells that spit pitch and sulfer, where steel melts like candle wax. The wettest sea burns like the driest straw. The blissful islands never cold and always in springtime can seduce me, always clear and with a thousand stars in the night. The story is written in strange characters that I translate in the margins for you. This is how it goes with most ‘apocrypha deliramenta’. To prove that such a trip was possible in the year 500, well before the Vikings entered Iceland and North Amerka, the British Tim Severin recreated a curragh and made the journey again. You can read his experiences in “The Brendan voyage, across the Atlantic in a leather boat.” We put his sailing route on the map, the abbot’s route would have been roughly the same. Dirk Huyghe Groenland IJsland Canada Ierland V.S. 200 km 100 km enkele van de vele vulkanen Snaefellsjökull Reykjavik Hekla Katla Westmanna Surtsey V.S. Golfstroom Azoren 200 km Mogelijke terugreis van de abt. Possible return journey from the abbot. 5 mogelijke terugreis Brandaan Groenland route Brendan Canada Ierland IJsland Telkens in de hoek vindt u verklaringen bij de prent op elke bladzijde. In the corner you will find explanations about the print.

Si fabula vera est. De curragh waarmee wordt gezeild, zal zonder kiel sterk verlijeren. De wind stuurt de boot voornamelijk voor de wind, overgeleverd aan de windrichting en de oceaanstroming. The curragh that is used for sailing will strongly deteriorate without a keel. The wind drives the boat mainly before the wind, at the mercy of the wind direction and the ocean current. 6

7

Féasóg dearg (*), mijn gemoed is even vurig. Uit alle windstreken waaien manuscripten mijn kluis . Vele scabreuze geschriften verberg ik. Als abt lees ik van paradijzen op aarde. Er heerst één seizoen, en verdomd de lente dan nog wel. Adonis loopt er eeuwig over de heuvels. In elk van zijn voetstappen groeit een bloem. Féasóg dearg (*), my mind is just as fiery. Manuscripts from all over the world blow my safe. I hide many scabrous writings. Only I, the abbot, read about paradises on earth. There is one season, and damn spring then. Adonis walks the hills forever. A flower grows in each of its footsteps. De Ierse abt, links de kromstaf, is afgebeeld met vlechten en een gevleugeld oog. Onderaan vinden we het triskel, een Keltisch symbool van het Al, met de drie krullen naar de kern. Water, vuur en wind zijn de drie krachten. (*) Rosse baard. The Irish abbot, on his left the curve rod, is depicted with braids and a winged eye. At the bottom we find the triskel, a Celtic symbol of the All, with the three curls to the core. Water, fire and wind are the three forces. (*) Red beard. 8

9

10

Blad na blad vervloek ik deze codex. Ik verbrand hem. De rookpluim klimt naar het hemelgewelf. ‘Stante pede’ daalt een hemelgezant neer en roept: “U heeft de waarheid verbrand. Ik gebied u zeven jaar te zwalken in de pekel van de zeven zeeën. Schrijf alles wat je op reis ziet in dit maagdelijk boek. Te betreuren is hij die alles moet zien voor hij het gelooft.” Page by page I curse this codex. I burn it. The plume of smoke climbs to the sky. “Stante pede” descends a heavenly envoy and shouts: “You have burnt the truth. I command you to wander seven years in the brine of the seven seas. Write everything you see while traveling in this virgin book. It is regrettable that he has to see everything before he believe it. “ Het vlammende boek en de engel linksboven vermanen de abt. De abt wordt afgebeeld als een wreedaardig wezen. The flaming book and the angel in the upper left warn the abbot. The abbot is depicted as a cruel creature. 11

De datering van het boek is alvast een begin. Ik bouw een curragh, stevig als de bijbelse ark. Met heilig oliesel doordrenk ik het essenhout en de ossenvellen romp. Het schip krijgt een ballast aan spijzen. Mijn zeven gezellen zullen niet omkomen van honger. The dating of the book is already a start. I build a curragh, as solid as the biblical ark. With holy oil drench the ash wood and with ox skin covered boat hull. The ship is fed with food. My seven companions De abt doopt zijn pen in een koehoorn met inkt. De duivel gruipt de boot met zijn tanden. Een inktdruppel valt in het oog van de satan. De datum van zijn vertrek staat op het zeil vermeldt, 31 martii (maart), in het jaar 532. won’t starve. The abbot dips his pen in a cow horn with ink. The devil snatches the boat with his teeth. An ink drop falls into the eye of Satan. The date of his departure is stated on the sail, 31 Martii (March), in the 12

13

Pas een klif gerond roept een reuzenhoofd. Zijn lichaam verging. Hij roofde boten binnen handbereik. Bang voor de hellestraf smeekt hij om vergeving, maar is bang van doopwater. Want een christen wordt strenger gestrafd dan een heiden. Hij wil op zijn graftombe: N.F.F.N.S.N.C. (*) Brandaan hanteert de SintJacobsschelp met doopwater. het reuzenhoofd knijpt één oog dicht. De vissen zijn de getuigen. year 532. Only a cliff rounded a giant head calls them. His body perished. He robbed boats within reach. Afraid of hell punishment, he begs forgiveness, but is afraid of baptismal water. Because a Christian is punished more severely than a pagan. He wants on his tomb: N.F.F.N.S.N.C. (*) Brandaan uses the scallop shell with baptismal water. the giant head pinches one eye. The fish are the witnesses. (*) ‘Non fui, fui, non sum, non curo’. Ik was niet, ik was, ik ben niet, maakt me niet uit. (*) “Non-fui, fui, non-sum, non-curo”. I was not, I was, I am not, I don’t care. 14

15

In het oeverloze water groeien schepselen mateloos. Het vochtige volk stuurt de grootste vinvis. We kolken al in zijn muil. Maar vanachter de wolken stormt een hert te hulp. De belua (*) en het hert razen. Bebloed druipen beiden af. De boot in het brandpunt blijft overeind. Creatures grow endlessly in the endless water. The humid people send the largest whale. We have already been swirling in his mouth. But behind the clouds a deer comes to the rescue. The belua (*) and the deer (**) fight covered in blood and both drip off. The boat at the focal point remains standing. (*) Monsterlijk beest. (**) Het hert, zinnebeeld van de reinheid vecht met het kwaad uit de diepte. (*) Monstrous beast. (**) The deer, emblem

Gered, we zien ze een klein eiland en zetten voet aan wal. Een scheepsmaat hakt een gewas voor ons kookvuur. Bij de eerste bijlslag rilt de heuvelrug. Die zinkt meteen naar de bodemloze diepte. Zwemmend klampten de reizigers zich vast aan de bootbast. Ik herken de kop van de reuzen zeeschildpad, de aspidochelone, uit het verbrande boek. of purity, fights evil from below. Saved, we see them a small island and set foot ashore. A shipmate chops a crop for our cooking fire. The ridge shivers at the first ax blow. It immediately sinks to the bottomless depth. While swimming, the travelers clung to the bark. I recognize the head of the giant sea turtle, the aspidochelone, from the 19

20

Een nieuwe dreiging klapwiekt boven onze hoofden. Twee harpeia, half vrouw en half vogel scheren langs de mast. De twee vechten voor de schamele buit in de boot. In hun krakeel vangt de zee hen met een stevige golfkrul. Of was het een octopus? De opvarenden bidden om vaste voet aan land. burnt book. A new threat blows over our heads. Two harpeia, half female and half bird skim along the mast. The two are fighting for the meager loot in the boat. The sea catches them with a strong wave curl in their crackle. Or was it an octopus? The people on Harpijen zijn roofsters uit de Griekse mythologie. board pray for a firm foothold on land. Harpies are female robbers 21

22

We belanden bij een basalten rif, bevolkt door psalmerende witte vogels. Als de standvastigen bezingen ze de allerhoogste. Ook de zee geniet en strekt zich voldaan uit, rimpelloos tot de kim. from Greek mythology. We arrive at a basalt reef, populated by psalmising white birds. As the steadfast, they sing the highest. The sea also enjoys and stretches itself satisfied, wrinkle-free. 23

De boot raakt verstrikt tussen groengrijze. Tenslotte stokken we zandvast op een strand. Een gelukzalig eiland is dit niet. Figuren half geesten, half mens dwalen er rond. Deze knarsetandende gedrochten zijn gestraft door de Heer. Deze zielen verzuimden bij leven hun naasten te laven. Naakt moeten ze aanhoudend rondom een brakke binnenmeer lopen. Ze snakken naar een druppel zoet water, een vreselijke straf. The boat becomes entangled between green gray. Finally, we stick sand-solid on a beach. This is not a happy island. Figures half ghosts, half human wander around. These gnashing monsters were punished by the Lord. These souls failed to sip their loved ones in there lifetime. Naked they must constantly walk around a brackish inland lake. They gasp for a 24

25

26

Bovenaan de kluit rust een ruig behaarde man. Een jaar minder dan honderd jaar zit hij hier. Hij biecht mij dat hij ooit koning was. Hij beminde zijn zus en zij baarde hem twee zonen. Hij doodde ze allen. Hij voer naar Rome om vergiffenis, maar zijn schip verging. Alleen hij kon op deze rots klauteren. Hij hoort nu voortdurend engelenscharen zingen. Is dit een geschenk of is dit pestgedrag? drop of fresh water. A terrible punishment this is. At the top of the root ball is a rough hairy man. He has been here for not less than a hundred years. He confesses to me that he was once king. He loved his sister and she bore him two sons. He killed them all. He had sailed to Rome for forgiveness, but his ship died. Only he was able to climb on this rock. He now hears angels singing constantly. Is this a gift or is 27

28

Het verbrande boek sprak over gitzwarte sintelbergen. Deze verschroeide rotsmassa’s verschijnen. Gitzwarte rookpluimen kringelen op uit de kolkende olie. Ik overleg met de lucifer van dit inferno. Hij straft uit liefdadigheid, zo zegt hij. Niemand anders hoeft zich te bekommeren over deze gestrafte zondigen. De peklucht dringt in hun kleren. We vluchten in het oneindige zeegat. this bullying behavior? The burnt book spoke about pitch black cinder mountains. These scorched rock masses are appearing. The black smoke plumes rise from the swirling oil. I consult with the Lucifer of this inferno. He punishes charity, he says. No one else has to worry about these punished sins. The smell of smell penetrates their clothes. We flee into the infinite channel. 29

De berg Magnes op de zeebodem trekt ons naar het noorden. Door de mist rijst een woud masten van vergane schepen voor ons op. Op een kaal eiland ontdekken we een klooster. Hoe kunnen hier monniken leven? Elke middag breng een duif en een raaf voedsel, drieënhalf broden en een gebraden vis. Mount Magnes on the seabed is attracting us northwards. Through the fog, a forest of masts of perished ships rises in front of us. We discover a monastery on a barren island. How can monks live here? Every afternoon a pigeon and a raven bring food, three and a half 30

31

De boot strandt op een goudstrand. Een burcht bezet met fonkelende robijnen lokt ons. Vier bronnen ontspringen, één van melk, honing, wijn en olijfolie. Binnenin de burcht wordt het nooit nacht. Pauwenveren bedekken de daken. Exquise hebbedingen glinsteren overal. Een monnik graait een schitterde paardenteugel onder zijn pij. Een cherubijn bekijkt hem verwijtend van over zijn schouder. loaves of bread and a fried fish. The boat is stranding on a golden beach. A castle set with sparkling rubies tempts us. Four sources spring, one of milk, honey, wine and olive oil. Inside the castle it is never night. Peacock feathers cover the roofs. Exquisite gadgets sparkle everywhere. A monk grabs a glittering bridle under his habit. A cherub looks reproachfully at him from 32

34

Bliksem en donder, kletter en geflits. Een satanisch gedrocht vliegt pijlsnel naar de teugelstelende monnik. Spartelend en gillend verdwijnt hij tussen zijn klauwen. De dief is mijn scribent. Hij moet mijn boek vullen. Met een onvoltooid boek kan hij nooit terug. Daarom zingt ik Salve Regina tot de moeder Gods om hulp. Daarop kwakt de hellevorst de dief terug op het dek. over his shoulder. Lightning and thunder, clatter and flashing. A satanic monster flies swiftly to the bridle stealing monk. Whirling and screaming he disappears between his claws. The thief is my scribe. He must fill my book. He can never come back with an unfinished book. That is why I sing Salve Regina to the mother of God for help. The prince of darkness then chucked the thief back on the deck. 35

Op desolate kliffen rillen geketende mannen. Ik herken Judas Iskariot en verderop Herodes Antipas en Pontius Pilatus. Opgelucht vertelt Judas dat het vandaag zondag is. Zondag is ook de rustdag van de duivel. Op werkdagen wachten het martelrad, de teer, het ijsmeer, en de stankput. Chained men shiver on desolate cliffs. I recognize Judas Iskariot and further on Herod Antipas and Pontius Pilate. Relieved, Judas tells us that today is Sunday. Sunday is also the day of the devil’s rest. The torture wheel, the tar, the ice lake, and the stench pit are

37

Ons luid gebed wekt een half vrouw, half staart en grijpt onze boot. De opvarenden zingen luider dan de sirene. Ze glipt van de dolboord. Woest bruisend stuwt ze luchtbellen op. Ons schip drijft stuurloos op een vuurberg af. Die spuwt brandend staal op onze zeilen. Een stortbui blust het doek. waiting on working days. Our loud prayer awakens half a woman, half tail and she grabs our boat. The people on board sing louder than the siren. She slips off the side board. Furiously buzzing, she pushes up bubbles. Our ship is drifting helplessly to a volcano. It spits burning steel on our sails. A rain shower extinguishes the sailcloth. 38

39

Grienden en narwallen tillen het schip op. Ze drijven ons naar een verrukkelijke archipel. Een stap op dit zoete land verlost ons van alle pijnen. Dit land blijft zomer en winter groen. Vogels zingen het ganse jaar. Pothead whales and narwhals lift the ship. They push us to a delightful archipelago. A step on this sweet land relieves us of all pains. This country stays green during the summer

41

42

De bergtop van het grootste eiland streelt de wolkenflarden. Een zwijnenhond bedreigt ons. Het is een walserand, een afzijdige engel. Hij leunt op het schip. De Heer veranderde hem in zwijnenhond omdat hij onvoldoende waakzaam was. Hij liet Lucifer begaan die de heerschappij wou. Wie een oogje dichtknijpt is medeplichtig. Eén van de negen vreemde zonden. Hij buigt zijn snuit en duwt de boot af. and winter. Birds sing all year round. The mountain top of the largest island caresses the bank of clouds. A pig dog threatens us. It is an aloof angel. He is leaning on the ship. The Lord turned him into a pig dog because he had not been sufficiently vigilant. He let Lucifer have his own way, who wanted the dominion. Anyone who turns a blind eye is accessory. One of the nine strange sins. He bends his snout and pushes the boat away. 43

Voor de boeg dobbert de kleinst mogelijke dwerg op een rabarberblad. De gnoom knelt in zijn ene hand een kommetje, in zijn andere hand een stokje. Behoedzaam duwt hij het stokje in de zee. De druppel, die van het stokje valt, vangt hij op in het kommetje. Eindeloos meet hij zo de grootte van de zee. Meten is weten, maar de rede heeft zijn grenzen. De dwerg versus de rede. The smallest possible dwarf on a rhubarb leaf floats in front of the bow. The gnome squeezes a bowl in one hand and a stick in the other. He carefully pushes the baton into the sea. He catches the drop that falls from the stick in the bowl. He endlessly measures the size of the sea. Measuring is knowing, but reason has its limits. The dwarf versus reason. 45

Onze ellende eindigt hier niet. Een slangachtige vis krult zich rond de boeg. Is het een visduivel, een murene of de midgaardslang Jörmungandr? Met zijn staart in zijn muil zitten we in zijn houdgreep. We tollen dagenlang rond in de heetste zon. Plots steekt een felle wind op. De staarteter schrikt en duikt naar de diepte. Our misery does not end here. A snake-like fish curls around itself the bow. Is it a catfish, a sea serpent or the midgard snake Jörmungandr? With his tail in his mouth we are in his hold. We spin around in the hottest sun for manydays. Suddenly a strong wind rises. The tail eater scares and dives 46

48

In de open zee horen we dansmuziek van achter de horizon. Het zijn de antipoden aan de keerzijde. De kapelaan schrijft het laatste blad van het logboek. Ik, abt, krijgt nog net de ruimte voor het laatste woord. Amen, zo is het. into the depth. In the open sea we hear dance music from behind the horizon. They ‘re the antipodes, the people of downunder. The curate writes the last page of the log. I, the abbot, I have just got the space for the last word. Amen, that’s how it is. 49

In het thuisland ziet de engel, die de opdracht gaf, dat het goed is. Ik celebreer een dankmis en vertrekt terstond naar mijn voorbehouden stoel in het hemelrijk en zing: Factus de materia cinis elementi similis sum folio de quo ludunt venti. (*) In the homeland the angel who gave the order sees that it is good. I celebrate a thanksgiving mass and immediately leave for my reserved chair in the kingdom of heaven. I sing: Factus materia cinis elementi similis sum folio de quo (*) Uit stof ben ik gemaakt uit sintels van de elementen. Ik ben als een blad dat wegwaait met de wind. ludunt venti. (*) (*) From ashes I am made from cinders of the elements. I am like a leaf that is blown

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
Home


You need flash player to view this online publication