34

‘Cabaretier Jochem Myjer heeft ooit nog voor ons staan koken. Hij is net zo grappig in de keuken als op het podium’ Achter de schermen vóór het applaus Het is nog vroeg in theaterland. De Grote Zaal van Kunstlinie ligt er stil bij. Geen publiek, geen geroezemoes, alleen het heen en weer schuiven van een steekkar, het getik van staal op staal. Op het podium staat straks het decor van Dial M for Murder: de Nederlandse toneelversie van Alfred Hitchcocks filmklassieker uit 1956. Vijf technici bewegen zich door de zaal. Flightcases gaan open, kabels worden uitgerold en verhuisdekens worden van decorstukken gehaald. Marc loopt met een headset om zijn nek, af en toe kijkend naar een collega hoog in de lampenbrug. Op het podium wordt een bank met z’n drieën opgetild. ‘Flip-flopje een stukje naar links,’ klinkt het. ‘Hij zit nog niet goed vast.’ Het zijn woorden die bijna niemand buiten het theaterveld kent. Net zoals een ‘kluit’: een zware homp staal. Of ‘hoofdpijn!’, wat betekent dat een trek (een rij van takels of systemen waarmee je decorstukken omhoog trekt of laat zakken) zo laag hangt dat je je hoofd eraan kunt stoten. Marc grinnikt: ‘We hebben onze eigen taal. Ons meest bekende woord? Een Jan-Willempie! Een elastiek aan een houten stokje om alles bij elkaar te houden. Ooit in het leven geroepen door een oude rot uit Rotterdam.’ Een collega vult aan: ‘In andere delen van Nederland heet het een Willem-Jantje.’ Van stage naar vaste werkplek Een uur voor aanvang zitten Marc en Nathan in een rustige ruimte bij de ingang, met uitzicht op het water. Even weg van de vloer voordat de zaal vol stroomt, delen ze hun verhalen over hoe ze in het vak rolden. Marc: ‘Op de middelbare school zat ik al in het licht- en geluidsteam. Daarna heb ik podium- en evenemententechniek gestudeerd. In mijn derde jaar moest ik stage lopen. Mijn moeder zei: “ga eens bij het theater kijken”. Ik liep hier stage en vond het meteen geweldig.’ Na een jaar freelancen kwam hij in vaste dienst. ‘Elke dag is anders. De ene keer doe je licht, de andere keer help je met decor of zit je achter een licht-of geluidstafel. Je bent eigenlijk een beetje van alles.’ Nathan kwam via een andere route in het theater terecht. ‘Ik ben een laatbloeier,’ zegt hij lachend. ‘Ik deed eerst evenementenorganisatie en liep stage bij een poppodium in Almere. Daar kwam ik erachter dat ik het leuker vind om te werken in de zaal dan op kantoor. Daarom ging ik podiumtechniek studeren. Vanwege mijn interesse in live muziek en festivals ben ik begonnen bij poppodia, maar later, via via, het theater ingerold.’ Vrachtwagen lossen ‘We zijn hier met een team van zes vaste technici, aangevuld met vaste freelancers’, zegt Nathan. ‘Elke dag vervullen we een andere rol. Een werkdag begint meestal rond twaalf uur. Eerst is er een briefing, daarna begint het opbouwen.’ Marc vult aan: ‘Vaak beginnen we al voordat het gezelschap arriveert. Dan leggen we bijvoorbeeld een balletvloer, of halen er juist eentje weg.’ Daarna wordt de vrachtwagen gelost, lampen gaan de lucht in en decorstukken worden omhoog gehesen in de trekkenwand (een serie metalen stangen waarop wij lampen, decor en speakers ophangen en bedienen). Pas daarna wordt de vloer ingericht. Daar zijn we meestal drie of vier uur mee bezig.’

35 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication