30

De bouw van de Orangerie was een flinke uitdaging en het ging dan ook niet altijd van een leien dakje. Voor alle bouwers, ook voor mezelf, was het een geheel ander corsojaar. Bloemblaadjes fluffie plakken is niet zo leuk als pappen en plakken, maar “hé… alles voor ‘t jong”. En dan corsozondag. Ik was te laat bij het uitrijden, maar zag gelukkig nog net dat Sara de Orangerie kwam openen (wat hebben wij een leuke kinderburgemeester). Ik liep daarna naar Dean, die met een kritisch oog naar de wagen stond te kijken. “We gaan meedoen met de laatste plaats”, zei hij teleurgesteld, “dit is niet best.” Ik deelde echter zijn mening totaal niet. Maar hé, ik ben zijn moeder, wat weet ik er nou van. Dit jaar ging hij op de tribune zitten. Wat was hij zenuwachtig, hij had er totaal geen zin in, totdat hij de prijs hoorde voor de Orangerie… een vierde plaats!!! Wat een blijdschap, niet alleen bij hem, ik sta ook te springen op de tribune. Wat gaaf!!! En weer dat gevoel van trots. En dat is dan niet alles, de Orangerie blijft bestaan en heeft inmiddels een mooi plekje gekregen bij David Bömer aan de Vagevuurstraat. De wagen staat nog geen week op zijn plek als Dean zegt: “Ma, zullen we even naar de Orangerie lopen? Kan nog net voor het donker.”

31 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication