13

“salaris gemachtigden” (uitzonderingen daargelaten, zoals bij IE-zaken). Hierbij wordt nog opgemerkt dat in een civiele procedure procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is, terwijl partijen bij SGOA ook in persoon kunnen procederen dan wel zich kunnen laten bijstaan door een juridisch adviseur of advocaat. De kosten van de SGOA-procedure zijn erg hoog. Dit is een groot nadeel van de SGOA-procedure. De duur van procedure Zowel de SGOA-procedure als de civiele procedure vangen aan met schriftelijke stukken van de eisende partij. Hierop kan verweerder vervolgens schriftelijk reageren en eventueel een tegenvordering indienen. Vervolgens wordt een zitting bepaald en volgt er een uitspraak. Indien onvoldoende informatie is uitgewisseld om een einduitspraak te kunnen doen, kan worden besloten tot nadere opdrachten, bewijsopdracht, getuigenverhoor, deskundige bericht, nog een schriftelijke ronde etc. De SGOA-procedure is beschreven in het Arbitrage reglement van SGOA. De civiele procedure is vastgelegd in wet- en regelgeving, het wetboek van rechtsvordering en het rolreglement. De termijnen tussen de verschillende processuele stappen zijn bij SGOA kort, meestal vier weken. In civiele procedures is dit ook het geval alleen kan ieder der partijen uitstel vragen, wat meestal ook wordt verleend. Daarnaast kent de civiele procedure meer mogelijke proceshandelingen dan de SGOA-procedure, wat een langere doorlooptijd met zich brengt. De gemiddelde doorlooptijd van een SGOA-procedure is dan ook veel korter dan een civiele procedure. De gemiddelde doorlooptijd betreft drieënhalve maand, terwijl de gemiddelde doorlooptijd van een civiele procedure 12 maanden bedraagt. Bovendien kan een SGOA-vonnis niet aangetast worden door een vervolgprocedure. Hoger beroep is niet mogelijk. Dus de zaak komt tot een einde na uitspraak SGOA. Tegen uitspraken in civiele procedures staat altijd hoger beroep open en kan dus een vervolgprocedure volgen van een jaar of meer. De SGOA-procedure is relatief kort. Dit is een groot voordeel. De expertise De arbiters van SGOA zijn allemaal experts binnen de ICT-branche ofwel juridisch experts ofwel technisch experts. De lijst van arbiters is openbaar en beide partijen kunnen een arbiter voordragen voor benoeming van de arbitragecommissie. Dit geeft dus enige invloed op de commissie die de zaak zal gaan beoordelen. Rechters in civiele procedures hebben deze achtergrond (meestal) niet. Een rechter zal ook geen oordeel kunnen geven of een ICT-product, zoals een app, deugdelijk is opgeleverd. Rechters zullen ter beantwoording van dergelijke vragen experts uit de branche benoemen. Dit is overigens in alle soorten zaken, zoals bouwzaken, autozaken en dierenzaken. Ook zijn rechters in het civiele proces lijdelijk. Dit betekent dat het aan partijen is om de zaak goed voor het voetlicht te brengen. Als feiten niet worden betwist worden deze dan ook (meestal) als juist aangenomen. De vragen van de rechter op zittingen zien veelal op de feiten, beide partijen kunnen mondeling de zaak toelichten. Partijen hebben op dergelijke zitting nogal eens het gevoel dat de rechter de zaak niet begrijpt en daar dus ook geen beslissing over zou kunnen nemen. Zo heb ik in mijn praktijk veelvuldig gehoord dat de ICT-dienstverlener zelfs moest uitleggen wat een IP-adres was. De rechter stelt vragen en vraagt door doch het is aan partijen om een en ander goed uit te leggen. Bij een dispuut over ondeugdelijkheid van een product of dienst zal dan ook bijna altijd na de zitting (comparitie van partijen) nog een deskundige worden benoemd om dit te onderzoeken en vast te stellen. De rechter volgt dit oordeel en beoordeelt vervolgens wat dit juridisch betekent. Zowel binnen de gerechtelijke procedure als binnen de SGOA-procedure is expertise op het terrein van ICT-gerelateerd zaken aanwezig of wordt in de procedure gebracht middels benoeming van deskundigen. Wat expertise betreft heeft de ene procedure niet per se een voordeel ten opzichte van de andere procedure. De betrokken partijen ervaren de expertise van de arbiters zelf overigens wel als zeer positief, vooral de ICT-dienstverlener. Slotsom Hoe men de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt, is een kwestie van smaak. Over het algemeen zijn hoge kosten toch iets wat partijen c.q. ondernemers wensen te vermijden. Het probleem met contractsluiting op basis van de NLdigital Voorwaarden is evenwel dat partijen verplicht zijn de zaak te laten beslechten door SGOA. Er is geen keuzenvrijheid. In veel zaken is deskundigheid op ICT-gebied niet vereist. Persoonlijk vind ik het onverstandig bij voorbaat de gang naar de burgerlijk rechter uit te sluiten en raad ik aan bij contractsluiting op basis van de NLdigital Voorwaarden de geschillenregeling van artikel 22 buiten toepassing te verklaren. 13

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication