23

met name om wie de persoon is die het verzoek indient en welke (maatschappelijke) functie hij of zij uitoefent.6 De minister-president moet bijvoorbeeld meer negativiteit dulden dan een gemiddeld persoon, gezien zijn publieke functie. Naast de rol die de betrokkene in het openbare leven speelt, speelt ook een rol of de zoekresultaten onnauwkeurig, ontoereikend, niet ter zake dienend of bovenmatig zijn voor de doeleinden van de verwerking. Bijvoorbeeld omdat zij niet zijn bijgewerkt of omdat zij langer worden bewaard dan noodzakelijk is, tenzij de bewaring ervan is vereist wegens historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden.7 Er zijn regelmatig betrokkenen geweest die hun heil zochten bij de burgerlijke rechter. Uit de eerste uitspraken die volgden na de uitspraak van het Europese Hof van Justitie kan worden afgeleid dat er een bepaalde terughoudendheid was in de beoordeling van de verwijderingsverzoeken.8 Zo werd door de Nederlandse rechter bepaald dat het vergeetrecht moet worden gekwalificeerd als een ‘uitzondering op het algemene uitgangspunt op het recht van Google Inc. op informatievrijheid, waaraan strenge eisen worden gesteld.9 In een uitspraak die daarop volgt oordeelt de rechter dat het verboden is voor Google om strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken, tenzij er sprake was van een uitzonderingsgrond in de destijds geldende Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).10 De rechter lijkt in de uitspraken die hierop volgen een andere weg in te slaan. De definitie van strafrechtelijke gegevens wordt beperkt uitgelegd, waardoor het verwerkingsverbod niet op Google van toepassing is. Er hoeft geen sprake te zijn ‘van een strafrechtelijke veroordeling, maar wel van zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als een strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring kunnen dragen.11 Een link naar een artikel werd niet aangemerkt als een strafrechtelijk gegeven en de beschuldiging ervan ook niet, waardoor de zoekresultaten zichtbaar mochten blijven in Google.12 Ook werd bepaald dat tuchtrechtelijke persoonsgegevens niet onder de definitie van bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens zouden vallen, en dat de verwijzing naar het strafrecht impli6. Zie bijvoorbeeld Rb. Den Haag 19 april 2018 of Rb. Midden Nederland 14 november 2018. 7. HvJ EU 13 mei 2014, zaak C-131/12, overweging 92. 8. Rb. Amsterdam 18 september 2014, Rb. Amsterdam 12 februari 2015, Rb. Amsterdam 24 december 2015. 9. Rb. Amsterdam 12 februari 2015, r.o. 4.7. 10. Rb. Rotterdam 29 maart 2016. 11. Rb. Rotterdam 29 maart 2016, r.o. 4.8. ceert dat het tenminste moet gaan om maatregelen met een punitief karakter.13 Daarna volgt er een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, waarin voor opheldering gezorgd wordt met betrekking tot het verwerkingsverbod voor Google. Uit deze uitspraak volgt dat Google bijzondere persoonsgegevens kunnen beroepen, indien zij zich onder bepaalde omstandigheden kan beroepen op ‘redenen van zwaarwegend algemeen belang’. Daarnaast volgt uit deze uitspraak dat Google hierbij moet nagaan of de opname van deze zoekresultaten strikt noodzakelijk blijkt ter bescherming van het recht op vrijheid van informatie van het publiek die mogelijk geïnteresseerd is in toegang tot deze webpagina via een dergelijke zoekopdracht. Ook wordt bepaald dat indien een verwijderingsverzoek moet worden uitgevoerd, Google niet gehouden is deze links te verwijderen voor alle versies van zijn zoekmachine doch enkel voor alle lidstaat specifieke versies van die zoekmachine.14 Opmerkelijk aan deze uitspraak van het Europese Hof van Justitie is daarnaast dat Google in ieder geval uiterlijk bij het verwijderingsverzoek de resultatenlijst dusdanig dient te ordenen dat het algehele beeld dat hiermee voor de internetgebruiker wordt geschetst een afspiegeling vormt voor de actuele gerechtelijke situatie, hetgeen onder meer vereist dat links naar webpagina’s die daarover informatie bevatten als eerste op deze lijst verschijnen.15 Conclusie Het vergeetrecht is absoluut niet in de vergetelheid geraakt. Er zijn veelvuldig rechtszaken aangespannen die ons meer inzicht zouden moeten verschaffen in de wijze waarop het commerciële belang van Google, de informatievergaring voor de internetgebruikers en het privacyrecht van betrokkene tegen elkaar zouden moeten worden afgewogen. Door de laatste uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft Google echter niet alleen de verplichting om deze belangen zelf tegen elkaar af te wegen, maar zou zij er ook nog voor moeten zorgen dat de zoekresultaten worden gemanipuleerd. Heel bijzonder, als je het mij vraagt. 12. Rb. Den Haag 12 januari 2017 en Rb. Midden Nederland 20 februari 2017. 13. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, r.o. 4.4 en Gerechtshof Den Haag 24 december 2019. 14. Hof van Justitie EU 24 september 2019, zaak C-136/17, r.o. 78. 15. Hof van Justitie EU 24 september 2019, zaak C-136/17, r.o. 78. 23

24 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication