25

de inbreuk van het auteursrecht door gedaagde. De inbreuk hoeft niet bewust plaats te vinden. Eiser krijgt het gevorderde bedrag van € 360 per jaar toegewezen. https://bit.ly/3mZwfP6 Rectificatieverzoek uitlating op Facebook (Rechtbank Limburg, 18 augustus 2020) Gedaagde heeft in januari 2020 een puppy aangeschaft bij eisers. Vijf maanden later moet het dier vanwege ernstige gezondheidsklachten worden ingeslapen. Gedaagde plaatst na het overlijden van de hond een negatief bericht over de ‘broodfokker’ waar de hond is aangeschaft en roept onder andere mensen op om geen hond aan te schaffen bij deze ‘malafide’ fokker. Het bericht heeft 10 dagen op Facebook gestaan en is zo’n 21.000 keer gedeeld, waarna gedaagde het bericht heeft verwijderd. De kern van dit geschil ziet op de uitlatingen die gedaagde openbaar op social media heeft gedaan en of deze onrechtmatig jegens de eisers zijn. De eisers zijn niet gediend van dit bericht over hun handelspraktijken en eisen dat gedaagde de term ‘broodfokker’ niet langer zal noemen en dat gedaagde het bericht van social media afhaalt. Daarnaast vorderen zij dat gedaagde een rectificatie van het bericht openbaar op Facebook plaatst, zodat de naam van de fokker niet langer negatief wordt benoemd. De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de term ‘broodfokker’ onder de vrijheid van meningsuiting valt en het verbieden van dit soort uitlatingen in strijd met het recht uit artikel 10 lid 2 EVRM zou zijn. Verder ziet de rechtbank geen risico dat gedaagde, na verwijdering van het eerste bericht, nogmaals dit soort berichten zal plaatsen over de situatie rondom de pup. Tot slot oordeelt de rechtbank over de gevorderde rectificatie (over het inmiddels verwijderde, maar vaak gedeelde bericht): “temeer nu niet gezegd is dat dezelfde personen een rectificatie zullen delen waardoor het bereik en daarmee het effect van een eventuele rectificatie zodanig gering is dat geen passende oplossing biedt.” De vorderingen van eisers worden afgewezen. https://bit.ly/39TP96k Akte van overdracht IE-recht voldoende bepaalbaar (Rechtbank Amsterdam, 4 september 2020) In deze zaak heeft eiser voor gedaagde (bedrijf voor online verbetering van levensstijl) software ontwikkeld. In de samenwerkingsovereenkomst die partijen zijn aangegaan is een bijlage (akte van inbreng) opgenomen waarin de IE-rechten van eiser op gedaagde worden overgedragen. Eiser stelt dat dit een tijdelijke overdracht zou inhouden en de definitieve overdracht nooit heeft plaatsgevonden, omdat de rechten uit de bepaling van de overeenkomt onvoldoende nauwkeurig zijn beschreven en eist een verbod voor gedaagde op het gebruik van de IE-rechten. Duidelijk wordt dat het de intentie was om de IE-rechten op de software over te dragen en dat deze in de akte van overdracht voldoende bepaalbaar omschreven zijn. De IE-rechten zijn rechtsgeldig aan de gedaagde overgedragen. https://bit.ly/37IhcmA Recensies Google (Maps) onrechtmatig (Rechtbank Amsterdam, 8 september 2020) De voorzieningenrechter oordeelt dat recensies die geplaatst zijn op Google (Maps) onrechtmatig zijn, wanneer deze niet zijn gebaseerd op daadwerkelijke ervaringen met het bedrijf waar de recensie over wordt geschreven. https://bit.ly/2K1mHVg Verzoek tot verwijdering registratie bij Bureau Kredietregistratie (Gerechtshof Den Haag, 8 september 2020) Uitspraak gerechtshof Den Haag. Verzoekster dient een verzoek in bij de ING bank waarmee zij de bank verzoekt om de betalingsachterstand - die zij eerder heeft opgebouwd - te verwijderen uit het registratiesysteem van het Bureau Kredietregistratie. Verzoekster stelt dat er een belangenafweging gemaakt dient te worden o.g.v. artikel 21 lid 2 AVG, omdat de registratie o.g.v. artikel 6 lid 1 sub e of f AVG heeft plaatsgevonden. De ING betwist dit en stelt dat de registratie op grond van een wettelijke verplichting heeft plaatsgevonden (art. 6 lid 1 sub c AVG); de ING heeft de kredietregistratie uitgevoerd o.g.v. de wettelijke plicht die voortvloeit uit de Wet financieel toezicht. Het Hof gaat hier niet in mee en stelt dat er geen sprake is van een wettelijke verplichting voor deze vorm van gegevensverwerking. De overige grieven van verzoekster houden overigens geen stand en ING wordt in het gelijk gesteld. Een maand geleden oordeelde het gerechtshof ’s-Hertogenbosch nog dat deze kredietregistratie door financiële instellingen (banken) wel onder artikel 6 lid 1 sub c AVG vallen en dat de verzoeker daarom geen recht op bezwaar uit artikel 21 AVG toekomt. https://bit.ly/2K6UCf4 Eisers tegen YouTube (Rechtbank Amsterdam, 9 september 2020) Eisers (een programmamaker en huisarts) plaatsen op YouTube een tweetal interviews op het YouTube-kanaal Cafe Weltschmerz (burgerjournalistiek platform). In deze interviews spreekt de huisarts zich uit als voorstan25

26 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication