of geneigd om weg te gaan en wat zouden zij verbeterd willen zien’. Het rapport geeft vermoedelijk een representatief beeld van hoe de Rotary in Nederland aan het begin van het nieuwe millennium functioneerde. Maar de respons op de aan de clubs gestelde vragen was niet al te geweldig geweest, door technische problemen maar naar verluidt ook door een lankmoedige opstelling van veel clubs. Clubjaar 2005/06 Retention In de eerste jaren van het nieuwe millennium bleek het voor vele Rotaryclubs, zeker ook in Nederland, lastiger te worden nieuwe leden te werven. En maar al te vaak ook bleek een lid het alweer naar een paar jaar voor gezien te houden. Ook inkomend president W.B. Boyd van Rotary International, zelf afkomstig uit Nieuw-Zeeland, maakte zich in de aanloop op zijn voorzittersjaar 2006/07 een punt van de uitstroom van leden uit Rotary in grote delen van de wereld. Met name dat leden die nog maar een paar jaar lid waren geweest, de organisatie de rug toe keerden baarde hem zorgen. In zijn voorzittersjaar droeg hij dat verder uit. Eén van zijn quotes was: “It is easier (and more cost effective) to keep an existing member than to find a new one. If we know why they leave it is easier to design a plan to keep them”.12 Net vóór het nieuwe clubjaar 2005/06 verscheen in Nederland een adviesrapportage ‘4-Way Retention Strategy’13 genaamd, die in opdracht van de gouverneur van district 1570 was opgesteld door de Hogeschool van Utrecht. De rapportage was het resultaat van een enquête onder de Rotaryclubs in district 157014 , nu (ook) de commissie ‘Ledenwerving en -behoud’ een verontrustend beeld had waargenomen voor wat betreft de verhouding instroom en uitstroom van Rotarians. De hoofdvraag voor het onderzoek luidde: ‘In hoeverre zijn leden van Rotary in Nederland, anno 2005, tevreden over hun club, de activiteiten, de bijeenkomsten, zijn ze verbonden 105 Over 50 jaar Rotary Club Ootmarsum Het beeld dat de clubs in het district destijds gaven was dat de verhouding man/vrouw 1:8 was. Vrouwen waren kortom sterk ondervertegenwoordigd in de clubs. Veel leden gaven aan dat zij tevreden waren over het gegeven dat ze lid waren van een gemengde club, maar dat zij graag een betere man/vrouw-verhouding zouden willen zien. De gemiddelde leeftijd van Rotarians lag boven de 50 jaar. Rotarians bleken voorstander van het verjongen van hun club. De omgang in de club werd doorgaans als plezierig ervaren, dominant gedrag van individuele leden echter als ergerlijk. Rotary voldeed aan het verwachtingspatroon van de meeste leden, en was voor hen voldoende onderscheidend. De communicatie tussen de leden onderling maar ook naar en vanuit het bestuur was volgen de leden niet altijd duidelijk en open. De tijdsbesteding en de kosten werden als prima getypeerd, en men was doorgaans tevreden over de locatie en de inhoud van de bijeenkomsten. Maar toch vonden veel leden de Rotary moeilijk te combineren met hun werk, hun gezin en hun hobby’s. De vraag kwam op of minder bijeenkomsten niet een optie zou kunnen zijn. Dat is dan een schril contrast, zo concludeerden de opstellers van het rapport, met de beleving van Rotary in bijvoorbeeld Azië, waar leden wel meer bijeenkomsten wilden dan ééns per week. Bijna 30% van de leden die respons hadden gegeven vond dat er te weinig werd gedaan om het ledenverlies tegen te gaan. | 12: Voor de presentatie: https://slideplayer. com/slide/7490486/. | 13:https://www.rotary.nl/d1570/nieuws/Districtnieuws/Archief/2005-2006/adviesrapport_rotary_2005.pdf. | 14: Rotaryclub Ootmarsum maakte als bekend geen deel uit van dit district.
106 Online Touch Home