realistischer resultaat en wijzen uit dat kabels nooit te warm worden. Deze berekeningen zijn nog niet breed inzetbaar, dit komt door de complexiteit en tijdsintensiviteit. Door verschillende experts wordt daarom gewerkt aan een nieuwe berekeningsmethode, maar dit proces zal waarschijnlijk nog jaren duren. Transmissiebeheerders blijven daardoor kiezen voor niet-duurzaam aanvulzand. Tot de nieuwe methode voldoende draagvlak heeft, is er dus een alternatief nodig die de milieukundige en financiële druk op projecten verlicht. Kenneth Grypdon Een mogelijk alternatief is het gebruik van boorresten (HDD-boorcuttings) bij ondergrondse hoogspanningsprojecten. Boorcuttings komen vrij bij het maken van een gestuurde boring, de grond die daarbij vrijkomt is een soort zand. Bij een specifiek project is aangetoond dat deze boorresten geschikt kunnen zijn. Echter, hebben boorresten een te hoog watergehalte en zijn ze moeilijk te verwerken in de huidige vorm. Kenneth heeft met experimenten uitgezocht of de verwerkbaarheid van de boorcuttings te verhogen is door het toevoegen van toeslagstoffen. Aan de slag met toeslagstoffen Kenneth onderzocht drie toeslagstoffen. De eerste, Sooneck-Ton uit een Duitse zandsteengroeve, toonde alleen bij hogere percentages een aanzienlijke toename van de droge dichtheid, maar de verwerkbaarheid en droge dichtheid waren problematisch bij het huidige watergehalte. De tweede toeslagstof, een mix van kalk en Sooneck-Ton, gaf een kleine verbetering in verwerkbaarheid en droge dichtheid bij het huidige watergehalte, vooral de maximale droge dichtheid nam aanzienlijk toe. De derde toeslagstof, een combinatie van MuDD-Dry en Sooneck-Ton, liet geen verbetering zien bij beide watergehaltes, en de thermische geleidbaarheid van het basismateriaal daalde door de invloed van MuDD-Dry vanwege het zwelgedrag van MuDD-Dry. Toekomstperspectief Hoewel er geen direct bruikbare oplossing is gevonden voor het probleem, zijn er wel waardevolle inzichten en resultaten opgedaan. De samenstelling en eigenschappen van het basismateriaal uit boorresten maakt het geschikt als aanvulzand. Sooneck-Ton zorgt voor een stijging van deze eigenschappen mits het watergehalte van het aanvulzand laag genoeg is. Er moet aanvullend dus nog een andere toeslagstof of methode gevonden worden om het watergehalte te verlagen. Een andere belangrijke conclusie is dat Sooneck-Ton, en de combinatie van Sooneck-Ton en kalk, gunstige effecten hebben op de dichtheid en thermische eigenschappen van het materiaal, bij het optimale watergehalte. Dat betekent dat Sooneck-Ton – eventueel samen met kalk – toegevoegd kan worden aan bestaande Kenneth Grypdon werkt sinds 2019 bij Denys. Inmiddels sinds een jaar als projectleider voor verschillende projecten waaronder het REDIIGreen Connection to Porthos project in Rotterdam, het Zuidwest-Oost 380 kV project in Tilburg, Project European Hyperloop Center Phase A in Groningen en contractmanager voor het project WarmtelinQ Lot C in Den Haag. Foto: Kenneth Grypdon 11
12 Online Touch Home