COLUMN Buisleidingen als common carrier Han Admiraal - Voorzitter BIG In de recente kamerbrief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan de Tweede Kamer over buisleidingen worden deze gezien als belangrijk voor Nederland, maar nog steeds niet als transportmodaliteit benoemd. Zowel VELIN (De Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland) als BIG pleiten al jaren om de buisleiding te benoemen tot vierde landgebonden transportmodaliteit. De vraag is natuurlijk waarom we dat zo belangrijk vinden en waarom Den Haag daar zo schuchter over doet. In het artikel op pagina 6 t/m 9 gaan we in gesprek met het Ministerie van IenW over dit onderwerp. De kern van het antwoord op beide vragen ligt in het spanningsveld tussen private en publieke belangen met betrekking tot buisleidingen. Wanneer we kijken naar wegen of spoorwegen, is de aanleg van infrastructuur duidelijk een publieke aangelegenheid die volledig uit het MIRT (het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport van de Rijksoverheid) wordt gefinancierd. Buisleidingen daarentegen worden nog steeds gezien als een private aangelegenheid, maar soms met een (inter)nationaal belang waardoor de overheid wel faciliterend kan optreden. In uitzonderlijke gevallen zou ook een bijdrage uit het MIRT mogelijk moeten zijn. Dit laatste is overigens al een hele stap voorwaarts, al maken de voorwaarden het wel een kostbare overwinning. Kijken we naar andere sectoren, bijvoorbeeld naar de luchtvaart, het spoorvervoer of telecomproviders, dan zien we dat private partijen wel degelijk een rol kunnen spelen in het speelveld van het maatschappelijk belang. Deze partijen dragen onmiskenbaar bij aan het (inter)nationaal belang en de overheid faciliteert dit op meerdere manieren, waaronder specifieke wetgeving om bijvoorbeeld het aanleggen van telecomkabels eenvoudig te maken. De reden is dat deze partijen worden gezien als ‘common carriers’: ze maken het voor iedereen, zij het tegen betaling, mogelijk om gebruik te maken van hun diensten Ze opereren dus weliswaar op een private basis, maar wel met oog op het openbaar belang. Buisleidingen zijn nog altijd privaat belang. We denken wel om het beheer van leidingen in leidingstraten te organiseren zoals dit ook al gebeurt door LSNed (Leidingstraat Nederland). Maar de leidingen in die straten blijven privaat eigendom, één pijp, één product, één eigenaar. Dat maakt het moeilijk voor de overheid om te spreken over een transportmodaliteit ook al dragen al die leidingen bij aan het transport van enorme hoeveelheden stoffen die nooit over het water, de weg of het spoor vervoerd zouden kunnen worden. Door van buisleidingen ‘common carriers’ te maken, verandert dit beeld. Dan maak je een onderscheid tussen de eigenaar van de leiding die een dienst aanbiedt, de provider én de gebruikers die deze dienst afnemen. Als de dienst in het (inter)nationaal belang is of een maatschappelijk nut met zich meebrengt, dan is er weinig verschil met hoe de telecomsector, de luchtvaart of het spoorvervoer georganiseerd zijn. Op dat moment kan de buisleiding ook erkend worden als vierde landgebonden transportvorm lijkt mij. Dat laatste is belangrijk omdat deze erkenning kan helpen om projecten sneller te laten verlopen. Dit maakt het voor private partijen gemakkelijker om tot hun definitieve investeringsbeslissing te komen. We moeten het dus alleen even anders organiseren en benoemen. Dan krijgen we Den Haag ook wel mee. Common carriers dus, onthoud die term. 2
3 Online Touch Home